Post Tagged ‘beeldende kunst’


Op het hedendaagse sterfbed
ligt de mens op zijn buik te verlangen
naar een teug adem zonder pijn in de borst
terwijl de slangen in zijn kille nest zuurstof pompen
voor de eeuwige strijd om het voortbestaan
in de schemer van een purperrode avond.

Buiten regent de eenzaamheid langs de ruit
over de door de meeste mensen verlaten straten
kruipen zwerfkatten onder het afval uit van de horeca
pissen verdwaalde honden hun geur op luide avondklokken
vermenigvuldigen delende cellen hoofdpijnen in de kopjes
boordevol geschiedenis van een samenlevingsarm bestaan.

Zichzelf deppend onder een ‘quilt’ van gestikte mondkapjes
voor de vele persoonsvormen in zijn overbevolkte bovenkamer
maakt een leger bromvliegen van zijn gehoorgangen bulderbanen
aerosolen geladen met virusdeeltjes verstoppen zijn beide neusgaten
tot de president van de wereld uitroept dat het nu wel volbracht is
nu zijn stemmers ondersteboven gehangen wortel schieten
op de i-phone van zijn thuiswerkende zakenpartner
waar hij in een hologram post mortem voortleeft
kopstoten uitdelend als een zwarte specht
eeuwig happend naar de laatste adem.


Mezelf zijn (4)

De kunst verstaan

tegen de stroom in te roeien

voor een eigen plek tussen al die anderen.

De behoefte bevredigen

verbannen, verschopt en verworpen te worden

voor een eigen identiteit.

De geest rijp maken

met de illusie dat wijzelf bepalen wie we zijn

voor het rijk der vrijheid.


 

Mezelf zijn (3)

 

Een lijfspreuk voor wie

de tijdgeest het voor

het zeggen heeft

 

Een spijkerbed voor

de anderen die zo graag

over zich heen laten lopen

 

Een slaappil en een wekker

voor wie er gedachteloos bij willen horen

mijzelf zijn en blijven

 


Mezelf zijn (2)

Als een klopgeest waart de slagzin in mijn hoofd rond

mezelf te moeten zijn en blijven

op ieder moment dat ik ademhaal borrelt dit hersenzuur op

maakt van mijn hoofd een bovenbuik

waarin bellen als boeren een mond zoeken

om aan de druk te ontsnappen

al tegensputterend.

Jezelf niet zijn daarmee doe je jezelf tekort

ben je een dief van de portemonnee van het ik

de leverancier van je persoonlijkheid

zo zeggen de psychologen in koor.

Hun gezang moet de twijfels overstemmen

van wie meent dat zo’n credo het blad voor de mond verdort

je mondkapje wegkaapt om je niet voor wat je uitlaat te hoeven schamen.


Mijzelf zijn

Een naam is mij al te groot,

maar zonder ben ik niet

wie ik zou kunnen zijn.

=

Voor wie mij kennen wil,

zodat ik kan wonen 

tussen al het leven om mij heen.

Mij is van alle kanten bang

voor een ik als een ding,

een jas zonder armsgaten.

—–

Vlissingen, 26 september 2020



Vandaag heb ik me weer verbijsterd over het zogenaamde feit dat ik besta.
De onwaarschijnlijkheid dat ik een wezen ben dat deel uitmaakt van een immens heelal kan ik opeens niet meer weerleggen.
Het is niet te geloven dat ik in deze tijd en op deze plek leef.

Voor mij niet, terwijl ik weet dat het wel zo is, kan ik de vreemdheid van mijn uniciteit niet ontkennen.

Dat de wereld een werkelijkheid is, zichtbaar voor mij en ook zonder mij niet voorbij is, is volstrekt onverklaarbaar als ik me er niet mee verzoen dat ik slechts een vezeltje van de stoffering ben die vergaat.

Is het wel waar?
Ben ik wie ik ben?
Ik druk mijn hoofd tegen het raam.
Door het koude glas besef ik het waarschijnlijke.
Hoewel ik twijfel of zo’n ervaring niet een waan is.

 


 

Het verhaal is getekend
Gedachteloos op de rand van de tafel gekrast

Een ondoordringbare werkelijkheid
Om radeloos van te worden

Voor de ander wellicht plotseling
Een verwarrende openbaring

 

 


Geen beltegoed meer blog

 

Nieuwe eenzaamheid

De schilder geeft haar schreeuw weer

Geen beltegoed meer!

