Post Tagged ‘levendemassanatuur’


De vrouw is geheel in de war. Ze trekt het niet meer. De werkelijkheid is teveel een discussie geworden. Ze leeft niet meer, heeft ze het gevoel. Geloven is leven en niet continu aan je grondslagen voelen. Als ze zulke buien heeft, gaat ze snel naar de Hema, koopt wat haar oog het eerst ziet en doet vanaf dat moment alleen haar stinkende best op wat ze dan in handen heeft. Tastbaar is, streelbaar en niet meteen praat. Rustig terugkijkt.

Als ze afgerekend heeft, grist ze de verpakking van haar blind thing af. Verrek het is een gebedenboek, ziet ze aan de kaft met fraaie letters over de lofzangen tijdens het werk. Haar hand slaat de pagina op, die haar meteen bij de strot pakt. Bad boy na zijn Achterberg. Wat moet ik hier nou mee? vraagt ze zich wanhopig af. De lofzang op de rechterpagina heeft daarin voorzien. Een lang Epos over de dood van de Enige Echte Moedergodin, de Tiener uit Wil en Dorp.

paneel een

Geen gedichten vandaag, geen proza, ik wil alleen zijn met mijn aanwinst, mompelt ze bezwerend tegen de 13 losse sonnetten. Ze scheurt de plaat uit het album en aldoende rekt het vel zich slaperig uit. Wanneer het blad nog met een hoekje vastzit, schrikt  ze van de geeuw op de tekening. Een kikkerkeel met de diepte van een vleesetende plant schommelt gevaarlijk richting haar hoofd. Nu moet ze het blad zelf wel bij de strot pakken. Na een halve worsteling met het uitdijende vel, heeft ze de strook in alle hoekpunten onder de duim. Ze trekt de bovenrand gestrekt tot precies haar lichaamslengte over de stang van de douche en laat het zweet op zijn bast drogen.

Effe een bakkie doen, zegt ze gezellig tegen zichzelf. Een beproefde meditatie voor de kunstschilder, maar bij haar werkt het anders. Het object heeft nu de ruimte om zich uit te vouwen zonder onderbreking. Voor haar ogen richt de geverfde Floradader zich op, strijkt zijn bladeren glad en poseert weer zoals hij bij het openslaan aan haar verscheen. Ze hoeft niet eens naar hem te kijken of ze weet precies wat haar te doen staat. Dat ze  daar al niet eerder op gekomen was. Natuurlijk, dit wordt het eerste paneel van haar kamerscherm voor het Museum van Veiligheid. die de functie van de religie weergeeft als schuilplaats voor de mens, de achtervolgde mens, de beschadigde mens, de mens die zijn leven niet meer zeker is in een werkelijkheid waarin het praten de lucht vervoert en het huilen de woorden afscheidt die dichters niet kunnen glad strijken.

Een kuchje betrekt haar weer bij de fysieke stand van zaken van haar droom. Het tweede paneel is echt een verrassing. Ook voor het eerste paneel zelf. Het blad had zichzelf omgeslagen en toont zijn ware gezicht. Een slecht ingeburgerde stem reciteert de soera over de 70 maagden  en de Engel des Doods in plat Rotterdams. Hij gaat een octaaf te hoog als hij de regel probeert meer body te geven, waarin de authenticiteit van de belofte wordt getoetst. Ze hoort het niet, ze is geheel en al verbluft. Zijn woorden krijgen pas weer betekenis voor haar als ze hem het koor hoort opvoeren dat juichend verhaalt over Hun Relatie. “Ze gelooft in mij, met al haar hebben en houwen, wil ze vandaag nog trouwen, voor Weekend en Opzij.”

Hou op gekkerd, wiebelt ze van verlegenheid, mijn god, waar koop jij je kleren, man? Zo kom je echt niet het museum in. Heb je eigenlijk wel een museumkaart of kun je je seizoenskaart voor de uitwedstrijden ervoor gebruiken? Ja, doos, klinkt de jongenssopraan vet cool, ik heb het hele arrangement voor nog geen €1,25 van een marokkaan overgenomen die opeens naar Spanje was geroepen. De capuchon was nog goedkoper dan hij vroeg maar ik heb netjes de volle prijs betaald. Hoeveel denk je dat hij voor het kraagje vroeg, als je weet dat mijn doodskap 25 eurocent meer moest opbrengen? Ze heeft nu ech geen trek in rekenen en doet een gok: 50 cent. Mis poes, 75. Wat een oud brein, denkt hij meteen. Wat een boef, zegt zij.

Als hij haar een hand wil geven, rolt en derde doek uit zijn mouw. Sorry hoor, bukt hij door zijn knieën, dat was niet de bedoeling, haastig raapte hij het textiel op. Wacht even, rukt zij het vel uit zijn handen. Heb je dat voor mij gemaakt? Ben je gek, meid, dat is een Wallpaper voor ons clubhuis. Maar ze laat het niet los en bestudeert de rol nauwkeurig. Helemaal niet gek hoor. Is het een aquarel of zo? Nee, echt nie, het is een foto uit een serie Aardbewoners uit de tijd van Van Gogh, die hem overleefd hebben. Kijk, dit geeft nou precies aan waarom hij in Drenthe weinig kans had om als kunstschilder zich echt te onderscheiden. Het is een momentopname, dat is waar en hij poseert een beetje. Maar dat zou iedereen doen. Wat je ziet is namelijk de voet van de boer die meent dat de mens zich nooit mag wassen. Dat dat tegennatuurlijk is. Van Gogh heeft daar zijn moed uit geput om voortaan de natuur ook ongewassen op het doek te laten voortleven.

levende natuur