Post Tagged ‘archeologie’

Het eeuwige leven!

Geplaatst: 6 november 2020 in Gedichten
Tags:, ,

Kiezels eten kirt mijn kleine geest
met zijn darmen de tijd herdenkend
dat de onbeschaafde dood versierd werd
door de lijken vol te proppen met kleurige klei
tot uit alle lichaamsgaten bonte rivieren stroomden
alsof de aarde zelf in de doden was gaan wonen

om de skeletten heen werden tuinen aangelegd
met planten, mossen, grassen, bomen en struiken
op de vlakten tussen de versteende kleistromen
een menigte lichamen als een uitroepteken
dat de mens eindelijk opgenomen was
in het huis van alle oorsprongen


Gespot in de lingerie van Moeder Aarde

een spreekkamer van de bottenkraker

uit de late Steentijd

toen men van hout, leem, kiezels en beenderen

de eerste behandeltafel in elkaar stak

waarop men de behaarde huid epileerde

van de homo sapiens, de eerste mensachtige

met een ogenschijnlijk rechte rug

 

 

Uit: Nieuwe Bronnen Voor Een Oud Verbond


Onder het Dwingelderveld is een nog onontdekt startsein gevonden van pre-germaanse oorsprong. Dit is vastgesteld door studio Artaaa. Een bedrijf dat zelf geheel onbekend is met archeologisch grondonderzoek, maar zich bekwaamt in het restaureren van verhalen uit een ver verleden. De vondst is gedaan toen een auteur, in tijdelijke dienst van dit bedrijf in oprichting, op een weg fietsend door het bos stuitte op een hoge aarden wal. Hij stapte af en kluunde over deze vreemde dijk tot plots zijn linkervoet door de bovengrondlaag zakte, waardoor een gat van 50 centimeter diep ontstond. Bij het omhooghalen van zijn voet trok hij een wortel mee, die hij beproefde op de lengte en de sterkte van dit natuurlijk stukje gedenkteken van een door Grontmij gerooide eikenboom.

De wortel had een lengte van 55 meter toen deze afbrak. Met een flinterdunne rolperiscoop en een fel licht uit een oud verhaal dat hij opgroef in de Bijbel kon hij een beeld tevoorschijn toveren waarop hij het startsein herkende van de stammen-zonder-naam, die ooit deze grond verlaten hebben voordat de Germaanse barbaren het verwoestten, voor hun diaspora over het Noordelijk halfrond. Hij denkt zelf dat het een reisaltaar is, dat deze nomaden achterop hun rug droegen. Een dergelijk altaar is nog nooit opgegraven, maar uit zijn waarneming kan men opmaken dat het in de stijl van de eerste tabernakel is gebouwd, waar ooit de tekeningen van zijn gevonden in het archief van een kunstsmokkelaar.

Het bestaat uit 3 ongelijke delen, waarvan het middelste een tafel lijkt en de buitenste krukken voor de priesters dienen die als navigatoren destijds verkeersoffers opaten voor de God-van-het-Vervoer. Die god is af-gebeeld met een tafelbel in de vorm van een kalfstierkop. Dezelfde waarmee men oorlog voerde, door elkaar er om de beurt de hersens mee in te slaan om een botsing te vergelden. De auteur is er zeker van dat het geheel nog wordt gebruikt, want hij ontwaart in de arcering van de grondlagen duidelijk gezichten van geesten die hij identificeert als De Honger, De Geeuw, De Dood, De Kijker en De Onnozelheid.

Deze geesten vormen volgens de auteur het allervroegste bewustzijn van de mens dat de aarde niet alleen eten kan voortbrengen, maar ook zelf graag haar maag vult, daarna zich rekt voor een winterslaap, die voor de vijand op de dood lijkt en de kijker (het nageslacht vertegenwoordigend) voorziet van de onnozelheid van de pasgeborene. Grontmij, de dienst landelijk gebied voor ontwikkeling en beheer, heeft de man gearresteerd om te voorkomen dat hun net gemaakte kaart hiermee naar de prullenbak verhuist; op last van de regering, die er een bedreiging in ziet voor de joods-christelijke signatuur van heel Nederland, dat men ons aan het teruggeven is.

(wordt vervolgd als de auteur ontsnapt is)