Post Tagged ‘diversiteit’


Asiel 4 blog

De onderbuik van het eigen volk knielt niet. Moe van het feesten, dat ze de grootste in de peilingen zijn, pikt de pens het kussen van de sobere opvang in. Met de grenzen op slot dromen ze van Liesje die leerde Lotje lopen langs levenslange lindelanen.

Waarover alle toevluchtzoekers hun tong zullen breken, zo eenvoudig zou het volgens hun leiders gaan. We hoeven niks meer te doen, gillen ze van pret. Alle Liesjes zullen deze Lotjes laten staan. Stad en land worden verenigd in het schietgebed van één volk, één rijk, één leider. De onderbuik zoekt als het ware in zijn schoot een mand.

Van monoculturele naties hebben we niet zoveel voorbeelden in de buurt. Wel in het verleden met het nog altijd onsterfelijke Nazi-Duitsland, de bakermat van dat schietgebed. Wat op een drama is uitgelopen dat helaas toen, daarna en nu ook andere totalitaire staten op hun geweten hebben.

Oh, ja. In Turkije, destijds bondgenoot van N-D, is Erdogan weer flink bezig de geschiedenis te herhalen. De pers wordt gemuilkorfd , maar tot nu toe komt hij niet verder dan de mythe van één volk uit de kast halen om voor zijn volgers af te stoffen.

Exclusieve groepsidentiteiten zijn alleen houdbaar in verenigingsverband. Dat is een maatschappelijke wet. Als ze verder reiken dan het clubgebouw, dan verwateren ze of vervluchtigen in de publieke ruimten. Of ze vergiftigen de publieke en politieke sfeer. Wat wij nu meemaken.

Of ze verbinden zich met een pluriforme entiteit. Wat we in de jaren negentig van de vorige eeuw op het oog hadden. Toen de politiek afstand nam van ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ voor het bevorderen van ‘culturele diversiteit’. Migranten hoorden zich daar zelf mee bezig te houden; de politiek met de achterstanden in onderwijs, arbeid en huisvesting.

Dat vinden ze nu nog, maar niet hardop en dat zou het drama weleens over ze kunnen afroepen.


 

Het idee om iemand tot Paasei Van Het Jaar te benoemen sloeg meteen aan in de gemeente Kronkeldijken. Wie de bevolking verlost van maatschappelijk knellende vormen en gedachten krijgt de titel voor het leven. Een manshoog exemplaar met zijn of haar portret erop wordt op een voetstuk in het centrum van zijn woonplaats gezet. Met een lezing tijdens een koffiemaaltijd rond het gedenkteken wordt de benoeming gevierd.

Dit jaar is de plaatselijke boekenschrijver het haasje. Zijn vlugschrift over de vloeibaarheid van lokale gender- en seksualiteitstructuren sprak vrijwel iedereen zo aan dat de verkiezing hem niet had kunnen ontgaan. Speciaal voor deze gelegenheid heeft hij zich verkleed als oude vrouw en spitst hij zijn lezing toe op de omgang met het onderscheid in mannelijkheid en vrouwelijkheid.

 

 

Hij begint met de verdinglijking van dat onderscheid en grijpt daarbij terug op het verre marxistische verleden van het ooit donkerrode dorp aan de ooit breed stromende rivier De Heel. Het onderscheid in mannelijkheid en vrouwelijkheid is ontstaan onder bepaalde historische omstandigheden, luidt zijn eerste stelling. “In de 19e eeuw kende onze kapitalistische maatschappij wel ‘manmoedigheid’, maar die sociale vondst legde exclusief de nadruk op het bezit van een stevig, star en stroef karakter om als mannen deel te nemen aan het productieproces en de reproductie van de arbeidersklasse.”

