Post Tagged ‘hol kinderhoofd’


Paralogica, waar hebt u het over?, stamelt de vrouw, nadat ze zelf vaststelt dat ze de 25 eurocent voor het potlood natuurlijk erbij had moeten optellen bij die ene euro verschil. Ik heb slechts de MMS gedaan en daarna de leerlang Zie Het Lam Gods gevolgd. Heeft u nog de Middelbare Meisjes School gedaan, verwondert de schrijfcoach zich over haar ouderdom. U ziet er nog zo jong en fris uit. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen? Botox, body-lift of een geheel nieuwe huid ergens kunnen tranplanteren?
 
Even is de vrouw haar draad kwijt. Pardon? Niemand heeft na mijn geboorte ook maar een druppel vulstof in me gespoten of een velletje strakker getrokken. Aan mijn lijf is nooit enige polonaise besteed. Bijna guitig complimenteert ze hèm vervolgens met zijn schoonheid en relatief jeugdige uiterlijk. Hoewel u mag wel wat minder stijf en verkrampt in uw buikstreek zijn. U weet toch dat we daar onze gevoelens over de werkelijkheid, de affecties en reflecties die we ondergaan als het ware opnieuw denken. De alles overdenkende buik, spot hij aanvankelijk met haar opmerkingsgave, maar dank u hartelijk voor uw mooie woorden over mijn uiterlijk. Ik heb natuurlijk wel wat middelen erop gesmeerd om te vullen en strak te trekken wat u niet nodig hebt gehad.
 
Ze kijkt hem bijna verwijtend aan. Bent u er ook ingetuind? U leeft zeker ongezond? Bent u een roker? Ja, antwoordt hij wat beschaamd. Dat roken krijg ik maar niet uit mijn systeem. Een drinker? gaat ze onverstoord verder. Eh, bij gelegenheid wil ik nog weleens wat nemen, geeft hij meteen toe, maar echt niet meer de slemppartijen die mijn studententijd opvrolijkten en de dolle nachten daarna. Nee dat is allang voorbij. Dolle nachten? informeert de vrouw, die waarschijnlijk nog maagd is, bloednieuwsgierig, wat zijn dat? Eh toch niet die GHB-orgieën, zoals in Groningen? hoop ik.
 
Nee, ik heb niks met de nieuwe drugs, begint de coach opeens enthousiast zijn jeugdherinneringen op te poetsen. Wij gebruikten na onze studie geen harddrugs meer, tenminste zelden heb ik nog hallucinerende middelen, cocaïne of amfetamines gebruikt. Toevallig een jaar geleden een flinke pot thee getrokken van paddestoelen vol psilocybine met mijn kameraden bij mijn pensionering. Het bracht ons terug in de gevoelswereld van 1969. Het gekke was dat we allemaal bijna dezelfde ervaringen opdiepten. Alsof we exact dezelfde dingen hadden meegemaakt, terwijl ik in Leiden de bezetting van universiteitsgebouwen al snel links liet liggen om de burgerij zelf bij de democratisering te betrekken, waren zij in Vlissingen bezig met de stad (die nu de tweede kunststad van Nederland is) bij de tijd te trekken. Toen Hans Verhagen daar zijn eerste gedichten op muren en straatstenen kalkte, trad ik op bij studentenverenigingen met eigen teksten, die ik ter plekke verzon en op de weekmarkten met een groepje die zich Leefbaar Leiden noemde, heropvoerde. De een speelde doedelzak in die tijd en ik weer op zo’n merkwaardig teacase. De ander had een hele band opgericht en het Huis Kamer Project voor Drugsgebruik en ik met Leefbaar Leiden het Kreativiteitscentrum de voorloper van het Leids Vrijetijds Centrum.
 
