Post Tagged ‘genesis’


Laatste scheppingsdag

De wording van een mooie dag

Op wat vlekjes in zijn gezicht na was hij bleek,
Gelukkig geen vuurrode kop meer, zag hij
Zelfs niet lelijk, bijna aantrekkelijk, het is goed, dacht hij
Toen het donker weer van het licht gescheiden was.

In het begin is die ingreep verschrikkelijk geweest.
Het moment waarop hij uit haar buik gestoten werd,
Sneedt het licht als een vlijmscherp zwaard het bestaan kapot
Van een samenleving in het veilige, warme en duistere lichaam van de ander.

Waar geen honger of dorst bestond, geen hard geluid, geen kou, geen onlust
Zoals in het paradijs bedacht hij zich, veel later in de tijd van zijn wording.
Toen de innige duisternis allang verkeerde in angstaanjagende nachten
En de dag schaamte bracht in de spiegel van zijn ziel, zodat hij de wereld vreesde.

Hij behield dat gewonde hoofd tot hij ging roken en het bloed uit zijn gelaat trok.
Hij noemde die dag de aarde waarop hij voor het eerst het evenwicht bewaarde.


Edvard Munch. De Wanhoop, 1892

Edvard Munch. De Wanhoop, 1892

In de kunstgeschiedenis komt het wel vaker voor dat een interpretatie het schilderij en alle gebeurtenissen eromheen mythologiseert. In het geval van de Schreeuw zien we dat al vanaf de oorsprong gebeuren. Alsof we daar meemaken wat vergelijkbaar is met de geschiedenis van het ontstaan van de bijbel. Iemand heeft wat gehoord, gezien of geroken en hangt het meteen aan een te grote klok.

Het begint eigenlijk al wanneer Edvard Munch het schilderij De Wanhoop in 1892 in Berlijn exposeert. De geschiedschrijvers spreken van een schandaal, Maar wat gebeurde er precies in 1892, toen een expositie van 55 werken van de Noor Edvard Munch in de Verein Berliner Künstler na 7 dagen al werd gesloten.

De jury vond het werk van Munch ‘afstotend, lelijk en ordinair’. Ze vond eigenlijk dat hij het niet netjes had geschilderd. Zijn best niet had gedaan. Er met de pet naar had gegooid. Dat vond ze zo schandalig dat ze de expositie niet wilde voortzetten. Ze wees als het ware Munch met zijn  hele expositie het gat van de deur. Vrijwel overeenkomstig de verbanning van de ‘enige mensen’ uit het paradijs.

Die opvatting van de jury werd echter niet gedeeld door zijn collega-kunstenaars. Dat kan, maar dan is die opvatting op zich nog geen schandaal. De jury-leden deden gewoon hun werk, lijkt mij. Men was het alleen niet met hen eens. Terwijl je toch wel grond kunt vinden voor hun afwijzing als je in aanmerking neemt dat Munch De Wanhoop wilde schilderen.

De scheiding der geesten leidde tot een eigen kunstenaarsvereniging om rellen over wat wel en niet goede kunst is te voorkomen of eigenlijk om de kunstenaar en zijn scheppingen nooit een strobreed in de weg te leggen. “De controverse daarover zou met medewerking van de Vereinigung der XI leiden tot het oprichten van de Freie Künstlervereinigung. Heel wat leden verlieten de kunstvereniging en werden lid van de ‘Freie Vereinigung Berliner Künstler’ en de ‘Vereinigung der XI’, waar buitenlands werk en vernieuwende kunst van eigen bodem kon worden geëxposeerd, zonder telkens een rel te ontketenen.”

Dat neemt niet weg dat Edvard Munch zelf ook niet zo tevreden was met zijn eerste poging om zo’n emotie als Wanhoop van het doek te laten afspatten. De idee aan een dergelijk schilderij (wat hij de Schreeuw zou noemen)  moet in de gedachten van Munch al gedwaald hebben toen hij ontspannen over het hek langs het pad leunde, dat naar het park op de top van de heuvel Ekeberg leidde.

