Post Tagged ‘apocalypse’


De zwanenhelm

Zijn goddelijke gaven waren bij de talentenjacht niet onopgemerkt gebleven. Integendeel, hij kreeg de eerste prijs zo soepel op het hoofd gedrukt dat het niet anders kon zijn dan dat de helm voor hem gemaakt was.

De voorzitter fluisterde dat in zijn oor en ook het geheim van het Wagnergenootschap, de organisator van de zanger-componisten-wedstrijd. “Onder dit hoofddeksel wordt je opnieuw geboren. Het vlies van De Componist zal als licht nooit meer doven. We verwachten een wederopstanding van hem in jou, jongen. Zodat de wereld voorgoed verlost wordt van de gevoelloosheid op alle gebieden. Niet in de laatste plaats de politiek, maar ook de religie en de muziek zelf. Als een schildknaap draag je de toorts van zijn zeggingskracht.”

Onder de zwanenhelm broedt hij op zijn goddelijke taak tot de kop van Richard Wagner zelf achter hem opdoemt. “Wat wil je ouwe?”, reageert hij instinctief op het wel erg vlezige portret. “Je geheel en al bezitten”, ginnegapt de man die ooit door Hitler zich in zijn graf omkeerde. Omdat Oom Wolf zijn naam misbruikte.

Een reveille uit de goten van de Graal, het lokale financiele centrum, spoort hem aan uit zijn puberslaap te ontwaken. “Dank God dat je geroepen bent het te horen!”, parafraseert Het Portret zijn eigen libretto. Als een speer vliegen de gedachten van de ene hoek naar de andere in zijn bovenkamer. Het betere ik weet het bange mij in het hart te raken. Innerlijk diep gewond, uiterlijk kerngezond componeert, zingt en speelt hij op zijn keyboard:

‘Slechts één ding kan ons nog helpen
slechts één poort maakt het ongedaan
waar ons gehoor zich bedient van schelpen
verstopt een vetzuchtige traan de druppelende kraan

Hele zinnen zijn vlees geworden
heel de wereld een gebroken brood
een hoger zelf eet uit de halflege borden
drinkt zijn wijn uit glazen gemaakt van schroot

Hoor: wij zijn de wereld, wij zijn het heelal
wij zijn dagelijks getuige van hun zondeval
van vrijbrieven voor een schaamteloze geldzucht
van dreigbrieven met een even schandelijke kapitaalvlucht

Zie: wij zijn de absolute meerderheid in getal
laten wij een scheet harder dan de oerknal
zitten we op een geheel verwoeste planeet
in de geldregen uit een kolossale hemelse reet


Rotterdam is een sky-line

In januari 2012 publiceerde ik deze prent onder de titel ‘Rotterdam is een verzameling skylines‘. In de golven stikt het van de moeraslijken.

Vandaag las ik dat bij de Erasmusbrug een dode man uit het water is gehaald. http://www.nrc.nl/nieuws/2015/01/01/zowel-in-amsterdam-als-rotterdam-dode-man-uit-water-gehaald/

Even dacht ik dat het een van die lijken was, dat de prent een profetie was, dat het een massale nieuwjaarsduik voorzag vanwege de nostalgie naar het Rotterdam van voor het bombardement, een apocalypse.

Toen las ik dat omstanders hem in het water “terecht” hadden zien komen. Je zou dan toch eerder ‘man verdronken bij de Erasmusbrug’ als kop verwacht hebben.

Dat dat niet zo is, valt op. Zou de politie, die van de toedracht niets wist, dat zo aan de pers hebben gemeld? Denken ze dat het een moord kan zijn? Maar dat kan het toch ook zijn als je meldt dat hij verdronken is (?).

2015 begint voor wie van suspense houdt, in ieder geval voortvarend. In Amsterdam vonden ze ook zo’n dode man. Ik denk toch zelf aan een fatale nieuwjaarsduik; in ieder geval wat de Rotterdamse dode betreft, al dan niet vrijwillig…


Voor Descartes was blijven nadenken van levensbelang. Het inzicht dat je door het denken met zekerheid je bestaan kunt vaststellen hielp hem van een groot deel van zijn twijfels af, waaronder de waan dat een demon weleens al onze waarnemingen zou kunnen manipuleren. Maar (be)twijfelen bleef zijn tweede natuur. Over alle menselijke waarnemingen twijfelen was zijn eten en drinken.

Op zijn veertiende wist hij zijn leraren ervan te overtuigen dat hij het beste kon leren als hij in bed mocht blijven liggen om na te denken. Heel zijn verdere leven heeft hij deze methode van in bed liggen denken volgehouden. Tot hij in 1648 door koningin Christina van Zweden verzocht werd naar Stockholm te komen en in 1650 aldaar overleed aan een longontsteking. Volgens tijdgenoten doordat hij niet aan het koude klimaat kon wennen en de koningin hem dwong om vijf uur in de ochtend op te staan om haar les te geven.

