Allemaal keurige vouwen 3

Geplaatst: 17 december 2009 in Het evangelie van Sirius
Tags:, , , , , ,

gouden kagter

Het offer van de gouden kat
 
Het generatieconflict loopt uit op een klein sociaal conflict en een onderhuidse godsdienstoorlog. Dat begon aan tafel. Vader verliest door zijn volharding in oude zeden en gewoonten, zijn vlagen van bruutheid en toenemende afwezigheid in het gezin, veel gezag. Moeder is niet in staat dat te compenseren. De oudsten gaan op in hun verkeringen en met Lukas krijgt Sirius een steeds hechtere band. Ze zweren veel samen en bekwamen zich in grappen en grollen ten koste van de farizeërs en schriftgeleerden in de familie en de goegemeenschap.

De grootste lol schoppen ze op de verjaardagen van hun ouders, die steevast beginnen met ‘de kerk’ in de ochtend, daarna ‘het kerkvolk’ in de middag en ‘de familie”s avonds. Als de dominees, de ouderlingen en die uit vroegere gemeenten druppelsgewijs bij de meest bevindelijke dominee in Delft en verre omstreken op visite komen, worden ze door het stel verwelkomd met kwinkslagen en een voortdurende tegenspraak op alles wat ze met ze willen uitwisselen. Ze halen alleen maar onvoldoendes op school, ze hebben hun buik vol van de kerkgang (wat ze met onverhulde kritiek op het Vadergeloof opklopten) om daarna te fulmineren dat ze sport en recreatie verafschuwen omdat je daar God toch niet mee eerde en dan over te schakelen op de Bildungskanten van film, theater en schouwburg voor een Christen die in het Kruis gelooft.

Tot ze vrijpostig worden en hun gesprekspartner vragen om nu eens te zwijgen over zijn zondeval. Vader hoort Lukas zijn slachtoffer toespreken dat dit jaar niet meer in-Adam-gevallen mag worden, de standaarduitdrukking voor het diepe besef dat je als mens zonde na zonde opstapelt. Hij geeft hem en publique een klap in zijn gezicht, waar hij door van de bank valt. Laat maar liggen, zegt de despoot, als hij zo stoer is om godslaster te plegen, dan kan hij ook zelf opstaan. Met moordlust in zijn ogen stuift Lukas de kamer uit en besluit nooit meer op Zijn verjaardag thuis te zijn. Sirius ziet zijn kans schoon om met de geschrokken visite te smoezen dat zijn vader de laatste tijd wel vaker door de duivel lijkt te zijn bezeten. Wat hen de hand voor de mond doet slaan en stante pede naar het toilet doet verlangen. De voor-de-gek-houderijen zorgen ervoor dat ze niet langer welkom zijn in de ochtenduren en in de salon als er collegaas en kerkelijke functionarissen op bezoek zijn.

De oorlog wordt op verschillende fronten gevoerd en met alle middelen die je als puber ter beschikking staan. Het is immers de leeftijd waarop je in je leven de grootste risico’s wilt lopen om uit al die zompige garelen te komen, die je omgeving voor je heeft geploegd. Sirius draait zijn straffen steeds handiger om in onbegrepen cabaret. Om hem van zijn zonden af te houden moet hij recensies schrijven voor diverse kerk- en clubbladen van de bonders over jeugdliteratuur en over boeken als Jongensvragen van Johan van Keulen, zodat zijn vader dat zelf niet hoeft te doen en hij steeds meer boeken gratis krijgt. Bij het schrijven aan de grote tafel in de studeerkamer stelt hij hem zo onnozel mogelijk vragen over de geloofskeuzen, waardoor hij de zijne de andere kant op kan sturen.

Het eerst conflict maakt hij over de kerk als instituut. Zijn vader is aanvankelijk in zijn nopjes dat zijn zoon in het onderwerp van zijn proefschrift belang stelt. Maar als Sirius Zwingli aanhangt, breekt zijn klomp. Als reactie op de stelling van zijn zoon dat Calvijn nooit de hagepreekcultuur had mogen inwisselen voor een log lichaam als De Kerk, die zoals iedere organisatie alleen macht wil vergaren, briest hij dat hij niks snapt van het Verbond Gods. Achteraf blijkt het Sirius dat in die woede zijn gelijk school. Zijn vader was door diezelfde kerk in de jaren dertig van de vorige eeuw geschorst, op grond van een valse beschuldiging van zijn dienstbode. Hij was net predikant en nog vrijgezel. De vader van de dienstbode zou in de synodecommissie hebben gezeten, die de beschuldiging gegrond achtte. Alleen weet niemand meer de ware toedracht, omdat de briefwisselingen erover door zijn moeder in samenzwering met zijn broer Johannes verbrand zijn. Hij mocht enkele jaren niet voorgaan in gemeenten. Toen zwoer de gekrenkte man dat hij geen theoloog zou worden, zijn proefschrift in een boekenkist zou stoppen en zich als een ware evangelist geheel zou wijden aan de rol van herder en leraar van en voor het volk.

