Post Tagged ‘identiteit’


Mezelf zijn (5)

Wie ik ben wordt niet

door een waan bepaald

maar door mijzelf

op alle momenten

dat ik ben wie ik ben

omdat ik mezelf wel moet zijn

ik kan niet anders

dan mijn ik optuigen

met een zelfbeeld

als onderscheidingsteken

want wie wil er nu outcast zijn

per se niet thuishoren

tussen alle anderen

net als alle anderen

een spelbreker zijn (?)


Mezelf zijn (4)

De kunst verstaan

tegen de stroom in te roeien

voor een eigen plek tussen al die anderen.

De behoefte bevredigen

verbannen, verschopt en verworpen te worden

voor een eigen identiteit.

De geest rijp maken

met de illusie dat wijzelf bepalen wie we zijn

voor het rijk der vrijheid.


laatste-scheppingsdag

 

Dit is een politiek standpunt, aldus de eerstverantwoordelijke bewindspersoon. Het is beslist geen bewering, drukte zijn voorlichter zonder blikken of blozen de kijkers op het hart. Ja natuurlijk, spotte de recensent, het is puur literatuur en voor zijn doen een knappe vertaling van “Les Fleurs du mal”.

 

 


Gezongen diagnose z

Ze hadden hem betast, beklopt en bekeken. De bodyscan wel tig keer vergeleken met al die anderen in hun bestand. Die ontevreden zijn over de aard van hun kraam; zich niet thuis voelen in hun lichaam. Er was helaas niets met hem aan de hand.

U bent te saai voor ons, zong de eerste stem. De tweede galmde er dwars doorheen dat hij veel te gezond was, zeker voor ouderdomspleen. Wij ontraden verder onderzoek met klem. Het tikje tegen zijn billen vond hij op zich wel aangenaam. Maar over zijn existentiële onvrede deden ze hem te minzaam

Geletterd geweld, godlasterlijk getier, gillend geschreeuw, trok als een kudde wilde dieren door hem heen. Weer werd hij afgescheept met een nauwelijks onderdrukte geeuw. Zonder pardon teruggezet op het verkeerde been. Gezondheid als zorg wat verwach je? Stop al die heibel om je hachje.

Thuis geeft hij zijn barbiepoppengeest een draai om de oren voor wat zij vreest. Aan haar lijden ergert hij zich nog het meest. Opnieuw was al zijn gedruis voor niks geweest. Was zijn weemoed terug bij af. Luidde de klok de doodstraf. Als zesjarig meisje door het leven willen gaan, slurpte al het licht op van zijn zestigjarig bestaan.

Opeens moet hij lachen om zo’n kinderwens en dat deze zichtbaar zou zijn door hun lens. Iedere cel kent een nieuw begin, maar dat geeft op zich aan de natuur geen zin. Nergens tekenen om het te berekenen Trouwens, voor welke duur vindt hij zo gauw een adoptiegezin en hoe staan zij erin.

Een beest, een berg, een boom, ze kennen geen betekenis, het is de hele natuur een worst. Ze hebben niks met zo’n droom. Zij maken zich niet druk om de zin van hun korst. Door de vanzelfsprekendheid van het voortbestaan is hun levensloop vanaf het prille begin al een ronde baan.

Wat een leven heb je als mens, als je kooi bepaald wordt door een leeftijdsgrens.


To be or not to be
Iemand zijn waar niemand omheen kan. Twee uitersten van dit zelfbeeld poseren samen op het plaatje. Hun volhardend streven om in beeld te blijven weerlegt dat het om 15 minuten wereldberoemdheid zou gaan. Andy Warhol vergiste zich. Dat kwartiertje kan nooit volstaan. Het vergt een hele onderneming om wie je denkt te zijn in de lucht te houden.

De 90-jarige Jan Poot is ruim een kwart van zijn leven bezig rechtsmisbruik in Nederland te bestrijden. Hij ziet zich geplaatst voor een goddelijke opdracht, omdat niemand anders die strijdbijl oppakt. Hij bazuint als een hogepriester rond wraak te willen nemen op het systeem, dat hij door en door verrot acht. De media willen hem niet echt serieus nemen, maar dat deert hem niet. Hij heeft geld zat om tot na zijn dood ermee door te gaan. http://www.nrcombudsman.nl/artikel/2286/interview-jan-poot-in-de-volkskrant.html/comment-page-1

Kurt Coleman daarentegen wil zijn nog jonge leven wijden aan de verspreiding van de boodschap dat hij perfect is. Geen andere tiener op de wereld zou qua schoonheid aan hem kunnen tippen. Dat moeten dagelijkse ‘selfies’ bewijzen en barse tweets over wie niet in hem gelooft. Vele uren per dag steekt hij in zijn onderneming de perfectste tiener van de wereld te zijn en te blijven. De media draaien hun vingertjes pesterig in zijn engelenhaar, maar dat gaat volkomen aan hem voorbij: http://kurtjaycoleman.tumblr.com/page/3
http://www.hln.be/hln/nl/959/Bizar/article/detail/1856368/2014/04/17/IJdelste-tiener-ter-wereld-Ik-ben-gewoon-perfect.dhtml

Beiden zouden zo Shakespeares “To be or not to be” onderschrijven. Beiden hebben “Ik ben OK, jij bent OK” als een gezonde levenshouding verworpen. In de strijd om erkenning van het eigen gelijk is voor hen “ik ben OK, jij deugt niet” de mantra geworden. Het komt steeds vaker voor dat het individu de hele wereld uitdaagt. Of het nu om ijdelheid gaat of om gerechtigheid, de media serveren zo’n individu graag af. Waarom eigenlijk? Het stikt van de ijdelheid op de buis. Op onrecht draaien alle persen.


Verlynxt 2

In de jaren tachtig was de rattenstaart populair als kapsel. Net als in de pruikentijd hield een strikje het uitlopende haar vaak bij elkaar en droeg men zo’n kapsel om op te vallen; in de massa opgemerkt te worden. In beide perioden was er sprake van “culturele en economische stagnatie” en werd er geteerd op de opbrengsten van voorgaande generaties.” Wat we nu ook weer meemaken.

