Post Tagged ‘aapjeskijkers’


lsd bb

Een brief van p. uit 1970 herinnert Sirius aan de omstandigheden van zijn ‘coming out’ en van het ‘boterbriefje’ van b. Hij had p. geinterviewd voor het verenigingsblaadje van de SSRL en wilde zijn artikeltje over de Leidse Studenten Werkgroep Homoseksualiteit nog even aan hem laten zien, voordat het naar de drukker ging. Hij bleek jarig te zijn en zijn kamer zat vol flikkers. Iets teveel van het goede voor wie zich nog geen raad wist met al zijn twijfels.
 
Hij had zijn verlangen naar de herenliefde opgevat als een groot geheim en altijd heimelijk bedreven. Het taboe op dergelijke contacten was voor hem al jaren geleden doorbroken, maar het openbaren van dat verlangen als je geaardheid? Nee, dat had hem zeer tegengestaan. Die identiteit was bedorven. Waarom laat je de maatschappij weten dat je een flikker bent? Seksualiteit hoort toch onder de partners te blijven? Er is al veel te lang bemoeizucht geweest van staat, kerk en goegemeente met intimiteit. Het stiekeme beviel hem uitstekend. Bovendien wilde hij een openlijke relatie met een vrouw niet uitsluiten. Met een man over straat gaan als je liefje? Van die gedachte alleen al werd hij vuurrood.
 
P. was een bijzonder lieve man. Te lief vond Sirius al na de eerste week, maar voor zijn, weliswaar overwelmende, exclusieve aandacht voor hem was hij zeer gevoelig. Hij liet zich graag verwennen en de afspraak dat ieder zijn eigen leven had, hield alle vrijheid in die hij ook zonder openlijke verkering had. Bovendien was een homosexuele relatie eigenlijk zo gek nog niet, had hij zich op zijn eigen kamertje bedacht. Aan het stiekeme zaten grote risico’s vast. Niet zo groot als Levi Weemoedt meende toen hij in oktober 1976 in Propria Cures over de ontgroening schreef, die zij gezamenlijk ondergingen op de SSRL.
 
iesvw
 
dat artikel bracht hem terug in de kelder van de societeit, waar sirius aan de piano met een verlicht hart en een donkere ziel over zijn dromen zong. ‘de haarlemmerstraat scheurt voor me open, laat gods water over de roze klinkers lopen, ik zie vrouwen met kinderwagens en al onder de grond verdwijnen, de zon gaat plotseling harder schijnen, jongenshoeren lopen in processie om me heen….”. de hele kelder was muisstil. p. nam hem zwaar onder de indruk na afloop van de urenlange improvisatie mee naar het kamertje van de barbeheerder. ze lagen op de bank te kroelen, toen een aapjeskijker hen kwam lastig vallen. voor sirius was het de eerste keer dat hem gevraagd werd hoe-ze-het-deden? met zo’n grijns van iemand die het eigenlijk te smerig voor woorden vond, maar hij moest het toch weten.
 
het gaf voor sirius de doorslag om voortaan te doen alsof het niks bijzonders was en zonder gêne gearmd met p. of een ander liefje al kozend over straat te gaan. in de brief van p. leest sirius dat hij bang is hem aan zo’n ander te verliezen, waar sirius op dat moment mee rotzooit, maar dat hij geen pijn zal laten merken. de brief eindigt met “ik ga nu met boudewijn slapen, ook hij laat je groeten”. eronder staat een eigen maaksel van het gedicht ‘monument voor een gestorven jongen’, waaruit blijkt dat hij hem “met gillende vinger” weg had gestuurd “bevredig je geile lusten maar op die andere jongen”. opeens voelt sirius de pijn weer van dat slapen van p. met b. het was een steek dwars door zijn lijf en ziel.
 
in 1970 kwam het allemaal terug in een trip met b., die na lang aarzelen had besloten om toch ook eens lsd te proberen. een klein beetje, het moet zuiver zijn en veilig, had b. gespannen bedongen. ze hadden de kamer van p. voor zich alleen. sirius had een kwart afgesneden en de rest van het pilletje zelf geslikt. toen de trip eenmaal goed op gang was, vroeg hij b. naar die nacht met p. hij had hem verbaasd aangekeken, gelachen en al hinnikend sirius ervan verzekerd dat hij met zijn ziekte en zijn pillen echt niet kon neuken. in een flits veranderde b. in een hoogblonde bakvis, die voor het eerst had gemenstrueerd, getuige de rode strik in haar pijpenkrullenkapsel. of het nu die dag was of later, b. heeft hem met zijn hand op zijn hart beloofd dat hij de eerste zal zijn met wie hij naar bed gaat als hij beter is. sirius wilde dat wel graag op papier.
 
boterbriefje
 
 
 
nb
 
deze feuileton is nu verkrijgbaar in een album met meer afbeeldingen en duidelijker facsimile dan hier konden worden geupload bij:
 
http://dedrukkerij.mijnboekhandelaar.com/
 
 
 


De kunstroute in Leiden wordt bevolkt door de massa. Het politiek zo gewenste brede publiek schuifelt routineus langs alle uitgestalde waar. Mijn tafeltje bevindt zich op de derde verdieping van Haagweg 4. In het grafisch atelier dat dreigt te verdwijnen. Leiden vindt dat je commercieel onderneemt als je een atelier van de gemeente huurt. De huren gaan daarom met bijna 250% omhoog.
 
