Post Tagged ‘de kloos’


Paralogica, waar hebt u het over?, stamelt de vrouw, nadat ze zelf vaststelt dat ze de 25 eurocent voor het potlood natuurlijk erbij had moeten optellen bij die ene euro verschil. Ik heb slechts de MMS gedaan en daarna de leerlang Zie Het Lam Gods gevolgd. Heeft u nog de Middelbare Meisjes School gedaan, verwondert de schrijfcoach zich over haar ouderdom. U ziet er nog zo jong en fris uit. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen? Botox, body-lift of een geheel nieuwe huid ergens kunnen tranplanteren?
 
Even is de vrouw haar draad kwijt. Pardon? Niemand heeft na mijn geboorte ook maar een druppel vulstof in me gespoten of een velletje strakker getrokken. Aan mijn lijf is nooit enige polonaise besteed. Bijna guitig complimenteert ze hèm vervolgens met zijn schoonheid en relatief jeugdige uiterlijk. Hoewel u mag wel wat minder stijf en verkrampt in uw buikstreek zijn. U weet toch dat we daar onze gevoelens over de werkelijkheid, de affecties en reflecties die we ondergaan als het ware opnieuw denken. De alles overdenkende buik, spot hij aanvankelijk met haar opmerkingsgave, maar dank u hartelijk voor uw mooie woorden over mijn uiterlijk. Ik heb natuurlijk wel wat middelen erop gesmeerd om te vullen en strak te trekken wat u niet nodig hebt gehad.
 
Ze kijkt hem bijna verwijtend aan. Bent u er ook ingetuind? U leeft zeker ongezond? Bent u een roker? Ja, antwoordt hij wat beschaamd. Dat roken krijg ik maar niet uit mijn systeem. Een drinker? gaat ze onverstoord verder. Eh, bij gelegenheid wil ik nog weleens wat nemen, geeft hij meteen toe, maar echt niet meer de slemppartijen die mijn studententijd opvrolijkten en de dolle nachten daarna. Nee dat is allang voorbij. Dolle nachten? informeert de vrouw, die waarschijnlijk nog maagd is, bloednieuwsgierig, wat zijn dat? Eh toch niet die GHB-orgieën, zoals in Groningen? hoop ik.
 
Nee, ik heb niks met de nieuwe drugs, begint de coach opeens enthousiast zijn jeugdherinneringen op te poetsen. Wij gebruikten na onze studie geen harddrugs meer, tenminste zelden heb ik nog hallucinerende middelen, cocaïne of amfetamines gebruikt. Toevallig een jaar geleden een flinke pot thee getrokken van paddestoelen vol psilocybine met mijn kameraden bij mijn pensionering. Het bracht ons terug in de gevoelswereld van 1969. Het gekke was dat we allemaal bijna dezelfde ervaringen opdiepten. Alsof we exact dezelfde dingen hadden meegemaakt, terwijl ik in Leiden de bezetting van universiteitsgebouwen al snel links liet liggen om de burgerij zelf bij de democratisering te betrekken, waren zij in Vlissingen bezig met de stad (die nu de tweede kunststad van Nederland is) bij de tijd te trekken. Toen Hans Verhagen daar zijn eerste gedichten op muren en straatstenen kalkte, trad ik op bij studentenverenigingen met eigen teksten, die ik ter plekke verzon en op de weekmarkten met een groepje die zich Leefbaar Leiden noemde, heropvoerde. De een speelde doedelzak in die tijd en ik weer op zo’n merkwaardig teacase. De ander had een hele band opgericht en het Huis Kamer Project voor Drugsgebruik en ik met Leefbaar Leiden het Kreativiteitscentrum de voorloper van het Leids Vrijetijds Centrum.
 
