In een scherpe hoek van de zaal zijn vloer, wanden en plafond verenigd. Dit ruimtelijk werk biedt ons uitzicht op een berglandschap aan het begin van een lange weg erheen.

Een kaarsrecht lopend stuk asfaltbaan is besmeurd met opvallende remsporen alsof gebruikers daar plots de weg kwijt zijn geraakt. De gezandstraalde kop van een arend op de linker ‘bergwand’ verklaart wellicht hun angst en paniek. Zo’n nabije schaduw van de aanstaande dood beheerst de huidige tijd, aldus de kunstenaar.

Zijn ontwerp vat volgens hem de democratie samen als een zoektocht naar de graal van het klimaatakkoord in de context van de algehele verpaupering. Hij luidt ermee de klok om niet alleen verder verval van de natuur te voorkomen, maar ook politieke, maatschappelijke en culturele verarming te “signaleren en omkeren”.

“Alles en iedereen wordt in een hoek gedreven, opgesloten in een tunnel van een partij wiens visie men uit armoede deelt. Mijn werk roept op de blik te verruimen door de tunnel zelf waar te nemen en over zijn schaduw heen te stappen. Zo het eigen gelijk, of liever de eigen zuil, te overstijgen.”

Het geheel is inderdaad onmiskenbaar een tunnel met aan het einde gebergte van versteende zuilen die met zichzelf in de wolken zijn. De queeste is het vraagstuk zelf geworden, dag en nacht.

Advertenties

Geen beltegoed meer blog

 

Nieuwe eenzaamheid

De schilder geeft haar schreeuw weer

Geen beltegoed meer!

 

 


Het was begin jaren zeventig. We woonden in de Kruisstraat, in een wevershuisje, in Leiden. Ik lag stoned te luisteren naar het laatste album van The Band. Hij draaide met zijn camera om me heen op zoek naar het juiste moment.

Nu, bijna vijftig jaar geleden, zie ik me op zijn foto mijn best doen hem niet op te merken. Zodat hij me ‘ongedwongen’ op zijn gevoelige plaat kon vastleggen. Dat moment herdenkend voel ik opnieuw de intimiteit van zijn nabijheid. Het kietelen van zijn blikken en word ik er weer van binnen zenuwachtig lacherig van.

Vraag ik me voor de zoveelste keer af wat of wie ik eigenlijk in zijn ogen was. Was zijn blik net als die van zoveel anderen de hel? De buik van Moloch, waarin ze flikkers als mij zo graag eeuwig willen laten branden? Zoals ze al hun liefjes offeren om te bewijzen dat zij niet zo zijn?

Of, sloeg hij met diezelfde blik de lakens opzij. Nodigde hij me uit bij hem in bed te kruipen en zie ik nu pas dat hij met zijn tong zijn lippen bevochtigde. Zoals ik dat met het tekenpapier had gedaan voor een vloeiend zelfportret.

Het zelf is gezien
Door het oog van de ander
Nog zonder mening

Omdat de feiten het nog niet toestonden. Althans niet direct en expliciet van zijn kant, want hij wilde er eerst kunstenaar mee worden. Deze foto van het jaar in zijn zelf bedachte en gemaakte doos stoppen. Met de titel Een-hol-kinderhoofd-in-de-leegte zo poëtisch mogelijk met de naald geschreven door zijn toenmalige vriendin op het deksel aangebracht.

Het zelf is op dat moment nog veraf van het beeld gespiegeld in zijn ogen. Nog onaangetast door de druk aan zijn visuele dwangbevel in zijn achterhoofd te voldoen, te zijn wie ik in zijn ogen was. Maar, ergens was het zelf al op zijn hoede dat hij (vele jaren later) zou ontkennen een homo te zijn. Voorzag het al dat hij zijn volgende vriendin als getuige naar het etentje bij hem thuis uit voorzorg had meegenomen. En klonk de coming-out ik-ben-geen-homo zo ongepast bij het afscheid aan de deur, dat diezelfde vriendin haar ogen nog nooit zo verbaasd had gesperd.

