God is ook maar een mens 2

Geplaatst: 24 december 2009 in God is ook maar een mens
Tags:, , , , , , ,

hoer en zoon

Het pleit beslechten
 
Hij is woedend over het gemak waarmee hij uitgesloten wordt van de vrijheid anders te denken dan de ander. In de lege coupé schreeuwt hij het uit. Heer van alle heren, zoon van de Hemel, minnaar van de Godin, gij die alle levenspaden hebt aangelegd, waarom laat u de mensen elkaar zo misverstaan, terwijl u ze opgezadeld heeft met dezelfde gevoelens en de logos deze te scherpen tot eenzelfde doel elkaar lief te hebben? Moet altijd de één voor de ander buigen? Waarom gaat het niet om die liefde zelf, maar altijd om het recht op die liefde? Waarom laat u ons totaal in de war achter met een rechtsstrijd die niemand kan winnen? Waarom laat u het pleit beslechten met een gelijk over het ware geloof, dat niemand kan opeisen?

Zijn kwaadheid gaat over in zacht snikken. Zelfs nu ik alle gevoel voor de ander in me omkeer en me het liefst van deze wereld zou willen storten, is dat omdat ik zo naar hun schoten verlang. Zo graag in hun armen verkeer, me geheel aan Sarah zou willen overgeven. Haar willen laten voelen dat mijn liefde geen andere is dan die zij voor de enige ware houdt. Want dat houdt Sirius nog het meest bezig, dat hij zich geborgen wil voelen, dat hij met zijn geloof bij iedereen terecht kan en dat hij daarin dezelfde waarden inzet. Opnieuw steekt de woede op over de goden die er een potje van hebben gemaakt en de mensen met hun diepste behoeften één met elkaar te zijn op te hebben gescheept met een ongelijke strijd om deel van die éénheid te zijn. Jaloersheid, hel en verdoemenis zijn hen deel die geborgenheid zoeken vanuit de logos van de liefde zelf. De levenskracht van de mens als deel van de natuur om het onvoorwaardelijk de ander te geven en te ontvangen, wat vuriger kan zijn dan een paard en smeulender dan lavastenen.

Plots dringt tot hem door dat Sarah, evenals zijn familie en zijn vrienden, zich slechts verpakken in een geloof dat het pleit nog moet beslechten tussen de jaloerse god Jahweh en zijn bestemming als de God die louter Liefde is, die in de evangeliëen in het Nieuwe Testament wordt geopenbaard. In Jahweh, de god van het Oude Testament, zien we zowel de oude Mesopotamische hemelgod El als zijn zoon Baäl voor eeuwig samenvloeien. Met Baäl, die tevens minnaar is van de Godin waaruit hij is voortgebracht, heeft Jaweh een eeuwige strijd in zich te voeren met zichzelf. De profeten in het OT putten zich uit om Baäl als valse god en vijand af te schilderen. Waarmee zij tegelijkertijd El’s wraak op zijn incestueuze zoon voltrekken en Salomo dwarszitten, die tegen hun zin in de eerste tempel voor Jahweh bouwde en toestond dat daar ook andere goden werden vereerd. Bij de inwijding wordt Baäl zelfs zonder hem bij naam te noemen aangeroepen als regengod en god van de vruchtbaarheid.

Voor Sirius wordt zijn trouw aan Baäl nu pas helder. Hij weet uit de verboden boeken van zijn vader, dat in Baäl de man wordt verafgood. Hij is je enige meester, je echte eigenaar en je ware echtgenoot als je hem aanbidt. Die aanbidding van Baäl sprak hem vooral aan omdat het gepaard moet gaan met “wellustige praktijken van vruchtbaarheidscultussen”. Vanaf zijn 13e jaar offerde hij al zijn zaad op alle zon- en christelijke feestdagen ter ere van zijn Baäl, Psob. Op zijn 15e brengt hij dat offer samen met zijn schoolvriendje Tom, waar en wanneer ze daar zin in hadden. Dat men voor Baäl ook kinderen offerde, had hij met Tom opgevat als een gerucht op basis van een verkeerde waarneming. Jaweh, die El en Baäl in zich verenigde, had Abraham er wel om gevraagd, maar uiteindelijk zijn offer geweigerd. Dus kinderen offeren gold niet als geloofsvoorwaarde of geloofsdaad. Wel het eten van de offers die gebracht werden aan de doden en zichzelf snijden met een zwaard of mes of speer.

Zijn gedachten dwalen af naar de schooltijd, toen hij ontmaagd werd door de zoon van de plaatselijke uitgever van christelijke lectuur op het dak van de fabriek langs de Schie. De dag ervoor was hij voor het eerst van huis weggelopen. Hij kon in de schuur van Tom’s ouderlijk huis de nacht doorbrengen, maar moest de volgende dag vroeg weg zijn als Toms vader de fiets pakte om naar zijn werk te gaan.

