Post Tagged ‘lijf’

Verkleefd lichaam

Geplaatst: 4 september 2016 in Lopende zaken
Tags:, , , ,

IJzeren man

 

Alles hangt met alles samen tot je niet meer kunt bewegen van de pijn.

Houdt je adem je gevangen in een lijf.

Een geheel dat niet langer meer maar minder is dan de som der delen.

In een totaal verkleefd vezelrijk hangt je leven ondersteboven aan een zijden draadje.

Zit het hooggespannen op een vuistdik vinkentouw.

 

 


To be or not to be
Iemand zijn waar niemand omheen kan. Twee uitersten van dit zelfbeeld poseren samen op het plaatje. Hun volhardend streven om in beeld te blijven weerlegt dat het om 15 minuten wereldberoemdheid zou gaan. Andy Warhol vergiste zich. Dat kwartiertje kan nooit volstaan. Het vergt een hele onderneming om wie je denkt te zijn in de lucht te houden.

De 90-jarige Jan Poot is ruim een kwart van zijn leven bezig rechtsmisbruik in Nederland te bestrijden. Hij ziet zich geplaatst voor een goddelijke opdracht, omdat niemand anders die strijdbijl oppakt. Hij bazuint als een hogepriester rond wraak te willen nemen op het systeem, dat hij door en door verrot acht. De media willen hem niet echt serieus nemen, maar dat deert hem niet. Hij heeft geld zat om tot na zijn dood ermee door te gaan. http://www.nrcombudsman.nl/artikel/2286/interview-jan-poot-in-de-volkskrant.html/comment-page-1

Kurt Coleman daarentegen wil zijn nog jonge leven wijden aan de verspreiding van de boodschap dat hij perfect is. Geen andere tiener op de wereld zou qua schoonheid aan hem kunnen tippen. Dat moeten dagelijkse ‘selfies’ bewijzen en barse tweets over wie niet in hem gelooft. Vele uren per dag steekt hij in zijn onderneming de perfectste tiener van de wereld te zijn en te blijven. De media draaien hun vingertjes pesterig in zijn engelenhaar, maar dat gaat volkomen aan hem voorbij: http://kurtjaycoleman.tumblr.com/page/3
http://www.hln.be/hln/nl/959/Bizar/article/detail/1856368/2014/04/17/IJdelste-tiener-ter-wereld-Ik-ben-gewoon-perfect.dhtml

Beiden zouden zo Shakespeares “To be or not to be” onderschrijven. Beiden hebben “Ik ben OK, jij bent OK” als een gezonde levenshouding verworpen. In de strijd om erkenning van het eigen gelijk is voor hen “ik ben OK, jij deugt niet” de mantra geworden. Het komt steeds vaker voor dat het individu de hele wereld uitdaagt. Of het nu om ijdelheid gaat of om gerechtigheid, de media serveren zo’n individu graag af. Waarom eigenlijk? Het stikt van de ijdelheid op de buis. Op onrecht draaien alle persen.


Zorgwoordvoerders

“Wij zijn zorgwoordvoerders. Ons laatste avondmaal was het NZa-rapport. Driemaal kraaiden we in gebarentaal over het ontslag van de klokkenluider. Tevergeefs, we moeten het land blijven regeren met leugens.

Graag hadden we het verlossende woord voor Pasen uitgesproken en onze nekken verder uitgestoken. Zodat de mensen in het land er een echt vrolijk feest van kunnen maken. Helaas, we weten nog niet wie we allemaal niet zullen offeren voor het zorgakkoord. Wel is de tekst allang volbracht.

Wij zijn eruit. Nu onze vrienden van de oppositie nog. Na de passie in een nieuw jassie, een weekend vol zon en meer toeristen dan we aan allochtonen kunnen tellen, verwachten we geen enkele weerstand meer. Iedereen is zo’n beetje meegezogen in de Heer, het Weer of het Verkeer.”

Volgens welingelichte kringen wordt dinsdag het geloof in een gezonde samenleving sacraal verklaart en daarmee zou in principe iedereen optimaal vitaal zijn om voor zichzelf en de ander te zorgen. Dan wel voor die heilige samenleving, zoals vanouds, zich spontaan te offeren als de mond eenmaal nutteloos is. Uiteraard is dit ter beoordeling van de NZa en wel als ezelsproef.