Genoeg over uw christenreizen over de destijds door uzelf verbrede wegen, onderbreekt ze de opbouw van een oraal romannetje over de opkomst van lokale tegenculturen in Zeeland en Zuidholland, ik wilde slechts weten wat die dolle nachten waren, maar ik begrijp nu dat u seances bedoelde om uw aanwezigheid in de geschiedenis terug te vinden. Dat heb ik vaker van uw soort mensen gehoord. Ik was in die tijd nog volop betrokken in het kerkenwerk en heb er in Kerk en Wereld in Driebergen evenzeer als u nieuwe werkelijkheden geproefd die we zelf schiepen. Maar ook het verval, de zondeval in de jaren zeventig, toen het allemaal zwaar gepolitiseerd werd, wat u zo neutraal beschrijft.
 
Samen vinden ze elkaar in de ervaring dat ze beiden de nieren van hun God hebben geproefd. Hij in een vennootschap onder firma, die zich Werkplaats De Bange Duivel noemde en zij in de Bezinningsgroepen van Kerk en Wereld. Beiden hebben er een aversie tegen politieke ideologieën door opgedaan. Er is opeens een band. Met onze beleving dat Willem Kloos alleen al door zijn dood geen God is geweest, bezegelt zij hun kersverse relatie, hadden we toen al met elkaar kunnen uitwisselen, voegt ze eraan toe. Ja, en dat niemand dat idee voor werkelijk bestaanbaar kan houden, voegde de coach erbij. Ja, geeft zij nu ook toe, dat vind ik nu eigenlijk ook zo zot van ons genootschap, dat we ondanks dit uitgangspunt toch denken dat er iemand De Kloos is van het eerste decennium van de 21e eeuw.
 
Ze heeft het door, denkt de coach, maar hoort toch nog een aarzeling. Waarschijnlijk is voor ons het gegeven dat je God op de bodem van het bewustzijn vindt, op zich heilig. Echter, zoals u al zei in spirituele zin, zouden wij alleen kunnen herformuleren dat de God van Israël, die de christenen via zijn zoon hebben leren kennen, altijd en overal is. Het zou narcistisch of minstens megalomaan zijn als iemand meent God te zijn en een valse getuigenis zijn als hij meent dat iedereen God is, die zich als De Enige aan Abraham heeft geopenbaard en die voor het verbond de voorhuid offerde.
 
De coach kan haar daarin niet tegenspreken, maar wel haar laten struikelen door haar voor de voeten te werpen dat koning David in datzelfde verbond de filistijnen onvrijwillig van al hun voorhuiden had beroofd, als scalp. Zij is echter niet makkelijk omver te kegelen en begint een betoog over de initiatie-rite die in Afrika en Australië al eeuwen bestonden, en die in het nageslacht van Abraham op kleuters is toegepast. Ze waren echter van oorsprong bedoeld voor de overgangstijd, om de pubertijd af te sluiten. Ik denk, fluistert ze opeens, dat het vele snijden en prikken van de jeugd in hun lichaam, een natuurlijke behoefte onthult dat zij die initiatie missen.
 
Wat een prachtig denken van u, neemt de coach haar kijk op wat men nu als jeugdculturen duidt van haar over, dat de jeugd door ons geen pijn meer wordt gedaan op het moment dat ze juist opnieuw zouden moeten worden geboren. Waarom gebruiken we niet de overgang naar de vierde klas in het onderwijs als initiatie-periode, dat zou bijvoorbeeld rond de Pasen kunnen geconcentreerd worden en, gelet op de conditie van onze jeugd, niet langer dan 2 weken en 2 dagen mogen duren. In die tijd is de wond genezen en zullen ze zich veel verantwoordelijker gedragen dan nu vaak het geval is. Bovendien delen dan alle Nederlanders, wat met name de moslims nu nog als hun religieuze en hygiënische trots beschouwen, hetzelfde besneden orgaan.
 