Voor Descartes was de subjectiviteit van de menselijke waarneming naar zijn eigen bevindingen een feit. Hij achtte deze zo onbetrouwbaar dat men aan de door de mens waargenomen werkelijkheid voortdurend kan twijfelen. En wat betwijfeld kan worden, moet worden afgewezen. Bewijsvoering moet plaatsvinden op basis van onbetwijfelbare argumenten.

Met ‘Ik denk, dus ik ben’ als axioma scheidt Descartes de geest van het lichaam. Zijn gedachte-experimenten leiden tot die conclusie, namelijk dat het niet zeker is dat hij een lichaam heeft, maar wel dat hij een geest heeft. Waar de geest zich bevindt, kun je nooit zeker weten. Alleen dat die zich ergens bevindt en dus dat de geest bestaat.

Anders Behring Breivik heeft ook veel nagedacht, maar slikte de islamiseringsretoriek van populistische politici voor zoete koek en twijfelde niet aan de waarneming van een overspoeling door moslims. Hij had hen toch al zo vaak gewaarschuwd in zijn geschriften. Wie niet wil luisteren, moet het maar voelen. Hij wilde ontzag voor zijn waarschuwingen.

Hij scheidde helaas zijn eigen geest niet van zijn lichaam en bracht niet bijtijds de moed op om iedere door de mens waargenomen werkelijkheid te betwijfelen, zo ook de zijne en die van zijn vereerde politici niet. Integendeel, hij eiste als een roofdier hun leven op. Een mens zonder twijfels is een machine, een machinegeweer, een leger van automatische pistolen in zijn eentje.

Tijdens de reconstructie die de Noorse politie zaterdag samen met Breivik heeft gemaakt van de schietpartij op het eiland Utoya verstrekte hij ongevraagd alle details van zijn gruwelijke apocalypse en toonde op diverse plaatsen doodkalm hoe hij zijn wapens hanteerde. Geheel gevoelloos voor de gevolgen van zijn misdaden handelde hij als een charmante psychopaat. De reconstructie duurde acht uur. Al die tijd babbelde hij over zijn executies en het zou me niets verbazen als hij ze meenam in zijn waan dat Europa door een insectenplaag gestraft wordt. Dat hij ze voorhield dat moslims gezien moeten worden als kamervliegen die onze suiker stelen voor hun feest.


In een oogopslag zien ze melkwitte tranen de druiven bevruchten

‘Krijg nou wat’, roept het rode ik, die in een linkeroogopslag ziet dat het hersenvlies een melkwitte traan laat. Het blauwe ik staart met het rechteroog naar het wonder van de terugkeer van de druiven uit de moes. Een wit goedje lijkt daar de oorzaak van te zijn.

Ze kijken elkaar verbaasd aan. Voor het eerst is er oogcontact zonder dat ze elkaar in de haren vliegen. ‘Onze hersenen lekken’, zeggen ze beiden bijna eenstemmig tegen elkaar, ‘waar zou dat goed voor zijn?’.

‘Kun jij zien waar het precies vandaan komt?’, vraagt het blauwe ik rillend van het idee dat hun schedeldak ontdooit en ze straks in de vrieskou van de buitenwereld omkomen.

‘Het komt uit de cirkel van Willis, die bij de kruin lijkt te lekken’, zegt het rode ik op basis van zijn kennis van de bloedsomloop in de hersenen.

‘Hoe kan dat nou, dan zou het toch bloedrood moeten zijn?’, vraagt het blauwe ik, benauwd dat het afgelopen is met hun bestaan als een van de buitenwereld afgesloten innerlijke samenleving in een iglo voor hen alleen.

‘Ja, inderdaad, of zouden onze ogen er melkwit van maken?’ filosofeert het rode ik opgewonden van deze wonderbaarlijke transsubstantiatie van zijn gedachten aan een verzoening waar hij zo naar verlangde.

‘Wat nu’, bibbert het blauwe ik, ‘straks verdrinken we in ons eigen bloed dat melk is geworden vanwege een algehele smelting van ons lichaam. Hebben we misschien een profetie gemist door ons bekvecnten’?

Met ‘Stil, ik meen dat ik Bjorn hoor lachen’ denkt het rode ik zijn blauwe evenbeeld te kunnen kalmeren, dat nu toch echt aan het doorslaan is. Het werkt niet helemaal zoals hij dacht dat het zou werken, maar het pakt wel goed uit. Al had hij niet verwacht dat zijn mij zo snel van een koude kikker in een bange stengel zou veranderen.