Het hele zorgbudget zou dan ook naar de ziekste schrijver gaan voor een compleet nieuw paasverhaal. Als hij geen zzp-er is en wonderbaarlijk geneesbaar.  Aldus de woordvoerder van die welingelichte kringen, Jamai Loman.


Onkreukbaar luidt de klok

Onkreukbaarheid is tegenwoordig zo schaars dat je van niemand meer standvastigheid verwacht.

Tot ik een portret van Jan Poot zag.

Prachtig gekreukeld houdt de hoogbejaarde ondernemer zijn strijd om gerechtigheid al 25 jaar vol. http://www.klokkenluideronline.is/2014/02/de-epische-strijd-van-jan-poot-belicht/

In zo’n doorleefde kop kan ik helemaal opgaan.

Het biedt een indringender landschap van betekenissen dan de iconografie van menig kunstwerk.

Het overstijgt alle tot de draad versleten klaagzangen over de slechtheid van mens en wereld, en alle lofzangen op de liefde, de schoonheid zelf of de grootheid van een idee of almachtige.

Hoe meer de wereld naar de klote gaat, hoe mooier de standvastigen worden die hun rug onafgebroken recht houden.

Idealen kunnen niet bederven, wel de vergankelijke realiteit.

Een standvastige overleeft zijn tijd.

Zijn principes zijn immers onsterfelijk.

Lang leve het gelijk van Jan Poot.

..


Paralympier met Krimvlag

Weltschmerz met verbazing. Zo voelde de paralympische ijszeiler zich toen hij uit de wedstrijd werd gehaald. Aanvankelijk dacht hij wegens propaganda voor homoseksualiteit. Het logo van de homoseksuele naaktslak was niet onopgemerkt gebleven, was zijn eerste reactie. Helaas bleek  de tattoo van de vlag van de Volksrepubliek Krim uit 1918 de steen des aanstoots. Onwetend van die vlag, die slechts een maand of zo gewapperd heeft, had hij hem de dag voor de finale op laten brengen. Op advies van zijn Tataarse vriend Noerejev, die er een amulet in zag. De Tataren beschouwen hun homoseksuelen als deel van het Tataarse volk.


De liggende homo erectus

*

Gemaakt aan de hand van het schilderij Stervende Adonis:

*

Stervende adonis


Zeeduivelkostuum

Het drieluik ‘Versierd mannelijk naakt’ is af.

Het heeft opvallend weinig bezoek en reacties gekregen.

Dat gold ook voor ‘Het evangelie van Toyboy’.

Een conclusie valt er niet meteen te trekken.

Spreken blogs met alleen een afbeelding nu eenmaal weinigen aan?

Verwacht men per se een gedicht of verhaal?

Is het thema ‘half naakt, half man’ te exclusief voor velen?

STUDIO ArtAAA tast in het duister, waar het zich vooralsnog wel thuis voelt!


Gif Schoonspringen


Gif Golgotha


He came in through the door of our dryer blog

Zijn leven lang gekooid als poëzie

was hij een vlo zonder theater

achter tralies gekluisterd, op de knie

de tandeloze tijd dodend voor de mooiprater

Net als de verlosser te vroeg gepensioneerd

uit zijn vlees al het geld geslagen

om de macht in geringere handen over te dragen

is het koninklijke roofdier tot het bot onteerd

Zou hij het nu welletjes gevonden hebben

nu ons spaargeld vlees is geworden of altijd al was?

voor het systeem dat dreigt weg te ebben

als er geen geld in wordt verdampt tot darmgas

Met name in de buiken van bankgieren

met in iedere straat een anus

waar wij onze leeftocht uit de kieren

halen met onze tentakels graaiend in hun kanus

Vandaag kwam hij door de deur

van de droger binnen, de gek

devoot voor zijn doen met in zijn bek

een bewijs aan toonder in de originele kleur

 –

Zijn spaargeld is de ingehouden woede

over zijn ooit geroofde wilde bestaan

die men kan blussen met een rib waaraan

resten van een lijf kleven, een goed doorbloede

Je krijgt er zoveel meer voor terug

dan het systeem zelf bieden kan

een wezen dat smult van een ongekookte rooie rug

gokkend op zijn voorkeur voor een bankgier zijn hersenpan

Rotterdam, zaterdag 19 oktober, de dag waarop een Bengaalse tijger uit de kast kwam toen hij meende te horen dat al het geld vlees was geworden


Je weet maar nooit

Overal tikkende tijdbommen

Het kan zomaar misgaan

Op zoveel gebieden, in elk land

Alsof overal tikkende tijdbommen staan

Hier, geen mens op het strand

….