 

 


Het was begin jaren zeventig. We woonden in de Kruisstraat, in een wevershuisje, in Leiden. Ik lag stoned te luisteren naar het laatste album van The Band. Hij draaide met zijn camera om me heen op zoek naar het juiste moment.

Nu, bijna vijftig jaar geleden, zie ik me op zijn foto mijn best doen hem niet op te merken. Zodat hij me ‘ongedwongen’ op zijn gevoelige plaat kon vastleggen. Dat moment herdenkend voel ik opnieuw de intimiteit van zijn nabijheid. Het kietelen van zijn blikken en word ik er weer van binnen zenuwachtig lacherig van.

Vraag ik me voor de zoveelste keer af wat of wie ik eigenlijk in zijn ogen was. Was zijn blik net als die van zoveel anderen de hel? De buik van Moloch, waarin ze flikkers als mij zo graag eeuwig willen laten branden? Zoals ze al hun liefjes offeren om te bewijzen dat zij niet zo zijn?

Of, sloeg hij met diezelfde blik de lakens opzij. Nodigde hij me uit bij hem in bed te kruipen en zie ik nu pas dat hij met zijn tong zijn lippen bevochtigde. Zoals ik dat met het tekenpapier had gedaan voor een vloeiend zelfportret.

Het zelf is gezien
Door het oog van de ander
Nog zonder mening

Omdat de feiten het nog niet toestonden. Althans niet direct en expliciet van zijn kant, want hij wilde er eerst kunstenaar mee worden. Deze foto van het jaar in zijn zelf bedachte en gemaakte doos stoppen. Met de titel Een-hol-kinderhoofd-in-de-leegte zo poëtisch mogelijk met de naald geschreven door zijn toenmalige vriendin op het deksel aangebracht.

Het zelf is op dat moment nog veraf van het beeld gespiegeld in zijn ogen. Nog onaangetast door de druk aan zijn visuele dwangbevel in zijn achterhoofd te voldoen, te zijn wie ik in zijn ogen was. Maar, ergens was het zelf al op zijn hoede dat hij (vele jaren later) zou ontkennen een homo te zijn. Voorzag het al dat hij zijn volgende vriendin als getuige naar het etentje bij hem thuis uit voorzorg had meegenomen. En klonk de coming-out ik-ben-geen-homo zo ongepast bij het afscheid aan de deur, dat diezelfde vriendin haar ogen nog nooit zo verbaasd had gesperd.

Het zijn altijd zulke lafaards die kunstenaars die, net als de Schepper, de regie eeuwig in eigen hand willen hebben. Zonder rits niet in jouw huid durven kruipen. En als je akkoord gaat met een rits dan is er altijd wel weer een onderhemd dat zo’n lafaard wil aanhouden. De hechting aan een zelf van vaste stof, daar moet wel een erg starre looking-glass-self aan ten grondslag liggen. Wat jammer dat hij zo was en niet zichzelf, zoals ik hem zag. Wat fijn dat het zijn foto niet bedierf en mij een zelf gaf die ik kan koesteren in zijn ogen.


Van een ongedocumenteerde ik heb ik een zelfportret gemaakt en nu slaat de twijfel toe. Ben ik dat wel? Hoe kom ik daar achter? Wie of wat kan mij uitsluitsel geven?

De ogen, neus en mond zijn van mij. Dat zal ik niet ontkennen. Ze lijken sprekend op de mijnen. Het haar herken ik ook als mijn haar. Het geheel is echter niet meer dan de som der delen.

Dat is spijtig, maar voor wie en hoe diep?

Ik haal mijn schouders op en zie in de spiegel dat het beeld plots met mij samenvalt.

Vliegensvlug markeer ik met krijt de meest betekenisvolle contouren.

Een afdruk op sponzig tekenpapier toont alle krasjes en lijntjes van het gedrocht.

Het gom verwijdert wat mijn wezen in de weg zit.

Het beeld bevalt me als derde persoon.

Het maken heeft me doen inzien dat het zelf een speling van de cultuur is.

Hij bestaat niet echt, is ongrijpbaar en onkenbaar voor wie hem voor altijd vast wil leggen.