Het hedendaagse onderscheid in mannelijkheid en vrouwelijkheid betreft de gehele bevolking en zou volgens hem het meest zichtbaar zijn in het dagelijks gedrag en de dagelijkse kleding. Hij wijt dat aan het moderne kapitalisme met in haar kern de splijtende zucht naar opzichtige consumptie en een even opzichtig geuitte begeerte die die consumptie moet prikkelen. Het kapitalisme misvormt menselijke verhoudingen tot verhoudingen met en tussen dingen, luidt zijn laatste inleidende stelling.

Dan brandt hij los. “Ook onze seksualiteit is in het kapitalisme verdinglijkt en nu zitten we in onze gemeente met een rigide scheiding tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit. Zonder dat we het bijtijds in de gaten hadden zijn we ons seksueel verlangen gaan beschouwen als lust naar mensen van een specifieke sekse. De sekse is zodoende verworden tot een ding dat we ons kunnen toeeigenen door zelf een ding te worden met een strak, gespierd of broodmager lijf tot en met de juiste kleding, taal, geur, tandpasta, haardracht, manier van lopen enz.”

“We denken dat we hierin als handelende wezens opereren, maar we laten ons al snel als voorwerp behandelen om begeerd en door de ander onderworpen te worden aan zijn of haar lusten. Onder het mom van seksuele bevrijding en sexe-emancipatie laten we ons zo ver gaand objectiveren dat we bijna permanent denken dat we bovenal man of vrouw zijn, homo of hetero enz. In plaats van een grotere speelruimte voor andere gedachten, gevoelens en gedragspatronen heeft de voor consumptie geprepareerde kapitalistische hokjesgeest een vast assortiment vlees gemaakt van de vloeibare toestand, waarin  onze sekse-bepaling en seksualiteit verkeerde toen we van de nieuwe vrijheid proefden.”

 

 

“Wie en wat we zijn is geheel ingevlochten in een web van opvattingen en optredens die slechts leiden tot steeds meer sociale categorieën. We hangen in onze gemeenschap alleen nog sociaal samen als een geheel aan cocons, waarin we mooi zijn voor die ander die in de massa je opmerkt als zijn of haar verwante qua zogenaamde geaardheid of eigen identiteit. Laten we met deze Pasen onszelf verlossen van al die cocons door massaal als verrassingseieren ons aan de ander te vertonen. Hoe kan dat beter dan door te kiezen voor de rol van de oude vrouw, die haar jongenskop boven water heeft weten te houden tijdens de bevriezing van de massa als een ongeordende verzameling autonoom handelende wezens.”

Hij kijkt aan het slot van zijn lezing op als een grootmoeder die haar testament heeft voorgelezen en voegt zijn gehoor toe dat Kronkeldijken deze culturele eisprong als eerste gemeente in Nederland kan maken door de verdinglijking massaal het hoofd te bieden. Deftig sluit hij zijn verhaal af met de woorden dat we politiek, economisch en ideologisch tegelijk de vergrijzing ermee oplossen. “Door de uiterlijke veroudering zijn we bevrijd van het juk van de leeftijdscategorieën. Door de verstrekking van schoonheidsbehandelingen van overheidswege heeft iedereen evenredig toegang tot het ideale gezicht. Door de bevordering van diversiteit in onze sociale en seksuele contacten en relaties maken we alle gender- en seksualiteitstructuren vloeibaar als water.”

 

 

 

 


pluricapuchon
 
welke kwaliteit van samen leven streven we na?
 
de eeuwige strijd tegen verandering
iedere samenleving, hoe groot en hoe historisch haar oorspronkelijke bevolking mag zijn, wordt gekenmerkt door pluriformiteit. alle dorpen, streken, steden en landen kennen een geschiedenis van conflicten over nieuwkomers en gevestigden, over geloofsinhouden en geloofsdaden, over gewoonten, gebruiken, macht, bezit en status. het is een eeuwige strijd, die we leveren tegen vastgeroeste denkbeelden, wantrouwen voor wat nieuw is en angst voor verlies van wat vanzelfsprekend goed was. in die strijd maken we criminelen en dellicten, als de misdaad niet in ons als stoornis schuilt.
 
de normale afkeer van abnormaliteit
Evengoed kent iedere gemeenschap voorbeelden van discriminatie van vrouwen, ouderen, jongeren, allochtonen, homosexuelen, gehandicapten, chronisch zieken, daklozen, verslaafden en andere groepen, die inferieur behandeld worden omdat hun ‘abnornale’ sociologische en/of biologische kenmerken ‘bedreigend’ zijn voor de ‘normalen’.