De Blonde Woordkrijgsheer zou in die jaren tachtig ook zo’n staartje hebben gedragen, toen hij in de VVD zich nog sterk maakte voor allochtonen. Aanvankelijk schoof hij naar links, maar na PF emancipeerde hij tot woordvoerder van Neerlands Onderbuik. Vooringenomen tegenover moslims en verwilderd door een onbegrensde vrijheid van meningsuiting is hij ondertussen ‘verlynxt’.

Echter zijn vooringenomenheid maakt hem als rattenvanger onbruikbaar. Hij kan alleen ratten onderscheiden, waarvan de staarten de kleuren en ster van de Marokkaanse vlag dragen. Boze tongen beweren dat hij die van andere criminelen, vooral de witte boordencriminelen (die ons de meeste schade berokkenen), stiekem streelt. Hoe komt hij anders aan geld om zijn beveiliging te betalen, zijn films, zijn stickeracties, zijn buitenlandse reizen, enzovoorts?, roddelen ze in mijn oor.


Paralympier met Krimvlag

Weltschmerz met verbazing. Zo voelde de paralympische ijszeiler zich toen hij uit de wedstrijd werd gehaald. Aanvankelijk dacht hij wegens propaganda voor homoseksualiteit. Het logo van de homoseksuele naaktslak was niet onopgemerkt gebleven, was zijn eerste reactie. Helaas bleek  de tattoo van de vlag van de Volksrepubliek Krim uit 1918 de steen des aanstoots. Onwetend van die vlag, die slechts een maand of zo gewapperd heeft, had hij hem de dag voor de finale op laten brengen. Op advies van zijn Tataarse vriend Noerejev, die er een amulet in zag. De Tataren beschouwen hun homoseksuelen als deel van het Tataarse volk.


Zeeduivelkostuum

Het drieluik ‘Versierd mannelijk naakt’ is af.

Het heeft opvallend weinig bezoek en reacties gekregen.

Dat gold ook voor ‘Het evangelie van Toyboy’.

Een conclusie valt er niet meteen te trekken.

Spreken blogs met alleen een afbeelding nu eenmaal weinigen aan?

Verwacht men per se een gedicht of verhaal?

Is het thema ‘half naakt, half man’ te exclusief voor velen?

STUDIO ArtAAA tast in het duister, waar het zich vooralsnog wel thuis voelt!


VAH Wagner blog

Muziek van Richard Wagner wordt bij voorkeur gedraaid bij beelden van nazi’s. Dit jaar is het 200 jaar geleden dat hij geboren is. In zijn jeugdjaren haatte hij zijn joodse collega’s, omdat hij maar niet aan de bak kwam en zij wel. Hij stierf in 1883. In 1889 werd Hitler geboren.

Nog altijd wordt Wagner als een overtuigd antisemiet afgeschilderd. Net als Céline had hij inderdaad openlijk een hekel aan ze, maar persoonlijk kon hij het goed met sommigen vinden. Het was de culturele elite in de negentiende eeuw niet vreemd om joden publiekelijk te haten. Vergelijkbaar met de homohaat in de voetbalwereld, waarin de culturele elite (waaronder Johan Derksen) die dubieuze afkeer delen. Samen met de Bekende Homo Gordon Heuckeroth presteren ze het zelfs voor altijd homoseksualiteit en voetbal als combinatie taboe te verklaren.

Het is natuurlijk allemaal kleingeestige onzin om je dik te maken over een jeugdzonde of een antipathie, maar in het geval van Richard Wagner wel erg hardnekkige onzin. De enige verwantschapslijn tussen Wagner en Hitler betreft zijn zoon Siegfried en diens vrouw Winifred. Met name Winifred hing aan Hitlers lippen. Voor haar was hij de redder van Duitsland. Ze noemde hem liefkozend Oom Wolf.

Toch blijft men de componist verwijten dat hij het nazisme zou steunen. Joachim Köhler schrijft in “Der Prophet und sein Vollstrecker” (1997) zelfs over Wagner’s Hitler. Oom Wolf’s verlangen naar vernietiging van alle joden schrijft hij zondermeer aan Richard Wagner toe. “Er mußte die Juden hassen, weil er den Mann liebte, der die Juden haßte. (…) Es galt nur noch, den Auftrug zu vollstrecken.”

Alsof Wagners opera’s het Derde Rijk voorkoken. Niets is minder waar. Er wordt incest in bedreven alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Nou niet echt de kijk van de Oom Wolf, die een verbond met Paus Pius XII op zak had, op de gewenste zeden en gewoonten. Geen enkel personage in Wagners opera’s kan model staan voor een zuiver Arisch ras. Wie naar macht streeft, benadrukt Wagner overal in zijn werk, heeft gegarandeerd een beestachtig einde. Boodschappen waar Oom Wolf en ook de machtszuchtige Paus Pius XII, niet vrolijk van konden worden.

Hitler genoot misschien alleen van “Tristan und Isolde”. Omdat die opera geheel gespeend is van een politieke boodschap? Dat maakt het nog triester. Het koketteren met Wagner door Oom Wolf heeft de componist de kop gekost. Dat wil zeggen zijn gezicht voor altijd doen verliezen. Terwijl die oom weinig van zijn muziek moest hebben, zou je denken; gegeven zijn eigen machtszucht en vernietigingsdrang.

Het journaille, waaronder laatst Andries Knevel, blijft echter roeptoeteren dat Richard Wagner de hofcomponist van Hitler was. Daarmee in Wolfjes valkuil trappend en tevens blijkgevend van gebrek aan kennis wat een hofcomponist is. Mozart was dat en dat gaf hem de bewegingsvrijheid, die hem zo lief was. Als je dood die titel krijgt, dan heb je er niks aan.

Oom Wolf zelf beweert graag dat hij op zijn twaalfde betoverd zou zijn geraakt door de opera’s van Wagner. Hij eigent zich de componist met huid en haar toe. Dat blijkt nog duidelijker door zijn stelling dat men Wagner moet begrijpen, wil men het nationaalsocialistische Duitsland begrijpen.