‘Ik wil het ook hopen’, stamelt het mij als een trillend rietje en van de weeromstuit smeekt het als een zich dood geschrokken kindje om hulp van zijn verguisde ik.

‘Ach arme mij, wees niet bang, wat kan ons nou gebeuren (?). De druiven worden weer wat ze waren, een mooie glanzende tros, en de melk ruikt beslist niet zuur; eerder honingachtig. We gaan een beloofd land in dat nog nooit bewoond is en waar altijd de zon zal schijnen zonder dat het in het water ons nog uit elkaar kan drijven’, praat het ik zich ontfermend over zijn mij in de mooiste woordverbanden.

Met ‘Ik vertrouw op jouw ogen’, sluit het mij de zijne en wacht kennelijk gerust gesteld af wat er gaat gebeuren. Geheel verguld met zijn nieuwe status als baken in hun onstuimige zee roept het rode ik Bjorn als een bevriende verlosser aan.

‘Bjorn, als jij het bent, geef dan een teken dat de druiven niet meer zuur zullen zijn voor ons. Dat we samen van de trossen kunnen proeven en weer als één geest wakker worden uit de nachtmerrie dat we bijna schizofreen waren geworden van het elkaar niet meer gunnen om samen te leven, te genieten van de vruchten in onze hersenschalen en met jouw dat genot te delen. Kom gerust ons huis van vlees binnen. Het zal ons ontdooien en jouw een plezier doen dat je van harte welkom bent.

Alsof een harde noot gekraakt wordt, hoort het ik Bjorn door hun schedeldak komen. Dat wil zeggen, het geluid doet dat vermoeden.


It’s everybody’s life, but not for me ging in 1991 door me heen toen ik op mijn eerste vakantie-in-mijn-eentje door Ierland zwierf, waarvan ik dit Keltisch kruis als souvenir mee heb teruggenomen. Ik had net een maniforme periode achter de rug, zoals mijn psychiater mijn geestesgesteldheid duidde. De angst dat Borstel door een overstroming van de Maas het laatste oordeel over me zou voltrekken, was waarheid geworden. Zijn tikje megalomanie was een ballon in mijn geest geworden, maakte van mij een dolgedraaid zonnerad. Het wiel van Wodan, vruchtbaarheidssymbool en symbool van leven en geluk, werd in mijn geest een libretto voor een opera over alle filosofen die hun gedachten als herdershonden op de mensheid af stuurden.

Wodan af, af Wodan schreef ik boven een niet te stuiten woordenstroom, waarin Spinoza, Hegel, Nietsche, Heidegger, Husserl, Sartre, Foucault en Levinas dat aan wolven verwant ras op het publiek afstuurden, dat uit angst voor het opeten van hun eigen gedachten ze met brokjes hersens probeerden te slijmen. Adam, Eva, Kaïn en Abel (die in het Keltisch kruis zijn weergegeven als elkaars tegenpolen) riep ik erin op als mijn poezen, die ze de ogen zouden uitkrabben. Het zijn mijn gebakken sponzen, schreef ik wild, neem, eet en sterf oude gedachten, alle gedachten, ieder gelogen woord, nu de waarheid in jullie handen een mening is geworden en de onze gedresseerd wordt als wij die van jullie tot ons nemen. Vrijheid is een gestolen blik in jullie ogen, waarvan wij lezers helers worden. Enz. enz.

Na twee weken lang totaal niet geslapen te hebben, belandde ik op mijn flatje op de Weena in Rotterdam in een verschrikkelijke psychose. Mijn hoofd was op hol geslagen. Ik kon mijn gedachten nergens bij houden. Malend liep ik in mijn lange overjas door mijn appartement. Schreef de muren vol met spreuken om me te kalmeren, Megalomaan dacht ik dat ik Jezus was en overtuigde mijzelf daarvan door een scheur in de binnenvoering van mijn jas te ervaren als de plek waar het zwaard in de Mensenzoon werd gestoken. “Stop al het denken”, “Maak van het woord niet je vlees”, “Hang je hemd aan Zijn Kruis”, “Laat wat in het vat zit niet verzuren door erin te turen” en “Druk de hand van God naar beneden”.