Ze ziet er echter niet meteen het voordeel van in, maar wil eerst toch terug naar dat verbond. De coach merkt dat en is haar voor met: ok, zo stappen we niet over de culturele grenzen van elkaars religieuze werkelijkheden heen. We komen tenslotte niet verder met onze Godskennis dan toen Mozes voor de tweede keer de stenen tafelen moest halen. Hier heeft ze niet op gerekend. Verlost van haar herhalingen door zijn verwijzing naar en voor haar nog niet doordacht historisch feit in samenwerking met de geest die nu over haar komt, loopt hij monter naar de balie en plaagt de assistente dat de medicijnen al klaar staan. Daar is de zwijgzame onderdanige niet blij mee. Na een vrij lange stilte zegt ze dan toch: als meneer G
od het zegt dan zal het wel waar zijn.

 
Pardon? begint de coach opnieuw de strijd tegen Godsindenkers, maar staakt deze onmiddelijk als zij vliegensvlug de medicijnen in zijn handen stopt en vergeet de slaappillen te factureren, die de tollenaar onder de ministers, dokter Klink, heeft geschrapt uit de verzekering. Even blind als de artsen voor de schoonheid en bevrediging die de slaap guller geeft dan sex, spritualia of alle schrijfsels van de wereld. Peinzend over die ellendige artsenij die de slaap maar niet wil erkennen als een behoefte vooraf aan de biopsychologische piramide van sex, eten, zelfverzekerdheid, trots en zelfrealisatie en die noch de gezondheid ervan, noch de gelijkwaardigheid van alle mensen qua bezit, belang en behoefte aan een goede slaap in hun denken door laten dringen, loopt de schrijfcoach langs de verblufte vrouw.
 
Medisch is de slaap in de toestand van de aarde vooraf aan de schepping, schiet hem te binnen als hij een vaste klant van het HKPD tegen het vege lijf loopt bij de garage. De evenoude stadgenoot weet ervan mee te praten. Weet je, ze vinden alles vaag dat met de geest op zich te maken heeft. Ze hadden nooit dokters en specialisten moeten toestaan in de samenleving is zijn conclusie.
 
Samen wisselen we uit dat de psyche en het lichaam nooit door van oorsprong kappers en slagers echt als een verbond beschouwd kan worden. Het zijn immers vaklui, voor wie je hooguit een volautomatische dubbelganger bent. Het sprekende lichaam is verder voor hen een fles met gekleurd transparant glas waarop de wasem van de geest nu eenmaal ieder zicht op het innerlijk belemmert. Voordat de coach dit met de menselijke straatkat bespreekt, heeft deze al afscheid genomen met dat de maatregel miskent dat slaap heelt en het wakker zijn juist niet. Hij roept nog dat de functies van de slaap even vaag waargenomen worden door artsen als de functies van verslaving. Ze snappen de verkoudheid er niet van. De kilheid die de deprivatie geeft. Omdat ze verkoudheid op zich al niet kunnen uitleggen en behandelen.
 
Niet slapen, verslaving en verkoudheid hebben gemeen dat ze eigenlijk niet als ziekten serieus worden genomen, omdat de medici er liever niet met anderen over praten dat ze er niks vanaf weten en dat ze ook hun pillen niet goed erop weten af te stemmen.
 
De coach bevestigt dat met een betoog dat ze de rustpauze voor het herstellen van organen wel erkennen, maar dat gegeven niet weten door te trekken naar het wakker zijn, dat de organen uitput en beschadigt. De ongezonde wakkere staat van de mens hebben ze losgeknipt van de gezonde staat, ja zelfs de geneeskracht, van de slaap. Daarom alleen al zouden we ze voor de rechtbank moeten slepen. Wij slapelozen weten maar al te goed hoezeer we het missen om het malen, het te diep door denken te stoppen en de informatie juist in slaap het beste verwerkt kan worden. Het wakker zijn of slapen is To Be Or Not To Be. Je bent een held als je wakker bent en een looser als je slaapt.
 
