It’s everybody’s life

Geplaatst: 13 juli 2011 in Huisgoden
Tags:, , , , , ,

It’s everybody’s life, but not for me ging in 1991 door me heen toen ik op mijn eerste vakantie-in-mijn-eentje door Ierland zwierf, waarvan ik dit Keltisch kruis als souvenir mee heb teruggenomen. Ik had net een maniforme periode achter de rug, zoals mijn psychiater mijn geestesgesteldheid duidde. De angst dat Borstel door een overstroming van de Maas het laatste oordeel over me zou voltrekken, was waarheid geworden. Zijn tikje megalomanie was een ballon in mijn geest geworden, maakte van mij een dolgedraaid zonnerad. Het wiel van Wodan, vruchtbaarheidssymbool en symbool van leven en geluk, werd in mijn geest een libretto voor een opera over alle filosofen die hun gedachten als herdershonden op de mensheid af stuurden.

Wodan af, af Wodan schreef ik boven een niet te stuiten woordenstroom, waarin Spinoza, Hegel, Nietsche, Heidegger, Husserl, Sartre, Foucault en Levinas dat aan wolven verwant ras op het publiek afstuurden, dat uit angst voor het opeten van hun eigen gedachten ze met brokjes hersens probeerden te slijmen. Adam, Eva, Kaïn en Abel (die in het Keltisch kruis zijn weergegeven als elkaars tegenpolen) riep ik erin op als mijn poezen, die ze de ogen zouden uitkrabben. Het zijn mijn gebakken sponzen, schreef ik wild, neem, eet en sterf oude gedachten, alle gedachten, ieder gelogen woord, nu de waarheid in jullie handen een mening is geworden en de onze gedresseerd wordt als wij die van jullie tot ons nemen. Vrijheid is een gestolen blik in jullie ogen, waarvan wij lezers helers worden. Enz. enz.

Na twee weken lang totaal niet geslapen te hebben, belandde ik op mijn flatje op de Weena in Rotterdam in een verschrikkelijke psychose. Mijn hoofd was op hol geslagen. Ik kon mijn gedachten nergens bij houden. Malend liep ik in mijn lange overjas door mijn appartement. Schreef de muren vol met spreuken om me te kalmeren, Megalomaan dacht ik dat ik Jezus was en overtuigde mijzelf daarvan door een scheur in de binnenvoering van mijn jas te ervaren als de plek waar het zwaard in de Mensenzoon werd gestoken. “Stop al het denken”, “Maak van het woord niet je vlees”, “Hang je hemd aan Zijn Kruis”, “Laat wat in het vat zit niet verzuren door erin te turen” en “Druk de hand van God naar beneden”.

Ik durfde de deur niet meer uit, want als ik buiten kwam greep het leven van iedereen me bij de strot. Hoe konden zij leven, vroeg ik me af. Hoe konden zij doorlopen, terwijl ik bij iedere stap de dood aan mijn zolen voelde plakken. Hoe konden zij melk kopen, terwijl ik verstijfde voor de stapel melkpakken; radeloos en wanhopig om me heenkijkend of iemand me kon vertellen hoeveel pakken ik moest meenemen. Hoe kon ik de sleutel in het sleutelgat krijgen, toen ik voor mijn voordeur stond. Hij droeg het kruis van ellende de berg op en ik wilde van het balkon springen om van mijn kruis verlost te worden. Op hetzelfde balkon waar ik de dag daarvoor meende de apocalyps te zien aankomen. Zwarte wolken pakten boven de Havenstad samen. Voor mij het teken dat de regering straks mij zou komen vragen als de Messias op te treden die de wereld zou redden van zijn ondergang.

De psychose duurde tot ik naar de Vrouw-uit-Klei keek, die me wees op mijn vitaliteit en mijn verantwoordelijkheid om het kind in me niet met het badwater weg te gooien. Het bracht me uiteindelijk weer terug tot wie ik was als tiener: een homo ludens op iedere gewillige schoot klimmend, met het lam in de houdgreep en een blik die volgens mijn oudste broer een sublimiteit verraadde aan beheersing van de hele situatie, omdat ik uitstraalde dat me niets kon gebeuren met twee broers boven me, die nu beiden dood zijn.

Advertenties
reacties
  1. assyke schreef:

    oefff…paar gedeeltes zeer “herkenbaar”…

    hoe gaat het nu, hebben de broers een vacuum geschapen nu ze er niet meer zijn?
    of heeft de vrouw uit klei goede werken gedaan?

