Post Tagged ‘brel’


bomduif

Ik zat gisteren het gedicht VREDE van Leo Vroman te lezen toen de bom viel, die de olijfboom bleek te zijn. Een ongemakkelijk gevoel dat het wel goed is al zat het niet goed. Alsof een dode aan komt vliegen, in oorlog met het leven en in zijn klauwen de bittere pil, waarmee hij ons zal vergeven.
 
Er kwam een duif bij de dokter
gisteren, met zijn volle gewicht
in zijn klauwen de aanbidder
die voor zijn dood is gezwicht
als de eerste aandeelhebber
van dit verschrikkelijke bericht,
terwijl de vogel door de jenever
de lever verrekte, niet onverricht
zat ik met in mijn handen zijn gezicht
die grove kop, dat open ego, olijker
dan wat men presenteerde in het mediagericht.
 
Het was allemaal Arme Ramses om me heen. Plots was hij dood, die zo graag dronk uit glazen, flessen, monden, ja uit alle halzen en gaten, waarin hij steeds dieper met gedachten al in verzonk.
 
Het statenloze pleegkind van de familie Snellen, die zong als een Brel, leefde als een Thomas, neukte als een Cremer en wiens omnivore sexualiteit van Amsterdam de hoofdstad van de liefde maakte, was al op sterven na dood, toen hij in de armen van Sarphati, de filantroop, zijn loopbaan van de luidruchtigste beatnick van de Lage Landen tot de devootste volger van Bagwan afsloot met een eeuwig fitte stem.
 
Iedereen houdt opeens van hem, valt voor hem neer, wil zijn verenpak aanraken, zien in een gekwelde zanger met een galmende keel niet de lul de behanger maar een liefdesvorst met de schoonste inborst van de hele mensheid. Te weinig wilde men weten van zijn liederlijk leven in nacht en ontij. Van zijn eenzaamheid die hij met alcohol bereid aan Jan en allemaal aanbood. Het maakte van hem een gemakkelijke prooi voor man en vrouw. Hij struinde alle feesten af, kwam klaar in iedere uitgestoken mouw.
 
De leegte die hij was als iedereen, wilde hij blijven. Het was zijn speen. Grootser, trotser en verwaander dan een pauw maakte men hem, die de kou van de vrijheid zo bitter kon proeven dan ik ooit durven zou.