Post Tagged ‘hoop’


Bouwput 2 blog Moeder Aarde

De wereld blijft in de ban van je-weet-maar-nooit.  Zoals in de jaren zestig tijdens de Varkensbaai-crisis. Toen een atoomoorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie dreigde uit te breken.  Thuis werd geroutineerd ingeslagen voor het geval de SU zijn raketten niet weg zou halen van Cuba. Ze waren geplaatst vanwege een invasie van bannelingen, die met steun van de  VS in april 1961 tevergeefs Cuba wilden ‘bevrijden’.

Het samen schuilen in de kelder leek me reuze spannend. Vier dagen lang hield de wereld zijn adem in. Helaas liep het vroegtijdig met een sisser af voor wie gehoopt had op een paar maanden geen school,  geen kerk en geen boodschappen doen. Wel had ik door deze crisis onder de vloer van mijn slaapkamer een eigen schuilplaats gemaakt. Daar heb ik me vaak verstopt als het weer eens hommeles was, omdat vader op zoek was naar mijn lurven. Niets is vermakelijker dan iemand die over de rooie is, boven je te horen ijsberen. Zijn woede ging vaak om niets. Een kapot gebeten gummetje was al genoeg om die te ontsteken.

Je verschuilen voor de ander is eigenlijk een vorm van recreatie. Je herschept je fysieke wereld in een geheime ruimte en volgt nauwgezet wat er buiten je cocon gebeurt.  Ondertussen vermaak je je met je stripboeken, hun tevergeefse zoektochten en het idee om nooit meer bovenvloers te leven. Nu het economische systeem vol tijdbommen op springen staat en in Vlissingen de kazematten gerestaureerd worden, werpt deze samenloop van omstandigheden de kans op een gigantisch onderduikadres in mijn schoot.

Voor wie ook op zoek is naar een schuilplaats, in het Keizersbolwerk in Vlissingen is nog wel een onderaards perceeltje over. Zie foto’s. Het vestingwerk dateert uit 1548 en kreeg in de Franse tijd de huidige vorm. De ingang vind je in de ‘Waterpoort’, de enige stadspoort die nog intact is. Bovenop het bolwerk staat Michiel de Ruyter. In de sokkel van zijn standbeeld zit een losse tegel, met daarachter een mangat naar de munitiekamer (nu in gebruik als dieseltankstation voor de Belgische loodsen). Halverwege zit een onderdeur met bel, waarachter de tunnel begint naar mijn schuilplaats.

Zelf gebruik ik een mangat in het schuurtje achter mijn huis. Het brengt me via een oud riool meteen op de plek waar ik al flink opgeschoten ben met het herstellen van de lingerie van Moeder Aarde.  In het schilderij kun je nu rondlopen. Alle grotten zijn voorzien van deuren, trappen, verstelbare pilaren en een leidingenstelsel voor vervoer van natte en droge waren. Het is nog lang niet af, maar ik schiet al aardig op.

Het paneel, dat hier wordt afgebeeld, zit rechtsonder in het meest toegankelijke schilderij van de wereld. Je ziet dat het er al knap uit gaat zien. Het merendeel van dit ingenieuze bolwerk is gestut.  Tijdens het herstel zijn oude beelden gevonden, die energie opwekken met een waterrad in de bloedsomloop van Moeder Aarde zelf. Ze kunnen vuur spuwen, alles verwarmen, licht geven met hun ogen, brood bakken in hun mond, alle zenders afspelen op hun buikwand enz. enz.

Ik zou uren kunnen vertellen over wat ik in die lingerie aan bijzondere plekken heb aangetroffen. Maar kijk zelf en ontdek de ruimten en objecten, die ooit allemaal een naam hebben gehad en nu een onbeschreven blad zijn. Nergens heb ik ook maar een regeltje tekst en uitleg gevonden en toch kom je er al snel achter wat iets zou kunnen zijn. Wat je aanraakt, opent zich meteen en als je erin kruipt vertellen je vingers net als aan blinden wat het kan zijn. Wie wil niet schuilen in de oneindige  kruipruimten, die je kunt weven van de lingerie van Moeder Aarde!? Onvindbaar voor de belastingen, de NSA, ja voor alle tentakels waarmee staten burgers bij de virtuele lurven pakken om ze te onpas leeg te schudden, vals te beschuldigen dan wel vogelvrij te verklaren.


He came in through the door of our dryer blog

Zijn leven lang gekooid als poëzie

was hij een vlo zonder theater

achter tralies gekluisterd, op de knie

de tandeloze tijd dodend voor de mooiprater

Net als de verlosser te vroeg gepensioneerd

uit zijn vlees al het geld geslagen

om de macht in geringere handen over te dragen

is het koninklijke roofdier tot het bot onteerd

Zou hij het nu welletjes gevonden hebben

nu ons spaargeld vlees is geworden of altijd al was?

voor het systeem dat dreigt weg te ebben

als er geen geld in wordt verdampt tot darmgas

Met name in de buiken van bankgieren

met in iedere straat een anus

waar wij onze leeftocht uit de kieren

halen met onze tentakels graaiend in hun kanus

Vandaag kwam hij door de deur

van de droger binnen, de gek

devoot voor zijn doen met in zijn bek

een bewijs aan toonder in de originele kleur

 –

Zijn spaargeld is de ingehouden woede

over zijn ooit geroofde wilde bestaan

die men kan blussen met een rib waaraan

resten van een lijf kleven, een goed doorbloede

Je krijgt er zoveel meer voor terug

dan het systeem zelf bieden kan

een wezen dat smult van een ongekookte rooie rug

gokkend op zijn voorkeur voor een bankgier zijn hersenpan

Rotterdam, zaterdag 19 oktober, de dag waarop een Bengaalse tijger uit de kast kwam toen hij meende te horen dat al het geld vlees was geworden


VEen liedje voor hem

*

Een liedje voor hem

 *

Zij kijken er zo naar uit

Zouden het graag willen horen

Een liedje geschreven alleen voor hen

Het maakt hen gek tussen hun oren

 *

Zou hij hem zijn of hij of hij

Ze spieden langs elkaar heen en opzij

Ze hopen dat iedereen het goed kan verstaan

En dat het meteen aan zal slaan

 *

In de strandtent oefent hij zijn hoge stem

Snuift nog wat om de koorts te stillen

Hoort het publiek klappen, joelen en gillen

Zet het bandje op met ‘Een liedje voor hem’

 *

“Hij is mijn gabber, mijn liefste, mijn schat

heel m’n leven heb’k nog nooit zo’n hond gehad…..”