    • artafterallart schreef:

      ja en ja, assyke
      degene net boven me in leeftijd
      is in 2006 overleden, precies twee jaar
      voor mijn fpu, waarover ik met hem had
      afgesproken dat we dan samen zouden gaan
      schilderen op zijn atelier in Leiden en daar zag ik
      erg naar uit. Nu staan al zijn schilderijen bij mij in de
      bedrijfsruimte die ik als studio Artaaa wilde gaan inrichten.
      ik mis hem nog steeds, iedere dag wat minder als verlies en wat
      meer als een belofte die ik zelf nu op een eentje moet waarmaken in
      het produceren van mijn werk, waaronder het maken van lijsten om zijn
      mooiste schilderijen, waarop ik mijn gedachten aan hem kwijt wil raken in een
      bewerking van het materiaal dat ik ervoor wil gebruiken; in september mag ik echter
      een gedenkplaats van een gedicht op een kopie van een schilderij van hem onthullen waar
      ik al een eigen gedicht en plaat voor gereed heb liggen om daarmee hem te vertellen wat het is
      hem definitief kwijt te zijn en toch dichtbij me te kunnen laten voortleven…

      de andere broer is in 1991 overleden, die mis ik
      omdat ik graag met hem nog had gepraat over vroeger
      en met name over de tijd waarin ik hem liefhad als mijn grote
      broer, die heuse meubels ontwierp, maar me ook bijna gewurgd
      had omdat ik me niet aan de zeden van zijn vader onderwierp en me
      wilde onterven toen mijn vader koud gestorven was en zoveel meer waar
      ik nu nog kwaad over kan worden….

      de Vrouw-Uit-Klei is mijn moeder, die in 1995 overleden is en nu
      nog in mijn hoofd gebrand zit, omdat ze op haar sterfbed niet de
      psalmen zong die mijn zuster voorzong, maar dwars in haar eigen lied
      bleef volharden, maar die ook laf was om mij geheel af te vallen tegenover
      de anderen en in mijn aanwezigheid dat verhulde met lief te zijn en zelfs intiem
      sprak over wat haar innerlijk bezighield, maar mijn innerlijk vertrapte zodra
      ik daar iets van prijsgaf…

      haar hier geopende mond is onkusbaar en dat kan me niet loslaten, tegelijk
      troost het mij dat ik haar aangekleed heb om op mijn vensterbank te zijn wie
      ze voor haar huwelijk was: een vrouw die modeontwerper had kunnen worden,
      die de fijnste stoffen in de mooiste vormen wist te plooien, uitzag naar het dragen
      van een bontmantel, die ze uiteindelijk ook durfde te kopen als haar eigen kado voor het
      slagen op een opleiding voor modisten, in de wetenschap dat als ze ermee thuiskwam haar
      vader haar zou gebaren dat wereldse vod meteen terug te brengen, wat ze ook zou doen…

      • assyke schreef:

        op het vkblog had je emailformulieren
        heeft wordpress niet, is een gemis
        soms wil je reageren buiten het openbare reactieveld om

        maar zo is het misschien beter:)

  2. Simen Vrederat schreef:

    Maakt me wel nieuwsgierig welke wijsheid er vanaf 1991 er nu precies zo op zijn plaats moest vallen, zoals mij dat zo toeschijnt.

    • artafterallart schreef:

      dat mijn hersenen onvoldoende stofjes wisselen om gezond te kunnen slapen
      wat pas in 2001 is ontdekt en vanaf 2006 matig tot redelijk behandeld
      wordt met medicijnen, waarbij ik het sociale leven moet
      beperken tot de ochtend en de middag
      en vanaf 6 uur savonds me terug moet trekken
      uit de tijd, als het ware, om de stress zo laag mogelijk
      te houden en alles te mijden dat stimulerend is voor mijn lichaam
      wat ik tendele maar kan volhouden, waardoor ik regelmatig een manische
      periode heb die soms wordt afgewisseld met zware depressies

      maar vooral dat je van die ellende ook iets creatiefs kan maken,
      zoals het schrijven en tekenen dat ik aan de lopende band
      doe en waarvan op dit blog de minst slechte
      resulataten worden gepubliceerd
      als ik mijn rem ingedrukt weet te houden

      evenals mijn gestorven broer zou ik een ongeremde persoonlijkheid hebben,
      wat ik en public doorgaans wel onder strenge controle weet te houden,
      maar privee onvoldoende, alhoewel het mij wel meevalt….