Genoeg over uw christenreizen over de destijds door uzelf verbrede wegen, onderbreekt ze de opbouw van een oraal romannetje over de opkomst van lokale tegenculturen in Zeeland en Zuidholland, ik wilde slechts weten wat die dolle nachten waren, maar ik begrijp nu dat u seances bedoelde om uw aanwezigheid in de geschiedenis terug te vinden. Dat heb ik vaker van uw soort mensen gehoord. Ik was in die tijd nog volop betrokken in het kerkenwerk en heb er in Kerk en Wereld in Driebergen evenzeer als u nieuwe werkelijkheden geproefd die we zelf schiepen. Maar ook het verval, de zondeval in de jaren zeventig, toen het allemaal zwaar gepolitiseerd werd, wat u zo neutraal beschrijft.
 
Samen vinden ze elkaar in de ervaring dat ze beiden de nieren van hun God hebben geproefd. Hij in een vennootschap onder firma, die zich Werkplaats De Bange Duivel noemde en zij in de Bezinningsgroepen van Kerk en Wereld. Beiden hebben er een aversie tegen politieke ideologieën door opgedaan. Er is opeens een band. Met onze beleving dat Willem Kloos alleen al door zijn dood geen God is geweest, bezegelt zij hun kersverse relatie, hadden we toen al met elkaar kunnen uitwisselen, voegt ze eraan toe. Ja, en dat niemand dat idee voor werkelijk bestaanbaar kan houden, voegde de coach erbij. Ja, geeft zij nu ook toe, dat vind ik nu eigenlijk ook zo zot van ons genootschap, dat we ondanks dit uitgangspunt toch denken dat er iemand De Kloos is van het eerste decennium van de 21e eeuw.
 
Ze heeft het door, denkt de coach, maar hoort toch nog een aarzeling. Waarschijnlijk is voor ons het gegeven dat je God op de bodem van het bewustzijn vindt, op zich heilig. Echter, zoals u al zei in spirituele zin, zouden wij alleen kunnen herformuleren dat de God van Israël, die de christenen via zijn zoon hebben leren kennen, altijd en overal is. Het zou narcistisch of minstens megalomaan zijn als iemand meent God te zijn en een valse getuigenis zijn als hij meent dat iedereen God is, die zich als De Enige aan Abraham heeft geopenbaard en die voor het verbond de voorhuid offerde.
 
De coach kan haar daarin niet tegenspreken, maar wel haar laten struikelen door haar voor de voeten te werpen dat koning David in datzelfde verbond de filistijnen onvrijwillig van al hun voorhuiden had beroofd, als scalp. Zij is echter niet makkelijk omver te kegelen en begint een betoog over de initiatie-rite die in Afrika en Australië al eeuwen bestonden, en die in het nageslacht van Abraham op kleuters is toegepast. Ze waren echter van oorsprong bedoeld voor de overgangstijd, om de pubertijd af te sluiten. Ik denk, fluistert ze opeens, dat het vele snijden en prikken van de jeugd in hun lichaam, een natuurlijke behoefte onthult dat zij die initiatie missen.
 
Wat een prachtig denken van u, neemt de coach haar kijk op wat men nu als jeugdculturen duidt van haar over, dat de jeugd door ons geen pijn meer wordt gedaan op het moment dat ze juist opnieuw zouden moeten worden geboren. Waarom gebruiken we niet de overgang naar de vierde klas in het onderwijs als initiatie-periode, dat zou bijvoorbeeld rond de Pasen kunnen geconcentreerd worden en, gelet op de conditie van onze jeugd, niet langer dan 2 weken en 2 dagen mogen duren. In die tijd is de wond genezen en zullen ze zich veel verantwoordelijker gedragen dan nu vaak het geval is. Bovendien delen dan alle Nederlanders, wat met name de moslims nu nog als hun religieuze en hygiënische trots beschouwen, hetzelfde besneden orgaan.
 
Ze ziet er echter niet meteen het voordeel van in, maar wil eerst toch terug naar dat verbond. De coach merkt dat en is haar voor met: ok, zo stappen we niet over de culturele grenzen van elkaars religieuze werkelijkheden heen. We komen tenslotte niet verder met onze Godskennis dan toen Mozes voor de tweede keer de stenen tafelen moest halen. Hier heeft ze niet op gerekend. Verlost van haar herhalingen door zijn verwijzing naar en voor haar nog niet doordacht historisch feit in samenwerking met de geest die nu over haar komt, loopt hij monter naar de balie en plaagt de assistente dat de medicijnen al klaar staan. Daar is de zwijgzame onderdanige niet blij mee. Na een vrij lange stilte zegt ze dan toch: als meneer G
od het zegt dan zal het wel waar zijn.