Ik durfde de deur niet meer uit, want als ik buiten kwam greep het leven van iedereen me bij de strot. Hoe konden zij leven, vroeg ik me af. Hoe konden zij doorlopen, terwijl ik bij iedere stap de dood aan mijn zolen voelde plakken. Hoe konden zij melk kopen, terwijl ik verstijfde voor de stapel melkpakken; radeloos en wanhopig om me heenkijkend of iemand me kon vertellen hoeveel pakken ik moest meenemen. Hoe kon ik de sleutel in het sleutelgat krijgen, toen ik voor mijn voordeur stond. Hij droeg het kruis van ellende de berg op en ik wilde van het balkon springen om van mijn kruis verlost te worden. Op hetzelfde balkon waar ik de dag daarvoor meende de apocalyps te zien aankomen. Zwarte wolken pakten boven de Havenstad samen. Voor mij het teken dat de regering straks mij zou komen vragen als de Messias op te treden die de wereld zou redden van zijn ondergang.

De psychose duurde tot ik naar de Vrouw-uit-Klei keek, die me wees op mijn vitaliteit en mijn verantwoordelijkheid om het kind in me niet met het badwater weg te gooien. Het bracht me uiteindelijk weer terug tot wie ik was als tiener: een homo ludens op iedere gewillige schoot klimmend, met het lam in de houdgreep en een blik die volgens mijn oudste broer een sublimiteit verraadde aan beheersing van de hele situatie, omdat ik uitstraalde dat me niets kon gebeuren met twee broers boven me, die nu beiden dood zijn.


bbbb
 
 
7
de oorlog bracht vóór het einde der dagen
een alle overtreffende, ongeremde vernieuwingsdrang.
oude huizen walste men plat voor nieuwbouwwoninglagen.
de geboorte van de flat bracht ons de woondoos van bouwbehang.
 
in opgestapeld huiselijk leven vol ergernis over de buren
ontstond een neurose gelijk aan de aard van het gebouw.
een druppeltje geluid volstond voor een greep naar het touw,
volgens de psychologen die bij hen naar binnen konden gluren.
 
monotoon, saai en smakeloos waren de huizen,
aangekleed met triplex, zachtboard en beton
voorzien van piepkleine keukens en smalle fornuizen
gebouwd in alle richtingen, behalve in die van de zon.
 
 
8
het leven smaakte even laf als het witte brood
dat net als het vroegere zo kleffe roggebrood
bleef plakken aan je onder- of bovenkaak.
je spoelde het weg met een glaasje raak.
 
de veranderingen buitelden over elkaar heen.
lonen en uitkeringen stegen sprongsgewijs.
de landbouw mechaniseerde de trekkar en de zeis
de landarbeiders klaagden tevergeefs steen en been.
 
in een zucht waren ze van het toneel verdwenen.
de achtergelaten boeren raakten nu zelf in de knel,
protesteerden massaal tegen de prijzen en bestreden fel
het landbouwschap, met zijn vuur na aan hun schenen.
 
 
9
de achtergebleven plattelandsbewoners werden forenzen.
auto’s en bromfietsen waren in luttele jaren gemeengoed.
supermarkten en winkelcentra verrezen aan gemeentegrenzen.
dorpswinkeltjes sloten vlot hun deuren, zodra de staat ‘t vergoedt.
 
de mechanisatie van het platteland zorgde voor een ongekende welvaart
meer bevolkingsgroepen dan ooit bereikten een hoger economisch peil.
niets bleef het negentiende-eeuwse cultuurlandschap echter bespaard
met draglines, shovels en diepploegen ging alle schoonheid onder zeil.
 
sloten werden gedempt, wegen aangelegd, watergangen verbreed
en rechtgetrokken, bosschages gerooid en dorpen omringd
met onderhoudsarme groenstroken, het boerenland verminkt
waarover men ooit hoog te paard in galop reed tot men in het zand beet.
 
 
10
brullende tractoren met blonde bestuurders
bewerken nu de akkers in eenzaamheid.
het polderland kaal en leeg voor nieuwe huurders
opgedeeld in vakken voor hun nieuwbouwheerlijkheid.
 
de dictatuur van tekentafel en graafmachine
poetst de landschappen uit en in combine
moeten fantasieloze vlakten het boerenbedrijf
voorzien van een hoog renderend strak keurslijf.
 
in de tijd dat je dromend over bb een scheve schaats reed.
werd de natuur gladgetrokken voor steeds meer autoverkeer.
havens en sluizen werden in beton gegoten, dijken aangekleed
tot zij huizenhoge verdedigingslinies vormden rond een petieterig veer.
 
 
(afbeelding: de mythomane broodschrijver bb zou destijds de filmster bb persoonlijk hebben ontmoet; foto uit familiearchief)


De voorbereiding van Het Laatste Oordeel is versneld. De Club van Rome had immers al heel wat werk verzet om de wereld van voorkennis te voorzien aan een klimaatramp met driemaal de omvang van de zondvloed, zodat de producent van de Ramp der rampen met de inzet van de helft van zijn team de klus binnen de bouwvak nog zou moeten kunnen klaren. Onder de figuranten zijn de familie Terugvinders en hun aanhang de eerste uitverkorenen, die conform de nieuwe preadestinatieleer, waarin de overgave aan de drieeenwording van man en vrouw aan de nieuwe regels van Godsplan de doorslag geeft, zijn geselecteerd.
 