Je beleeft hem wel, ervaart hem als degene die je in het model zag waar je in de spiegel als schepper naar keek.

Het ongrijpbare is zelf geportretteerd en jij hebt dat portret even gedragen.

Dat kan gebeuren, maar daarmee ken je jezelf nog niet en blijft het een hij als een droste-effect in je beleving van je individualiteit.


 

Tegen de gouden klaagmuur steekt hij schril af, de bombastische burger. Een opgezwollen figuur, geheel verzonken in het eigen spraakwater.

De catalogus rept van een politicus die ‘al orerend tot aan zijn haarlijn gedompeld werd in een bad vol gesmolten zink’, anno 2017.

In de Hofstad wordt het beeld veelvuldig betast, gestreeld, gekust en gelikt (voor gezonde botten, huid en haar) door inwoners en dagjesmensen.

Alternatieve genezers bevelen een tongzoen aan. Naast de oneindige groei van wat je je maar lichamelijk wenst claimen ze een onverslaanbaar afweersysteem en een uitzonderlijk geheugen voor wie dit het langste volhoudt.

Het gevolg is dat de sculptuur voortdurend wordt besmeurd.

 

 

 

 

 


lichtnet

Om naar het leven na de winter over te gaan zijn zoveel verhalen bedacht, we zouden ons hoofd verliezen als we ons er echt in verdiepen. Nooit meer in staat zijn de goede keuzes te maken, terwijl dat juist nodig is om je hart te vinden voordat de winter je doodt. Maar gelukkig al vroeg beseften we dat die tijd niet naakt mocht blijven.

In aangrijpende beelden gehuld wisten we de koude duisternis te overleven, waarin we met de hele natuur voor korte duur ondergedompeld waren. Vrijwel elke beschaving heeft de noodzaak gevoeld een passende mythe en rituelen te bedenken die de zon, het vuur en het liefst het licht zelf in volle kracht op aarde doen terugkeren.

Daartoe zijn verschillende hemellichamen vereerd, is de zon een verloren zoon geworden, Saturnus als vuurgod tot zinnebeeld van de winterse dood gemaakt evenals Molech, Kronos, Nimrod en Vulcanus. Allen alleen vermurwbaar door kinderoffers, die zij als zonen verslinden zodra ze geboren zijn, want “door het goddelijke vuur zouden alle onreinheden voortgebracht door vorige generaties worden gereinigd.”

Het zuiverend vuur gaf het goddelijk licht door dat nu nog wereldwijd geweven wordt in de schaduw van de jaarlijkse dood van de winter. Het heeft voor eeuwig het goud gesmolten van de draden tussen de door menselijke offers bebloede ijsbloemen voor het net dat de lichtekooien verbindt, in wier schoten het meel als maagdelijk witte sneeuw het licht reflecterend dat voor de nieuwe dag geboren wordt.


c-rops-3

Voor de schending van de eerbaarheid mist de tekening een belangrijke waarde: de aanwezigheid van een kwetsbaar subject. De tekening van een zedendelict is juridisch dan ook onbestaanbaar, hoe hard de kunstenaar mag gillen dat hij die titel toch niet voor niets eraan gegeven heeft. Ook in hoger beroep zal hij zich moeten verzoenen met het feit dat hij zijn fictie niet die draai heeft kunnen geven. Boos slaat hij de deur dicht van de neprechtbank, die hem belemmert zijn taak in deze te vervullen. Ze hebben me de vrijheid van expressie ontnomen, jammert hij tegen de pers, mijn fictie uitgehold tot een lege dop.


k-vier-gestalten-5

Het vurige wezen, wonend in de borstkas, plant zich in familietakken voort, kan boos- en goedaardig zijn en wordt als innerlijke hartstocht gevreesd, verwelkomd, geprezen of verworpen.

Het wordt gevoed door de omgeving, die het als het slechtste of het beste in de mens naar boven kan halen.

Ooit is het als fabeldier geboren. Toen de in één schepper gelovende mensheid in de ban was van de slang in het Hof van Eden. Daar dankt hij zijn vurigheid aan, al zijn overige stemmingen en vooral de negatieve klank van een ruziezoeker, een kort lontje, een driftkop, een vechtersbaas met een onberekenbaar karakter en (als het vuur gevaarlijk is) een terrorist.