      ps
      en dat ik dat libretto een keer moet afmaken, maar vooralsnog is
      die doos gesloten en zou ik er verstandiger aandoen om
      al die zogenaamde inzichten die me destijds terroriseerden te
      laten voor wat ze zijn en zelf een boek te schrijven over
      een zwaar religieuze opvoeding in een verknipt gezin,
      die mij het lezen tegen heeft doen staan
      van boeken in het algemeen,
      maar tegelijk een leven erna heeft bezorgd
      waarin ik nu zelfs lust krijg om me grondig te verdiepen
      in die religie als literatuur en literatuur als religie
      met filosofie als summum van beide disciplines om
      met de waarheid te spelen als een overgave aan de
      idee zelf, tevens de bron van kunst

  3. Simen Vrederat schreef:

    Ik had al steeds de indruk dat je ergens flink met de bijbel om de oren was geslagen.
    Dat levert weinig wijsheid maar altijd wel fraaie beelden op.
    Ik herinner me de laatste keer dat ik op een begrafenis was. Het regende (dat hoort ook zo bij een begrafenis) en iedereen droeg een zwarte paraplu. Een scene die ik later vaak terugzag maar alleen maar in films (meestal mafia). Daarna werden er na de dienst psalmen gezongen met begeleiding van een hammondorgeltje (de organist was in klavarscribo boekje 7 vermoedde ik)
    Tijdens de Heer is mijn Herder (Het absolute lievelingsgezang van mijn tante) viel de stroom uit en bleef er niks over dan wat onverstaanbaar gemummel en houtgeklepper van toetsen zonder geluid. Vanaf dat moment had ik wel door dat we in het leven toch voornamelijk in onszelf moeten geloven in plaats van kerkgenootschappen en klavar-scribo. Maar dat prachtige archaische taalgebruik (zoals ook bij Gerard Reve) dat ben ik altijd prachtig blijven vinden.

    • artafterallart schreef:

      Het milieu waar ik uit kom is een maffia voor wie een eigen weg vroegtijdig kiest, Simen
      Met die bijbel konden ze bij mij weinig aanrichten. In de kerk heb ik nooit geluisterd naar mijn vader noch de andere dominees, toen ik eenmaal vast had gesteld dat het literatuur was, waar je slechts een recensie over kon schrijven. Wat ik hem ook voorstelde, toen hij mij voor straf christelijke kinderboeken liet recenseren voor zijn kerkblaadjes.
      De terreur van het geloof in een god die de mens verworpen had als een vrij denkend wezen dat zijn eigen weg mocht kiezen heb ik in alle toonaarden meegemaakt. Vanaf mijn 13e tot en met mijn 17e jaar leefde ik een dubbel leven, waarin ik onaanraakbaar was voor alle dreigingen met hel en verdoemenis en iedere straf uitzat als een Barbertje die moest hangen.
      Die periode bevat een graal aan verhalen over een vader die radeloos werd op zijn Benjamin. Hem vanaf de preekstoel tot de orde riep. Ouderlingen naast hem posteerde om hem in de gaten te houden. Kosters opdroeg te surveilleren. De diaconie inzette om hem te bespioneren als hij van de kerkcenten rolletjes drop uit automaten haalde. Hem de toga naar de kerk liet dragen om zich te verzekeren van zijn aanwezigheid in het huis van zijn god.
      Menig zondag me voor straf meenam op zijn preektochten door het land, waardoor ik niet 2 x 1,5 uur werd verveeld met hun overtuiging dat de mens van zichzelf niets voorstelde, de wereld een poel des verderfs was en de kans op verlossing gering was, maar 8 tot 10 uur ‘zoet werd gehouden’ met zijn vadergeloof ontleend aan verhalen die voor mij stukgedraaide grammofoonplaten waren. Onwetend van mijn stiekeme vermaak met boerenjongens uit de dorpen waar hij als een halfgod tekeer mocht gaan en die mij met hun kerkcenten betaalden om mijn fallus door een gaatje in mijn broekzak te mogen beroeren.
      Mijn diep gelovige periode was zegge en schrijven nog geen jaar en achteraf puur instrumenteel om de liefdevolle aandacht van mijn vader te winnen. Zoals ik dat daarna deed met liegen, stelen en geweld. Omdat hij smolt als ik alles bekende en huilend om vergeving vroeg.
      De begrafenis heeft hij voor mij geheel bedorven. Als kind van 7 jaar vond ik het een prachtig ritueel, mede door de voorname rol van mijn vader. Toen ik zijn optreden nadeed door met een stoetje kinderen achter me aan en een klomp met een dode pop erin door zijn moestuin schreed, kwam hij als een lompe boer op me af en sloeg me genadeloos in mijn gezicht, stuurde me naar mijn kamer en liet me verhongeren tot de volgende dag hij informeerde of ik mijn lesje had geleerd. Vanaf die mishandeling, die ik ervaarde als een mensenzoon die vals beschuldigd, onschuldig veroordeeld en gruwelijk gestraft werd, heb ik me fysiek zien veranderen in een lichaam dat bij iedere bechuldiging dat iemand een zonde had begaan bloosde en bekende dat ik het had gedaan om vernederd en mishandeld te worden voor het heil van mijn broers en zussen, die zo hun straf ontliepen.
      Hun taal, muziek en orgelspel kan ik slechts aanhoren als een geremde extase, waarin voor mij nog steeds de zelfvernedering de boventoon voert in zowel geloofsinhoudelijk opzicht als in die van de geloofspraktijk. Zelden hoor je ze muziek maken die daadwerkelijk uit het hart komt. Zelden voel je een diepte in hun geloof waar ik mijn petje voor afdoe. Nooit zie ik een geloof in de praktijk gebracht worden waar de wereld door wordt opgetild zonder de mensheid ervan af te laten donderen.
      Daarom kan ik Reve ook niet goed lezen als hij het instrumentarium gebruikt voor zijn kinderlijke wensen en gedachten, en niet voor blasfemie en negatie van het christendom als een cultuur die uit is op de dood van al wat voor zichzelf leeft namens de schepper.
      Ondertussen boeit me hun bron mateloos, vooral omdat de joden en de moslims uit dezelfde waterput drinken en al die godsdienstigen maar niet eruit weten te halen wat er in zit aan speelgoed voor een in alles gastvrije, dansende en liefhebbende gemeenschap van elkaar geheel vrijlatende individuen, die god als een geschrokken hoedje fier dragen, overtuigd dat de mens moet spelen met vuur zonder zich eraan te branden, maar er juist door verwarmd laten worden en elkaar ermee verwarmen.
      Het leven is het lichaam van iedereen, dat nog iedere dag gekruisigd wordt.

      Amen.

      En nu zingen we de psalm van Marius:

      Ieders lichaam heeft
      een onbepaald aantal
      lichamen nodig om lief te hebben
      zodat men leeft
      als een geheel getal
      waarvan de som nooit weg mag ebben

      Denkt u bij het weggaan aan het loon voor de kunstenaar die ons vandaag weer opgetild heeft met zijn verbeelding?

      Moge de geest u tot zegen zijn, die in dit huis u heeft verkwikt om als loonslaaf of anderszins onderworpen aan de wetten van het kwade kapitalisme morgen weer fris aan het werk te gaan om te kunnen eten, drinken en genieten van wat er nog aan natuur en cultuur aanwezig is, waarin u goed ontmoet, waaraan u goed heeft gedaan:

  4. Barbara Jansma schreef:

    “…met de waarheid te spelen als een overgave aan de
    idee zelf…”

    Marius, gij zijt mij lief.

  5. Simen Vrederat schreef:

    Prachtig (tussen haakjes tussen aanhalingstekens), hiervoor doe ik mijn hele rol pepermunt in de kerkezak.
    Dankje

  6. svara schreef:

    vanuit Frankrijk heel even de gelegenheid in om bij te lezen
    wat raakt dit alle wat je schrijft marius
    ik was zo vrij ook de reacties te lezen aan anderen.
    je zou een boek moeten schrijven!!!!
    ben geroerd
    doet me ook denken aan sfeer in de film das weisse Band
    gezien?
    die video die je in de reactieruimte plaatste kende ik
    prachtig!
    hartelijke groet

  7. artafterallart schreef:

    dank je voor je mooie woorden, svara
    veel van wat ik hier geschreven heb, heb ik in die tijd al vaker op papier geze. Toen ik in 1968 brak met hen, liet ik een hele stapel verhalen en verhoren (ik ondervroeg mijzelf vaak over de pijnlijkste gebeurtenissen waarin ik bekneld en verstrikt was geraakt, omdat ik er met niemand over kon praten) achter onder de vloer van mijn kamer (wat ooit de logeerkamer was) samen met een pakketje over de wereld van Krul, brieven aan een ‘penfriend’ in Amerika, een dagboek over de heftigste periode en een script voor een boek over de wiskunde van een dubbel leven. Mijn vader stierf in 1969, een week nadat ik voor zijn plotselinge opname in het ziekenhuis terug was gekomen, toen brak de hel pas goed los.