 
Pardon? begint de coach opnieuw de strijd tegen Godsindenkers, maar staakt deze onmiddelijk als zij vliegensvlug de medicijnen in zijn handen stopt en vergeet de slaappillen te factureren, die de tollenaar onder de ministers, dokter Klink, heeft geschrapt uit de verzekering. Even blind als de artsen voor de schoonheid en bevrediging die de slaap guller geeft dan sex, spritualia of alle schrijfsels van de wereld. Peinzend over die ellendige artsenij die de slaap maar niet wil erkennen als een behoefte vooraf aan de biopsychologische piramide van sex, eten, zelfverzekerdheid, trots en zelfrealisatie en die noch de gezondheid ervan, noch de gelijkwaardigheid van alle mensen qua bezit, belang en behoefte aan een goede slaap in hun denken door laten dringen, loopt de schrijfcoach langs de verblufte vrouw.
 
Medisch is de slaap in de toestand van de aarde vooraf aan de schepping, schiet hem te binnen als hij een vaste klant van het HKPD tegen het vege lijf loopt bij de garage. De evenoude stadgenoot weet ervan mee te praten. Weet je, ze vinden alles vaag dat met de geest op zich te maken heeft. Ze hadden nooit dokters en specialisten moeten toestaan in de samenleving is zijn conclusie.
 
Samen wisselen we uit dat de psyche en het lichaam nooit door van oorsprong kappers en slagers echt als een verbond beschouwd kan worden. Het zijn immers vaklui, voor wie je hooguit een volautomatische dubbelganger bent. Het sprekende lichaam is verder voor hen een fles met gekleurd transparant glas waarop de wasem van de geest nu eenmaal ieder zicht op het innerlijk belemmert. Voordat de coach dit met de menselijke straatkat bespreekt, heeft deze al afscheid genomen met dat de maatregel miskent dat slaap heelt en het wakker zijn juist niet. Hij roept nog dat de functies van de slaap even vaag waargenomen worden door artsen als de functies van verslaving. Ze snappen de verkoudheid er niet van. De kilheid die de deprivatie geeft. Omdat ze verkoudheid op zich al niet kunnen uitleggen en behandelen.
 
Niet slapen, verslaving en verkoudheid hebben gemeen dat ze eigenlijk niet als ziekten serieus worden genomen, omdat de medici er liever niet met anderen over praten dat ze er niks vanaf weten en dat ze ook hun pillen niet goed erop weten af te stemmen.
 
De coach bevestigt dat met een betoog dat ze de rustpauze voor het herstellen van organen wel erkennen, maar dat gegeven niet weten door te trekken naar het wakker zijn, dat de organen uitput en beschadigt. De ongezonde wakkere staat van de mens hebben ze losgeknipt van de gezonde staat, ja zelfs de geneeskracht, van de slaap. Daarom alleen al zouden we ze voor de rechtbank moeten slepen. Wij slapelozen weten maar al te goed hoezeer we het missen om het malen, het te diep door denken te stoppen en de informatie juist in slaap het beste verwerkt kan worden. Het wakker zijn of slapen is To Be Or Not To Be. Je bent een held als je wakker bent en een looser als je slaapt.
 
Ja, Shakespeare weet het nog altijd beter dan de hele artsenij, apothekerij, ja al onze dealers samen. Met dit brede armgebaar loopt de echte hedendaagse stakker naar zijn huiskamer richting boulevard. De coach zinkt ermee naar de bodem van zijn gedachten. De vrouw is geheel hersteld van haar zoektocht naar de plaats en tijd van Mozes rol in de geschiedenis van De Enige God en spreekt spreukerig: Iedere zijnsleer is wishfull thinking als we de slaap niet kennen. Het ritueel dat eenmaal door en door gekend hebbend tot zoveel openbaringen heeft geleid. Mozes sliep op de berg. Ons oude brein begint daar de logica van te begrijpen. Kinderlogica misschien, maar dat is juist de kracht van monistisch denken en het zit ook niet voor niets in menige levensloop als begin- en eindstaat van de mens.
 