Om de massa van dienst te zijn, heb ik hun verguisde idool vooraan gezet. Zijn litteken, een gemanipuleerd neusje in een als travestiet opgemaakt gelaat, heb ik zo min mogelijk benadrukt. BEHIND MICHAELS FLY straalt de bezoekers bij de ingang al tegemoet. 

michaels fly

In het “kunstcentrum Haagweg 4” kan men bijna eenderde van alle deelnemende kunstenaars ontmoeten. Het oude gebouw biedt onderdak aan meer dan 40 collega’s. Voor mij is de plek bijzonder. In de jaren zestig gaf ik er sexuele voorlichting. Voor een zaal van zo’n honderd autistisch gedragende leerlingen en het hele katholieke lerarenkorps van de school langs de muren, hield ik ze voor dat je van sexualiteit vooral moet genieten. Gekleed in een jurk van de oma van een vriendin, die ik met een 15 cm brede riem dicht had gesnoerd, hield ik de aandacht tot het einde toe vast. De beeldende kunst die ik erbij haalde, maakte toen nog de tongen los van de pubers die nooit zo over het onderwerp gehoord hadden. Vooral het verhaal van de roos van vlees van Jan Wolkers vonden ze spannend.

Ik denk daaraan als het bezoek binnen begint te druppelen. Wat had het niet open kunnen maken als ik toen de foto van Slager Jan Schaaper kende, die Jan’s beeldspraak plastisch totaal verkeerd begrepen had weergegeven met een roos van sucadelappen of karbonades.

slager schaap

De kans dat men mijn tafeltje aandoet, is statistisch vrij groot met zo’n aandeel van het gebouw in de kunstroute. Op 4 panelen heb ik het mooiste plaatwerk van mijn piepjonge bedrijf ARTaaa gehangen en toegelicht. Mijn ART AFTER ALL ART LOVER tegenover mijn laatste prent over The Fly pronken als blikvangers. Op de tafel liggen 5 albums die de aandacht moeten vasthouden. Naast THE FLY kan men de albums LOVESONGS, DE VERDIERLIJKTE TIJD, DE NON, DE ORGANISATIE, DE RIVIER en DE WILDERSGROET doorbladeren. In ieder album zitten 5 platen en 5 essays, gedichten of toelichtingen.

Voor DE NON heb ik nog snel een laatste plaat gemaakt, waar ik de Helleveeghond mee introduceer. Met het idee dat dat helemaal de aandacht zal opeisen.

nonschilder

De massa heeft echter weinig oog voor betaalbare kunst en stiert vrijwel zonder uitzondering af op de twee grote Verweijachtig geschilderde doeken van mijn Irakeese collega. Een eeuw moderne kunst is aan hen niet besteed. Het dierentuinpubliek zweert nu eenmaal bij figuratieve kunst en smelt voor alles dat hen aan de Nachtwacht doet denken. Eenmaal voldoende “het betere werk” gevoyeerd hebbend zonder de kunstenaar zelf enige eer aan te doen werpt men nog een enkele blik op mijn werk om weer in het gebouw te verdwijnen.

Om ze langer vast te houden vraag ik de klassieke schilder mij te portretteren. Dat helpt. Echter niet echt voor mijn bedrijf. Men vindt mij mooi en zijn portret sprekend op mij lijken. Nog meer aandacht verzamelt zich om mijn buurman. Voor een tientje wil de massa al haar kinderen laten vereeuwigen. Hij doet dat graag, want hij verwacht geen kopers. Dat ziet hij aan hun schoenen.

Samen met mijn buurvrouw, een Koreaanse kunstenares die met gemengde technieken orgasmes op doeken heeft gespoten, sippen we over de aapjeskijkers, die voor een vlooienmarktprijs best wel hun smoeltjes willen laten vastleggen. Ze koopt een plaat van mij. Ik ruil mijn album THE FLY voor het portret en andere albums voor een ets, een litho en een tekening. Zo kom ik toch thuis met meer dan waar ik mee vertrokken ben. Met voldoende response dat mijn werk door collega’s wel wordt gewaardeerd. Met het idee dat van de twintig bezoekers die mijn visitekaartje hebben meegenomen er toch 1 wel contact met me zal opnemen. En bedenk ik me dat het nu echt tijd wordt De Bezige Bij blij te maken met de mogelijkheid om bijvoorbeeld THE FLY uit te geven.

PS
Dit is mijn laatste blog hier.