Het evangelie van Sirius 5

Geplaatst: 12 december 2009 in Het evangelie van Sirius
Tags:, , , , , , ,

refather

Rethinking my father
 
De jaren vijftig bracht Sirius vrijwel geheel door in Gameren, waar de oude tijd rondjes maakte om de kerk en de nieuwe het dorp aandeed over de dijk. Zo had hij al vroeg door dat er een stromende tijd bestond en een schokgolvende tijd. De stromende tijd streek alle plooien glad, die de schokgolven van een nieuwe mode of een nieuw medium teweeg hadden gebracht. De dialectiek daarvan werd door zijn vader bepaald. Dat haalde hij zo uit zijn preken, die steevast waarschuwden voor de verleidingen van de wereld en waarin hij de jongeren smeekte om God te eren en niet hun brommer of een andere moderne afgod. Daarbij nooit hun ouders vergetend om dit ook te mogen voorleven. Sirius vond altijd dat zijn vader het zo warm wist te brengen, al ontging hem wat je daarvoor van jezelf moest inleveren. Tot zijn vriend aan de beurt was en in het openbaar moest bekennen dat hij zondig was en eigenlijk niet meer Gods genade waard was.

Hij zou het nooit vergeten. De James Dean van het dorp, die bij hem gevoelens kon losmaken die hij nooit bij iemand had gehad, moest buigen voor de hele gemeenschap. Lange tijd kon hij zijn vader niet luchten of zien. Hoe kon hij zo’n schoonheid, zo’n vurige vlam, voor de hele goegemeente in zijn hemd zetten? Het waarom kon hem niet schelen, de manier was zo kwetsend dat hij er niet eens naar wilde luisteren. Pas toen hij in Delft ook van de kansel door zijn vader tot de orde werd geroepen, drong tot hem door wat zijn lokale idool had moeten doen. Schijt hebben aan die lul, die denkt dat hij voor God kan spelen. Had James dat nou ook maar gedaan, dan was hij niet met die lelijke meid getrouwd en zaten ze samen op zijn brommer in een ver land te genieten van de koele wind in plaats van de bijtende kou van de Heilige Geest die zijn vader wist op te roepen.

Maar het kwam in dat van de gewone wereld geisoleerde dorp eigenlijk nooit tot een botsing en toch droeg de pastorie veel sporen van het geweld dat van binnenuit kwam en van buitenaf was losgemaakt. Hij had geen idee hoe het eraan toeging in andere gezinnen, maar bij hem thuis kon ieder moment een bom ontploffen. Het kruit daarvan zat in de onderlinge krenkingen, zover had hij het nog wel door. Maar veel verder kwam hij niet, omdat hij nauwelijks deelnam aan het leven van de anderen. Als de Benjamin van een gezin dat in een glazen huis de gemeenschap diende voor te gaan in mores en moraal deed hij zijn best lief en gehoorzaam te zijn, geen last te zijn voor anderen en zich te verzoenen met de eenzaamheid van een christenjongetje dat zo graag zich ook in de wereld wilde onderdompelen.

de steen

De grote culturele tegenstellingen begonnen hem op z’n 8e jaar pas parten te spelen. Hij kon ze nog aardig vermijden doordat de media nauwelijks de huiskamer binnendrongen en het dorp geen instituut kende dat hem in contact bracht met de verleidingen van de moderne tijd. Tot het dorpshuis door de gemeente Kerkdriel werd neergezet, tegenover de pastorie, en hij voor het eerst van zijn leven een film zag. De cultuurshock was enorm. Vier jaar had hij gelooft dat er niets anders bestond dan de wereld die hij direct waarnam en waarvan hij lichamelijk en geestelijk deel uitmaakte. Een wereld waar hij soms wel moeite mee had, maar die hem toch veel liefde schonk. Dat kwam vooral door zijn moeder. Zij was het die zijn overgevoeligheid herkende en hem tegen aanvallen van zijn glazen huid beschermde.