De vraag is of hij Wagner zelf begreep. Of dat hij, als kind aan huis bij Winifred Wagner, alles slechts voorwendde. Dat zij hem Oom Wolf noemde en zo’n leuke man vond, doet vermoeden dat het een koosnaampje was. Dat haar zoons, Wolfgang en Wiener Wagner, daarom het contact geheel en al met hun moeder verbraken, geeft voeding aan het idee dat ze wat met elkaar hadden.

Richard Wagner heeft op de opera en de muziek in zijn geheel enorm veel invloed gehad. Desondanks wordt zijn werk niet zonder Oom Wolf geconsumeerd. In Israël wordt hij sinds 1938 nog altijd geboycot. De mythe dat Wagner hofcomponist van de leider van het Derde Rijk was, lijkt wel onuitroeibaar. Eigenlijk heeft Oom Wolf hem in al zijn voorgewende liefde onthoofd.

Door hem de hemel in te prijzen en als grondlegger van zijn gedachtegoed te benoemen, heeft hij zijn gezicht als masker gebruikt voor een Januskop. Als hij hem opzette, was hij het culturele gezicht van Europa. Zette hij hem af, dan bleek hij een gefrustreerde en neurotisch gecoiffeerde minkukel van de hoogste orde. De orde van de machthebbers om de macht zelf.

—-

Rotterdam, vrijdag 27 september 2013, de dag waarop ik me als kunstenaar realiseer hoe sterk het lot van je werk (en dus je ziel) afhangt van wie je liefheeft; dat je beter net als macht geen roem kunt nastreven; dat je werkelijk niets in de hand hebt als schepper……. 🙂


De ongejurkte bruid

Leef je uit

 –

Als je ’t echt meent

Terugkeert in mijn leven

Weet dan dat ik niet meer ben

Wie ‘k toen voor eeuwig voor je was

Toen jij zo nodig

Op zoek moest naar jezelf

Heb ik de leegte zijn zin gegeven

Groeide over ons een weilandvol gras

Mocht  je naar die tijd verlangen

Ik heb je niet verloren als een zoon

Ik ben ook geen vader die kan vergeven

Met jou verdween voor mij voorgoed de troon

Maar wees gerust, mijn vriend, en leef je uit

Ik speel nu voor iedereen de ongejurkte bruid

Vlissingen, 2 april 2013


De kleinste oorlog

De kleinste oorlog

(Ode twee, aan wat mij niet deert)

Een hypomane windhoos

De waan van de dag
Heeft zich genesteld
In het hoofd, ontsteld
Wordt wat zo rustig lag

Te slapen op een oor
Wakker van de eigen
Stem in een gillend koor
Verstoort het brandend neigen

Voor een keer door te slapen
In het zwarte gat te verdwijnen
Tot maandagochtend de zon zal schijnen
Mij gastvrij uitnodigend vol overgave te gapen.

Een windhoos ontsnapt de geschrokken mond
Mij woedend opzuigend tot de top van de wervelende ochtendstond.

 

 

Vlissingen, 25 januari 2013, het jaar waarin de hoop op genezing voorgoed zal vervliegen


“Aantrekkelijk blijven voor de werkgever”, baste de ex-rechercheur voor de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de minister voor economische zaken. Hij las het voor van de autocue als een citaat uit zijn roodzwarte boekje, Mijn Kamp.

Ik heb er meteen werk van gemaakt,

At your service, Excellentie?

At your service, Excellentie

en mijn CV opgefleurd met een gedicht om in aanmerking te komen voor de functie van Dichter bij Economische Zaken. Het is meteen ook mijn sollicitatiebrief, zo open als wat, eerlijk en helemaal hoe ik ben. Dat zullen vast de bijkomende criteria zijn, in gedachten nemend hoe Henk over zichzelf denkt. En de grote waarde die hij hecht aan jezelf voor gek zetten.

 

Ode aan wat mij niet deert

 

Naar boven kijkend

Zie ik dat mijn trieste hoofd

Voeten heeft; mij sprekend lijkend

Op een dwerg, die niet in mij gelooft

 

Maar kijk ik naar beneden

Dan zie ik tussen mijn gekromde tenen

Een lang gezicht van mij gesneden

Uit de resten van mijn benen

 

Alleen staand op een glanzende ondergrond

Lukt het in mijzelf weer terug te keren

Terwijl ik mijn leven sta te versjteren

Huilebalkend in de spiegel aan mijn plafond

 

Ferme drager van alle familiale hersenkwalen

zal ik mij vanavond op ’n extra pillenmaal onthalen

 

Rotterdam, 18 januari 2013, het jaar waarin Rutte II zijn laatste zakken vult.


Er zit muziek in de lucht smal

Ons optreden tijdens het concert had geen boodschap aan de media, die ons vervelen met hun nieuws over het wel en wee van ‘bekende nederlanders’ in de liefde.

Love ain't a public affair C

Of toch wel !?

PS

We zongen nog een Nederlands Lied voor de gedichtendag 2013:

.

MARSMUZIEK

..

Zoveel mensen, zoveel verdriet

Waar niet alleen de aarde van geniet

We danken daar het zoute water aan

De wereld onder zee ver voor ons bestaan

Oh Nederland denk toch eens aan

De geplengde tranen van de mens als soort

Die op zijn zoektocht naar een beter oord

Zo vaak voor ons  kopje onder is gegaan

….

Van ons als volk had men nooit gehoord

Als zij niet om ieder verlies rouwden

De doden begroeven over het bakboord

Van de wereld zoals ze ’t toen beschouwden

…..

Dankzij dit graf van wie en wat voor onze muziek uitliep

Ontstond het Houtland waarop onze voorouder sliep


 

Het idee om iemand tot Paasei Van Het Jaar te benoemen sloeg meteen aan in de gemeente Kronkeldijken. Wie de bevolking verlost van maatschappelijk knellende vormen en gedachten krijgt de titel voor het leven. Een manshoog exemplaar met zijn of haar portret erop wordt op een voetstuk in het centrum van zijn woonplaats gezet. Met een lezing tijdens een koffiemaaltijd rond het gedenkteken wordt de benoeming gevierd.

Dit jaar is de plaatselijke boekenschrijver het haasje. Zijn vlugschrift over de vloeibaarheid van lokale gender- en seksualiteitstructuren sprak vrijwel iedereen zo aan dat de verkiezing hem niet had kunnen ontgaan. Speciaal voor deze gelegenheid heeft hij zich verkleed als oude vrouw en spitst hij zijn lezing toe op de omgang met het onderscheid in mannelijkheid en vrouwelijkheid.