 *

*

Vlissingen, 12 oktober 2013, de dag waarop je een songfestival op het strand verwacht, maar alleen jankende honden van baasjes die ze strak aan de lijn houden met al die teefjes in de branding


Vrouw van Klei treedt op blog

De Europeaan komt al snel terug. Zo, heb je alles van je af kunnen schudden?, vraagt de spitsmuis hoopvol. Nee, mijnheer Spitsbergen, dat is maar voor de helft gelukt, zucht de Europeaan. Een vrouw uit Klei heeft me op het hart gedrukt dat alles goed komt. Ik hoef me niet schuldig te voelen, zolang ik maar zorg dat mijn spaargeld maatschappelijk verantwoord besteed kan worden.

Oh, je bedoelt de Vrouw Van Klei, corrigeert mijnheer Spitsbergen de olifant, de titel voor degene die het ei van Columbus kan uitbroeden. Dat denkt tegenwoordig Lagarde te zijn. Zij treedt steeds op met liedjes, die anderen al gezongen hebben. Alleen bij het coveren weet ze je even vaak op het verkeerde been te zetten. Je weet toch nog dat ze opriep om drastisch de overheidsuitgaven terug te dringen met ingrijpende bezuinigingen, toen dat al in de pennen van alle politici zat? Gisteren corrigeerde ze die politici met de waarschuwing dat men de groei van de economie moet stimuleren en het reduceren van de staatsschuld met dergelijke bezuinigingen een averechts effect kan hebben.

Wat stom van me. Natuurlijk weet ik dat nog als de dag van gisteren. In Brussel moest ik meteen aan de slag. Ik moest alle bezuinigings-verhalen uitblazen en alle hervormingsverhalen, die in groei investeren, opblazen tot de grootte van de zon. Hij heeft het er nog warm van. Mijnheer Spitsbergen kan het niet aanzien dat zijn kersverse broeder zoiets onbenulligs niet kan loslaten en zich zo snel staatsschuldig voelt.

Lieve mijnheer Eurofant, begint de spitsmuis met zijn troost. Ik heb vandaag gezien wat allemaal in u zit. U kunt een zon uw wil opleggen, fouten echt aantrekken, kritisch rationeel op uzelf blijven letten, meteen van gedachten veranderen als de ander betere ventileert en uzelf kleiner dan een muis als ik denken. Hou alsjeblieft op met U-wen, dat is storend voor onze relatie, grijpt mijnheer Eurofant in. Ik vind je feedback prettig, de aan mij gegeven naam zeer aangenaam, maar we zijn nu broeders en dan tutoyeren we elkaar als vanzelfsprekend, toch?!

Opeens horen beiden een lied over het zand galmen. De Vrouw van Klei staat midden in de woestijn een aria ten beste te geven over de schuldvraag, de boetedoening en de verzoening. Eurofant en Spitsbergen draaien zich naar haar om. Eurofant ziet de zon aan zijn slurf aan voor een microfoon en, inderdaad zijn vermogens zijn enorm. Het is een microfoon. Hij wil zijn broeder in kennis stellen van deze metamorfose (en dat hij denkt dat al die zonnen in Europa microfoons verbergen waarmee ze alle ‘vertogen’ op kunnen vangen om met die winden mee te waaien), maar Spitsbergen legt zijn vingertje op zijn mond. Stil Eurofant, ze zingt over broederschap.

Door de woestijn schalt Lagarde dat de hele wereld een participatiemaatschappij moet vormen: “Wij moeten elkaars hoeder worden, willen we onze vrijheid behouden en ook aan gelijke monniken, gelijke kappen toekomen. Niemand is schuldig en hoeft zich te schamen. Zolang we maar samen en het liefst veelvuldig werken aan onze tekorten. Zodat het goud in onze forten onaangeroerd blijft en men de staatsschulden broederlijk herschrijft. Iedere dag een nulletje eraf. Als huiswerk, niet als straf.

Spitsbergen heeft haar meteen door. Zeg, Eurofant, jij weet toch hoe ze met een gummetje boekhouden? Jazeker, schalt nu Eurofant, ik heb dat van de Hypotheker geleerd. Hoe groter de schuld wordt, hoe meer nulletjes je bij elkaar kan weggummen. Juist, vat Spitsbergen door Lagarde heenzingend het samen. Kies elkaar als broeder, op grond van wederzijdse schulden, vermaal het verschil tot goudpoeder voor de bouw van een kapitale villa en verkoop dat bouwplan als de wiedeweerga aan een pensioenfonds voor een zware hypotheek op het gat, ondergronds. Doe dit om de week. En je ziet van je schuld geen steek, maar een bult. Van de schaduwbank, vol geld met stank als dank. Dat groeit als schaliegas. Binnen een jaar is de hele wereld een geldplas.

Lagarde stopt onmiddellijk met haar aria. Ze buigt zich naar de twee dieren en vraagt: willen jullie alsjeblieft ophouden. Straks moeten de banken het spaargeld als pensioen gaan uitkeren, omdat de pensioenfondsen alleen nog maar hypotheken hebben uitstaan. Bovendien beluister ik, dat u al het zwarte geld in de grond wilt investeren om het er nooit meer uit te halen. Van de stank denkt u in al het gas te kunnen voorzien. Dit gaat het IMF te ver. Flits, ik wil u nooit meer terugzien. Dat hoeft ook niet, tetterde Eurofant uit de tijd verdwijnend. Alles is via deze microfoon (die werkt op de zon) allang over de hele wereld verspreid.

Ze schaamt zich ter plekke dood. Uit haar stof zal ze wel elders weer opduiken, troost Spitsbergen zijn broeder, die natuurlijk denkt dat het zijn schuld allemaal is. Je mag je best schuldig voelen, probeert de muis de olifant paradoxaal te helpen, als je maar je schuld steeds een beetje reduceert. Dat montert het oervriendelijke dier meteen op. Je hebt gelijk, man, blaast de olifant het verhaal uit, schuld hoeft geen naar gevoel te zijn. Zolang we het gevoel hebben dat het minder wordt.

Rotterdam, vrijdag 11 oktober 2013, de dag waarop de schuldvraag gevoelsmatig de broederschap versterkt, daardoor steeds lichter wordt en uiteindelijk in het zwarte geld tot duurzaam gas aggregeert


vadergeloof_ingelijst

Tegen het einde van het bezoekuur keek ik nog even achterom. Zag dat de slangen waren weggehaald, het bed verschoond , zijn kleren opgevouwen in zijn tas, de fruitschaal onaangeroerd opgeborgen was. Voor mijn ogen had hij nog mijn namen vlekkeloos opgeschreven. Alsof zijn pen vergeten was dat hij geen enkele macht meer had. De enige toezichthouder was ik zelf.