Zijn vader had dus eigenlijk met zijn zoon moeten meegaan in zijn kritiek op de kerkstaat en dat kwam hem duur te staan. Sirius besluit dat de God van zijn vader door en door bedorven is als hij zijn tempelhofhouding straffeloos hem laat vernederen. Al farizeet hij nog zo dat God mensen altijd op de proef stelt, Sirius spuwt van nature op almacht en op de overgave aan onbegrijpelijke wendingen in het gedrag van zo’n almacht. Hij bekent in latere geloofsconfrontaties dat hij Baäl verkiest boven de God, die duivels kan zijn. Zijn provocaties culmineren in een gevecht als hij de kat van de buren goud verft en op een snikhete zomerdag aan de Zon wil offeren op het platje voor de logeerkamer.

Johannes ziet dat gebeuren, rent naar Vader en samen proberen ze met zware boeken in de hand Sirius verstand bij te brengen. Hij gilt zo erg dat de hele buurt omhoog kijkt en een Maya-achtige voorstelling moet hebben gezien van priesters die elkaar de hersens in willen slaan, terwijl het offer er vandoor gaat en boven in de nok een gaatje in het dak vindt om te schuilen. De stenen tafelen winnen. Sirius wordt met een zware hoofdpijn afgevoerd en een maand lang gemeden door alle gezinsleden, Lukas incluis (die genoeg mot had met zijn vader over zijn studievoortgang).

Het religieuze conflict is nog niet bekoeld of Sirius gaat nu echt de confrontatie aan. Als zijn vader op een zondag hem roept voor de kerk is het gedaan met het laatste beetje respect voor de man als hoofd van het gezin. Sirius besluit nooit meer een voet in een kerk te zetten. Sirius, je hebt nog 5 minuten, roept hij alsof er bedenktijd gegeven wordt. Ik ga niet naar jouw kerk, ik slaap uit, deelt hij zijn vader mee. Deze pikt zijn tegenspraak niet langer, stormt de trap op, schopt de deur van de logeerkamer lopen, bukt over de ongehoorzaamheid van zijn vlees en bloed heen, wil hem met zijn kolenschoppen-van-handen in één zwaai optillen, waarop Sirius hem door zijn vaart over zich heen kan trekken en bovenop hem belandt. Eenmaal zijn knieën in de bovenarmen van zijn despoot geplant, pakt hij het hoofd van de verliezer beet en ervaart dat zijn lot geheel en al in zijn handen ligt.

In de deuropening verdringen de gezinsleden elkaar om niets van dit koningsdrama te missen. Sirius hoort hun smeekbedes niet om hem los te laten en lijkt in gebed te zijn met zijn Baäl. Daarvoor heeft hij een raar taaltje ontwikkelt met namen als Psob voor de verloren zoon van zijn god en bezweringen als “Dat Alle Tafelen Het Goede uit Het Kwade mogen slaan, maar Psob en zijn G’sjob zullen nooit vergaan”. Ondertussen doemt zijn vaders gelaat uit Papendrecht op onder zijn ogen en dat weerloze gezicht doet hem zwichten voor de wens van de hele familie. Hij staat op en laat de Leeuw van Gameren zijn wonden likkend de slaapkamer verlaten, ondersteund door de rest van het gezin dat Sirius vanaf die dag als een baksteen laten vallen.

Lukas komt hem die avond het warme eten brengen, dat ze ’s middags hebben genuttigd en geeft hem ondubbelzinnig te verstaan dat hij Sirius graag tot steun wil zijn, maar dit gaat ook hem te ver, hij moet aan zijn overlevingskansen denken, dus kan Sier niet meer op hem rekenen. Dat heeft hij gemerkt. Vanaf de dag dat in de pastorie het gezin zich sluit voor hun Benjamin is een verworpen zoon in hem opgestaan die weg zal lopen, een liederlijk leven zal leiden, door geen enkele straf meer op het rechte pad te krijgen is en zich zal toeleggen op conflicten met alle denkbare autoriteiten om de familienaam zo te bevuilen dat er geen verzoening meer mogelijk is. Als hij dat stadium bereikt, keert hij terug naar de pastorie. Hij komt niet om vergeving vragen. Hij wil verzoening en genoegdoening. Wat hij op zijn manier ook weet te regelen als zijn voogd informeert naar zijn verkering.