 

 

Hij begint met de verdinglijking van dat onderscheid en grijpt daarbij terug op het verre marxistische verleden van het ooit donkerrode dorp aan de ooit breed stromende rivier De Heel. Het onderscheid in mannelijkheid en vrouwelijkheid is ontstaan onder bepaalde historische omstandigheden, luidt zijn eerste stelling. “In de 19e eeuw kende onze kapitalistische maatschappij wel ‘manmoedigheid’, maar die sociale vondst legde exclusief de nadruk op het bezit van een stevig, star en stroef karakter om als mannen deel te nemen aan het productieproces en de reproductie van de arbeidersklasse.”

Het hedendaagse onderscheid in mannelijkheid en vrouwelijkheid betreft de gehele bevolking en zou volgens hem het meest zichtbaar zijn in het dagelijks gedrag en de dagelijkse kleding. Hij wijt dat aan het moderne kapitalisme met in haar kern de splijtende zucht naar opzichtige consumptie en een even opzichtig geuitte begeerte die die consumptie moet prikkelen. Het kapitalisme misvormt menselijke verhoudingen tot verhoudingen met en tussen dingen, luidt zijn laatste inleidende stelling.

Dan brandt hij los. “Ook onze seksualiteit is in het kapitalisme verdinglijkt en nu zitten we in onze gemeente met een rigide scheiding tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit. Zonder dat we het bijtijds in de gaten hadden zijn we ons seksueel verlangen gaan beschouwen als lust naar mensen van een specifieke sekse. De sekse is zodoende verworden tot een ding dat we ons kunnen toeeigenen door zelf een ding te worden met een strak, gespierd of broodmager lijf tot en met de juiste kleding, taal, geur, tandpasta, haardracht, manier van lopen enz.”

“We denken dat we hierin als handelende wezens opereren, maar we laten ons al snel als voorwerp behandelen om begeerd en door de ander onderworpen te worden aan zijn of haar lusten. Onder het mom van seksuele bevrijding en sexe-emancipatie laten we ons zo ver gaand objectiveren dat we bijna permanent denken dat we bovenal man of vrouw zijn, homo of hetero enz. In plaats van een grotere speelruimte voor andere gedachten, gevoelens en gedragspatronen heeft de voor consumptie geprepareerde kapitalistische hokjesgeest een vast assortiment vlees gemaakt van de vloeibare toestand, waarin  onze sekse-bepaling en seksualiteit verkeerde toen we van de nieuwe vrijheid proefden.”

 

 

“Wie en wat we zijn is geheel ingevlochten in een web van opvattingen en optredens die slechts leiden tot steeds meer sociale categorieën. We hangen in onze gemeenschap alleen nog sociaal samen als een geheel aan cocons, waarin we mooi zijn voor die ander die in de massa je opmerkt als zijn of haar verwante qua zogenaamde geaardheid of eigen identiteit. Laten we met deze Pasen onszelf verlossen van al die cocons door massaal als verrassingseieren ons aan de ander te vertonen. Hoe kan dat beter dan door te kiezen voor de rol van de oude vrouw, die haar jongenskop boven water heeft weten te houden tijdens de bevriezing van de massa als een ongeordende verzameling autonoom handelende wezens.”

Hij kijkt aan het slot van zijn lezing op als een grootmoeder die haar testament heeft voorgelezen en voegt zijn gehoor toe dat Kronkeldijken deze culturele eisprong als eerste gemeente in Nederland kan maken door de verdinglijking massaal het hoofd te bieden. Deftig sluit hij zijn verhaal af met de woorden dat we politiek, economisch en ideologisch tegelijk de vergrijzing ermee oplossen. “Door de uiterlijke veroudering zijn we bevrijd van het juk van de leeftijdscategorieën. Door de verstrekking van schoonheidsbehandelingen van overheidswege heeft iedereen evenredig toegang tot het ideale gezicht. Door de bevordering van diversiteit in onze sociale en seksuele contacten en relaties maken we alle gender- en seksualiteitstructuren vloeibaar als water.”

 

 

 

 


 

Waarom moest je ’t zo nodig vragen?

 

 

 


Op de trap naar de zolder draait Jojakim zich om en instrueert zijn echtgenote om zo behoedzaam mogelijk tussen alle stapeltjes door te lopen. “Deze platen en notities zijn nog niet genummerd”, licht hij zijn voorzichtigheid toe, “wel de stapels zelf. Het hele verhaal begint helemaal aan het einde bij het dakraam op het bureau van je grootvader.” Tot en met de vliering ligt de zolder bezaaid met papieren terpjes, waartussen een kronkelweggetje naar zijn werkplek voert. “Wat is dit?”, roept Susanna verbaasd en verwonderd, “hoelang ben je hier al mee bezig?”

“Ikzelf ben pas sinds je laatste cruise ermee begonnen, maar je grootvader en je vader hebben vele levensjaren erin gestoken”, onthult Jojakim. In sneltreinvaart legt hij uit dat hij drie kisten op de vliering aantrof vol teksten en platen verdeeld in de ‘angst voor schande’, de ‘angst voor misdaad’ en de ‘angst voor straf’. Uit wat hij tot nu toe heeft kunnen bestuderen blijkt dat haar grootvader zich vooral op de ‘schande’ had gericht en haar vader op de ‘misdaad’. Zelf had hij de verzameling verrijkt met nieuwe teksten en platen over de ‘straf’, sinds de wereld in de ban was geraakt van het uitroeien van het kwaad.

Bij het bureau aangekomen pakt hij een vergroting van een deel van het laatste negatief uit de bovenste lade. “Ik zal je straks uitleggen wat ik ontdekt heb over hun verzamelwoede, maar eerst wil ik je laten zien hoe men de rechters kon beschuldigen.” Met een watje in terpetine gedrenkt toont Jojakim hoe Daniël een puzzelstukje heeft opgelicht, waarop linksboven vanaf het midden duidelijk zichtbaar twee bebaarde hoofden  de twee oude rechters voorstellen die samenzweerden; maar ook dat vele andere getuigen hun hoofd laten zien. “In het Joodse verhaal is sprake van een geest die over Daniël kwam, meestal betekent dat dat iemand een visioen kreeg. Visioenen waren de populaire media voor beeldvorming, vanwege het gebrek aan flexibele externe beelddragers destijds. Daniël had bovendien de gave van het woord en kon zo boeiend vertellen dat men als het ware voor zich kon zien wat hij betoogde.”