Woesteling, stond er niet doorgekrast, Duivelskind, Godslasteraar, Leugenaar, Dief, Driftkop, Vadermoordenaar. Sloeg voor mijn ogen tergend langzaam zelf de bladzij om, waarop hij gisteren nog schreef dat ik zijn Hoop. Liefde, Vertrouwen, Geluk en Vreugde was. Het is allemaal waar, nu ik het hardop voorlees in mijn dromen en me gelukkig prijs een mens van vlees en bloed te zijn. Wat wil hij meer dan dat ik toegeef wat zo mooi het menselijk tekort wordt genoemd en dat die notie in alle domeinen vaste voet aan de grond heeft gekregen?  Waar hoor je dat steeds meer als diepste gedachte beleden worden, waar in feite geen enkel systeem tegen bestand is?

Zelfs als de dood door mijn hand gestuurd je niet het ongeluk had gebracht, had jij je allang geschikt in je lot, omdat het al getrokken was. De mens is geboren als een slecht wezen, zo keek jij tegen het leven aan en ik kon dat slechts beamen. Het gaf je het gemak om niets te vrezen, want zelfs je doodslag zat in dat koersplan. Mijn god, wat hou ik van zo’n man, die de enige ander zonder naam nog vrezen kan; terwijl hij weet van zijn natuur en hoe het planmatig in elkaar stak. Die waarheid kon hij ook niet echt verdragen, gezien de vele slagen die hij nodig had.

Tegen vierkant vlees, waarin de mond dwars is uitgevreten, de keel opengereten, is niets bestand.  Zelfs geen geweten dat trillend in mijn hand om vergeving had gesmeekt en nu geen raad weet met zijn te hard gekookte kant. Terwijl ik door het venster naar zijn overblijfselen staar, hoor ik van de zoveelste zwendelaar die zijn zakken heeft volgepropt; wetend dat niemand hem iets kan maken. Ook al zou een toezichthouder zijn kluizen kraken, dan nog deert hem dat niet. Genoeg plaatsen waar hij door kan gaan met zijn oplichtersloopbaan.

Natuurlijk heb ik de pest erin, dat ik die rijkdom niet bezit noch het perspectief en niet bestand ben tegen de druk om braaf mijn best te blijven doen. Terwijl de overheid het tekort uit mijn zakken klopt, blijf ik maar hopen op de dag dat die ander bukken mag en al zijn geld voor mij uittelt. Of op een sluitend systeem, waarin niemand kan profiteren omdat opeens iedereen  integer is. Zonder een moraal van buitenaf ingefluisterd of door een kleinkind op de schoot, die inkeer afdwingt. Voor mijn part met die bloedrode traan uit een hemelwaterkraan langzaam druppelend op zijn hoofd, totdat hij zo week is dat hij schrikt van zijn zelfbeeld.

Dat voor iedereen de waarheid zulk gul water moge zijn, daar kan ik eigenlijk best mee leven. Als dat water plots in geld verandert, dan wil ik dat zelfs zonder tegenspraak geloven. De homp gilt het uit van de pret, weer een schepsel die zich onderdanig uit een maatschappelijk pervers leven redt.

Vlissingen, 4 februari 2013, De dag waarop mijn pillen averechts op mijn zenuwen beginnen te werken.

 


TOPSHOTS-BANGLADESH-MAY DAY-LABOUR

In mijn geboortejaar vonden opmerkelijke gebeurtenissen plaats. Het arbeiderszangkoor Morgenrood in Amsterdam kreeg ruzie. Opeens kon men elkaar niet meer luchten of zien. Nederland erkende met veel gezucht dat hun eerste kolonie onafhankelijk was. PvdA-voorzitter Koos Vorrink raakte zwaar gewond bij een vliegtuigongeluk boven Denemarken. Adam Brooks werd geboren, die in de film Invasion of the Bodysnatchers excelleerde. Begon men voor het eerst met ontwikkelingshulp. Viel een nog steeds Onbekende Ster net naast de kerk van mijn vader. Kreeg mijn moeder een hersenbloeding van de bevalling van een baby die tien pond, twee ons en dertig gram woog.

Dit nu her-denkend braken de vliezen voor mijn levensloop op het moment dat de wereld rood kleurde. Verbeeld ik me dat ik de vlaggen hoorde wapperen in Indonesië , het zangkoor krijsend ruzie maken in Amsterdam, Koos gillend neerstorten boven Denemarken, Brooks huilend debuut maken in Amerika, het eerste ontwikkelingsgeld rammelen in Den Haag, de kraamvrouw bidden om uitleg over de vallende ster naast de kerk in Papendrecht en mijn moeder smeken om verlossing van mijn wel erg vette vleeswording in een Pastorie aan de dijk langs de Merwede.

Om dit allemaal te vieren alsof ik geboren ben met een heuse wereldgeest, heb ik mijn  eerste levenslied opgedragen aan wat in Amsterdam gebeurde. Toen men over de hele wereld de lakens scheurde.

Tongbrekende scheiding der kameraden

Waar het verstand niet bij kan,
Is zo ver weg geschoven dat
Het de moeite niet waard is
Het naar zich toe te halen.

Gevoelloos ligt het op de zaal en
Wacht doodstil tot de duisternis
Wegtrekt alsof het licht zelf op pad
Is naar hem toe, daar houdt ’t nou zo van

Van Morgenrood, een arbeiderszangkoor
Het socialisme beoefenend voor ’t kunstgevoel
Van het volk, de propaganda voor de partij zijn oor
En zich de tong breekt over zij-bozen-zonder-zang-smoel.

Als dat in zijn geboortejaar leidt tot een klassenstrijd tussen Centrum en Noord
Dan breekt het graag zijn hoofd over zo’n gering nijd waar men elkaar om vermoordt.

Rotterdam, 1 februari 2013


D’ aangepakte zit op ’t schavot de tijd uit als opinielijder.

Ziet in zijn ooghoek door eigen kou rechts in het gelid bevriezen.

Hoort melktanden klapperen achter een immer los gaande voortand.

Een ontwortelde lijkt zich uit zijn paksneeuwpak omhoog te boksen.

 

Denkt aan de wal die het schip moet keren en valt ontspannen in slaap.

Voelt nattigheid als zijn voeten in gedachten gewassen worden.

Droomt van een mondiale lente  tegen het beter weten in.

Het is een en al winderigheid in de politieke konttekst.