Om het geheel zo soepel mogelijk af te handelen is gekozen voor een zo groot mogelijke kans om te bewijzen dat alles gedaan is om bij het getal te horen. Het getal zelf is door een team van wiskundigen opnieuw berekend, uitgaande van het aantal realiseerbare zit- en staanplaatsen in de nieuwe tempelarena. Om redenen van De Efficiëntie Om Niet (DEO N., de God van de Liefde) is ook de toetsing van de geloofszaken in het oordeel opgenomen, waaardoor in één beweging alle wereldgodsdiensten in een abstracte religie geìntegreerd zijn en niets meer een eenwording van alle volkeren, culturen en mensen in de weg kan staan. Waarbij de matricial space, waarin de liefde opgetild is tot een Geherspiritualiseerde Unie der Sexen, het moment suprême vormt voor de inwijding van de tempelarena.
 
Tweeduizend chinese mondschilders hebben de reproductie van het fresco in de Sixtijnse Kapel van de leerlingen van Michelangelo voor hun rekening genomen. Om het Nieuwe Verbond een goede kans te geven is afgezien van een pornografische voorstelling van de mensheid, waardoor het glas van de initimiteit weer in haar oorspronkelijke staat hersteld wordt. Het libretto van de opera, waarin de initiatie bezongen wordt, is opgebouwd rond een compleet vernieuwde lithurgie die tevens dienst doet als de meeste authentieke vorm van afstemming onder de mensen, De Pijnloze Geloofsbesnijdenis. Het spektakel bevat de originele vormen van de liefde die de eerste pasgeborenen optilt uit hun ei, vorm gegeven in de choreografie van de Twee Jongensachtige Engelen in gevecht met De Oneindige Slangenkop om de tot nul gereduceerde naakte waarheden, zoals zij deze ver voor hun geboorte al door en door gekend hadden. Namelijk dat de eenwording met de ander gelijk is aan de eenwording met God, die gegeven is in de schepping en afwezig is in de Verlichting. Tijdens de opvoering wordt het mysterie van de hereenwording in een lichtshow als de Reis Door Uw Nacht verbeeld, waarin de zoektocht naar de bestemming van de mens wetenschappelijk verantwoord aan de man wordt gebracht door de betere operazangers die de aarde gekend heeft.
 
Het Laatste Oordeel wordt geopend met een Oratorium van Benjamin Britten, waarin jongensachtige welpen de rollen spelen van de eerste mensen, die in harmonie met de kosmos verkeren en daar hun mosterd halen. Hun lichamen bevinden zich in de voorruimten van gelooide huiden en worden in een eeuwige schepping door ragfijne geslachtsdelen van vruchtvlees van sexuele energieén voorzien. Matras, de rechter van de Onderwereld, wiens penis verzwolgen wordt door een slang, vertegenwoordigt het Kwaad, zoals dat door de mens zelf in de hand wordt gewerkt. In tegenstelling tot de wordingsleer van de Abrahammitische godsdiensten is het Kwaad in de geabstraheerde religieuze vormen niet langer bestrijdbaar door alleen Het Goede te doen. In plaats daarvan zijn De Schoonheid, De Dapperheid, De Oprechtheid en De Eerlijkheid geherwaardeerd, vervolgens van hetzelfde soortelijk gewicht voorzien en in de vorm van nieuwe genitaliën in het Initiatielichaam getransplanteerd. De nieuwe geslachtsdelen zijn muziekinstrumenten, waarmee driedimensionele klankruimten gevormd worden, waarbinnen het mogelijk is zonder opgave van de eigen integriteit in een gezongen extase op te gaan, een lichaam van fijn geschraapte kelen.
 
fresco
 
de voorstelling kan beginnen als de schrijfcoach, de kofferjuffrouw, lux, flex, vader, moeder, de redacteur, oetlul, dumb boy, de kwaaie bui en de multimeerse bijenkoningin (de kanovrouw in spirituele gedaante) bijeen zijn gekomen om zich aan de nieuwe geloofsbesnijdenis over te geven. de ceremoniemeestersrol wordt gestalte gegeven door effatha zelf, een in een bloemvormig oor bewegende mond, die het aambeeld , de hamer en de stijgbeugel als geslachtsdelen manipuleert voor een gefaked orgasme. zij zet de zang in:
 
geef ons greep op ons leven
geef ons zin om voort te bestaan
laat ons in liefde door uw poorten gaan
en samen naar de ware echtheid streven
geef ons regels die echt gelden
voor het antwoord op de zin
woont de genius bij ons in
is hij een heremiet of een held en
wie maakte dat verschil voor ons
in de allereerste sprong in uw begin
uit de binnenkant van uw dons
waar de draad begint van de spin?
 