Het zijn altijd zulke lafaards die kunstenaars die, net als de Schepper, de regie eeuwig in eigen hand willen hebben. Zonder rits niet in jouw huid durven kruipen. En als je akkoord gaat met een rits dan is er altijd wel weer een onderhemd dat zo’n lafaard wil aanhouden. De hechting aan een zelf van vaste stof, daar moet wel een erg starre looking-glass-self aan ten grondslag liggen. Wat jammer dat hij zo was en niet zichzelf, zoals ik hem zag. Wat fijn dat het zijn foto niet bedierf en mij een zelf gaf die ik kan koesteren in zijn ogen.


Een onbezorgd 2019

Als de dagen niet meer bezorgd worden

Geen getourmenteerde hoofden meer door de brievenbus

Onbezorgd die dagen ergens zelf kunnen afhalen

Een heel jaar lang zoen ik zijn vadsige wang

Is mijn kwelgeest zelf eens bang

 


Van een ongedocumenteerde ik heb ik een zelfportret gemaakt en nu slaat de twijfel toe. Ben ik dat wel? Hoe kom ik daar achter? Wie of wat kan mij uitsluitsel geven?

De ogen, neus en mond zijn van mij. Dat zal ik niet ontkennen. Ze lijken sprekend op de mijnen. Het haar herken ik ook als mijn haar. Het geheel is echter niet meer dan de som der delen.

Dat is spijtig, maar voor wie en hoe diep?

Ik haal mijn schouders op en zie in de spiegel dat het beeld plots met mij samenvalt.

Vliegensvlug markeer ik met krijt de meest betekenisvolle contouren.

Een afdruk op sponzig tekenpapier toont alle krasjes en lijntjes van het gedrocht.

Het gom verwijdert wat mijn wezen in de weg zit.

Het beeld bevalt me als derde persoon.

Het maken heeft me doen inzien dat het zelf een speling van de cultuur is.

Hij bestaat niet echt, is ongrijpbaar en onkenbaar voor wie hem voor altijd vast wil leggen.

Je beleeft hem wel, ervaart hem als degene die je in het model zag waar je in de spiegel als schepper naar keek.

Het ongrijpbare is zelf geportretteerd en jij hebt dat portret even gedragen.

Dat kan gebeuren, maar daarmee ken je jezelf nog niet en blijft het een hij als een droste-effect in je beleving van je individualiteit.


 

Lees de rest van dit artikel »


 

 

 

 


Huidenhaarblog

Je bent zoveel meer dan je denkt
zegt iemand in een duister genootschap
tot en met de kruik waaruit men leven schenkt
zonder dat bestanddeel hebben zij aan hem geen boodschap

Geworpen in hun midden
is hij een waarheid zo groot als een koe
die voor haar gras nog geacht wordt te bidden
terwijl zij geen woord kan zeggen, zelfs geen ba of boe

Hij hoeft er niet bijna dood voor te zijn
om over zijn lijf en leden te dromen
alsof hij er is uitgetreden van de pijn
van dat meer nooit het fijne te weten te komen

Of hij nu uitwijkt, inwijkt of ter plekke opfleurt
er is geen gevolg, een mens gebeurt

 

 


 

Na nog geen negen maanden zwangerschap krijgen we maandag eindelijk de boorling te zien. De vier zaaddonoren hebben afgesproken het vaderschap collectief te ontkennen. Dat is nu eenmaal de traditie op Het Binnenhof, zal de onvruchtbare eerstverantwoordelijke aan de persmuskieten in hun eigen poortgebouw gniffelend uitleggen.

Om de vele losse eindjes te verhullen zal het gebroed dit keer als vondeling op een gigantisch speldenkussen het parlement worden binnengedragen. Voor de zoveelste keer in de geschiedenis van de parlementaire democratie krijgt een halve dop de regeringsmacht over land en volk voor een jaar of vier.