 


*

Voor wie de buitenlucht kraken

uit protest tegen het systeem

plak ik vlindertongen aan elkaar

geroofd uit de buik van het narcistisch kapitalisme

*

vouw ze tot kleurrijke lampenkappen

zodat het witte licht niet breekt

dat hen bundelt als wereldverbeteraars

*

hopend dat de verbeelding

weer aan de macht komt


Op een oud plaatje uit 2009 leek hij nog in staat de kruimeldief te grazen te nemen. Om de tijd te doden, die hem zo dwars zat. Maar nog geen drie jaar later aarzelt hij en denkt na. Waarom, vraag je je af.

Wat precies door zijn hoofd gaat, is niet aan hem te zien. Maar hij heeft in die kale kop een begin gemaakt voor een beschouwing over leven, suiker en kogel. Dat behoort tot de mogelijkheden.

Tenminste, als we Descartes mogen geloven die op het idee kwam dat je over je twijfels heen kunt stappen. Domweg door je te realiseren dat je niet twijfelt over dat je twijfelt en dat dat inzicht betekent dat je bestaat louter vanwege die gedachte, die je de zekerheid biedt dat je twijfel onbetwijfelbaar is.

Wat onze nihilistische killer meteen tot een filosoof zou maken. Hem daarmee toegang biedt tot zijn eigen denken als een methode om alles te beschouwen en het geweer in te ruilen voor de pen.

Zodat hij gaat schrijven: ik denk dus ik besta. Ik besta door verder te denken dan wat ik zal doen, wat ik het beste kan doen, wat mijn keuzes teweeg kunnen brengen voor de vlieg, het klontje en de rest van de wereld. Ik besta dus sowieso voor die vlieg, voor het klontje en voor de rest van de wereld. Ongeacht of dat wederzijds is.

Hij aarzelt niet meer. Hij gelooft in zijn bestaan. Zelfs al zou al het andere afwezig zijn of hem de rug toekeren. Hij bestaat en dat is voorlopig voldoende voor hem. Hoop je.


Zelfs de pruttelende druivenmoes is zuur voor mij

‘Bjorn is langsgekomen. Hij heeft de druiven in de schaal tot moes geslagen en verwarmt het tot een heerlijke bisschopswijn voor ons ‘, probeer ik het vastgelopen gesprek met mijzelf weer op gang te brengen. ‘Ja hoor, verander maar van onderwerp als het te heet wordt onder je voeten’, spot het blauwe mij, ‘ik heb niks met dat lopend vuurtje onder de bloggers van OBA. Ik wil het over ons hebben. Hoe wij nog verder kunnen. Vrienden zijn we allang niet meer, maar we zouden toch minstens elkaar kunnen zien als huisgenoten.’

‘Dat zei Bjorn ook. Hij heeft het zelfs opgeschreven. Kijk hier staat het’. Het rode ik wijst naar de hersenwand waar hij met druivensap heeft genoteerd dat je met jezelf vriendschap moet sluiten voor het leven.

‘Waarom haal je altijd iemand van buiten in ons hoofd als je er niet meer uitkomt met mij’, protesteert mijn blauwe zelf, ‘ik kan zonder die kwezel heus zelf wel bedenken dat we geen leven hebben als we niet meer door één deur kunnen met elkaar. Daar heb ik geen maatschappelijk cliché voor nodig. Trouwens Björn draagt toch een Umlaut, dus is het nog een buitenlander ook. Alsof we daar wat mee opschieten. Wat weet zo iemand nou van het innerlijk van een binnenlander.’

De sap in de schaal pruttelt van mijn woede over de abjecte mentaliteit van mijzelf. Hoe kan ik de ander uitsluiten als welkome gast. In wat voor barbaarse staat is mijn bewustzijn terecht gekomen dat ik geen enkele gastvrijheid meer kan opbrengen. ‘Ik ben je nu echt zat’, begin ik opnieuw het bekgevecht met mijn innerlijke persoonlijkheid, ‘je overtreedt de belangrijkste wet, die men dient te respecteren om tot de mensheid te behoren. Zonder gastvrijheid is er geen samenleving mogelijk. Sterven we van de kou van het egocentrisme. Als je alles wat het leven kan geven voor jezelf houdt, dan vereenzaam je en knijp je de bloedsomloop af die zorgt voor de warmte en energie van Het Systeem waar al het leven van afhankelijk is.’

‘Mijn god, begin je nou ook nog te preken over De Wet, Het Systeem en Het Leven? Pas maar op dat je spraakwater ons straks niet verzuipt in een zondvloed van wat er allemaal niet deugt aan de mens die alleen voor zichzelf op de wereld denkt te zijn. Denk je echt dat Het Universum een sikkepit anders zal ontwikkelen als wij zelfzuchtig en eenkennig zijn? Het Systeem dat zwelt en krimpt kan best stofjes verdragen die louter op zichzelf gericht zijn, omdat ze samen niet in staat zijn zich met elkaar te verzoenen.’ neemt het blauwe mij radikaal stelling tegen de oeroude gedachte van een buitenwereld waar alle binnenwerelden zich voor moeten inzetten om in harmonie samen te kunnen leven.

De druivenmoes is uitgeprutteld, maar het rode en het blauwe ik zitten nog muurvast in hun stellingnames tegenover elkaar. Zolang geen van beiden naar elkaar toe beweegt, zal ook de sap van de druiven zuur voor hen zijn. Terwijl ze er met een eenvoudige buiging van de hoofden samen van zouden kunnen genieten en zo Bjorn eer aan doen voor wat hij voor hen wilde betekenen. De innerlijke dialoog stokt. De relatie met mijzelf dreigt destructief te worden, als de communicatie steeds vaker discontinu wordt. De waanzin ligt al op de loer. Toch hoop ik nog op verzoening, voordat ik mijzelf echt geweld ga aandoen, en doe mijn best daar een ook voor mij aansprekende voorstelling van te maken.

(wordt vervolgd)


Zeg beeldaankleder, gilt de Vrouw-uit-Klei op si-hoogte, wat ga je nou met ons doen? Als beelden vrezen wij dat ons verhaal uit is. Wil je ons allemaal weer dood hebben? Dit wordt me teveel en ik barst in tranen uit. Ik heb van dit alles niets gewild. Het is natuurlijk stom van me dat ik jullie vraag om de historische plaats van Krul te noemen zonder te beseffen dat ik daarmee in jullie verhalen terecht kom. De tijd waarin het kwaad voor het eerst het goede van zijn rust beroofde. Daar weten Kain en Abel over mee te praten en ook Borstel laat zich gelden. Krul piept dat het ook andersom kan en dat het goede het kwade op betere gedachten kan brengen.