Tegenwoordig wordt het vuur eerder met hartstocht verbonden dan met inborst en is wat zich in de borst bevindt niet meer afkomstig van een mythische slang. De moderne mens geeft de voorkeur aan neutrale betekenissen zoals gemoedstoestand, karakter en aard.

Men zwaait nu met normen en waarden om de inborst te temmen en keert deze zich tegen de maatschappij dan is ieder geweld opeens geoorloofd om het wezen de wereld uit te helpen.

We missen dompteurs en een circus waarin de inborst zich kan onderwerpen aan de oefeningen om een amusante speler in het geheel te zijn.


c-in-uitvoering-4

 

Nu de westerse democratie zonder zwaartekracht geen mens meer kan boeien doemt aan de horizon van onze cultuur (lees de techniek) een nieuw fenomeen op. De onbereikbare burger heeft facebook de rug toegekeerd en zich gestort op mobiele levensbomen om niet niet te zijn, maar een heus kunstwerk wel.

Zonder verkeersregels zitten we straks in de files van zelfrijdende ego-documenten volgehangen met portretten, kerstklaar, nieuwjaarnachtbestendig en waar de gestaltpsychologie school mee heeft gemaakt. Trots terugkijkend  op een rijk leven, dat niemand je af kan pakken, flirt men in replica van de weekendfilm van Godard met elkaar zoals de verguisde Boudewijn Büch ooit op de blauwe buis  zichzelf vermaakte.

Het leven als een eigen eiland in de zee van de schone kunsten met de boom als symbool van een oneindige individualisatie van de eigen bijzonderheid moet de vervreemding opheffen de melk te zijn waar men zelf niets in te brokkelen heeft.  Deze complexe affaire heeft Studio Artaaa haarfijn in beeld gebracht in een serie prenten over transhumanisme dat zich niet eenduidig laat waarnemen.

In ieder hoofd is wel een ander weerloos dan wel weerbaar gezicht te ontdekken, waardoor Levinas kritiek geheel verstomt. De verwachting is dat we uiteindelijk niet aan egologie ten gronde zullen gaan, maar eenmaal die dood overwonnen ons massaal in de afgrond van de onreinheid van de goot zullen storten, waar wij denken het snel stromende glasheldere water van te vormen.

Het raadselachtig etaleren van een fictieve levensloop in een boom vol ambigue appelgezichten moet de politici in verlegenheid brengen die menen de waarheid te kunnen spreken zonder zo’n vluchtheuvel. Het zal ook de critici de mond snoeren die van oplichting betichtte schrijvers aanwrijven dat zij de literatuur bevuild hebben zonder oog te hebben voor het feit dat zij van hun leven een kunstwerk hebben gemaakt.

Dat kunst ervoor kan zorgen dat we voor  noch aan geen enkele waarheid hoeven te sterven, zal ze een worst zijn.  Echter als eenmaal alle burgers hun leven als kunstwerk aan de duivel verkopen, zal de democratie weer adem kunnen halen door de schone kunstlongen van haar electoraat.


magistraal-blog

De waarheid is veel te vroeg gestorven
door een stomme schelp om zeep gebracht
van een woedende branding op het strand
klonk thuis nog slechts een flauwe ruis

Het was achteraf een bijna dood ervaring
eenmaal terug aan de rand van de brullende zee
braken de golven luid en duidelijk hoorbaar
in het slakkenhuis bij springvloed

Al is de waarheid aan plaats en tijd gebonden
wie haar wil spreken behoeft een paard om te vluchten
zeggen de Armenen, de waarheid is dakloos volgens de Denen
de grap is vaak het gat waardoor de waarheid fluit, zegt men in Japan

Voor een ode de branding geslacht en als een stokvis opgehangen getekend
Om niet aan de waarheid te sterven is er immers volgens Nietzsche kunst


Spookvlinder 4

 

Uiteengespat vragen doodshoofdvlinders zich af
wat de mens bezielt die op zomerse dagen
hen in een netje vangt en thuis ontzielt

Of dat dier bedwingbaar is dat hen met een speld zonder klagen
doorboord toevoegt aan zijn wand vol verzamelingen
en zo graag staart naar hun massapraalgraven

Tot op een dag zijn hebbedingen
spontaan ontploffen en hij op het glas
nog slechts de resten ziet van waar hij zo trots op was


Proefschrift A3

Toen de mens koper leerde bewerken was er nog geen schrift uitgevonden. Voor wie in een schepper gelooft, moet dat een flinke verrassing (geweest) zijn. Immers, uit zijn woorden vloeide alles voort. Dan is het toch onbestaanbaar dat hij op die uitvinding moest wachten tot de mens er behoefte aan kreeg. De mens moet dus al vroeg goddeloos zijn geweest.

