Post Tagged ‘allesontziendin1beenzwaai’


Een heuse apocalypse heeft me gedwongen dit artikel in te sturen, voordat ik in Vlissingen de dokters weer in mijn darmen mag laten rondneuzen.

Als straf voor mijn ongemanierde denken over zonsondergangen vergat ik mijn  sleutels uit het slot te halen, die ik met een flinke knal van zijn deur dicht had geslagen. De dagelijkse echo van de schepping compleet met zondeval was de bovennatuur kennelijk in het verkeerde keelgat geschoten.

De straf was een treiterpartij van alle pech die je daarna nog kan overkomen. De priesters van Jan Bouma waren onbereikbaar. De buren hadden opeens allemaal werk. De slager was geen wijkprofeet meer. De sigarenboer wist zeker dat er een winnend lot in mijn bus was gestopt en was alleen bereid om zijn trap te lenen als ik de wijd openstaande rekening bij hem betaalde, die de omvang had van de hoofdprijs van de BankGiroLoterij.

Na ondertekening van zijn wurgcontract was de trap zo koppig als een ezel. Met behulp van de hele buurt, die was toegestroomd op aanraden van de postbode die de brief net bij me had bezorgd, konden we de aluminiumversie van het lastdier, dat liever zichzelf bovenop de mens laat rondrijden, dwingen zijn poten verder te spreiden. In de genante en ook tegennatuurlijke stand van een werpende muilezel was de kans groot dat ik het dier dwars door zijn poten heen de grond in zou trappen als ik me moest afzetten om op mijn balkon te belanden.

Met de landschapsarchitect, mijn rechterbuurman die ongerust zijn veldwerk had neergelegd en op de van mij geleende cabriobrommerd kwam aangesjeesd als choreograaf, lukte het na enige oefening op de grond om in één beenzwaai mijn 60 jarige lijf integraal van de gebolde ezelsrug over de stalen ballustrade te transporteren zonder een viooltje aan te raken van het bos, dat angstig in mijn bloembakken het laatste oordeel met gesloten blaadjes onderging. Eenmaal op mijn balkon beland, zag ik in de diepte de gevolgen als het niet gelukt was voor me uitgetekend.

platjesapocalypse

Samen met mijn linkerbuurman, die in Art Delight schept en toch thuis bleek te zijn, keken we naar de gevolgen van mijn aftrap voor de veiligste afsprong van een brug met ongelijke leggers. Man, man, wat heb jij een geluk gehad, sloeg hij zijn arm om me heen, en wat een prachtig schilderij kun je maken met een simpele huishoudtrap die onder de kracht van een mens, die zich niet laat buitensluiten, de halve buurt de grond in boort. 

Ik moet, nu ik naar de foto kijk, ook toegeven dat de Laatste Dag in straatvet heel fraai is. Ik zit alleen met de prijs van de BGLoterij in mijn  maag, waarin me gratis toegang voor de opening van de Hermitage Amsterdam wordt aangeboden waar een schatkist met € 50.000,- voor me klaar zou staan, maar alleen af te halen is als ik mijn unieke muntcode vóór 31 juli activeer. Leuk hoor, die priesters van Jan, helemaal voor niks mijn leven gewaagd en dat van de halve buurt naar de filistijnen geholpen.

De inkijkoperatie in Vlissingen heb ik afgezegd voor vandaag. Bang dat de poliepen zich doodgeschrokken zijn en zich in mijn darmwand hebben begraven, waardoor de artsen er een forensisch onderzoek van moeten maken. 

Het straatvet is door mijn getier op de postbode als een haas naar huis gevlogen, zodat ik de Gesamtarbeit van mijn buurt als troost niet eens kan inlijsten. Hoewel ik wel blij ben met de beenzwaai. Volgens de yogalerares, die naast de lichtklodderaar woont, was het een perfecte combinatie van de ganzenpas en de ouderwetse afzetsprong van het hoogspringen vóór de flicflac teruggevonden werd. 

Het zwellen en krimpen van mijn levenskansen ben ik moe. Deze dag maak ik zoveel afspraken dat ik voorlopig geen last meer kan hebben van het toeval, dat conform een duister godsplan mijn aandacht bij het tikken van mijn tijd wil houden en op de plaats waar in hetzelfde plan mijn optandingslichaam verwacht wordt als het waar blijkt te zijn dat we aan het einde van het Duizendjarige Vredesrijk zijn beland. Dan kan ik ook niet piekeren of een millennium vrede een noodzakelijke voorwaarde is of toch een metafoor voor het geduld dat we moeten hebben.