Het is echt genoeg, gil ik dwars door alle commentaren over het ontstaan van een boze buitenwereld en de terugkeer van het paradijs heen. Eva van het eerste kruis troost me met een stukje van haar appel en met haar uitleg dat als zij niet gestraft waren wij niet hadden bestaan. De andere Eva wil net een betoog afsteken over het laatste oordeel waarin het onderscheid tussen een nicht die hetero is en een nicht die homo is opgeheven wordt als Borst alle beelden vraagt stil te zijn.

De olifant van Nadal komt al tetterend aanstampen en blaast het hele verhaal van godsbeelden die converseren over een eind-goed-al-goed-moment uit. Het is opeens vreemd stil om me heen. Al mijn fetisjen zwijgen uitdrukkelijk en staren naar mij als de verlosser die verslagen is door zijn eigen dromen. Alsof ze mij verwijten begonnen te zijn met een nieuwe wereld op te roepen in een oneindig verhaal over goede en slechte tijden zonder een deugdelijk script, waardoor alle mens geworden beelden met een mond vol tanden staan.

Nadal-de-olifantsjongen legt zijn arm om me heen en fluistert: je hebt het volbracht, hoor. De finale is voorbij en alles is weer in de oorsponkelijke staat teruggekeerd. Nu kan de Vrouw-uit-Klei haar leven opnieuw beginnen en wellicht die mode-ontwerper worden die jij in haar zag. Krul kan weer kiezen tussen een vondeling worden of bijtijds de benen nemen om zelf een droomprins te worden. Borstel kan zijn droom als berggodje gezien te worden proberen uit te laten komen of als riviergodje te zorgen voor een einde aan alle droogte op de wereld en daarmee aan alle hongersnood. Het Keltisch Kruis kan de eenwording van een extatisch geloof en een neerslachtig geloof in een geloof in louter hoop en liefde omsmeden. Ik kan nu helemaal opnieuw beginnen aan een nog fraaiere grand slam of kiezen om samen met jou en je moeder een eigen mode-lijn op de markt te zetten. Jij kunt ons ermee aankleden of je kunt ons helemaal uitkleden voor een totaal andere kijk op de zin van een verbond tussen goden en mensen in een paradijs op huiskamerschaal.

De olifant besluit al tetterend:

Ik heb het op mijn manier gedaan

nu breken er andere tijden aan

het leven draait in het zonnerad

de seizoenen om op een lenteblad

de zomer zwoel in een glas geserveerd

de herfst in de kleur van je gevoel verteerd

de winter geeft licht met haar eeuwige sneeuw

het voorjaar begint met een mooie, uitgerekte geeuw

het Hof van Eden is omgeploegd tot een strand

wordt zomers bevolkt door binnen- en buitenland

koeien die wachten op de voor hen uitgelopen mensen

vissen lezen er de krant voor met insectenogen in als lenzen

kinderen dollen met de leeuwen die uit alle wapens zijn geslopen

zingen: wij zijn één volk, één wereld, één massanatuur als we hopen


Het Keltisch kruis reageert onmiddelijk op mijn wanhopige blik (zie:  Borstel ) met een splitsing in twee kruizen. De tekst het is het leven van ieder lichaam wordt vervangen door een niet mis te verstane quote van Goethe. De Vrouw-uit-Klei vertaalt het al lezend in hemelhoog juichend, dodelijk bedroefd. Het citaat komt uit het gedicht Klärchens Lied, voegt zij er onvertaald aan toe. De regel Glücklich allein ist die Seele die liebt wordt weggelaten.

Dat is jammer, treur ik. Waarom laten jullie dat weg, vraag ik de kruizen teleurgesteld. De drager van Hemelhoog-juichend legt overdreven enthousiast uit dat ze het echt niet hebben weggelaten hoor. Welneeee!, zingt het manische kruis bijna, het staat op de achterkant van onze hemdjes. De binnenkant, corrigeert het depressieve kruis zijn tegenpool.

Waarom nou daar?, vraag ik. Hemelhoog is niet te stuiten. Dat komt vanwege die uitspraak zelf. We zijn daar nog niet uit. Wat bedoelt Goethe eigenlijk. Wil hij zeggen dat de liefhebbende ziel alleen gelukkig is. Verwijst hij daarmee naar de geslachtelijke eenzaamheid van Adam en Eva. Volgens Adam op mijn kruis is dat niet waar en is die uitdrijving juist goed geweest voor de relatie. Eva ziet het iets anders. Voor haar is het voelbaar geworden dat liefde uit de ziel moet komen wil men samen geluk kennen.

Dodelijk-bedroefd is het met deze uitleg niet eens en onderbreekt de woordenstroom van Hemelhoog. Alleen de ziel die liefheeft kent het geluk, sombert hij bijna verwijtend en schakelt over op een lome stem. Er is daar een misverstand in verwerkt. Volgens het oorspronkelijke verhaal waren Adam en Eva de eerste mensen, maar niet de enige mensen. Toen het gebod geschonden werd om van de kennisboom van goed en kwaad te eten, die de mens een eigen ethiek kan geven, werd de liefdesband tussen de schepper en zijn evenbeelden verbroken.

Hemelhoog gilt het uit van de pret. Wat een fantasierijke uitleg voor een zielig kruisje. Straks ga je ons nog vertellen dat er in het paradijs duizenden paren bestonden als Adam en Eva. Waren daar soms ook homoparen tussen die Adam en Adam heten of Eva en Eva? Ja, gilt Abel Hemelhoog, mijn broer en ik zijn dus neven van elkaar. Ik ben geboren uit de gemeenschap van Adam de Dodelijk Bedroefde met Eva Hemelhoog. En ik, sombert Kaïn de Dodelijk Bedroefde, uit de gemeenschap van  Adam Hemelhoog en Eva de Dodelijk Bedroefde.

Dit gaat me te ver. Ik vraag beide kruizen zich aan mijn agenda te houden. Eigenlijk wil ik alleen weten of jullie mij een tip kunnen geven om het exacte postadres van Krul te pakken te krijgen. De kruizen gaan in overleg. Hemelhoog komt met hun conclusie. Luister, Krul is een vondeling. Hij is het symbool van alle vondelingen. Maar ook van alle weeskinderen, vult Dodelijk Bedroefd het kruiswoord van Hemelhoog aan. Ja, en van alle weglopers, zwerfjongeren, beatnicks, punkers, nerds, AMA’s, uithuisgezettenen, pleegzorgkinderen, hangjongeren, junks, straatkatten…,  ratelt Hemelhoog aan een stuk door.