Ja, Shakespeare weet het nog altijd beter dan de hele artsenij, apothekerij, ja al onze dealers samen. Met dit brede armgebaar loopt de echte hedendaagse stakker naar zijn huiskamer richting boulevard. De coach zinkt ermee naar de bodem van zijn gedachten. De vrouw is geheel hersteld van haar zoektocht naar de plaats en tijd van Mozes rol in de geschiedenis van De Enige God en spreekt spreukerig: Iedere zijnsleer is wishfull thinking als we de slaap niet kennen. Het ritueel dat eenmaal door en door gekend hebbend tot zoveel openbaringen heeft geleid. Mozes sliep op de berg. Ons oude brein begint daar de logica van te begrijpen. Kinderlogica misschien, maar dat is juist de kracht van monistisch denken en het zit ook niet voor niets in menige levensloop als begin- en eindstaat van de mens.
 
hol hoofd
 
ze slaat op de bovenste koffer. dit holle kinderhoofd bevindt zich voortdurend in de leegte. daar zouden wij ook mee moeten beginnen. ze opent de beauty case en haalt er nu twee pionnen uit. de ene lijkt op michael jackson en de ander op pim fortuyn. in één zin verbindt ze beide polen met elkaar. michael’s bezorgdheid om zijn schoonheid is een eeuwige strijd om je jeugd te behouden of terug te vinden en pim’s obsessie voor marokkaantjes van de leeftijd waar michael zo graag naast sliep, is gegroeid tot een latente vorm van pedofilie onder een toenemende massa die die marokkaantjes een lesje wil leren om hun ware behoeften verdraaid in dat lesje aan ze bloot te kunnen stellen.
 
pionpim
 
 
de coach is nu zelf verbluft en wordt bijna uiteengereten door het verlangen meer van haar voor hem totaal nieuwe kijk op de huidige ontwrichting in de politiek en de maatschappij te horen en de begeerte willem kloos te rehabiliteren, waar hij net de relevante verzen voor doorkrijgt. om tot een keuze te komen slaat hij als een ware bastamens op de kinderhoofdkoffer, waaruit hij slechts boem hoort, en roept de vrouw tot zijn orde. eerst wil ik u toch nog vertellen wat willem kloos schreef. hij pakt uit zijn colbert twee a4tjes. leest u nu zelf eens deze drie verzen, die uit zijn bundels gehaald zijn.
 
vers v
 
ik ben een god in het diepst van mijn gedachten
en zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
over mij-zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
van eigen strijd en zege, uit eigen krachten, _
 
en als een heir (leger, mva) van donker-wilde machten
joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
voor ’t heffen van mijn hand en heldre kroon:
ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten.
 
en tóch, zoo eind’loos smacht ik soms om rond
uw overdierbre leên den arm te slaan,
en, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
 
en trots en kalme glorie te vergaan
op úwe lippen in een wilden vloed
van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.
 
vers vii (is destijds niet gepubliceerd)
 
ik wijd aan u dees verzen, zwaar geslagen
van passie, en verdoemenis, en trots
in doods-bleek marmer of dooraderd rots,
al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen
 
zijn zijn doorleefd: ‘k heb daarin neêrgedragen,
rijk-handig, al wat, in den loop des lots,
aan menschen-liefde of hooge liefde gods
dit dood-arm wezen heeft te voelen wagen.
 
ik, die mijn leven uit-te-zeggen zoek
heb al mijn lieve voelen, zoeken, tasten
en weten in dit somber boek gevat.
 
en, ‘k bied, met dit mijn eerste en laatste boek,
een laatste groet aan u, die met uw vasten
stap naast mijn àl te wankle schreden tradt.
 
 
vers viii
 
gij, die mij de eerste waart in ’t ver verleên
toen alles was één schoone somberheid
gij zult mij de allerlaatste zijn. ik wijd
dit stervend har t u, met mijn laatste beên.
 
want àl mijn dwalingen en àl mijn strijd,
en wàt ik heb geliefd en heb geleèn
het waren allen slechts zoveel treèn
tot waar gij eeuwig troont in heerlijkheid.
 
