Post Tagged ‘Liebestod’


Het Keltisch kruis reageert onmiddelijk op mijn wanhopige blik (zie:  Borstel ) met een splitsing in twee kruizen. De tekst het is het leven van ieder lichaam wordt vervangen door een niet mis te verstane quote van Goethe. De Vrouw-uit-Klei vertaalt het al lezend in hemelhoog juichend, dodelijk bedroefd. Het citaat komt uit het gedicht Klärchens Lied, voegt zij er onvertaald aan toe. De regel Glücklich allein ist die Seele die liebt wordt weggelaten.

Dat is jammer, treur ik. Waarom laten jullie dat weg, vraag ik de kruizen teleurgesteld. De drager van Hemelhoog-juichend legt overdreven enthousiast uit dat ze het echt niet hebben weggelaten hoor. Welneeee!, zingt het manische kruis bijna, het staat op de achterkant van onze hemdjes. De binnenkant, corrigeert het depressieve kruis zijn tegenpool.

Waarom nou daar?, vraag ik. Hemelhoog is niet te stuiten. Dat komt vanwege die uitspraak zelf. We zijn daar nog niet uit. Wat bedoelt Goethe eigenlijk. Wil hij zeggen dat de liefhebbende ziel alleen gelukkig is. Verwijst hij daarmee naar de geslachtelijke eenzaamheid van Adam en Eva. Volgens Adam op mijn kruis is dat niet waar en is die uitdrijving juist goed geweest voor de relatie. Eva ziet het iets anders. Voor haar is het voelbaar geworden dat liefde uit de ziel moet komen wil men samen geluk kennen.

Dodelijk-bedroefd is het met deze uitleg niet eens en onderbreekt de woordenstroom van Hemelhoog. Alleen de ziel die liefheeft kent het geluk, sombert hij bijna verwijtend en schakelt over op een lome stem. Er is daar een misverstand in verwerkt. Volgens het oorspronkelijke verhaal waren Adam en Eva de eerste mensen, maar niet de enige mensen. Toen het gebod geschonden werd om van de kennisboom van goed en kwaad te eten, die de mens een eigen ethiek kan geven, werd de liefdesband tussen de schepper en zijn evenbeelden verbroken.

Hemelhoog gilt het uit van de pret. Wat een fantasierijke uitleg voor een zielig kruisje. Straks ga je ons nog vertellen dat er in het paradijs duizenden paren bestonden als Adam en Eva. Waren daar soms ook homoparen tussen die Adam en Adam heten of Eva en Eva? Ja, gilt Abel Hemelhoog, mijn broer en ik zijn dus neven van elkaar. Ik ben geboren uit de gemeenschap van Adam de Dodelijk Bedroefde met Eva Hemelhoog. En ik, sombert Kaïn de Dodelijk Bedroefde, uit de gemeenschap van  Adam Hemelhoog en Eva de Dodelijk Bedroefde.

Dit gaat me te ver. Ik vraag beide kruizen zich aan mijn agenda te houden. Eigenlijk wil ik alleen weten of jullie mij een tip kunnen geven om het exacte postadres van Krul te pakken te krijgen. De kruizen gaan in overleg. Hemelhoog komt met hun conclusie. Luister, Krul is een vondeling. Hij is het symbool van alle vondelingen. Maar ook van alle weeskinderen, vult Dodelijk Bedroefd het kruiswoord van Hemelhoog aan. Ja, en van alle weglopers, zwerfjongeren, beatnicks, punkers, nerds, AMA’s, uithuisgezettenen, pleegzorgkinderen, hangjongeren, junks, straatkatten…,  ratelt Hemelhoog aan een stuk door.

Stop, zeg ik, het is genoeg. Ik begrijp dat Krul een belangrijke god is voor de thuis- en daklozen onder de jeugd. Maar hoe zit het met zijn adres. Oh, onderbreekt Hemelhoog zijn oneindige reeks kruiswoorden, dat zit zo. Waar hij liefde heeft gevonden, blijft dit heerschap voor altijd. Ja, vult Dodelijk Bedroefd zijn broederkruis aan, zijn ziel heeft jouw plaats en tijd lief en is voor het eerst gelukkig in zijn bestaan. Laat hem alsjeblieft staan.

Plots zingen beide kruizen een libretto van zes verzen in een opera op kijkdoosformaat, waardoor ik snotterend Krul om vergeving moet vragen.

Adam Dodelijk Bedroefd zingt:

beschouw eens het leven

voor heel even

als doorleefd

en ga niet meer

je goddelijke gang

voor vanda-a-aag

Eva Hemelhoog vervolgt:

vraag niet naar een mij

geen behoefte meer aan een wij-

ze van bestaan

van de kant van de maan

als vra-a-aag

Abel Dodelijk Bedroefd:

biedt u slechts bewegingsloos aan

aan alle vliegen, vlooien en vandaa-alen

wacht als geplukt fruit op de schaa-alen

Kaïn Hemelhoog:

dag til mij zacht uit de nacht,

in het licht o-omhoog

geef hoop aan ’t geloo-oo-oof

De Hemelhogen samen:

dat wij eenmaal zelf

de dag mogen tillen,

de nacht onze lijven

tot rust heeft gebracht

De Dodelijk Bedroefden zingen samen driemaal:

zodat de paarden voor onze haastige geest

voor eeuwig ontspannen mogen wo-orden

De Vrouw-uit-Klei zingt op de achtergrond een simpele aria:

do, re, mi, fa, sol, la, si, doooooooooooo

Tenslotte produceert Krul in de gloeilamp op zijn hoofd de Liebestod van deze mini-opera:

Ik ben nog nooit zo ontroerd geweest en verlang nu dat er een olifant komt die het verhaal van mijn fetisjen met zijn lange snuit uitblaast.