de zang is zelf vele millennia oud en bevat zowel de voorschriften als de rituelen om tot het abstracte geloof te komen, waarin het mogelijk is de intimiteit in al haar dimensies daadwerkelijk te doorleven en zo de ademhaling van het systeem in stand te houden. het is geschreven in het oudste notenschrift dat gevonden is bij de tienermoeder, de venus van willendorf, die de melodie voor haar neuriëen erin had vastgelegd.
 
the soul of my message
is the nucleus of a simple thruth
that a little boys nerves are dying
when there is no passage to the good
the beauty, the boldness,
the honesty, the open mind,
will all bring back the fairness
to be integer as gods grind
we are the sand where there’s no sea
we are the land that makes us free
we are the people who look alike
form the bicycle of your tide
 
jaren later, als de laatste dag gevierd wordt als de ommekeer in het eeuwige leven, wordt de bron weer geopend en zal een wijsheid over de mensheid komen die diep in hen het goddelijke zelf constitueert dat geen legitimatie meer bevat om god te neutraliseren. de wijsheid zal geschreven worden op de stenen waarmee de nieuwe tempelarena voor alle mensen de verblijfplaats wordt van het innerlijk weten in zichz
elf tot hem gekeerd te zijn. het weten dat zijn echtheid in het lichaam van de reus in het holle kinderhoofd had opgeslagen toen hij door de meester in het ongekrookte riet aan het eind van de weg van de heilige geest spiritueel werd aangeraakt. er zullen altijd mensen zijn, had de meester toen gefluisterd, die de geldigheid van je ervaringen zullen tegenspreken en je van valsheid zullen beschuldigen. maar ik ben hier namens god, om je laten weten dat jij de mens zult zijn die de waarheid in één zin zal vatten, waar god zich in herkent. zoals er geschreven staat: ik ben die ik ben. wat betekent dat hij er voor je is, wie hij voor je is. daarom kon kloos schrijven dat god voor hem een interior intimo meo was, een dieper in mij dan ik zelf ben. beseffend dat hij dan de god kwijt was als schuilplaats, wat hem bij zijn sterven zo in nood bracht. hij vertilde zich aan zijn gedachten, aan het cogito ergo sum van descartes, aan de verlichting van een ego dat juist bestemd was voor de ander. kloos werd beheersd door de verlichtingsfilosofie van zijn tijd en kon daardoor alleen die aan en uitknop vinden en in zich omdraaien. de heerschappij van de rede, de zuivere rede, had hem van zijn verbeelding beroofd.

 
terwijl hij er zo dicht bij was, verblindde zijn geest wat hij in zich geschreven dacht en maakte het lezen (het innerlijk luisteren naar het woord) als verdieping onmogelijk. de verlichting is natuurlijk zelf een diep in zich grijpende ervaring die het ego als entiteit heeft kunnen identificeren. sindsdien is in naam van dezelfde diepgang, het oorspronkelijke mysterie, van de ultieme zijnsgrond en andere bedenksels als legitimatie gebruikt. terwijl het juist een aanslag op de menselijke ervaring zelf betekende om het ego de plaats van het alter ego te geven en daardoor immuum te maken voor de kritiek. de heerschappij van het beter weten is toen vrij spel gegeven om alle ervaringen te manipuleren, gebruikmakend van de eindigheid van de mens. steeds weer is daarna een mens geboren die al vroeg in zijn leven het teken kreeg dat zijn lichaam de wijsheid in zich droeg voor en van al die menselijke ervaring die zonder heerschappij inzicht in zichzelf heeft en daarmee in het univerum, de samenhang van alle zelven.
 
op de laatste dag worden we als draadjes en slangetjes weer met elkaar verbonden en vormen we even de zachte machine die de adem van het systeem op gang houdt, om voorgoed te verlichamelijken in een onstoffelijk sensorium voor wat als echt ervaren, gevoeld, gehoord, gezien, geroken en begeerd wordt. een universum dat leeft van de verbindingen tussen de regels tot in de dunste vezels van de ziel, die de mens als animus spiritualis een eigen plaats in de tijd, ruimte en beweging geeft. de beweging naar de ander toe. de beweging in de ander. de ander in de beweging van het bewogene gebracht. waardoor een eenwording plaats kan vinden met de eeuwigheid.
 