Sirius woont dan al lang en breed op kamers in Leiden. De familie heeft alles al geprobeerd om hem te redden uit de armen van de duivel. Jeugdpredikanten komen zwaar ziek terug van mislukte etentjes bij de chinees om hem te bekeren, waar Sirius de hele zaak betrekt in zijn scheldkannonades op Het Verbond met De God Van De Echt Verkeerde Kant en de huichelachtige beloftes van een schoner leven onder hun daken. Ouderlingen krijgen de deur tegen hun harses als ze aan durven te kloppen met de iele boodschap dat het geloof een mosterdzaadje is en dat het op zijn rotsige bodem toch ooit een plantje zal worden. Kandidaatbruiden met schoonouders die steeds rijker worden, serveert hij af met voor hen smerige avances, die hij steeds gepaard laat gaan met klachten over rare geslachtsziekten die de mens kan oplopen als hij niet van bil gaat voor het huwelijk.

Zijn voogd, die zich pas bekend maakt als zijn voogd wanneer zijn zwager zijn opdracht om te doen alsof hij zijn voogd is teruggeeft, is op zich een en al vrolijke-hanserigheid met hikkende lach en galmende pret, getrouwd met een rijke jonkvrouw en huisvriend van de directeur van De Telegraaf. Hij zegt even langs te wippen om zijn schoonzus een hart onder de riem te steken en vraagt tussen zijn forse neus en dikke lippen door hoe het toch met zijn pupil gaat. Die ziet alles nog haarscherp, zegt Sirius gevat.

Ja, maar hoe is het met je, eh, heb je, verkering met een meisje, hoorde ik van je moeder? Hoezo?, vraagt Sirius, wat kan u dat schelen? Zo praat je niet tegen je voogd, verraadt moeder hem. U mijn voogd? En mijn zwager dan? Is hij hulpvoogd of zo? Maar om u van dienst te zijn, nee ik laat me niet in met christelijke meisjes, die op me worden afgestuurd als werkbijen en mijn honing versmaden. Er lopen nog genoeg geile jongens in Leiden rond, dus vooralsnog kom ik aan mijn trekken.

De man trekt wit weg, probeert er nog een kwinkslag van te maken, maar ziet daar vanaf als Sirius hem informeert over zijn god, die zijn offer van De Gouden Kat uiteindelijk heeft aanvaard en hem alle vrijheid heeft teruggegeven die zijn familie samen met hun kerk van hem hadden geroofd. Oom, zegt hij zacht, de liefde voor het eigen geslacht is in een wereld waar u en de uwen gezorgd hebben voor ongeoefende maagden, vele malen smakelijker en zoeter dan die van de gefrustreerde poesjes waar u de mosterd verstopt heeft en achter de gesloten deuren van het eigen huis pas durft te halen.

De man heeft opeens haast. Hij moet nog preken in Rijswijk. Zonder een echte groet trekt hij zijn moeder de huiskamer uit. Sirius hoort hem bijna huilen. Marie, je hebt de duvel in huis. Ik zal God bidden en smeken dat hij hier een einde aan maakt. Je moet hem naar één van onze psychiaters sturen. Ik weet een rechtschapene in Utrecht. Als jij ervoor zorgt dat hij denkt uit logeren te gaan, dan zal ik die man vragen hem een tijdje in huis te nemen en van mijn part onder hypnose weer bij zijn christelijke kern te brengen. Dit mogen we niet laten gebeuren. Mijn God, de zoon van mijn broer, die ons zo naar het Lam Gods verwees, heeft een pact met de duivel gesloten. Zijn moeder jammert mee in plaats dat ze de boel op de hak neemt en hem toevertrouwd dat het allemaal slechts rimpelingen zijn in een geestelijk leven van ieder mens, die uiteindelijk glad worden gestreken in keurige vouwen, nog vóór Het Laatste Oordeel. Als we daar niet op mogen vertrouwen, dan heeft hij voor mij gelijk, dan is ons verbond (onze religie) een wassen neus gebleken. Ja, was ze toen maar zo sterk geweest.

reacties
  1. paco painter schreef:

    De oorlog wordt op verschillende fronten gevoerd en met alle middelen die je als puber ter beschikking staan. Het is immers de leeftijd waarop je in je leven de grootste risico’s wilt lopen om uit al die zompige garelen te komen, die je omgeving voor je heeft geploegd"
    Daar kan ik mij geheel in vinden

  2. Marius van Artaaa schreef:

    veteraan, paco?
    ooit zullen we de bijbehorende versierselen opgespeld krijgen
    ik denk een dag voordat de gelovigen de uitslag horen van hun tevergeefse vrome leven -:)

  3. paco painter schreef:

    Absoluut

  4. flipwillemsen schreef:

    Prachtig, marius. Moest de psychiater er echt aan te pas komen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.