Éne, Éen moet zijn aan wie ik alles gaf
en leven kan ik niet, dan als ik kniel,
’t zij voor mij-zelf, een godheid of een droom:
 
de godheid stierf… ikzelf ben als haar graf
kom gij dan, nu ik val… ziel van mijn ziel,
die niets dan droom zijt.. ‘k roep u aan: o,koom!
 
 
nou, wat vindt u nu. wat kinderlijk mooi weet kloos toch zijn uiteindelijke hoofd te buigen voor die enige waar wij één mee kunnen worden, niet?!. zijn verzen zijn in de leegte van de nihilist tot een echo van de eerste regel ingekrompen en de boem geworden van de bastamens die niet over god wil praten.
 
(wordt vervolgd)


In de trein naar Vlissingen peinst de schrijfcoach over het brein van Willem Kloos. Diep in gedachten verzonken, waar hij schreef dat hij zelf daar zijn ware ik als een God aantrof, merkt hij eerst niets van een vrouw die zich met kofferrijtuig en al door de smalle entree van de coupé wurmt. Tot ze met haar rijtuig over zijn tenen gaat. Meteen is zijn aandacht voor de plaats en tijd van God in het brein van Kloos verdwenen en eist het kofferrijtuig zijn gehele bewustzijn op.
 
Hij ziet er een gemiste terugvinding in en vloekt in zichzelf op Lux en Flex, dat zij dit niet hebben weten te fiksen. Behalve dat de koffer een handige trappenloper heeft, is het overige zo modernistisch ouderwets geschapen dat hij er als het ware de hand van God in ziet.
 
 kloos wie
 
een kofferrijtuig geworden kruier met een handreiking voor de moderne mens en een boot- of caravantrekhaak voor een trein kruiers er achter te kunnen koppelen. op zijn hoofd, die de vrouw draait om er een flyer uit te halen, leest hij in knipperende letters "kloos is dood wie is nu de kloos?". toeval, lot of een stalker?
 
ze duwt de flyer in zijn hand en meldt dat ze op een vkblog via haar i-pod toevallig iets over kloos gelezen had dat haar genootschap de kloosgangers nu al tien jaar probeert te weerleggen. een gezichtsloze marius van artaaa zou dat gaan doen. door uw handen voor uw gezicht en uw pruik heb ik u gespot, kletst ze dwars door zijn lezen heen. de flyer meldt na herhaling van haar lichtkrant in losse vragen en gedachten dat wat willem kloos schreef als tachtiger in de 19e eeuw, na de diepste gedachte ik denk, dus ik ben van descartes, betekent dat hij de messias was.
 
"is willem kloos aforisme wellicht verkeerd gedrukt en was de drukker aan het einde van de zijn ‘tegengekomen’ vergeten?
 
"of in het begin of ‘ik ben bij god"?
 
"heeft hij bedoelt te zeggen dat hij een ‘met’ god was?
 
"of is het een oppervlakkige gedachte geweest, en neemt kloos ons bij de neus"?
 
"de regel is in alle gevallen een gedachtegang naar god."
 
"wij lezen erin dat willem kloos ons de weg naar god op aarde biedt."
 
"hij openbaarde zijn geest als weg aan de mensen van zijn tijd en in zijn plaats naar god."
 
"zoals jezus dat deed als zoon van god die met hem een zou worden."
 
"in de diepte van de gedachtegang van willem kloos was jezus voor zijn tijd en plaats ook god."
 