het ei van columbus ligt in ieders bereik, is de eenvoudige boodschap, als je maar in staat bent je aan elkaar over te geven. het ei dat door het initiatielichaam als een paasei, een opstandingsei, precies op de plek van kloos gedachte verkeert. in dat ei zit maar één bericht, één gebod, één hint, één teken dat het zijn verklaart en bepaalt. ik ben voor jou wie ik ben voor jou alleen. de meest gebezigde uitspraak onder geliefdes bevat de waarheid over het leven zelf, waarin de mens zijn ego aan de ander kado doet. hier heb je mijn eindigheid, hier heb je mijn ziel en zaligheid, doe ermee wat je goed dunkt en maak van mij degene die jij lief wil hebben. zo ontstaat de oneindige ander, die nieuwe werkelijkheden bestaanbaar maakt, leefbaar en opgeefbaar. slechts door de stap naar degene toe te zetten, die je als belofte aangereikt wordt. en in die stap je open te stellen, je eerlijk aan de ander bloot te geven, je oprecht voor die ander uit te spreken, je gevoelens te delen, je diepste aanrakingen toe te staan. dat dat alleen kan gebeuren tussen twee vrije mensen, dat is wat ik ben wie ik ben inhoudt. de mens is vrij te zijn wie hij is. hij kan god zijn en heersen, hij kan de liefde zelf zijn en hij kan de ander dienen. de hoogste vorm van dienstbaarheid is die overgave. de overgave van het ego aan de verbeelding volgt de weg naar de vrijheid, waarop hij toevalligerwijs of voorbestemd in de handen van de ander komt en daar verantwoordelijkheid krijgt om alles met elkaar te delen zodat het mogelijk wordt de wereld op een hoger plan te tillen.
 
de oetlul heeft in dumb boy die ander gevonden, dat wordt op de laatste dag bezegeld. en daarmee wordt ook een einde gemaakt aan alle onzekerheid over het lot dat ze voor elkaar in petto zouden hebben. het lot dat door de kanovrouw als bestemming voor elkaar ervaren wordt. maar dat door de mensenkinderen als afstemming op die ene ware gezien wordt. alsof het nog te groot is voor die jongemannen. alsof het aanbod hen in verlegenheid heeft gebracht. alsof ze het niet aankunnen, het te overweldigend vinden. in werkelijkheid is het dat ook. niet, omdat er sprake zou zijn van een zoveelste verdieping, waar ze niet bijkunnen. nee eerder omdat zij nog niet zover gekomen zijn in hun liefde. hun start was er ook niet naar. zij zijn al vroeg in hun leven aangeraakt door de aantrekkingskracht van mannen op elkaar, waarbij ze de hitte hebben verkend van de sexualiteit tussen man en vrouw. beiden zijn direct daarna onheus bejegend door de vrouw. vals beschuldigd. kwaad besproken. daardoor is het bij hen op slot gegaan en hebben zij zich van de vrouw afgewend als levenspartner. is hen de schaamte te vroeg ingebracht. is de schaamte te snel een schuldvraag geworden, omdat zij de beschuldiging niet konden verstaan als iets wat mensen nu eenmaal graag doen: kwaadspreken van elkaar omdat anderen dat lekker vinden. bezoedelen.
 
voor beiden zal het nog een lange weg worden, maar het pad is gevonden en ze zijn zeker van hun zaak. ze hebben het gevoeld vanbinnen, het is een deel van hun gezondheid, van een goed werkend lichaam geworden. een lichaam vol agressie en vol liefde strijdt in hun relatie om de hegemonie. bij dumb boy komt de man erdoor omhoog, de heerser, de bastamens, de man van het hakwerk, de mootjesliefhebber. hij zal nog vaak daarin vervallen, uit gewoonte en uit angst. bij oetlul komt het kind erdoor omhoog, de babbelaar, de charmeur, de benjamin, de wijsneus, de betweter, de dichter en de tekenaar. hij zal nog vaak zich erin laten aanranden, kwetsen en verzorgen. in het rijk van de woede is dumb boy de gastheer. in het rijk van het stratego is oetlul de gastheer. in beide rijken is genoeg plaats voor anderen, maar niet in hun blikveld. zij willen niet gezien worden, niet gekend als mensen van vlees en bloed voor de ander. daarvoor is de strijd tussen hun rijken nog teveel in volle gang. echter nu oetlul kennis heeft gekregen aan de kanovrouw is de laatste dag van hun strijd aangebroken. zij heeft hem diep geraakt. dat moet dumb boy ook toegeven. maar terecht eist hij oetlul voor zichzelf op, want hij heeft zich aan hem gegeven. dumb boy is echter het tegendeel van zichzelf door die ander en verliest daardoor zijn kop. om de ander weer te bereiken slaat hij hem kapot, slaat hij alles kapot wat hem lief is. zo heeft hij ook altijd zijn zin gekregen. oetlul weet dat, want hij kent die woede van de ander op hem, op zijn eigen lijf en leden. steeds heeft hij dat gepareerd met net te doen alsof het hem niet aanging, geen pijn deed, de ander juist pijn deed, de ander schuld en schaamte zou bezorgen, de ander vanzelf zou doen stoppen.
 