Evenals het vorige doe-het-niet-zelf-kabinet zal ook deze bastaard al snel aan alle partijen vragen om over hun schaduw heen te stappen als het erwtje op het kussen de borst moet krijgen. Een novum zal zijn dat met een beetje druk op zijn zielige borstkastje het breiwerk meteen prik-mij-maar-lek krijst.

Dat is niet het motto, volgens de spreekbuis, maar wel de toon waarop ze de kritiek zullen pareren dat het een visieloos geassembleerd wezen is. Een voltooid exemplaar, smoest de fluitketel, zou te zeer politiek-ethische vragen oproepen over het missen van levensdrang. Juist een kwestie waar de zaaddonoren grote moeite mee hadden om samen uit te komen.


 

Kauwgom

Van een zelf gekozen levenseinde
Moet ze helemaal niets hebben
Ze gaat voor het absolute
Tot de bodem van het zijn

Het liefst drinkt ze de kruik leeg
Tussen mensen zonder doodsangst
Die het bestaan als kauwgom in de mond nemen

Verwante zielen verenigd in een clubje
Dat als vanzelf steeds verder uitdunt
Een dorsvloer vol plaksels achterlatend

 

Stille dood

Leven kun je niet voltooien
Denkt ze al een tijdje
Het boeit je of niet

Maar als lijk gevonden worden
Languit in de vestibule
Het idee alleen al maakt haar doodsbang

Van alle angsten lijkt haar deze het meest gerechtvaardigd
Aan de andere kant haalt met zo’n stille dood
Haar onopgemerkt leven wel de krant

 

Vergeten takjes

Ze leest de gevlochten levenslijnen
In de palmen van haar handen
Alsof het spinnewebben zijn en
Wijsheden erin stranden

Pluk-de-dag, Gedenk-te-sterven
Na Adem-in-en-langer-uit
Neemt ze eindelijk het besluit
De poeder zou anders toch bederven

Aan de vergeten takjes van een inbreker tegen de voordeur
Bloeide de bloesem volop in een smetteloos witte kleur

 

 


Voor prinsjesdag heb ik het beeld van de Prins der Duisternis het speldenkussen van mijn moeder om het hoofd gebonden. Met deze tooi hoop ik dat hij de voodoo-economie van onze regering haarfijn uit de doeken kan doen. Ik zal de spelden nog wat dieper erin prikken, zodat hij straks zal schreeuwen hoe een overschot van 13 miljard euro over 60 jaar in een begrotingstekort zal verkeren.

 

 

 


 

Tegen de gouden klaagmuur steekt hij schril af, de bombastische burger. Een opgezwollen figuur, geheel verzonken in het eigen spraakwater.

De catalogus rept van een politicus die ‘al orerend tot aan zijn haarlijn gedompeld werd in een bad vol gesmolten zink’, anno 2017.

In de Hofstad wordt het beeld veelvuldig betast, gestreeld, gekust en gelikt (voor gezonde botten, huid en haar) door inwoners en dagjesmensen.

Alternatieve genezers bevelen een tongzoen aan. Naast de oneindige groei van wat je je maar lichamelijk wenst claimen ze een onverslaanbaar afweersysteem en een uitzonderlijk geheugen voor wie dit het langste volhoudt.

Het gevolg is dat de sculptuur voortdurend wordt besmeurd.

 

 

 

 

 


c-wardam-3

 

In de verkiezingsstrijd bekvechten voornamelijk mannetjes onderling voor een plek op het pluche.

Omdat de meesten reeds politicus zijn, is het als het ware een intrapolitieke selectie voor een vierjarige machtsgemeenschap stammend uit de Victoriaanse tijd.

Wij, het stemvee, mogen hen kiezen, maar moeten daarna hun daden gadeslaan alsof zij collectief een zichzelf bordurende 19e eeuwse vrouwenfiguur in leven houden; onder wier talrijke rokken het zich allemaal afspeelt.