Diversiteit als noodzaak voor maatschappelijke ontwikkeling
De maatschappelijke ontwikkeling van een gemeenschap is echter juist afhankelijk van de diversiteit onder de bevolking en wordt gefrustreerd door een op uitstoting gerichte afkeer en rivaliteit. Diversiteit is in de biologie en de economie een voorwaarde tot groei en bloei gebleken en toch wil het maatschappelijk en peroonlijk niet lukken om dit te realiseren. In Nederland hebben gelovigen nog in de vorige eeuw elkaar de straat uitgevochten omdat men geen papen luste of geen protestanten. Kerken werden in gebieden gevestigd om er voor hun godsdienstigen een enclave te bieden. Politieke partijen kleurden de wijken. Iedere gemeenschap kent nog de straten waar de rooien wo(o)n(d)en, de rijken, de armen enz.

Stellingname voor een hogere kwaliteit van samen leven
Politieke, sociale en religieuze tegenstellingen, die niet democratisch beslecht worden, woekeren door in de contacten en relaties waar men woont, werkt of vertier zoekt. Vooroordelen, die niet publiekelijk aan de kaak worden gesteld, verzieken de sfeer en zorgen voor een ongezonde samenleving. Daarom is een actieve en persoonlijke inzet nodig van alle professionals, politici en partijen om een hoge kwaliteit van samen leven te bieden en dat we die inzet ook van elkaar te verwachten.

Diversiteit is voor een mensenleven doorslaggevend
Diversiteit aan levensbeschouwingen, opvattingen, leefmogelijkheden, leefstijlen en waardepatronen is een groot goed voor cultuur en maatschappij. Die diversiteit loopt door tot in het persoonlijk leven, waar men nog tot op hoge leeftijd zichzelf en iedereen kan verbazen met wat men blijkt ook nog te kunnen of te willen of te zijn. Tijd, ruimte en aandacht om alle kwaliteiten te ontwikkelen, ontbreekt ons al in het eigen leven. Vooral door de beperkingen in de loopbanen die we ons opleggen of opgelegd worden. Veel ouders voeden hun kinderen op met meer oog voor hun diversiteit dan hun ouders hadden, maar die openheid is buiten de deur gering.

Vertrouwen in en op elkaar
Hoe meer vertrouwen, vrijheid en openheid in de samenleving bestaat hoe meer deze pluriformiteit maatschappelijk en individueel gerealiseerd kan worden. Dat vertrouwen is de laatste decennia op de proef gesteld en leek geheel te zijn verdwenen. Nog altijd wordt er geaarzeld. Welke kant willen we op? Hoe kunnen we voor alle verschillen in één beweging de kwaliteit van de samenleving verbeteren als we elkaar niet vertrouwen vanwege bijvoorbeeld het geloof of de politieke overtuiging? 
 
Een beperkte maat voor pluriformiteit
De gerealiseerde pluriformiteit is gering. De maat daarvoor is de maatschappelijke participatie van minderheden. Daarbij valt op dat die maat niet genomen wordt van de grootste populaties zoals de ouderen, de gehandicapten en chronisch zieken of de vrouwen en de jongeren, maar van de moslims onder de allochtonen, waar men de feitelijke gegevens over de integratie van minderheden op baseert. Het ‘moslimvraagstuk’ is mede daardoor dominant in het publieke debat over integratie. 
Veiligheid wordt boven pluriformiteit gesteldNiet hoe we elkaar kunnen vertrouwen, vrijheid kunnen geven en welke openheid gewenst is, zijn de grote vragen die gesteld worden. De angst regeert en bepaalt de agenda.