Stop, zeg ik, het is genoeg. Ik begrijp dat Krul een belangrijke god is voor de thuis- en daklozen onder de jeugd. Maar hoe zit het met zijn adres. Oh, onderbreekt Hemelhoog zijn oneindige reeks kruiswoorden, dat zit zo. Waar hij liefde heeft gevonden, blijft dit heerschap voor altijd. Ja, vult Dodelijk Bedroefd zijn broederkruis aan, zijn ziel heeft jouw plaats en tijd lief en is voor het eerst gelukkig in zijn bestaan. Laat hem alsjeblieft staan.

Plots zingen beide kruizen een libretto van zes verzen in een opera op kijkdoosformaat, waardoor ik snotterend Krul om vergeving moet vragen.

Adam Dodelijk Bedroefd zingt:

beschouw eens het leven

voor heel even

als doorleefd

en ga niet meer

je goddelijke gang

voor vanda-a-aag

Eva Hemelhoog vervolgt:

vraag niet naar een mij

geen behoefte meer aan een wij-

ze van bestaan

van de kant van de maan

als vra-a-aag

Abel Dodelijk Bedroefd:

biedt u slechts bewegingsloos aan

aan alle vliegen, vlooien en vandaa-alen

wacht als geplukt fruit op de schaa-alen

Kaïn Hemelhoog:

dag til mij zacht uit de nacht,

in het licht o-omhoog

geef hoop aan ’t geloo-oo-oof

De Hemelhogen samen:

dat wij eenmaal zelf

de dag mogen tillen,

de nacht onze lijven

tot rust heeft gebracht

De Dodelijk Bedroefden zingen samen driemaal:

zodat de paarden voor onze haastige geest

voor eeuwig ontspannen mogen wo-orden

De Vrouw-uit-Klei zingt op de achtergrond een simpele aria:

do, re, mi, fa, sol, la, si, doooooooooooo

Tenslotte produceert Krul in de gloeilamp op zijn hoofd de Liebestod van deze mini-opera:

Ik ben nog nooit zo ontroerd geweest en verlang nu dat er een olifant komt die het verhaal van mijn fetisjen met zijn lange snuit uitblaast.


Het aangeklede godje Krul heeft vanochtend me persoonlijk bedankt voor het engeltje op zijn hoofd.

Ik schrok m’n hoedje

dat krek op zijn vader leek

zoals het me scheen

uit ’t visserslatijn

en dat hij hoorde zeggen:

Ik ben het,  het Licht

Zijn vissenlippen

lispelen links dat het nu

eeuwig kerstfeest is

rechts zie je onder

zijn schedeldak hem zwijgen

over zijn adres

Ik wacht rustig af

tot hij weer een goede bui

heeft of ik hem straf


Inwendig is het

broos, brozer voor mij, brozer

dan de hoop sterk is

ALLES IS LIEFDE

galmt het hoofd, het lichaam wacht

verdacht van ‘tgeloof

dat het verlangen

alles is, oneindig is,

altijd zal stromen

Rotterdam, EMC, 5 juli 2011


 

 

Het laatste oordeel

van het varken is bekend

voor wie hem gelooft

 

(In het script staat dat voor een complete catalogus van de hele geschiedenis Het Boek Na Alle Boeken door zijn poten wordt gedrukt in de nieuwe klei, met als werktitel: Rethinking Animal Farm. Waarin, als de klei is opgedroogd, op tafelen in gespleten hoefstrepen uit de doeken wordt gedaan dat het verhaal van de mensen uit is. Zijn Nawoord wordt door futurologen voorzien als het einde van het lezen om veranderd te worden en daarmee van het schrijven om verandering teweeg te brengen.)

 

Ons verhaal is uit

de mensheid verandert nooit

van zijn gedachten

 

(Het script spreekt voorts van een analfabetisering die, volgens moderne profeten, zal zorgen voor de emancipatie van alle on- en laaggeletterden en hen bevrijden van de repressie van de intelligentie, waarmee schrijvers en lezers in deze eindtijd tegen beter weten in op veranderingen aandringen.)

 

De openbaring

van de Hornbachman is de

tijdgeest van nu

 

(Het script meldt verder dat de echo van de Hornbachman met zijn selfmade-tattoo vastzit in de lucht en als hallucinatie daar permanent de volgende haiku uitzendt.)

 

het schrift kost ons de

drift, ergo, wie schrijft verwijft,

zijn tattoo verkwijnt

 

(het script eindigt met de mededeling dat het varken even de neiging krijgt om zijn tafelen naar de lucht te gooien. Maar dat zou het verhaal van de mensen weleens opnieuw doen starten. Wijs laat hij ze in de modder vallen en surft erop naar zijn kot.)

 

NAWOORD

Hedendaagse filosofen menen dat de hogere cultuur door een existentieel tekort van de mens ontstaat. In het midden latend of dat een tekort aan aandacht is voor ieder individu, groep of bevolkingsdeel of aan wederkerige liefde in de gehele samenleving van een vaderloze maatschappij. Negerend of dat tekort evengoed kan leiden tot verloedering, verschraling en verruwing van de gehele cultuur. Of dat het leidt tot cultuurloosheid, barbaarsheid en de rechtmatige eigenaardigheid van de grootste bek.

We zouden ons volgens hun profetie in de eindtijd van geloof, hoop en liefde bevinden, die gekenmerkt wordt door de voorkeur voor verbaal geweld verpakt in een absoluut recht op vrije meningsuiting. Met schelden heb je pas echt wat te melden, zou op basis van deze profetie de lijfspreuk worden die Hornbachmannen en -vrouwen op t-shirts, borst, buik en voorhoofd afdrukken, piercen of boren.

Wat daar van waar is, zijn we dagelijks getuige van. De media springen gretig in de bres die de ongelovige, hopeloze en liefdeloze massa als haar existentiele tekort uit met opgeblazen woede op alles wat allochtoon is . Vervuilen de ether met gekraai over een joods-christelijke traditie waarin de westerse beschaving gezien moet worden, die geen andere beschaving in haar buurten meer kan verdragen.

Politici tonen het grootste existentiële tekort: diepe spijt over het eigen beleid en een tomeloze woede over de feitelijke multiculturaliteit onder de bevolking. Ze verraden een schaamteloze onoprechtheid over hun feitelijk gebrek aan kennis van de materie en aan competentie om hierin conform de grondwet te opereren.