Zo’n bijenkoningin begluren we op diverse beeldschermen, die ons al dan niet ongefilterd informeren over de potentie, vruchtbaarheid en vervulling van alle beloften.

Wij zijn de enige roofdieren die lijdzaam toezien hoe wie-we-onze-stem-gegeven-hebben de ander ervoor afmaakt.

 

 


oud-goud-3-blog

Eindelijk komt de aap uit de mouw. En nog wel uit die van de democratie zelf. Het volk wil terug naar de tijd van de met goud behangen koning, die per decreet hen op hun wenken bedient. Het wenken zelf laten ze ook aan hem over. Wat hen betreft, is geen offer ze teveel om weer eens een gouden eeuw te mogen beleven. Onwetend van hun lot destijds.


nieuwjaarswens-2017

Afbeelding  —  Geplaatst: 1 januari 2017 in Commentaren, Nieuwjaarswensen
Tags:, , , , , ,


lichtnet

Om naar het leven na de winter over te gaan zijn zoveel verhalen bedacht, we zouden ons hoofd verliezen als we ons er echt in verdiepen. Nooit meer in staat zijn de goede keuzes te maken, terwijl dat juist nodig is om je hart te vinden voordat de winter je doodt. Maar gelukkig al vroeg beseften we dat die tijd niet naakt mocht blijven.

In aangrijpende beelden gehuld wisten we de koude duisternis te overleven, waarin we met de hele natuur voor korte duur ondergedompeld waren. Vrijwel elke beschaving heeft de noodzaak gevoeld een passende mythe en rituelen te bedenken die de zon, het vuur en het liefst het licht zelf in volle kracht op aarde doen terugkeren.

Daartoe zijn verschillende hemellichamen vereerd, is de zon een verloren zoon geworden, Saturnus als vuurgod tot zinnebeeld van de winterse dood gemaakt evenals Molech, Kronos, Nimrod en Vulcanus. Allen alleen vermurwbaar door kinderoffers, die zij als zonen verslinden zodra ze geboren zijn, want “door het goddelijke vuur zouden alle onreinheden voortgebracht door vorige generaties worden gereinigd.”

Het zuiverend vuur gaf het goddelijk licht door dat nu nog wereldwijd geweven wordt in de schaduw van de jaarlijkse dood van de winter. Het heeft voor eeuwig het goud gesmolten van de draden tussen de door menselijke offers bebloede ijsbloemen voor het net dat de lichtekooien verbindt, in wier schoten het meel als maagdelijk witte sneeuw het licht reflecterend dat voor de nieuwe dag geboren wordt.


c-rops-3

Voor de schending van de eerbaarheid mist de tekening een belangrijke waarde: de aanwezigheid van een kwetsbaar subject. De tekening van een zedendelict is juridisch dan ook onbestaanbaar, hoe hard de kunstenaar mag gillen dat hij die titel toch niet voor niets eraan gegeven heeft. Ook in hoger beroep zal hij zich moeten verzoenen met het feit dat hij zijn fictie niet die draai heeft kunnen geven. Boos slaat hij de deur dicht van de neprechtbank, die hem belemmert zijn taak in deze te vervullen. Ze hebben me de vrijheid van expressie ontnomen, jammert hij tegen de pers, mijn fictie uitgehold tot een lege dop.


k-vier-gestalten-5

Het vurige wezen, wonend in de borstkas, plant zich in familietakken voort, kan boos- en goedaardig zijn en wordt als innerlijke hartstocht gevreesd, verwelkomd, geprezen of verworpen.

Het wordt gevoed door de omgeving, die het als het slechtste of het beste in de mens naar boven kan halen.

Ooit is het als fabeldier geboren. Toen de in één schepper gelovende mensheid in de ban was van de slang in het Hof van Eden. Daar dankt hij zijn vurigheid aan, al zijn overige stemmingen en vooral de negatieve klank van een ruziezoeker, een kort lontje, een driftkop, een vechtersbaas met een onberekenbaar karakter en (als het vuur gevaarlijk is) een terrorist.