hol hoofd
 
ze slaat op de bovenste koffer. dit holle kinderhoofd bevindt zich voortdurend in de leegte. daar zouden wij ook mee moeten beginnen. ze opent de beauty case en haalt er nu twee pionnen uit. de ene lijkt op michael jackson en de ander op pim fortuyn. in één zin verbindt ze beide polen met elkaar. michael’s bezorgdheid om zijn schoonheid is een eeuwige strijd om je jeugd te behouden of terug te vinden en pim’s obsessie voor marokkaantjes van de leeftijd waar michael zo graag naast sliep, is gegroeid tot een latente vorm van pedofilie onder een toenemende massa die die marokkaantjes een lesje wil leren om hun ware behoeften verdraaid in dat lesje aan ze bloot te kunnen stellen.
 
pionpim
 
 
de coach is nu zelf verbluft en wordt bijna uiteengereten door het verlangen meer van haar voor hem totaal nieuwe kijk op de huidige ontwrichting in de politiek en de maatschappij te horen en de begeerte willem kloos te rehabiliteren, waar hij net de relevante verzen voor doorkrijgt. om tot een keuze te komen slaat hij als een ware bastamens op de kinderhoofdkoffer, waaruit hij slechts boem hoort, en roept de vrouw tot zijn orde. eerst wil ik u toch nog vertellen wat willem kloos schreef. hij pakt uit zijn colbert twee a4tjes. leest u nu zelf eens deze drie verzen, die uit zijn bundels gehaald zijn.
 
vers v
 
ik ben een god in het diepst van mijn gedachten
en zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
over mij-zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
van eigen strijd en zege, uit eigen krachten, _
 
en als een heir (leger, mva) van donker-wilde machten
joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
voor ’t heffen van mijn hand en heldre kroon:
ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten.
 
en tóch, zoo eind’loos smacht ik soms om rond
uw overdierbre leên den arm te slaan,
en, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
 
en trots en kalme glorie te vergaan
op úwe lippen in een wilden vloed
van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.
 
vers vii (is destijds niet gepubliceerd)
 
ik wijd aan u dees verzen, zwaar geslagen
van passie, en verdoemenis, en trots
in doods-bleek marmer of dooraderd rots,
al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen
 
zijn zijn doorleefd: ‘k heb daarin neêrgedragen,
rijk-handig, al wat, in den loop des lots,
aan menschen-liefde of hooge liefde gods
dit dood-arm wezen heeft te voelen wagen.
 
ik, die mijn leven uit-te-zeggen zoek
heb al mijn lieve voelen, zoeken, tasten
en weten in dit somber boek gevat.
 
en, ‘k bied, met dit mijn eerste en laatste boek,
een laatste groet aan u, die met uw vasten
stap naast mijn àl te wankle schreden tradt.
 
 
vers viii
 
gij, die mij de eerste waart in ’t ver verleên
toen alles was één schoone somberheid
gij zult mij de allerlaatste zijn. ik wijd
dit stervend har t u, met mijn laatste beên.
 
want àl mijn dwalingen en àl mijn strijd,
en wàt ik heb geliefd en heb geleèn
het waren allen slechts zoveel treèn
tot waar gij eeuwig troont in heerlijkheid.
 
Éne, Éen moet zijn aan wie ik alles gaf
en leven kan ik niet, dan als ik kniel,
’t zij voor mij-zelf, een godheid of een droom:
 
de godheid stierf… ikzelf ben als haar graf
kom gij dan, nu ik val… ziel van mijn ziel,
die niets dan droom zijt.. ‘k roep u aan: o,koom!
 
 
nou, wat vindt u nu. wat kinderlijk mooi weet kloos toch zijn uiteindelijke hoofd te buigen voor die enige waar wij één mee kunnen worden, niet?!. zijn verzen zijn in de leegte van de nihilist tot een echo van de eerste regel ingekrompen en de boem geworden van de bastamens die niet over god wil praten.
 
(wordt vervolgd)