Tom had hem moeten wekken, want anders zou hij gesnapt zijn. Hij had hem naar de oude fabriek gestuurd en beloofd hem wat boterhammen en melk te brengen. Sirius had er een washokje gevonden, waar hij zijn behoeften kon doen. Net klaar met afvegen, viel de deur in het slot en hoorde hij Tom grinniken dat hij het offer voor Psob kwam halen. Hij onderstreepte zijn opdracht met een mes dat hij langs het houten ribbels van de planken haalde en zo een ratelend dof geluid producerend. Sirius voelde zich geheel opgenomen in Tom’s fantasie en hijgde bijna dat hij alles aan hem zou geven wat hij begeerde.

Een luikje viel open en Tom stak zijn hoofd dwars door de wand. Zijn zonovergoten donkerblonde golvende haren maakten zijn gezicht knapper dan ooit en gaven hem het uiterlijk van de Viking, die in Sirius dromen hem vaak wenkte maar steeds verdween als hij zijn richting in rende. Luister, krulde Tom zijn lippen, doe precies wat ik zeg en je leven zal de wending krijgen waar je zo naar verlangt. Ja meester, ginnegapte Sirius, niet beseffend dat Tom dat letterlijk nam en zijn hoofd terugtrok om plaats te maken voor zijn uitgestoken hand met daarin zijn geslacht. Kniel, beveelde hij Sirius, die eerst aarzelde, maar zeker wist dat het nu anders was dan met die Slungel uit het zijlaantje. Tom had een behoorlijke stijve en duidelijk geen zin in een lang verhaal. Als je hem in je mond neemt, dan beloof ik dat je alles van me zult proeven dat ik voor je gespaard heb.

Het idee alleen al dat Tom zijn zaad voor hem had gespaard, maakte Sirius geheel ontvankelijk voor zijn boezemvriend. Daardoor had hij pas na een tijdje in de gaten dat het eerste vocht urine was. Gadverdamme had hij willen schreeuwen, maar Tom had zijn hoofd meteen tegen zich aan getrokken en spoot de laatste druppels diep in zijn keel om vrijwel direct daarna zijn zaad over zijn gezicht te spuiten. Sirius voelde zich half verkracht en half vereerd. Tom zorgde door zijn schaterende lach en zijn warme handen om zijn hoofd ervoor dat hij zich niet schuldig voelde en zelfs bevrijd. Voor het eerst had hij de ander echt geproefd. Hij zou hem het liefst willen kussen, maar dat kwam verdraaid tot slaan in hem op. Al stoeiend raakte Tom zijn billen aan en wilde met zijn hand onder zijn riem zijn hele kont betasten. Dat was voor Sirius de grens. Door Tom op die plek bij hem naar zich toe te trekken, moest hij Sirius wel loslaten en van zich afdrukken. Nalachend lagen ze op hun ruggen in de zon te genieten van hun tijdelijke geborgenheid in elkaars armen.

Zich dit zo helder herinnerend als een geweldig moment van gewijde en tegelijk bevrijde liefde staat Sirius in Den Haag aangekomen wat vervreemd in de bijna lege stationshal. Dat duurt niet lang. Een man met een lange leren jas stapt op hem af. Voor hoeveel? vraagt deze nors. Pardon, wil Sirius hem de kans geven zich helderder uit te laten. Maar de man trekt hem al de hal uit, naar een klaarstaande auto en houdt hem stevig genoeg beet om hem niet te laten ontsnappen. In de auto zit een meer spraakzame maat van hem, die hem verontschuldigt voor zijn wellicht botte wijze van uitnodigen, maar de politie loert op ons. Hij zegt het als vanzelfsprekend. Ons? hoort Sirius zich nog verweren tegen deze halve ontvoering, maar laat het verder daarbij en voegt zich naar wat zij met hem willen. Als je niet mee wilt dan laten we je gewoon met rust, hoor!? zegt de chauffeur, die zich naar hem omdraait en zich voorstelt met Jacob.

Sirius leert Jacob kennen als de eerste klant in zijn korte loopbaan van escortboy tot betaalde minnaar van een getrouwde rechter en vervolgens als zijn pooier die hem bijtijds weer op het spoor zet naar het maatschappelijker bestaan van werkstudent bij de Hoogovens. Zijn prostitutie verhult al die tijd dat hij niet zonder sex met mannen kan, hoe hard hij ook de meisjes mag neuken die partner zijn in de betaalde liefde van menig klant. Jacob heeft dat al snel door en ook dat Sirius veel meer talenten heeft dan escorteren, animeren en hoereren. Wanneer de rechter hem voor zijn fatsoen opsluit in een flatje in Scheveningen, haalt hij hem daar weg en voert hem uit de haagse nichtenscene, waar hij doodongelukkig dreigt te worden, naar een kamer in Leiden boven de groentezaak van één van zijn vele relaties, die zijn broer Petrus, na lang soebatten thuis, heeft losgepeuterd.

Het is op deze zolderverdieping dat definitief het pleit beslecht wordt en Sirius zijn geloof in één god reconstrueert tot het geloof in Die Ene Relatie, die hij aanvankelijk denkt te vinden in zijn omgang met de latere shinto-priester, de leidse student Nederlands, Polletje Poes, die hem in contact brengt met Het Blonde Boek, de latere schrijver BB, zijn oogappel.

reacties
  1. Maria Trepp schreef:

    alleen de titel al… fantastisch…

  2. Marius van Artaaa schreef:

    eensgelijks, maria

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.