Altijd, je weet maar nooit of

Er één afgaat of bij hem in z’n kop, of

Dat een gek uit de lucht komt vallen

Omdat onze smoelen hem niet bevallen

….

Zo’n gek denkt misschien ook je weet maar nooit

Die gasten hebben zulke glazen smoelen

Of hij voelt zich gepakt en moet z’n woede koelen

Politiek wordt er immers maar wat aangeklooid

….

Kom, we gaan naar huis, ik gruw van dat stille

Het is hier echt niet pluis. Waarom gil je?

..

..

.

Vlissingen, maandag 14 oktober 2013, de dag waarop je je weer eens overtrokken realiseert dat je-weet-maar-nooit heerst op aarde, omdat het zelfs op het verlaten strand onrust baarde


VDe lerende natuur blog

De schimmelkaas heeft voor de muizen besloten dat hij beter op kan stappen. Ze hadden de kat met een muizenval onschadelijk gemaakt, toen het tot hen doordrong dat daarmee de hele politiek gevangen was gezet. Tenminste die van de staat van het huis dat ze gekraakt hadden. Dat inzicht was besmettelijk. Immers een gegijzelde politiek betekent dat de verbeelding van de straat aan de macht is. De schimmelkaas had dat niet meteen door. Tot hij nattigheid voelde. Het was zijn eigen water. Dat kon het niet mis hebben. Dus weg wezen, het rapaille komt eraan.

Net als een president van een centrale bank meent hij serieus dat alleen zijn onderbuik kennis kan hebben van wat er op springen staat. Je hoort hem prevelen dat er iets aan het geboren worden is. Meteen heeft hij de smaak van het denken te pakken. In mijn geval zal het een wedergeboorte zijn, neemt hij zich voor. Als muis, neemt hij aan. Maar hij twijfelt of het niet onbenullig is dat je dat naar buiten brengt.

Als je eenmaal gaat twijfelen, dan is het hek van de dam. Dat had Descartes al heel wat hersenpijn bezorgd. Hij wil niet zijn geschiedenis herhalen, want dan moet hij nog een lange weg gaan om zich los te maken van het idee dat je weliswaar bestaat maar nooit zonder twijfel. Al delibererend is de nepmuis in de woestijn terecht gekomen. Geheel in beslag genomen door zijn eigen gedachten botst hij bijna tegen een olifant.

Een olifant? Ja, hoort hij hem heel zacht zich voorstellen, ik ben een Europees exemplaar. Mijn bestaan ontleen ik aan een spreekwoord, dat men in het Westen dagelijks in de praktijk brengt en op dit moment een hit is in Brussel. Hu, piept de schimmelkaas, een spreekwoord? Alle woorden kun je toch spreken? Nee, glimlacht de Europeaan, een spreekwoord is een hele zin. Dus je hebt het over een spreekzin, zegt de nepmuis bijdehand. Eigenlijk wel, geeft de Europeaan toe, maar spreekzin is al door ons geregistreerd. Je drukt dan uit dat je zin hebt om te spreken of dat spreken zin heeft. Ieder parlement draait op en om dat woord.

My, my, moeilijk hoor, piept de stinkende kaas die bezig is een muis te worden, maar laten we onze tijd niet opmaken aan de logica van de taalunie en de zin waar de democratie zich op beroept. Inderdaad, bast de Europeaan opeens, taal is net als de eigen schaduw, je moet erover heen stappen om nog maatschappelijk te kunnen participeren. De berg schimmelkaas heeft ondertussen een muis gebaard. Leuk je te ontmoeten, wil de wedergeboren muis de Europeaan alsnog begroeten. Nou zo leuk is het niet hoor, tetterde hij, iedereen wil de zon uithangen op mijn continent. Terwijl het bloed van de politiek door de straten stroomt, zijn ze alleen maar bezig met een gunstig klimaat te scheppen voor de meest dwaze unies.

Ach, onderbreekt de wedergeborene hem, zou jij de zon een flink stuk kunnen laten zakken want ik smelt bijna weg. De Europeaan, die voor Brussel alle porseleinkasten heeft doorzocht om veilige spaarvarkens op het spoor te komen, tettert door terwijl hij met zijn slurf doet wat gewenst is. Ik heb net geleerd hoe je al je fouten goed kunt maken. Ja, ik zie het, je moet ze gewoon aantrekken, merkt de muis schrander op. Jij leert snel, verwondert de Europeaan zich over het ongedierte.