Integratiedebatten zijn veiligheidsdebatten.
Pluriformiteit is ondergeschikt geworden aan Security als hoogste waarde. Terwijl tijdens het terrorisme in Europa in de vorige eeuw, dat bijna wekelijks een slachtoffer eiste, het publieke debat helemaal niet die oogkleppen had. Ik bedoel hier de jaren zeventig toen in met name Duitsland en Italië rode terreurbrigades het dagelijks nieuws bepaalden. 
We meten met twee matenUitlatingen van imams over homoseksualiteit en de positie van vrouwen worden erbij gehaald, terwijl die van autochtone evangelisten, pausen, politici, pers en predikers wegepoetst worden. Uitspraken van politici over het karakter van de islam en de betekenis van grondrechten zoals het discriminatieverbod worden verfoeid of geprezen, terwijl ze niet gevraagd worden om dan ook zich ui te spreken over alle andere godsdiensten en discriminatiegronden. Stellingen zijn betrokken en standpunten zijn al verhard tot graniet. 

Doelen en groepen passen niet op elkaar
Het indelen van mensen in groepen dient geen maatschappelijk doel meer. Dat geldt voor alle genoemde minderheden. Het stigmatiseert dat je oud genoemd wordt of gehandicapt of homosexueel of allochtoon enz. Ook om die reden is het van belang diversiteit in alles door te trekken. Geen onderscheid meer in doelgroepen, omdat een deel last ervan heeft en maatschappelijk niet optimaal kan participeren en allen meer opschieten met heldere doelen. Niet het gehandicapt zijn of homosxueel zijn is een probleem, maar dat het je belemmert en die belemmering van de niet gehandicapte en niet-homosexuele mensen afkomstig is. 
 
Vertrouwen en optimisme, eenvoudiger is het niet
Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Zo simpel kan het zijn als we ons voorstellen hoe een samenleving open staat voor alle verschillen onder haar bevolking. Vanuit diverse perspectieven is het niet alleen een aantrekkelijk maar ook een realistisch beeld van wat er aan kwalteiten huist in zovele burgers. Dat bij een positieve bejeging van elkaar zich aan de ander ontvouwt zoals bloemen hun knoppen en bladeren openen als eenmaal het licht op hen schijnt.
 
Het gelijkwaardigheidsperspectief
Systematisch aanpakken dat we met twee maten meten. Zogenaamde ‘zwarte wijken’ worden bijvoorbeeld (per definitie) in verband gebracht met
multiculturele drama’s, maar ‘witte wijken’ (per definitie) niet of nauwelijks met monoculturele drama’s. Over allochtonen wordt sowieso selectief gesproken, omdat men er nooit alle allochtonen mee bedoelt. Zo worden de vele Belgen, Engelsen, Amerikanen,Chinezen, Fransen, Duitsers enz. niet als allochtonen gezien. Bijna uitsluitend de mensen uit Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen worden ermee over één kam geschoren. In de media hebben alleen autochtonen last van criminaliteit, allochtonen worden er niet naar gevraagd. Autochtonen bepalen de norm. Allochtonen dienen zich eraan aan te passen. Een dergelijke beeldvorming over het (tekortschieten of beperkt) functioneren van allochtonen vinden we ook bij de andere doelgroepen zoals ouderen, gehandicapten en vrouwen. Ook zij ervaren dit als een belemmering om maatschappelijk volwaardig te participeren.
 