Wie op het idee kwam, is niet meer vast te stellen. Wel dat het schrift al gebruikt werd voordat Abraham boodschappenjongen van drie religies tegelijk werd. Het was in ieder geval niet het woord van zijn god dat noopte de schrift uit te vinden. Archeologen hebben andere verklaringen bedacht.

Hun verhaal luidt dat pas op het einde van de kopertijd (ca. 3300 v. Chr.) er behoefte aan ontstond. Deze kwam voort uit een toenemende vraag naar boekhouding in de handel. Maar ook naar een onbetwijfelde vastlegging van de rechtspraak in de hiërarchische samenleving nam de vraag toe. En (natuurlijk) was een nette administratie van de belastingafdracht aan de gemeenschap een belangrijke bron.

Deze grote stap in het beschavingsproces is als het ware ontstaan door onenigheid of vergeetachtigheid, waar de handel, de rechtspraak en de belastingafdracht door bemoeilijkt werden. Men legde heel creatief in pictogrammen vast wat niet meer tegengesproken kon worden. Nu wil het geluk dat in Vlissingen zo’n pictogram gevonden is, waaruit we kunnen opmaken dat het vroegste schrift een proefschrift was van metaalbewerkers.

Volgens de lokale archeoloog wijst de zeer fijn getekende voorstelling op een beschaving die zich bewust was van de grootte van die stap en al meteen een religieuze waarde eraan toekende. Die interpretatie ontleent hij aan de altaarachtige opstelling van het boek. Hoe het ook zij, de eerste poging was niet meteen raak. Het koperdraad liet zich te gemakkelijk buigen en dat zou voor de geschetste behoefte geen soelaas bieden. De vrees was dat men ermee zou knoeien. Wat met de kennis van nu niet onterecht is gebleken.


Asiel 4 blog

De onderbuik van het eigen volk knielt niet. Moe van het feesten, dat ze de grootste in de peilingen zijn, pikt de pens het kussen van de sobere opvang in. Met de grenzen op slot dromen ze van Liesje die leerde Lotje lopen langs levenslange lindelanen.

Waarover alle toevluchtzoekers hun tong zullen breken, zo eenvoudig zou het volgens hun leiders gaan. We hoeven niks meer te doen, gillen ze van pret. Alle Liesjes zullen deze Lotjes laten staan. Stad en land worden verenigd in het schietgebed van één volk, één rijk, één leider. De onderbuik zoekt als het ware in zijn schoot een mand.

Van monoculturele naties hebben we niet zoveel voorbeelden in de buurt. Wel in het verleden met het nog altijd onsterfelijke Nazi-Duitsland, de bakermat van dat schietgebed. Wat op een drama is uitgelopen dat helaas toen, daarna en nu ook andere totalitaire staten op hun geweten hebben.

Oh, ja. In Turkije, destijds bondgenoot van N-D, is Erdogan weer flink bezig de geschiedenis te herhalen. De pers wordt gemuilkorfd , maar tot nu toe komt hij niet verder dan de mythe van één volk uit de kast halen om voor zijn volgers af te stoffen.

Exclusieve groepsidentiteiten zijn alleen houdbaar in verenigingsverband. Dat is een maatschappelijke wet. Als ze verder reiken dan het clubgebouw, dan verwateren ze of vervluchtigen in de publieke ruimten. Of ze vergiftigen de publieke en politieke sfeer. Wat wij nu meemaken.

Of ze verbinden zich met een pluriforme entiteit. Wat we in de jaren negentig van de vorige eeuw op het oog hadden. Toen de politiek afstand nam van ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ voor het bevorderen van ‘culturele diversiteit’. Migranten hoorden zich daar zelf mee bezig te houden; de politiek met de achterstanden in onderwijs, arbeid en huisvesting.

Dat vinden ze nu nog, maar niet hardop en dat zou het drama weleens over ze kunnen afroepen.