Jojakim licht tussendoor toe dat alle platen latere pogingen zijn om te pakken te krijgen wat men zich precies voor de geest haalde. Platen werken volgens hem als een hypnose. “Je bewustzijn wordt erdoor geconcentreerd en je aandacht verslapt voor de realiteitszin, waardoor je open staat voor alle suggesties. Je vrije wil verlies je niet, maar wel de angst voor de wil van de ander. Een plaat kan die rol van de ander als geen ander spelen.”

“Bedoel je dat wat je wilt zien, dat de plaat dat teweegbrengt?”, volgt Susanna hem vragend. “Nou, een plaat is natuurlijk gemaakt om alles te kunnen zien wat erop staat”, begint Jojakim een lang betoog over het voorwerp van bewustzijn als een leefwereld op zich. Susanna onderbreekt hem echter. “Dat is logisch, maar de kijker is toch degene die waarneemt en het waarnemen bepaalt toch wat wordt waargenomen?”

“Nee hoor, kijk maar naar deze plaat.” Jojakim laat een omgekeerde versie zien van de plaat met de dij van de schoonmoeder als lokkertje en toont met het watje aan dat het een heel andere voorstelling bevat, namelijk van een eenarmige bokser die in het woud op zijn gemak rondjes loopt. “Onwetend van het volksgericht aan de andere kant van de muur en de verlossende woorden van Daniël”, becommentarieert hij wat hij laat zien. “Dat voeg jij eraan toe”, protesteert Susanna. “Niet echt, want jij wist dat ook al van de plaat die je omgekeerd beneden gezien hebt. Waar je zelfs dacht Susanna te betrappen op een samenzwering met haar schoonmoeder. Maar je kon ook zien dat de rechters haar schoonmoeder molesteren en dat die schoonmoeder een rechter over de knie neemt. Met een watje had de plaat je getoond dat men erop de schoonmoeder dan wel Susanna wil stenigen en dat Daniël met succes de rechters laat bekennen.”

“Dat laatste heb ik niet gezien hoor,” hield Susanna haar argwaan vol. “Nee, maar wel die totempaal, toch?, hield Jojakim haar voor, “en daar draaide het verhoor van Daniël om die het proces tegen Susanna en/of haar schoonmoeder ermee stopt. De rechters werden door hem over die boomstam ondervraagd, omdat ze beweerden dat Susanna daaronder haar minnaar ontmoet zou hebben. In de Griekse tekst zegt de oudste dat het een mastiekboom was, waarop Daniël zegt dat een engel klaar staat om hem in tweeën te snijden. De jongste zegt dat ze onder een groenblijvende eik promiscuum waren, waarop Daniël zegt dat een engel klaar staat om hem de grond in te stampen. Want het verschil in grootte tussen beide bomen kon niemand ontkennen.”

Jojakim maakt met het watje in het rechterpaneel een beulsfiguur zichtbaar en zegt triomfantelijk: “zie je wel ook dat stukje verhaal zat al in het plaatje. De eenarmige bokser staat symbool voor een rechter die op basis van de halve waarheid op weg is naar het voltrekken van het vonnis. De beulsfiguur moet dan wel de engel zijn die hem de grond in stampt.” “Dat zal wel”, ergert Susanna zich hoorbaar aan het zoveelste breiwerk van haar schrijvende echtgenoot, “maar Daniël speelt volgens mij met de Griekse woorden voor mastiek en een groenblijvende eik. Mastiek is immers zowel de naam van een boomsoort als van hars of gom dat dergelijke eiken produceren. Een mastiekboom kan dus een groenblijvende eik zijn.”

“Daar heb je gelijk in”, geeft Jojakim toe, “De Griekse woordspelingen in de aangehaalde teksten van Daniël zien sommigen als bewijs dat de tekst nooit in het Hebreeuws of Armeens bestaan heeft. Andere onderzoekers suggereren dat de woordspelingen zijn toegevoegd door de Griekse vertaler en niets zeggen over de oorspronkelijke vorm van de tekst. De Griekse tekst is overgeleverd in twee versies. De laatste wordt weergegeven in de rooms-katholieke Bijbel met de aantekening dat het niet is gevonden in de Hebreeuwse bronnen. Sommigen zeggen dat het er ‘verkapt’ in aanwezig was, maar daar zijn geen vroege Joodse verwijzingen van gevonden wel in jongere bronnen. Maar al eerder heb ik laten zien dat iedere voorstelling van wat er precies gebeurd is poly-interpretabel is en dat het vooral gaat om de afbeeldingen zelf die je alles kunnen vertellen of voor je verhullen.”

“Er is als het ware een complete verzameling erotica door ontstaan vanaf de schilderkunst van Lorenzo Lotto (Susanna en de ouderlingen, 1517) tot en met die van Rubens, Van Dyck, Tintoretto, Rembrandt, Tiepolo en Artemisia Gentileschi. Benton schilderde een moderne Susanna met schaamhaar in 1937 en zelfs Picasso heeft zich erdoor laten inspireren. In het begin en vooral in de Barok benadrukte men het drama. De latere werken concentreren zich op het naakt. Op een 19e eeuwse versie van Francesco Hayez in de National Gallery in Londen zijn de ouderlingen geheel verdwenen.” Jojakim wil nog vertellen dat het verhaal op een gegraveerde bergkristal in het midden van de 9e eeuw in de regio Lotharingen is vastgelegd, dat Händel een oratorium over Susanna schreef en dat het fabelkarakter is vastgesteld tijdens de Grote Depressie, maar Susanna wil een heel ander onderwerp aansnijden. Waarom Jojakim hier zo mee bezig is en met name met de angst voor straf.