Tegenwoordig wordt het vuur eerder met hartstocht verbonden dan met inborst en is wat zich in de borst bevindt niet meer afkomstig van een mythische slang. De moderne mens geeft de voorkeur aan neutrale betekenissen zoals gemoedstoestand, karakter en aard.

Men zwaait nu met normen en waarden om de inborst te temmen en keert deze zich tegen de maatschappij dan is ieder geweld opeens geoorloofd om het wezen de wereld uit te helpen.

We missen dompteurs en een circus waarin de inborst zich kan onderwerpen aan de oefeningen om een amusante speler in het geheel te zijn.


c-in-uitvoering-4

 

Nu de westerse democratie zonder zwaartekracht geen mens meer kan boeien doemt aan de horizon van onze cultuur (lees de techniek) een nieuw fenomeen op. De onbereikbare burger heeft facebook de rug toegekeerd en zich gestort op mobiele levensbomen om niet niet te zijn, maar een heus kunstwerk wel.

Zonder verkeersregels zitten we straks in de files van zelfrijdende ego-documenten volgehangen met portretten, kerstklaar, nieuwjaarnachtbestendig en waar de gestaltpsychologie school mee heeft gemaakt. Trots terugkijkend  op een rijk leven, dat niemand je af kan pakken, flirt men in replica van de weekendfilm van Godard met elkaar zoals de verguisde Boudewijn Büch ooit op de blauwe buis  zichzelf vermaakte.

Het leven als een eigen eiland in de zee van de schone kunsten met de boom als symbool van een oneindige individualisatie van de eigen bijzonderheid moet de vervreemding opheffen de melk te zijn waar men zelf niets in te brokkelen heeft.  Deze complexe affaire heeft Studio Artaaa haarfijn in beeld gebracht in een serie prenten over transhumanisme dat zich niet eenduidig laat waarnemen.

In ieder hoofd is wel een ander weerloos dan wel weerbaar gezicht te ontdekken, waardoor Levinas kritiek geheel verstomt. De verwachting is dat we uiteindelijk niet aan egologie ten gronde zullen gaan, maar eenmaal die dood overwonnen ons massaal in de afgrond van de onreinheid van de goot zullen storten, waar wij denken het snel stromende glasheldere water van te vormen.

Het raadselachtig etaleren van een fictieve levensloop in een boom vol ambigue appelgezichten moet de politici in verlegenheid brengen die menen de waarheid te kunnen spreken zonder zo’n vluchtheuvel. Het zal ook de critici de mond snoeren die van oplichting betichtte schrijvers aanwrijven dat zij de literatuur bevuild hebben zonder oog te hebben voor het feit dat zij van hun leven een kunstwerk hebben gemaakt.

Dat kunst ervoor kan zorgen dat we voor  noch aan geen enkele waarheid hoeven te sterven, zal ze een worst zijn.  Echter als eenmaal alle burgers hun leven als kunstwerk aan de duivel verkopen, zal de democratie weer adem kunnen halen door de schone kunstlongen van haar electoraat.


panthe-bloost

Gevangen in het net van plaats en tijd
spint zij haar draden met oneindig geduld
een leefwijze om niet te moeten wachten
op een liefhebber voor haar schat

Als schaduw van de twijfel
wekt haar naaktheid onverhuld afschuw
ligt zij in het midden van alle gedrukte leugens te zonnen
heb je een paard nodig om te kunnen vluchten als je haar spreekt

Zij die de duivel doet blozen
de veiligste leugen is, de kreet van ieder
ouder dan de rotstekening
is het spel van een enkeling

Zij verdwijnt als ze te dicht benaderd wordt
groeit omdat men haar groot maakt
wordt tevergeefs in graven meegenomen
in de broze armen van dichters getroost

Onveranderlijk is zij dood en mag je hopen
dat zij in de kist van een schilder begraven is