"dus was willem kloos de messias."
 
ze tettert zelf van alles door zijn lezen heen, wat de hem deed vragen of zij gelet had op de woorden op de ruit s t i l t e. oh, dat hindert niet, wij zijn toch alleen, wilde ze verder gaan. voordat u de thora, bijbel, koran of andere heilige boeken erbij gaat halen, sputtert hij, wil ik toch eerst aan u kwijt dat ik hier juist wilde nadenken, over kloos, over de gedachte zelf, over de klooslezers en de regelzwaaiers.
 
de regelzwaaiers, herhaalt ze bijna toonloos. ja, niet uw regels hoor?, wil hij een lang betoog vermijden. de meeste zogenaamde klooslezers kennen het gedicht zelf niet, maar goed. het gaat mij om de lezing dat kloos zou zeggen "iedereen is in het diepst van zijn gedachten een god". ik kan dus een heel eind met u meegaan dat u en uw genootschap, dat niet zo zien. een messias, zegt de schrijfcoach in zijn zij drukkend, dat is bijna bizar. ik heb er geen woorden voor, maar daar is deze coupé ook niet voor ingericht. de vrouw mompelt nog, een gedicht zegt ie, geen aforisme, geen genootschap, geen…
 
de trein stopt precies op tijd. met een kreupele zij, excuseert hij zich voor het voorgaan en laat de vrouw achter met haar wanhopige pogingen de sympathieke kruierkoffer even snel de trein uit en het perron over te krijgen.
 
in de trein mompelde ze nog over haar teleurstelling dat het geen aforisme was, maar bij de apotheek staat ze hem al op te wachten. ze moet er toevallig zijn en heeft de taxi genomen. u bent de messias, plant ze haar armen in haar zij. god, mens, zegt de schrijfcoach weer de pijnlijke plek in zijn zij indrukkend, ik haal heel andere dingen in mijn hoofd dan de zoon van de oudste heelaller uit te hangen of terug te vinden, maar wilt u mij even excuseren voor mijn herhalingsrecepten?
 
ze stapt verbluft opzij, kijkt hem scheef aan en wil net zeggen dat zij hem heus wel doorheeft als de assistente van de apotheek voor uitsluitend allopathische accessoires, waaronder geneesmiddelen, zijn gele briefjes met een korte knik door de knieën en een lichte buiging van haar hoofd in ontvangst neemt, achterwaarts de zaal inloopt, waar ze het complete arsenaal middelen beheren om heel vlissingen van dienst te zijn als alle ziekten tegelijk uitbreken.
 
hij wil nog zeggen dat ze zijn medicijnen misschien al klaar heeft staan, want hij had ze vrijdag al besteld, maar de gehoorsafstand in een zaal vol klepperende laden met dansende pillen in plastic buisjes, is nauwelijks een meter. ze zal later uitleggen dat ze veel stageaires van de summerschool hebben die hogeschool zeeland organiseerde.
 
om haar boeten te betalen voor de spookstudenten uit de landen rond de as van het kwaad, weet de schrijfcoachen ook dat ze ze als ingeschreven en afgestudeerd hadden opgegeven, maar hij is nog niet van de vrouw af, die haar kans nu schoon ziet.
 
gelukkig staat er een bordje, wij kunnen ons voorstellen dat u privé uw vragen wilt stellen wij hebben daar een aparte cabine voor achter de apotheek. hij stoot de vrouw in de zij waar zijn pijn huist, waardoor ze als een matennaaiende voetballer ter aarde stort. hij krijgt haar pas overeind als hij met zijn vingertoppen een kruisteken over haar hoofd en borsten maakt. het ritueel wordt door haar uitgestrekte hand geheel zelfstandig afgewerkt. de schrijfcoach is geen spelbreker en laat haar haar goddelijke gang gaan zichzelf te zegenen.
 
eenmaal in de cabine is ze niet te stuiten. of de schrijfcoach dan soms god is en lux jezus. ze heeft de blog van zijn schrijver gelezen. of hij in cognito is, enz. enz. u
it haar woordenstroom maakt de schrijfcoach op dat zijn schrijver nog een ander blog bij trouw vult. ze heeft daar een verhaal over zijn pubertijd gelezen, waarin hij kinderrijken stichtte voor een nieuw geloof.