Op een oud plaatje uit 2009 leek hij nog in staat de kruimeldief te grazen te nemen. Om de tijd te doden, die hem zo dwars zat. Maar nog geen drie jaar later aarzelt hij en denkt na. Waarom, vraag je je af.

Wat precies door zijn hoofd gaat, is niet aan hem te zien. Maar hij heeft in die kale kop een begin gemaakt voor een beschouwing over leven, suiker en kogel. Dat behoort tot de mogelijkheden.

Tenminste, als we Descartes mogen geloven die op het idee kwam dat je over je twijfels heen kunt stappen. Domweg door je te realiseren dat je niet twijfelt over dat je twijfelt en dat dat inzicht betekent dat je bestaat louter vanwege die gedachte, die je de zekerheid biedt dat je twijfel onbetwijfelbaar is.

Wat onze nihilistische killer meteen tot een filosoof zou maken. Hem daarmee toegang biedt tot zijn eigen denken als een methode om alles te beschouwen en het geweer in te ruilen voor de pen.

Zodat hij gaat schrijven: ik denk dus ik besta. Ik besta door verder te denken dan wat ik zal doen, wat ik het beste kan doen, wat mijn keuzes teweeg kunnen brengen voor de vlieg, het klontje en de rest van de wereld. Ik besta dus sowieso voor die vlieg, voor het klontje en voor de rest van de wereld. Ongeacht of dat wederzijds is.

Hij aarzelt niet meer. Hij gelooft in zijn bestaan. Zelfs al zou al het andere afwezig zijn of hem de rug toekeren. Hij bestaat en dat is voorlopig voldoende voor hem. Hoop je.


In de droom ontmoet ik mijn mij uiteindelijk in een gemoderniseerde melkbar uit de film Clockwork Orange, waar Bjorn ons trakteert op moedermelk met honing terwijl hij ons de oren van het hoofd kletst over de betekenis van zijn kado als symbool voor de hedendaagse maakbaarheidsidee van de heren medici die ons geheel naar hun inzichten kunnen verbouwen tot een man met tieten, die zo zijn verlangen naar geslachtsverandering kan realiseren. Waarbij we genoegen moeten nemen met de stand van zaken in hun wetenschap, die van die piemel nog geen volledig functionerende yoni kunnen maken.

‘Luister’, zegt hij samenzweerderig, ‘we leven in de utopische wereld van Alex, de hoofdfiguur in die film uit 1971 van Stanley Kubrick. Ultraviolence is vandaag de dag bijna normaal geworden. De Angry Young Men uit de literatuur van de jaren vijftig hebben in de figuur van Anders Breivik zich opgeblazen tot de Satan himself, terwijl wij via de media steeds meer mannen en soms vrouwen geserveerd krijgen die half invalide verbouwd zijn tot hun diepste wens en homo’s die opgelegd blij zijn dat zij hun geaardheid voor de tv prijs mogen geven aan familie en vrienden.’

Zijn lange betoog komt erop neer dat de film zich in de werkelijkheid zal herhalen. Breivik zal men ook trachten te genezen met een herseningreep of een medicinale afkicktherapie, waardoor hij kotsmisselijk zal worden van geweld en daardoor zichzelf niet kan verdedigen tegen weerwraak. Door wat hem vervolgens op straat wordt aangedaan valt hij terug in zijn oude patroon. Maar in het script van het boek van Anthony Burgess, waar de film op gebaseerd is, is er een laatste hoofdstuk, dat Kubrick niet kende. Breivik zal zich, volgens dit script, realiseren dat het echt over moet zijn en een gezinnetje willen stichten, maar is bang dat zijn kinderen zijn gedrag van hem erven. Volgens Bjorn komt dat allemaal doordat men zijn goedheid kunstmatig tot stand heeft gebracht en hem er niet uit vrije wil voor heeft laten kiezen.

Dat brengt hem op Dr Swaab en zijn grote verhaal dat wij slechts ons brein zijn. Hij bewondert hem om zijn hersenonderzoek, omdat het voor heel wat ziekten of stoornissen een geloofwaardige verklaring biedt en voor degenen die eraan lijden een enorme erkenning kan betekenen dat zij zich niet aanstellen. ‘Veel kwalen worden door artsen afgedaan met dat het tussen de oren zit’, fulmineert hij tegen de medische kaste, ‘en nu zegt een collega hen eindelijk dat dat klopt en dat zij daar als medicus met respect mee om moeten gaan, want het is een defect in de hersenen!’

Maar zijn theorie vind hij zeer twijfelachtig als Dr Swaab zegt dat wij ons brein zijn, dat dat brein reeds in de baarmoeder is gevormd en dat dat zou betekenen dat we ons gedragen volgens de aangelegde structuur en niet volgens de keuzes die wij in vrijheid denken te maken. ‘Wat hij in de hersenen vindt, kan juist door die keuzes zijn ontstaan’, roept hij verontwaardigd uit, ‘Want ook na de baarmoeder kunnen ervaringen de structuur veranderen. Daar noemt hij zelf voorbeelden van. Al zijn dat louter negatieve, zoals onder invloed van alchohol en drugs of door eenzaamheid en dergelijke omstandigheden. Maar hij roept wel de vrije wil aan als hij vurig verlangt naar het stoppen met drinken en roken tijdens de zwangerschap! Een wettelijk verbod ziet hij niet zitten, wat die wil zou moeten breken.’

‘Waarom noemt hij eigenlijk geen positieve ervaringen, zoals de ontwikkeling van je hersenen door leerervaringen, culturele ervaringen, plotselinge inzicht-, liefdes- en gelukservaringen?’, horen mijn ikken hem bijna schreeuwen, ‘Hij geeft nauwelijks aandacht aan die groei, terwijl hersenonderzoek heeft aangetoond dat delen groeien die het meest gebruikt worden en anderen verschrompelen die het minst gebruikt worden. Daarbij is de mens actor en niet de hersenen zelf!’

Hij slaat, volgens Bjorn, compleet door met de stelling dat de vrije wil niet bestaat. ‘Alsof we een automaat zijn! Hij maakt een drogreden van zijn bevindingen dat het brein ons gedrag bepaalt, door de voorwaarde dat het slechts onze keuzes beperkt tot wat ons orgaan (aan)kan weg te laten in zijn betoog over het almachtige brein. Hij keert zijn argument om en zegt dat wat het brein aan mogelijkheden biedt alles bepaalt. Maar dat toont hij niet aan met zijn gewroet in de hersenen. Hij is een reductionist en een determinist. Waarvan we er al zoveel hebben.’