Ze gaan de massa voor in onwetendheid over de ander, hun woorden zijn in toenemende mate getuigen van een bodemloze domheid en een animal-farm-achtig denken. Het varken heeft dat door als geen ander.

in het script staat namelijk nog:

`Lezen is voor de dommen`, filosofeert hij op zijn lange tocht over het spreekwater dat uit blauwe buizen, kroegen en abrio’s stroomt, `want men leest om iets te weten wat men nog niet wist. Wie het weet mag het zonder dat blad voor de mond gewoon zeggen. Wie het zegt hoeft dus niet meer te schrijven. Wie wel en wie niet kan lezen horen het beiden toch. Wie zegt wat hij denkt, hoeft ook niet meer te denken. Voor wie denkt wat hij niet zegt, heeft het schrift helemaal geen waarde.`

Papieren domheid is volgens het varken de bananenschil van machthebbers die menen dat men meer gelijk is als men de taal van het volk spreekt, dat zelf maar wat watertrappelt in een oceaan aan onbelezenheid en onwelsprekendheid.

ps

Dit is voorlopig mijn laatste blog

Ik moet komende week me weer eens binnenste buiten keren voor de ogen van de ‘westerse medici’ die op zoek zijn naar celletjes, die mijn eindtijd kunnen inluiden. Ik hoop dat het schoon is van binnen, maar dat weet je nooit. Ik geloof er wel in en dat ik de week erna weer gewoon kan bloggen.

Groet ,

Marius van Artaaa


 

 

het varken dat de

golven maakte, wiens geest de

mensheid heeft bedacht

 

(in de varkenskop brengen twee dansers zwemmend de mensheid in gevaar, die zich verbeeldde onomkeerbaar geaggregeerd te zijn in een aan elkaar gehechte vaste stof; het plasma fysiek ontkennend waarin vrijwel alle materie zich bevindt en in de kern verbindt)

 

kijkt in de spiegel van

de lucht en knort tevreden

over zijn schepping

 

(zijn huid verkleurt, wordt marsepein; zijn haar versuikert in een rechterspruik; gnuift knorrend de mooiste te zijn op het land; het lekkerst als hij wordt geknuffeld en mag vernemen dat men hem wel zou willen opeten)

 

een lekkerder oor,

een scherpere neus en oog

en wellustiger

 

(hij duikt nog even kopje onder om gillend van de pret als een dolfijn een sprong te maken en met gestrekte poten over de opperhuid van de zee te lopen)

 

 

Rotterdam, Badkamer, 30 juni 2011


 

 

na adhesie en

rekking van de flardenmens

ontstaat bevolking

 

(twee dansers maken een compleet mens door samenleving in een bevolkte huid, die ontwaakt met een uitrekking in een oneindig lange boombast; de wortels vastzettend in de grond en de takken priemend in de hemel;  tussen hemel en aarde adem halend)     

het eerste mensbeeld

is een ongespleten reus

met kind als kuitschot

 

(de nieuwe stam danst als een Siamese tweeling die het hoofd bijeen trachten te houden, waarvan het lichaam in twee sexen uiteen dreigt te vallen; de scheiding van de sexen wordt in een dans verbeeld, waar de dubbele linker kuit door uitschiet)   

het kind wendt zich half

van de splijtende stam af

ziet wat zij niet zien

 

(na de open lucht baring van de eerstgeborene onder luid gejuich van de bladeren van de ouderlijke stam vervelt de binnenste twee flardenmens; uit het rechter en het linker buitenvel ontpopt de mannelijke danser zich, die zich meteen uit de voeten maakt als het kind zich van hem afbuigt naar de aarde en met dansende ogen, die alleen zichtbaar zijn voor wie daar in zijn eentje rondzwemt, zich vermaakt over de wondere buitenwereld die zijn mond doet opengaan)     

Rotterdam, Blijdorp, 28 juni 2011

Ecce homo

Geplaatst: 3 april 2010 in Commentaren
Tags:, , , , , ,

 
 
zie de mens,
de geslotene
 
in gods dienst
muitend
 
zoals geschreven
staat
 
op zijn
binnenkant
 
gelovig en
hoopgevend
 
 
zijn ogen
fnuikend


Ruiz, cybercafé, accepteer Webcam
 
Zie je niet, maar begin maar met waar we waren gebleven
 
Als iemand iemand anders in zijn hart sluit,
dan sluit dat niemand anders uit.
De ingeslotene weet dat als geen ander,
kan afstand houden als geen ander, oneindig ver.
Zij heeft diep respect voor ons, voor onze taal,
die wij alleen verstaan.
 
Zij is zo ruim van geest voor ons,
door de pijn die zij er van de ander voor overheeft.
Mag ze asjeblieft bestaan,
ze is niet als de ander die je wilt verslaan.
 
Mag ze alsjeblieft in mij als stil verlangen wonen?
 
Spin geen garen bij je eigen leed.
Hoe lang je me ook in al je angsten gevangen wilt houden,
ik ben er voor jou. Ik kan zonder haar, haar ook verstaan,
weet je, zij is er, zij is in mij, haar krijg je niet klein(er).
 
Ja maar…
 
Luister Dumb Boy, je wint alleen maar,
je krijgt een beest in bed,
een geil beest,
die alles wat hij in zich geeft
als gulle waterdruppels plengt
zonder einde
zonder huid waaronder de ander
kruipen zou.
 
dumbies head
 
jeemig oetlul, het zijn haar woorden die ik gisteren las
 
nou eindelijk overtuigd dat we één en dezelfde zijn,
één en dezelfde bedoeling met je hebben,
één en dezelfde kracht voor je kunnen betekenen,
dat die echt heel gelaten wordt,
dat we daar alles aan doen en voor laten staan…
 
oh man, wat ben jij een likkerd.
zorg voor wat jij zelf wilt en
ga niet in de vorm van wij praten.

Dumb Boy, Dumb Boy Dumpt Neverland
 
Je bent verliefd en zoek het uit of
die verliefdheid in liefde uitmondt.
Steek haar kaarzen aan,
als je iets schrijft over je sores.

Zo, is onze liefde nu gebroken en gebarsten
door de liefde voor de ander niet te consumeren?
En zijn dat alleen mijn zorgen?
Je dumpt me makkelijker dan ik dacht.
 
Ik dump je niet als vriend,
ik dump de seks wel.
Zoek het eerst met haar uit.
Ik wil geen vriend
die ongestelde vrouwen beft.
Daar pas ik voor!

Smeriger kun je me niet afwijzen.
 
Smeriger?
vraag het haar zelf maar,
hoe smerig het is
gelikte kutjes te beffen!

Ja, Dumb Boy,
gebruik je eigen verstand en
bevuil niet het nest van de ander
 
Webcam valt uit

 

Wat nu?
 
Geen idee,
zoek het eerst uit met haar.
Proef haar, bemin haar en maak je keus,
Oetlul,
 
cybercafé gaat dicht.
Bel me maar ik ga nu,
doei! Hartbreker

Nee waarom doe je de cam uit?
Maar goed. Als je onverschillig wilt zijn,
mij best. Ik wil jou klootzak,
al kerm je nog zo hard dat ik iedereen wil beffen
die voor mijn voeten loopt.
Snap je echt niet dat dat mijn liefde is,
dat ik dat betaal zonder bloedverlies. Doei!