Het inclusieperspectief
Het toewijzen van ongelijkwaardige rollen is een kenmerk van groepsvorming. Dat blijkt uit sociologisch onderzoek. Nieuwe bewoners krijgen vrijwel altijd een lagere status toegewezen door de gevestigde bewoners. Zij worden als buitenstaanders behandeld. Dat kan iedereen overkomen die naar een andere gemeenschap verhuist, ongeacht etnische afkomst, klasse enz. Gevestigden sluiten blijkbaar altijd wederkerige relaties met buitenstaanders uit. Door steeds te benadrukken dat ‘zij’ totaal anders zijn dan ‘wij’ wordt de dominantie van de eigen groep gehandhaafd. Als nieuwkomers daar niet in berusten volgt uitsluiting. De heersende negatieve opvattingen in een samenleving raken vervolgens met elkaar vermengd. De
ideologie van gevestigden en buitenstaanders wordt bijvoorbeeld vermengd met
angstbeelden over de Islam, over toenemende criminaliteit, en over maatschappelijke achterstanden. Als vooroordelen versterken ze elkaar in hoog tempo. Het gevolg is dat het begrip ‘allochtoon’ niet langer neutraal is. Het roept meteen allerlei negatieve gedachten op over (horden) mensen die (de rust in) de samenleving bedreigen.
 
Het inclusieperspectief, namelijk dat iedereen erbij hoort, wordt door het overheidsbeleid eerder verworpen dan bevestigd. De aanwezigheid van buitenlanders, migranten, minderheden of allochtonen is steeds als vraagstuk behandeld en de autochtonen bleven daarbij buiten beeld. Beleid gericht op
wederzijdse acceptatie om als gelijkwaardige burgers samen te leven is schaars. Ook in het nieuwe beleid (gericht op het burgerschap dat we met elkaar delen) blijft dit perspectief intact. De overheid verwacht terecht dat migranten kiezen voor de Nederlandse samenleving, maar weigert die samenleving voor hen te openen. De multiculturele samenleving is van de agenda verdwenen, waardoor de dialoog over wederzijdse acceptatie is verstomd.
 
Door elkaar als nieuwe mensen te zien die nog zo weinig van elkaar weten is, hoort iedereen en vanaf het begin bij.
 
Terug naar de grondwaarden
Om samen te leven is die dialoog tussen autochtone en allochtone Nederlanders noodzakelijk. De grondwet geeft daar het kader voor aan. Deze gaat immers uit van een pluriforme samenleving. De daarin vervatte regels rond gelijkheid van burgers ongeacht godsdienst, afkomst, geslacht, seksuele voorkeur enz. geven al aan dat het buitenstaanderperspectief verworpen moet worden. Dat is een afspraak, waar onze democratische eenheid van afhangt. Het bevorderen van de communicatie
om met elkaar deze afspraak na te komen is een taak van ons allen: van zowel overheden als onderwijsinstellingen, bedrijven, wijk en buurtcentra, verenigingen, kerken, moskeeën, tempels, synagogen, media enz. Als dit proces eenmaal in gang is gezet zal het welbevinden van alle burgers en de sociale cohesie in de samenleving toenemen. We zullen er samen multicultureel meer competent door worden als we ons weer laten leiden door onze liberale en democratische grondwaarden.
 
Terug naar de basisvaardigheden
Meer onderlinge contacten en communicatie maakt ons bewust van selectieve roltoewijzingen en daarmee ook van de gevolgen of effecten, die we er ongewild mee veroorzaken. Selectieve roltoewijzing overkomt je. Pas als je jezelf als actor ziet, komt er verandering in. Door bewust te leren omgaan met je actorrol, door voor jezelf op te komen als gelijkwaardig burger, ontstaat een perspectief, waarin mensen zelf keuzes maken als autonoom handelende wezens in een pluriforme maatschappelijke context.
 
De hemel is de smaak van de maatschappij
Als we meer in onszelf geloven als ‘partner’ in maatschappelijke relaties en onze religies (diepste overtuigingen) openen voor het verbeteren van mens èn gemeenschap, dan zullen we dat gaan proeven in alle smaken die de maatschaapij voor ons in petto heeft en ngeen hemelser gerecht meer willen dan een daadwerkelijk pluriforme samenleving. Al lopen we erdoorheen met onze capuchons hoog over onze hoofden, we zullen die zon toch niet kunnen misprijzen.