Post Tagged ‘aardwormen’


Alle aardwormen willen hun windeieren kwijt

De profeten van de aanstaande recessie en het uiteenvallen van de muntunie baseren zich eigenlijk op een oud-testamentische plaag: aardwormen die onze oogst zullen opeten. De angst voor die plaag heeft een versteend mensbeeld uit de oude doos nieuw leven ingeblazen.

Je hoort erover praten op de beursvloer, in de spreekkamers van de bankiers, in de kantines van de werknemers-met-een-levensloopregeling, op de sites van de pensioenfondsen en op de makelaars- c.q. hypotheekkantoren.

We zijn gelijk aardwormen, zoals er geschreven staat, en dragen een miskraam in ons. Een bijbelachtige tekst die in de boog van een poort in het hekwerk van menige financieele dienstverlener niet zou misstaan. Het zou meteen een topstuk toevoegen aan een groeiende berg grensverleggende kunst.

Die miskraam noemt men vanouds een windei. De naam is ontleend aan de menselijke gedachte dat een ei zonder kalkschaal door de adem van de goden is bevrucht. Met zo’n woord in het lijf is de ‘klassieke oudheid’ terug in ons vlees.

We leven, net als toen, in een realiteit gevormd door geruchten en proberen opnieuw met verhalen er zin aan te geven. Onder het juk van economische en politieke werkelijkheden, waarin het gerucht bepaalt hoe het verhaal voor ons en alle anderen verloopt, menen we zelfs de eindtijd erin te ontwaren.

Iedereen heeft inmiddels een windei, dat ons door de strot is geduwd. Voor de een is dat een slinkend pensioen. Voor de ander is het een tophypotheek op een huis dat niet eens voor een bodemprijs verkocht kan worden. Voor velen is het een woekerpolis, een oplopende rente, een idem betalingsachterstand of een boeketje staatsleningen die wordt afgewaardeerd. Voor de waaghalzen onder ons particulieren is het een alsmaar dalend aandeel.

Op de screensaver, van wie ons van bovenaf begluurt, draait een animatie van de mensheid zoals de god-zonder-naam ons zich had voorgesteld na de zondvloed. Een van elkaar nauwelijks meer te onderscheiden massa regenwormen, die voor hun windei tevergeefs op zoek zijn naar een ontvangende onnozele.