    Ik zou mijn vader hebben vermoord, was de opinie, geestelijk kapot hebben gemaakt en men wilde mij onterven op initiatief van mijn broer J. Daarbij speelde vooral een rol dat ik twee jaar voor zijn dood zijn hoofd in mijn handen heb gehad en voor de ogen van zijn hele gezin bijna tegen de muur kapot had geslagen en een gedicht over het leven dat hij mij had bezorgd door zijn manische en driftige buien om de duivel uit me te proberen te krijgen. Hij stierf met dat gedicht in zijn handen, wat hen motiveerde om zo hun verlies te verwerken van een man waar ook zij klappen van hebben gehad, maar als vader wensten te respecteren. Later ben ik mijn moeder weer gaan opzoeken, die een einde aan haar leven wilde maken, en toen vond ik niets meer van die literatuur terug. Mijn broer J. (de te vroeg gestorven verse dominee van Wanneperveen) had het hele ‘zooitje perverse lectuur’ (zoals hij het omschreef) in de kachel verbrand. Hij was samen met zijn vrouw en kind bij mijn moeder ingetrokken en heeft het gehele huis gekuist van alles dat verwees naar smet op zijn vaders reputatie, die een grote naam had te verliezen in het orthodoxe Nederland.

    Daarvan ben ik maanden overstuur geweest tot mijn toenmalige vriend me bij de kladden nam en me overtuigde dat ik dat hoofdstuk echt moest afsluiten en een nieuw leven moest beginnen. Dat heb ik gedaan. Ik stortte me in de gekste maatschappelijke en culturele activiteiten tot ik in een optreden voor de SSRL leegliep achter de piano en alles van me afzong, puur geimproviseerd. Het publiek was totaal verslagen en ik had het met mijn oude zelf helemaal gehad. Nooit wilde ik dit meer herhalen. Nooit wilde ik meer optreden.

    Ik heb me ervan afgewend en al mijn energie gestoken in projecten zoals Release Leiden, het Kreatief Sentrum, Jongerenpers, Lswh, Nvsh, drugshulpverlening, SOS, Aksum, Creamatie, Werkplaats De Bange Duivel en studeerde sociale psychologie met klinische psychologie, persoonlijkheidspyschologie, de geschiedenis van de psychologie, arbeids- en organisatiedpsychologie, conflictpsychologie, gerontologie, culturele antropologie, wijsgerige sociologie, filosofie en wetenschapstheorie als hoofdvakken erbij.

    Ik schreef zo’n twintig literatuurstudies, vijf scripties en tig essays en studeerde uiteindelijk af als sociaal psycholoog, maar had door conflicten met vrijwel alle hoogleraren en hoofdwetenschappelijke medewerkers mijn ruiten ingegooid voor een summa cum laude.

    Voor het behalen van mijn doctoraal in de sociale psychologie had ik het dubbele aantal punten verzameld dat nodig was om af te studeren en per hoofdvak doorgaans een 10 gescoord. Een loopbaan op de universiteit lag in het verschiet, ik kon er promoveren in welke richting ik ook maar wilde, maar ik had mijn buik vol van het gesodemieter met de gevestigde orde aldaar. Ik solliciteerde nog wel bij het sociologisch instituut, maar de sollicitatiecommissie kon niet beslissen of ik werd aangesteld of een gepromoveerde sollicitant uit hun eigen kring. Ik trok me terug, want voorzag dat als ze mij kozen ik met een deel van de staf aldaar in conflict zou komen.

    Pas toen ik in 1978 in Rotterdam op de sociale akademie emplooi vond en ik in 1982 naar Rotterdam verhuisde, ben ik langzaam aan verhalen, gedichten en dialogen gaan schrijven. Deze heb ik in die psychose in 1991 verscheurd. De stijlen bevielen me niet. het moest opeens rauwer en grover op papier. Het moest universeler. Dat werd dat libretto Wodan af, af Wodan. En nu zit ik met de gebakken peren. Soms schrijf ik hyperautobiografische verhalen en dan weer probeer ik het te abstraheren in een essay over religie, literatuur en filosofie.