PS
Zij kent heel veel pijn van de ander.
Dacht je nu werkelijk dat ik haar effe uitprobeer.
Hoeveel bloed verlang je vriend, dat er vloeit
voordat je eindelijk aan me toegeeft.
Je krijgt liefde met hartspek.
En je klaagt over je banger hart?
Sluit je je zo voor de mens af die
je inpepert dat zij afstand doet
van de liefde om jou?
Zelfs Christus aan het kruis
breng je niet ermee in het nauw?
Is er dan niets of niemand heilig
voor jou Narcistisch beest.
Neem me, neem me in je kwade trouw.
Echt ik wil jou, jou vrouw zijn nou.
Jouw Maria Magdalena, trouw, trouw met mij.
Dan geen 1e vrouw aan onze zij.
Ik rouw, dat laat je mij.

denkbed
 


De vrouw is geheel in de war. Ze trekt het niet meer. De werkelijkheid is teveel een discussie geworden. Ze leeft niet meer, heeft ze het gevoel. Geloven is leven en niet continu aan je grondslagen voelen. Als ze zulke buien heeft, gaat ze snel naar de Hema, koopt wat haar oog het eerst ziet en doet vanaf dat moment alleen haar stinkende best op wat ze dan in handen heeft. Tastbaar is, streelbaar en niet meteen praat. Rustig terugkijkt.

Als ze afgerekend heeft, grist ze de verpakking van haar blind thing af. Verrek het is een gebedenboek, ziet ze aan de kaft met fraaie letters over de lofzangen tijdens het werk. Haar hand slaat de pagina op, die haar meteen bij de strot pakt. Bad boy na zijn Achterberg. Wat moet ik hier nou mee? vraagt ze zich wanhopig af. De lofzang op de rechterpagina heeft daarin voorzien. Een lang Epos over de dood van de Enige Echte Moedergodin, de Tiener uit Wil en Dorp.

paneel een

Geen gedichten vandaag, geen proza, ik wil alleen zijn met mijn aanwinst, mompelt ze bezwerend tegen de 13 losse sonnetten. Ze scheurt de plaat uit het album en aldoende rekt het vel zich slaperig uit. Wanneer het blad nog met een hoekje vastzit, schrikt  ze van de geeuw op de tekening. Een kikkerkeel met de diepte van een vleesetende plant schommelt gevaarlijk richting haar hoofd. Nu moet ze het blad zelf wel bij de strot pakken. Na een halve worsteling met het uitdijende vel, heeft ze de strook in alle hoekpunten onder de duim. Ze trekt de bovenrand gestrekt tot precies haar lichaamslengte over de stang van de douche en laat het zweet op zijn bast drogen.

Effe een bakkie doen, zegt ze gezellig tegen zichzelf. Een beproefde meditatie voor de kunstschilder, maar bij haar werkt het anders. Het object heeft nu de ruimte om zich uit te vouwen zonder onderbreking. Voor haar ogen richt de geverfde Floradader zich op, strijkt zijn bladeren glad en poseert weer zoals hij bij het openslaan aan haar verscheen. Ze hoeft niet eens naar hem te kijken of ze weet precies wat haar te doen staat. Dat ze  daar al niet eerder op gekomen was. Natuurlijk, dit wordt het eerste paneel van haar kamerscherm voor het Museum van Veiligheid. die de functie van de religie weergeeft als schuilplaats voor de mens, de achtervolgde mens, de beschadigde mens, de mens die zijn leven niet meer zeker is in een werkelijkheid waarin het praten de lucht vervoert en het huilen de woorden afscheidt die dichters niet kunnen glad strijken.

Een kuchje betrekt haar weer bij de fysieke stand van zaken van haar droom. Het tweede paneel is echt een verrassing. Ook voor het eerste paneel zelf. Het blad had zichzelf omgeslagen en toont zijn ware gezicht. Een slecht ingeburgerde stem reciteert de soera over de 70 maagden  en de Engel des Doods in plat Rotterdams. Hij gaat een octaaf te hoog als hij de regel probeert meer body te geven, waarin de authenticiteit van de belofte wordt getoetst. Ze hoort het niet, ze is geheel en al verbluft. Zijn woorden krijgen pas weer betekenis voor haar als ze hem het koor hoort opvoeren dat juichend verhaalt over Hun Relatie. “Ze gelooft in mij, met al haar hebben en houwen, wil ze vandaag nog trouwen, voor Weekend en Opzij.”

Hou op gekkerd, wiebelt ze van verlegenheid, mijn god, waar koop jij je kleren, man? Zo kom je echt niet het museum in. Heb je eigenlijk wel een museumkaart of kun je je seizoenskaart voor de uitwedstrijden ervoor gebruiken? Ja, doos, klinkt de jongenssopraan vet cool, ik heb het hele arrangement voor nog geen €1,25 van een marokkaan overgenomen die opeens naar Spanje was geroepen. De capuchon was nog goedkoper dan hij vroeg maar ik heb netjes de volle prijs betaald. Hoeveel denk je dat hij voor het kraagje vroeg, als je weet dat mijn doodskap 25 eurocent meer moest opbrengen? Ze heeft nu ech geen trek in rekenen en doet een gok: 50 cent. Mis poes, 75. Wat een oud brein, denkt hij meteen. Wat een boef, zegt zij.

Als hij haar een hand wil geven, rolt en derde doek uit zijn mouw. Sorry hoor, bukt hij door zijn knieën, dat was niet de bedoeling, haastig raapte hij het textiel op. Wacht even, rukt zij het vel uit zijn handen. Heb je dat voor mij gemaakt? Ben je gek, meid, dat is een Wallpaper voor ons clubhuis. Maar ze laat het niet los en bestudeert de rol nauwkeurig. Helemaal niet gek hoor. Is het een aquarel of zo? Nee, echt nie, het is een foto uit een serie Aardbewoners uit de tijd van Van Gogh, die hem overleefd hebben. Kijk, dit geeft nou precies aan waarom hij in Drenthe weinig kans had om als kunstschilder zich echt te onderscheiden. Het is een momentopname, dat is waar en hij poseert een beetje. Maar dat zou iedereen doen. Wat je ziet is namelijk de voet van de boer die meent dat de mens zich nooit mag wassen. Dat dat tegennatuurlijk is. Van Gogh heeft daar zijn moed uit geput om voortaan de natuur ook ongewassen op het doek te laten voortleven.

levende natuur