Hier geeft de geschiedenis geen uitsluitsel over. Maar vermoedelijk zag hij op een latere datum kans om op dezelfde plek met dezelfde zonsondergang boven Oslo en het fjord iets te ontwaren wat hem de stuipen op het lijf joeg: een van bloed doortrokken hemel en tongen van vuur, die hem het gevoel gaven van een oneindige schreeuw die door de natuur trok. In ieder geval schilderde hij de beroemde Schreeuw met een spookachtig wezen op de voorgrond pas in 1894.

Edvard Munch, Schreeuw, 1894

Edvard Munch, Schreeuw, 1894

(wordt vervolgd)


organisatiemodel
 
De ontwikkeling van een eigen identiteit is niet beperkt tot het individu. ook groepen en gemeenschappen zijn er mee behept. iedere ordening van een door mensen bezette omgeving gaat gepaard met de definiëring van een herkenbare entiteit. een markering van een grootheid met een eigen aard, een eigen natuur, waardoor men in zichzelf als een discrete en afzonderlijke eenheid kan geloven.
 
Uit dezelfde rots waar we nog één zijn met de natuur houwen we een beeld van onszelf als individu en als deel van een groter geheel. we geven er organisaties een gezicht mee, gezinnen, scholen, bedrijven, samenlevingen enz. de corporal identity spreken we de organisatiekunde na, die ons een oneindig russisch poppetje voorschotelt dat uiterlijk en innerlijk een kopie is van de vormen die ons zijn ingeprent. een effect van het verguisde communisme gniffelen we als brainwatchers, dat ongemerkt in ons collectief gedrag geslopen is.
 
De wording van een discreet en afzonderlijk beeld van zichzelf is als raadsel door freud in elkaar gestoken. zijn analyse dat de mens psychologisch een apparaat is dat uit drie lagen of niveaus bestaat, wordt in de organisatiekunde weerspiegeld in de drie lagen of niveaus die zorgen voor een gewenste wijze van doelstellend, doelmatig en doelgericht opereren: de strategische top, het tactische management en de producerende werkvloer.
 
Zoals de persoonlijke identiteit verankerd kan worden in afkomst, geslacht, nationaliteit, beroep, sociale groep, leefstijl, educatieve resultaten of vaardigheden, of een combinatie van deze kenmerken, kunnen organisaties worden verankerd in een combinatie van geografische plaats, nationaliteit, strategie, core business, technologie, kennis, organisatie ontwerp, exploitatiefilosofie of governance structuur. waarbij die kenmerken steeds meer lijken samen te vallen in een persona van de organisatie van het individu.
 
Om die verankering draait het sinds freud ons in stukken sneed. hij deconstrueerde de psyche als een driedimensionele organisatievorm om zich zo vloeiend, sterk en duurzaam mogelijk in de realiteit te handhaven. een drieeenheid die doet denken aan de heilige samenleving van de vader, de geest en de zoon of aan de natuur, de maatschappij en de cultuur.

Het Es of Id zou de natuurlijke staat van de mens zijn. Een chaotische staat, zoals ook in Genesis van de mensheid wordt gezegd, waarin we als wilden louter uit zouden zijn op onmiddelijke lustbevrediging, op puur genot. De toestand waarin het verlangen regeert. Het Ik of het Ego zou daarentegen de maatschappelijke staat van de mens zijn, die zich tegen zijn natuur kan keren. Een geordende en gedisciplineerde staat bij voorkeur, waar de ervaring de mens gevormd heeft tot een zich aan de realiteit aanpassend organisme. De toestand waarin het verstand domineert.

Het Boven-ik of het Superego zou de spirituele staat van de mens zijn. Een ideale staat, waarin de mens het van zijn kennis aan en van de wereld moet hebben, van het goed en het kwaad, van wat onze natuur en onze onderlinge relaties overstijgt. De genesis van de mens, die Freud meent door te hebben, lijkt als twee druppels water op die van het scheppingsverhaal, waarin de schrift hem verlost van zijn primitieve drang louter naar bevrediging van zijn lusten te streven.