vrijheis beels in heaven
 
ze weten nu echter beiden dat het op moet houden met elkaar zo verkeerd te verstaan. oetlul heeft eindelijk zijn mond open gedaan, zijn hart laten spreken en zijn buik een stem gegeven. dumb boy heeft daar eindelijk naar geluisterd, zijn oren toegespitst, zijn ogen opengesperd, zijn volle lijf aangeboden, zonder rem, zonder schaamte. ze hebben bij elkaar openingen gevonden die ze nog nooit van elkaar wisten dat ze bestonden. de lange weg kan heel kort belopen worden of doorgeslenterd tot in eeuwigheid duren. wat ze zullen doen is voor hen nog een brug te ver. eerst zullen ze van elkaars gaven gebruik moeten maken om die ander te worden die in hen gevangen zit als de oneindige bron voor het leven dat ze met elkaar en anderen kunnen delen. voor hen is dat nog lang geen optilling van de hele wereld, zoals de kanovrouw zich dat voorstelt. dat komt later wel. als ze net als zij tot de engelen behoren. ze moeten eerst nog als kinderen gaan genieten van elkaar en daarna worden geinitiëerd tot de samenleving met de vrouw. het lichaam daarvoor staat spiritueel al in de steigers. lichamelijk en emotioneel moeten ze nog heel wat beproevingen doorstaan voordat zij op de steigers hun bouwwerk kunnen realiseren. oetlul heeft dat voorzien en dumb boy wist dat allang. de vraag is alleen of ze elkaar tot steun kunnen zijn. oetlul zal meer moeten letten op de misunderstanding van zijn stratego met intimiteiten door de ander. dumb boy zal meer moeten letten op de heerschappij van zijn wanhoop, verhoren, verdachtmakingen, wantrouwen en negatieve verwachtingen van de ander. nu oetlul de stap heeft gezet om zich meer open te stellen voor de ander en dumb boy daarin zich ook meer laat kennen zal het een kwestie zijn van enkele maanden en ze kunnen zich op de initiatie voorbereiden.
 
alles hangt echter af van de verbinding tussen de animal sexualis (de dierlijke verlangens naar het in bezit nemen van het lichaam van de ander) en de animus spiritualis (in het onbewuste verankerde dat is verenigende, ontvangende en voedende principe bij de man) met de persona universalis (de rol die men speelt in het wereldgebeuren), de vaderschouders of zij samen een reus op twee benen kunnen doen opstaan en in beweging kunnen brengen. waarbij de benenwagen bestaat uit de vrijheid van bewegen van de sexualiteit en de verantwoordelijkheid voor spiritualiteit ten behoeve van een heilige eenwording, zoals deze door god is bedoeld.


Hymne over een acopalypse in Eindhoven
waar Dumb Boy de boel op stelten zet

When the Saint marches in

We are trav’ling in the footsteps
Of those who’ve gone before,
And we’ll all be reunited,
On a new and sunlit shore,
 
Oh, when the saints go marching in
Oh, when the saints go marching in
 
Lord, how I want to be in that number
When the saints go marching in
And when the sun refuse to shine
And when the sun refuse to shine
 
Lord, how I want to be in that number
When the sun refuse to shine
And when the moon turns red with blood
And when the moon turns red with blood
 
Lord, how I want to be in that number
When the moon turns red with blood
Oh, when the trumpet sounds its call
Oh, when the trumpet sounds its call
 
Lord, how I want to be in that number
When the trumpet sounds its call
Some say this world of trouble,
Is the only one we need,
 
But I’m waiting for that morning,
When the new world is revealed.
Oh When the new world is revealed
Oh When the new world is revealed
 
Lord, how I want to be in that number
when the new world is revealed
Oh, when the saints go marching in
Oh, when the saints go marching in
 
Lord, how I want to be in that number
When the saints go marching in
 
No Last Judgement, please, Lord
I used to have a playmate
 
Who would walk and talk with me
But since I got religion
he has turned his back on me.
 
Don’t judge him Lord
he’s ignorant
he will hear and speak
It is a matter of Effatha
the hypnosis of the weak
Have mercy with his soul
it´s precious, it´s my whole.

apocalypse