Dat begon al bij zijn korte bezoek aan de kleuterschool, waar hij op de eerste dag zo schrok van het ooglapje dat zijn buurjongetje tegen zijn zin moest dragen en waarmee de juf hem dreigde als hij ook te lui was om te lezen, dat hij meteen naar huis holde. Hij weigerde nog een voet over die drempel te zetten. Een koppigheid die hem in Papendrecht ook zo kon dwars kon maken, zelfs als het slechts om een krachtige wind over de dijk ging. Had hij eenmaal het idee dat men zich tegen hem keerde dan was het gedaan met zijn medewerking. Hem kregen ze echt niet waar ze hem hebben wilden. Hij bleef waar hij was, bij zijn moeder thuis.

Dat vond zij ook wel prettig, zo’n jochie die steeds haar schoot zocht als er in de buitenwereld iets mis ging of kon gaan. Zij leerde hem vanaf die tijd alle vakken die hij op de lagere school daarna zo makkelijk wist te volgen dat de onderwijzer dacht met een genietje te maken te hebben. Zij deed dat met een engelengeduld, waar hij weer zijn vlijerijen tegenover stelde. Ze gaf hem les in de studeerkamer, een kleine bibliotheekzaal met zo’n 4000 boeken, waar vader achter zijn brede bureau zijn moeder soms verbeterde en Sirius het dan voor haar opnam. Mamma wist dat ook wel hoor, maar ze kon er even niet opkomen.

Als vader er niet was, kon hij het niet laten haar plagerig uit te dagen om ook eens een preek te schrijven, dan zou hij die in de kerk afsteken. Geheel ingevoerd in de bijbelse rolverdeling tussen de sexen, kwam het toen niet bij hem op dat moeder dan evengoed op de kansel haar visie op de huidige tijd kon ventileren. En dat was een totaal andere dan zijn vader officieel uitdroeg. Die kon de mensen zo graag de stuipen op het lijf jagen door van de kansel zijn gehoor te pesten met vreemd leedvermaak: ik wens u allen een slapeloze nacht toe; neem dan de Bijbel en zoek hem. Dat moest hij nodig zeggen, was hij die vadernacht dan zo snel vergeten? De dood liet toen ook niet na hem te kwellen al sloeg hij met de Statenbijbel zijn geest aan gort.

modist

Nee, zijn moeder zou veel meer preken over de kwellingen van haar tijd, veel meer doorleefd dan zijn vader. Zoals hij vele jaren later haar graag mocht horen verhalen over de tijd dat zij als vrouw van 28 jaar een prachtige bontmantel kocht, omdat ze het modiste-diploma had gehaald. Ze had het in Den Haag gekocht en was ermee op de boulevard van Scheveningen gaan flaneren. Wetend dat haar vader dit nooit zou pruimen. Ze heeft zo lang mogelijk haar thuiskomst uitgesteld tot alle etalageruiten haar spiegelbeeld hadden vastgelegd. Eenmaal onderaan de trap van de woning boven zijn ijzerhandel aanbeland, riep haar vader: Marie wat is dat, je brengt die troep onmiddelijk terug en morgen ga je in mijn winkel werken.

Aan het calvinisme van mijn vader zat kraak noch smaak. Het was eerder een religieus masochisme dat alles wat riekte naar aardse begeerten in zichzelf doodde om daarna te kermen dat als God hen zelfs niet mocht uitverkiezen zij zich toch aan hem zouden overgeven. Je kon het dus nooit goed doen bij Hem, maar ook hij niet. Dat liet hij niet na te benadrukken. Hij ging er zelfs in voor. Zo zondig was de mens in zijn wereldbeeld, dat de dominee geen streepje voor had en zelfs de anderen voor zou moeten laten gaan. Alleen de brommer, die kon hij uiteindelijk toch niet afzweren. In Gameren werd hij nog vorstelijk vervoerd door de gemeenten waar hij zondags extra preekte in de nieuwste auto’s. Maar in Delft zou hij op een buikschuiver zelf naar zijn werk moeten gaan. Alleen daarom al had Sirius ter nagedachtenis aan hem en zijn eerste geheime liefde de cabriobrommerd ontworpen, waarbij een huif uit het zadel getrokken kon worden als het regende.