In hoog tempo stelt Bjorn dat de vrije wil geen hersenfunctie is, dat die wil een ervaring en tegelijk een bewering is tegenover degene die zegt dat het individu niet vrij is om te doen wat hij/zij wil. ‘Als je iets wilt, dat de ander of een omstandigheid belemmert, en je zet toch je zin door, dan zou dat volgens Swaab geen vrije wil zijn? Mijn God, Kubrick en Burgess hadden ons ervoor gewaarschuwd. Ga niet knoeien met iemands hersenen om jouw gelijk op te leggen door de waarheid, goedheid of gezondheid er kunstmatig in te pompen!’

Na herhaling van Swaabs eigen voorbeeld over een minister Klein, die plots iets voelde knappen in zijn hoofd en daarna manisch-depressief werd (wat, volgens Bjorn, toch betekent dat het brein van structuur kan veranderen door omstandigheden, zoals alcoholvergiftiging, slaapdeprivatie, stress enz.), stelt Bjorn plechtig: ‘Tussen die omstandigheden en het brein spelen zich ervaringen af die kunnen zorgen voor de mate van impact op het brein. Die ervaringen bestaan uit interacties met de omgeving. Zo is aangetoond dat de hersenen van structuur veranderen bij kinderen die bloot zijn gesteld aan huiselijk geweld, als toeschouwer. Als de ervaring emotioneel ingrijpend is, positief of negatief dan verandert de structuur positief of negatief. Meer kan hij niet beweren zonder in grootspraak te vervallen.’

‘Swaab is een koppige medicus’, vervolgt hij zijn verhaal met een persoonlijke ervaring. ‘Toen hij met zijn homo-kwab op de proppen kwam, heb ik hem al voor de voeten geworpen dat hij het zaakje omkeert. Hij had onder homosexuelen eenzelfde ontwikkelde hypothalamus als onder vrouwen gevonden. Toen ik hem vroeg hoe het dan zat met lesbische vrouwen, ging hij ingewikkeld doen over signifikante verschillen maar niet zo signifikant als die tussen homosexuelen en heterosexuelen. Toen ik hem vervolgens vroeg hoe het dan zit met bisexuelen, had hij opeens geen gegevens meer voor handen. Ook op de vraag of alle homosexuelen over een identieke hypothalamus beschikken, kon hij geen sluitend antwoord bedenken. De vraag bleef ook onbeantwoord of hij niet domweg vrouwelijkheid versus mannelijkheid in de hersenstructuur had geobserveerd of dat hij in die structuur van de mannelijke heterohersenen de gevolgen van de onderdrukking van hun gevoelsleven had gezien.’

‘Swaab heeft een vrij simpel mensbeeld dat hem parten speelt en waarin hij niet afwijkt van de doorsnee arts. Swaab trapt ook graag in de identiteitsvalkuil door mensen samen te doen vallen met hun geaardheid, ziekte, stoornis of gedragingen. Zo draagt hij bij aan het homoisme, waarin mensen hun geaardheid zien als hun identiteit en zich gedragen conform het stereotype die die identiteit eenduidig houdt. De hokjesgeest van Swaab is vast herleidbaar tot zijn hersenstructuur. Diversiteit sluit hij uit. De vrije wil ermee dodend.’ maakt hij cynisch een einde aan zijn verhaal.

‘Terwijl hij in zijn beperkingen een meester had kunnen zijn. Meester hersenonderzoeker en geen meester in alle humanoria. Jammer dat dat zoontje van Brandt Corstius niet veel tegenwierp, maar hij maakt op mij steeds de indruk dat hij zelf niet thuis is in het onderwerp van gesprek en slechts de boel serveert.’ licht hij tenslotte nog even zijn bron (het tv-programma Zomergasten) toe.

Plots heb ik het gevoel dat ik alleen in mijn hersenen achter ben gebleven. Bjorn is er met mijn zelf vandoor gegaan. Hoe hard ik ook tegen mijzelf praat, er komt zelfs geen echo terug. Ook de melkbar is verdwenen. Een grote leegte maakt me verlegen met alleen een ik, dat die eenzaamheid het hoofd moet zien te bieden.


De melkwitte traan blijkt niet uit een oog te komen. Het is een druppel uit de vermomming van Bjorn. Om zijn nieuwe vrienden te verrassen heeft hij uit een zwerfkei een transseksuele mini- melkbar gezaagd, die hij met een stang in dezelfde kleur onder hun schedeldak kan laten dansen. Daar zullen ze van opkijken, denkt hij giechelend van de voorpret als hij de zaagsneden zo glad mogelijk wegschuurt en het geheel polijst tot het levensecht lijkt.

Onder het zingen van ‘Doe je ogen dicht en hou je adem in, dan zul je iets prachtigs zien’ laat Bjorn zijn sculptuur door de kruin van zijn gastheren zakken. Hij vergeet echter te zeggen dat ze weer mogen kijken. ‘Hier ben ik dan’, roept hij juichend. Het rode en het blauwe ik kijken er niet van op. Doordat ze zolang al elkaar hebben wakker gehouden, zijn ze na Bjorns opdracht in slaap gesukkeld en dromen van het land van naar honing smakende melk.

Hoe Bjorn ook maar met de gebeeldhouwde zwerfkei op en neer danst voor het projectieveld (het visuele systeem) in het achterhoofd (de occipitale cortex), hij hoort slechts hun ademhaling die zwaarder wordt naarmate hij de kei dieper inbrengt. Het visuele systeem laat geen buitenstaanders toe, waardoor Bjorn niet kan merken dat het wel degelijk effect op hen heeft waar hij ze mee wil verrassen.

Oude herinneringen aan hun babyjaren wisselen de beide ikken aan elkaar uit, gemengd met hun voorstellingen van het beloofde land en de fantasiebeelden van hun samenleving aldaar, die hen voor ogen staat. De gedroomde inbeelding en Bjorn’s fysieke inbeelding van de gebeeldhouwde zwerfkei dreigen op elkaar te botsen. Het rode ik waarschuwt het blauwe dat er een vreemde meteoriet in de lucht hangt. Van angst knijpen ze nog harder hun ogen dicht en doen een belangrijke ontdekking.