 
mevrouw, vraagt de schrijfcoach zo plechtig mogelijk, zou god medicijnen van onze apotheek nodig hebben? ze denkt na en geeft toe dat god bij ziekte of ongeval natuurlijk van voldoende zorg van zichzelf is voorzien. de schrijfcoach helpt haar wat verder de werkelijkheid in en vraagt door: is god spiritueel niet in alles en iedereen? waarom bent u daar niet tevreden mee?
 
ja, beaamt ze, maar toch, koos zei toch geen onzin?! laat ik u nog één keer uitleggen hoe een dichtregel werkt, zucht de schrijfcoach diep. op de nieuwe parkeergarage bij la fonteyne kunt u namelijk lezen dat god even haalbaar voor de mens is als de zee.
 
ze denkt diep na en citeert: haal ik de zee voor het eten haal ik de zee, uit een bundel van de dichter van dixhoorn. precies, ziet u nu wel als je god invult dat het onzin blijft, wil de schrijfcoach opstaan om zijn medicijnen af te halen. haal ik god voor mijn dood haal ik god?, dat is toch geen onzin, daar ben ik mee bezig!? roept ze verbaasd.
 
probeer eens met bidden, denkt hij van haar af te zijn, maar ze bitst meteen: bid ik god voor het eten bid ik god, dus dat weerlegt uw godzijn niet. nou moedigt hij opnieuw aan, probeer het bij het eten te houden en varieer daar eens op. dus de wel betekenisvolle zin: voor het eten naar de zee voor het eten. de schrijfcoach is bijna bij de balie als hij uit de cabine de vrouw woedend hoorde krijsen: voor het eten naar god voor het eten is godverdomme geen antwoord!!!
 
de assistente komt geschrokken kijken of er een junk de cabine misbruikt, want daar hadden ze de achterdeur voor in de garage. de schrijfcoach stelt haar gerust dat het door hem kwam en loopt terug naar de kwaaie tante, duwt haar bruusk de cabine in, op haar kruk, kijkt haar doordringend aan en buigt zich verde over haar heen. de zee noch god kan de mens binnenhalen. noch om uw band ermee te consumeren, noch als gehele massa zelf. wat kloos erover schreef, zou u eens goed tot u moeten laten doordringen, dan snapt u uw dwaze vraag.
 
ze buigt zich op dezelfde manier nu over hem heen en zegt dat het genootschap dat juist bedoelt. kloos is dood, dus die verschijningsvorm van god is niet meer normaal aanspreekbaar. lange tijd dachten we dat kloos aan de filosofenkwaal leed om een idee als de vader van de gedachte te zien. ik heb aanvaard dat god de vader is die onze gedachten bevrucht, maar toen ik uw blog las over het kinderrijk dat van god een eigen koninkrijk mocht zoeken met een eigen kind als zoon of als tweede medeopperwezen, mits ze in staat waren hun verlangen naar eenwording te sublimeren tot hun 16e jaar, meende ik daarin te lezen dat kloos heeft aangegeven dat u bestaat als we op de bodem van ons denken zijn beland.
 
de diepste gedachte is niet die van kloos zelf, vervolgt zij, anders, nogmaals, dat beaam ik van u, zou hij niet gestorven zijn. ziet u nu wel als u maar blijft door denken, juicht de schrijfcoach, denken altijd blijven denken, niet ophouden. ons oude brein is daar te lui voor, dus dwing het af bij uw geest en neem geen genoegen met paralogica. ik bedoel dat ons brein altijd iets logisch vindt al is het onzin. bijvoorbeeld: u koopt een tekenblok en een potlood voor samen 1 euro en 50 eurocent, voor het tekenblok betaalt u 1 euro meer dan voor het potlood. hoeveel kost dan het potlood volgens u. 50 eurocent, zegt de vrouw, dat reken ik nog met mijn hoofd uit. nee mevrouw, het is 25 cent.
(wordt vervolgd)