broomerd
 
 
dit jaar zou hij 108 zijn geworden
en voor het eerst in mijn leven
teken ik hem zoals hij was
en mijn hand kan bereiken
 
rethinking the past
is een kunstvorm bij gebrek
aan piramides om de doden voor
altijd een plaats te geven in het leven
 
waar je niet een lichaam verbergt
niet een herinnering versteent
maar zijn aanwezigheid
uit je botten beent.
 

reacties
  1. laila schreef:

    Een fraai thema Marius:
    De vader die je uit de botten beent. Ha.

  2. Marius van Artaaa schreef:

    Ik laat hier maar weg dat ik hem op mijn 16e klappen heb gegeven, dat ik zijn hoofd in mijn handen heb gehad en tegen de muur kon verpletteren, dat hij me desondanks opzocht in een kraakpand tussen junks en hoeren en dat hij stierf met en gedicht van mij in zijn handen, waardoor mijn zus meende dat dat hem vermoord had.
    Nu ik bezig ben hem te rethinken, mis ik hem steeds meer, mis ik onze woordenstrijd steeds dieper, mis ik dat enorme lichaam en die enorme geest, die altijd een gaatje zocht om zijn zoon te bereiken.
    Hij was fundamentalistischer dan menig Imam nu verweten wordt, maar bij niemand trof ik zoveel oprechte liefde als bij hem.

  3. paco painter schreef:

    En daar gaat het uiteindelijk om; om de liefde

  4. Marius van Artaaa schreef:

    @ paco
    Precies en het aardige van de verbeelding is dat we die kunnen fantaseren zo bont als we de liefde maar willen beleven.
    Voor die ouwe meteen een probleem, want hij was ervan overtuigd dat je ook in gedachten ‘God’ moest eren en was niet zoals David lichamelijk erin.
    Mijn truuk was altijd iets van hem stelen, dat bekennen en hop hij trok je zo op zijn schoot.
    Op den duur hoef je niks te stelen en lieg je dat je gestolen hebt, wat je weer kunt rechtvaardigen met de formule om ‘elkaars’ bestwil de boel (waaronder zijn god) te bedriegen.
    Het kost wat moeite om een zwaar gelovige te kussen, maar uiteindelijk beland je doorgaans wel op zijn wang.

  5. Maria Trepp schreef:

    fantastische plaatjes.
    "Rethinking my father"- o liefe hemel, een Kafkaesk thema, vooral als de vader dominee was!!!!

  6. Marius van Artaaa schreef:

    @ dank je Maria
    George is ondertussen op mijn blog over Zwarte zielen, blanke maskers aan het doorslaan…
    soms willen we elkaar domweg niet verstaan, denk ik dan maar…

  7. Marius van Artaaa schreef:

    Het evangelie van Sirius sluit ik bij deze af.
    De vijf afleveringen gaan het album in onder de titel5 verkorte verhalen over het verloren kinderrijk
    dat bij De Drvkkery in Middelburg zal verschijnen
    als ik eruit kom met de inkoper aldaar.
    In een nieuwe serie met de titel
    "Allemaal keurige vouwen" wil ik stof
    aandragen voor de themadag op 3-1-2010
    Ik kies daarin voor een reconstructie
    van mijn puberteit in Delft
    die eindigde in een vadermoord
    die voor mij de deur opende naar De Vrijheid
    en voor hem, hoop ik, de schuilplaats
    bij zijn zo door hem geprezen God.
    In die reconstructie hoop ik te kunnen
    laten zien hoeveel ellende we ons hadden
    kunnen besparen als we destijds De Wederopbouw
    niet materialistisch maar idealistisch hadden
    aangepakt om de democratie van zijn hokjesgeest
    te bevrijden en daarmee de samenleving.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.