    Er ligt nu een script klaar om afgemaakt te worden over een man die een jeugd als ik heb gehad heeft afgesloten met een huwelijk met een schrijfster en buiten dat huwelijk om met een jongen verkeert in een flat in een andere stad, waar hij een halve baan heeft als lector en de jongen bedriegt met hoeren, tot hij vastloopt in zijn drievoudige leven en van zijn gezin en vriend wegloopt. Hij pakt de trein, stapt uit in een Franse plattelandsstad en boekt een kamer in het duurste hotel aldaar. De receptionist kijkt hem aan alsof hij hem herkent. De volgende ochtend, als hij vraagt naar de plaatselijke bibliotheek, vraagt de receptionist of hij niet een half jaar geleden hier ook een kamer had geboekt.

    Hij schudt zijn hoofd en informeert waarom hij dat denkt. De receptionist lacht wat meewarig en zegt: u herinnert het zich niet meer, ook niet dat wij intiem zijn geweest? De man bloost ervan en begint te protesteren. Dan verschijnt de hotelmanager, een knappe vrouw, die hetzelfde over hem opmerkt en eraan toevoegt dat ze nog zo genoten heeft van zijn verhalen over het achterlijke dorp waar hij groot is gebracht. De man raakt in paniek en vertrekt haastig met als enige verklaring dat ze zich moeten vergissen, want hij was in die tijd nog lector in Rotterdam. De vrouw zegt nog dat hij dat toen al verteld heeft, maar hij is al de deur uit en pakt weer de trein naar een volgende plaats.

    Zo reist hij van plaats naar plaats en steeds verder wordt zijn levensverhaal voor hem ontvouwd dat hij in intieme ontmoetingen met voor hem nu volstrekt vreemde figuren heeft uitgewisseld. In iedere nieuwe logeerplaats is de tijd tussen zijn dubbelganger en hemzelf een dag korter geworden tot het moment moet komen dat hij hem tegen het lijf loopt. Ondertussen is zijn dubbelganger per verblijfplaats ouder en ouder geworden. Op het moment supreme ontmoet hij op het station waar hij arriveert een man die sprekend lijkt op zijn vader en die zich daar als emeritus-predikant gevestigd heeft. Zijn vader is buitengewoon verheugd hem weer te zien en wil hem omarmen, maar de schok is teveel voor hem en hij valt flauw. Als hij weer bij kennis is, treft hij zichzelf aan op een hemelbed in de logeerkamer van de pastorie van een ierse predikant, die ooit uit Holland geemigreerd is om de protestanten aldaar te helpen in hun strijd tegen de katholieken.

    Zijn ‘vader’ blijkt getrouwd te zijn met een modeontwerpster en een gezin gesticht te hebben met vijf kinderen die precies lijken op zijn broers en zussen. In deze nachtspiegel van heel zijn leven kotst hij alles eruit wat in hem als ongedierte heeft geleefd. De ex-predikant heeft zich bekwaamd in duivel-uitdrijving en roept enthousiast dat hij nog meer moet uitkotsen, want dan pas komt de duivel eruit. Een slang met de kop van zijn hele familie tesamen blijft in zijn keel steken. Hij kijkt in de spiegel boven de po en ziet hoe dit veelkoppige monster hem toezingt hoe lief hij als kind was, hoe fantasierijk en speels, hoe hij sprekend leek op de jonge Jezus die nog voor zijn tempelreiniging de clown uithing in Galilea.

    Hij leeft nog een week met die kop uit zijn strot tot hij met een kapmes een einde maakt aan het beest dat maar niet van hem los wil komen. Aanvankelijk is het een hele bevrijding, want meteen verdwijnt het dubbelleven van zijn gehele familie en bevindt hij zich in een enorme suite, waar allerlei personeel hem een geheel verzorgd verblijf bieden. Totdat Interpol hem gevonden heeft en hem arresteert voor de moord op zijn vrouw en vriend in Holland.

    Kortom, svara, het boek hoeft nog slechts wat verbeteringen te ondergaan en het kan worden uitgegeven, alleen ik zit daar nog niet om te springen en blog liever nog door zoals ik nu doe.

    Das weisse Band is andere koek. Dat wil iets zeggen over de geschiedenis van iedereen. Mijn script zegt alleen iets over mijn geschiedenis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.