De beelden in je droom worden door het projectieveld teruggekaatst naar je eigen ogen. Het visuele systeem is geen eenvoudige filmprojector maar een spiegelreflexcamera, die het filmmateriaal haalt uit gebeurtenissen in je hersenen. Het blauwe ik wil daar zeker van zijn en opent tijdens zijn diepe slaap de ogen. Tot zijn verbazing en tegelijk genoegen ziet hij de vleesgeworden zwerfkei voor zijn neus op en neer dansen. ‘Man, kijk eens wat er in ons hoofd rondzwerft’, fluistert hij het rode ik in het oor, ‘ons uitstekende onderlichaam met tieten als heupen’.

Het rode ik is meteen wakker in zijn droom en roept luid: ‘Bjorn, ben jij dat? Man, wat een verrassing. Het is om te gillen. Hoe heb je dat in godsnaam voor elkaar gekregen? Het lijkt net echt! Bjorn kan hem echter niet horen. Hij is even weggegaan om een vingercamera te zoeken waarmee hij via een gaatje in de stang bij hen naar binnen kan kijken. De transseksuele zwerfkei heeft hij vastgemaakt met een vlechtwerk uit de langste nekharen van hun huis van vlees.

Het beeld van de mini-melkbar en dat van het beloofde land passen zo perfect in elkaar, dat beide ikken erop door hallucineren in een dialoog over hun voorkeuren. Voor het eerst in hun bestaan als bewoners van de zolder van hun huis van vlees bekennen zij elkaar dat ze zich altijd al een vreemde hebben gevoeld in het mannenlichaam dat ze met elkaar delen.

Het rode ik droomde in zijn jeugd van het hebben van borsten en had een keer de bustehouder van zijn zus omgedaan, zijn sokken erin gepropt en zo zijn ouders verrast met de geslachtsverandering van hun jongste zoon. Het blauwe mij bekende dat hij, toen ze wat ouder waren, had gedroomd van een geslachtsorgaan dat je naar binnen kunt proppen voor een diepe vagina en kunt erecteren voor een lange fallus. Hij had dat op zijn kamertje uitgeprobeerd en het lukte hem om de slappe huid tussen het schaambeen te proppen, zodat het leek op een verfrommelde yoni.

‘Je hebt een binnenbeer’, had zijn broer geroepen toen hij hen in die positie voor de spiegel betrapte. ‘Oh ja’, herinnerde het rode ik zich, ‘dat is waar. Ik sc haamde me eerst diep, maar door de opengesperde ogen van onze broer die staarde naar ons kruis, kregen wij spontaan een stijve. Waardoor hij vuurrood werd en met een harde klap de deur dichtsloeg. Ik heb hem nog altijd heel hoog zitten, omdat hij het niet aan onze ouders heeft doorverteld.

Beide ikken dromen weg op die oude herinneringen en laten de mini-bar onaangeroerd in hun achterhoofd als een binnenluchtvrucht voor aap hangen.

(wordt vervolgd)


Mijn reactie bij 100_woorden over jezelf zijn en de dood van Amy Winehouse kunnen me niet loslaten. Was Amy zichzelf? Mijn reactie op het zichzelf willen zijn van 100_woorden had ik in 100 woorden haiku’s gestopt met een concluderende regel. De 6 haiku’s en 1 regel vormen een geheel, dat niet meer is dan de som der delen en de delen haiku voor haiku meer betekenen dan de som en het geheel samen:

jezelf zijn is ook

maar een masker dat de wil

bedekt van niet zijn

wie je bent zonder

de conditionering

van je performance

zijn is verlangen

naar een bestaan voor iets

of iemand anders

jezelf zijn is het

moderne gebod van god,

onze tijd en plaats

waren we maar slechts

ledematen dan konden

we vrijuit praten

zonder de spiegel

in ons gezicht waarin de

‘waarheid’ wordt belicht

blijf waar je bent!

Vannacht peinsde ik erover of mijn haiku’s vertellen wat jezelf zijn betekent, waar het verwijst naar authentiek (willen) zijn. In de sociologie en de filosofie wordt vaak aangegeven dat we door symbolische interacties met anderen een zelf ontwikkelen. Charles Cooley heeft dat al in de jaren twintig van de vorige eeuw als socioloog het treffendst verwoord. Hij gaf ons als inzicht de ‘looking-glass self’, waarmee hij zegt dat het oordeel dat we over onszelf hebben in hoge mate beïnvloed wordt door hoe we denken dat anderen over onszelf oordelen.

Amy is daar een schrijnend voorbeeld van. Vanaf haar twaalfde was ze zichzelf, maar dat werd toen en wordt nu nog altijd afgedaan met haar te typeren als een onhandelbaar wicht. Op den duur kon ze niet anders dan dat beeld versterken, vanwege de gefixeerdheid van haar omgeving op die onhandelbaarheid. In die zin hebben we haar geen kans gegeven om buiten haar talent te laten zien wie ze authentiek is.

Het impliceert dat we alleen authentiek zijn en blijven als we geen contact met de ander onderhouden, waarin we ons uitleveren aan het oordeel van die ander. Puur subject zijn is alleen mogelijk tussen de vloeren van de kamers waar de anderen boven en onder ons goed of kwaad over ons spreken.

Mocht je daarvoor kiezen dan zul je nooit aan die anderen de plaats bekend moeten maken waar je jezelf bent. Blijf daarom waar je alleen bent. In de insectenwereld, waarin wij mensen met elkaar verkeren, is een solitair bestaan de enige ‘plaats’ waar we in de ‘tijd’ kunnen vertoeven met ons authentieke zelf. In dat niemandsland kunnen we Amy tegenkomen en dat zou wat zijn, als zij de weg ernaartoe weet te vinden.

I do hope so to

meet you there, Amy, in our

land for no body

Ps

Dit is bijna een pleidooi voor een bestaan als burkabewoner om je ziel genade te schenken als de mythe je identiteit doodt.