De hele natuur leert sneller dan de cultuur voor mogelijk houdt, politiseert de net uit zijn schimmelkast gekomen spitsmuis. Da’s waar, slijmt de Europeaan en voegt er meteen aan toe dat hij niets meer met de cultuur te maken wil hebben en weer een echt dier wil zijn. Zullen we dan samen de cultuur negeren, lispelt de plots verliefde spitsmuis. Oh, je neus is gegroeid, schrikt de Europeaan, lieg je? We zouden toch de cultuur negeren, merkt de wijsneus spits op. Ook da’s waar, zucht de Europeaan.

De snelheid van het natuurlijk leren is hij nog niet gewend. Ik ga eerst maar eens een ommetje maken om alles los te laten wat ik in Brussel in mijn zak moest steken. Da’s goed jongen, maar je komt terug, bezweert mijnheer Spitsbergen hem. Natuurlijk, ik heb je net je naam gegeven, toch?! Ja, knipoogde hij flirtend naar het bakbeest, en straks is dat allemaal voor mij, wees hij op het gigantische lichaam van het dier met het sterkste geheugen van de wereld.

Vlissingen, donderdag 10 oktober 2013, de dag waarop de natuur zich realiseert dat leren spontaan plaatsvindt zonder daar de cultuur voor aan te spreken


Vballet bondage acrobatique blog

*

Afgunst

*

Hij houdt drie gouden ballen

hoog in de lucht met de zijkant

van de wreven over de bovenlegger

komend uit een kaarsrechte handstand

*

heeft hij de benen tot het puntje

van de tenen horizontaal uitgerekt

het onderlijf over het hoofd gebogen

de armen en handen geheel en al gestrekt

*

op de koorden van de gebondeerde

vechtdansers, die hij de flitsende

schoonheid van het snelle moment

in een ogenschijnlijke stilstand leerde

*

met beeldende kunst neem ik hen de maat

uit afgunst ontstaat slechts een fraaie plaat

*

*

*

Rotterdam, maandag 30 september 2013, de dag waarop ik de nieuwe kleren van de keizer in mijn werk ontdek


Waterstand klein

*

Hou me vast

*

Let op, ze gaan het anker lichten

Roepen de bovenste badgasten

Allen buigen hun gezicht en

*

Hou mijn been stevig vast en

Laat nooit meer los, we gaan voor

Een onderwatertoren geheel van mensen

*

Als een trein vol net wakkere forenzen

Denderen ze over de golven, dwars door de zee

Zingen geestdriftig, Iedereen slepen we met ons mee

*

Tussen de levende pilaren van het koor

Nestelen turners zich in breedtehang

Maken salto’s in hun gedachtegang

*

Plots staat alles stil, in deze waterstand

Zingt de hele toren, hou me vast, heel het land!

*

*

Vlissingen, woensdag 25 september 2013, de dag waarop een nieuwe watersport in mij opkwam ter verbroedering van ’t vaderland aan de waterkant


In het pak van mijn vader 2

.

De man oogt als een printeronvriendelijk bedrijfsgebouw

Vol organen die zorgen voor een stoffelijk leven in dienst van

Degene wiens spookachtige leden op mysterieuze wijze

Samenwerken in grijze cellen aan de vereniging

.

In mij jagen dagelijks dergelijke mieren me de stuipen op het lijf

Voel ik me een illegaal met de angst van je weet maar nooit

Of ze je huis van vlees zullen kraken en je leden zo schokken

Dat je al samenspannend door hen je eigen lichaam wordt uitgezet

 .

Maar met zo’n zwart pak van mijn vader aan durven ze dat niet meer

Verkeer ik weer in het lichaam van zijn heer en hou volgens dat recept

De duivel met zijn maatschappij en al buiten de deur, bekruipt me de waan

Dat hun dode god mij zal redden uit het nachtelijk leven in actiefilmformaat

 .

Was het mij maar op het lijf geschreven, roep ik volledig van de kaart,

Onbevreesd met al mijn leden te leven in uw tijd en op uw plaats.

.

.

.

Rotterdam, zondag 11 augustus 2013, de dag waarop ik mijn aandoeningen meer dan spuugzat ben


Kruisweglopend Buffet

Vleesgeworden woord, kringlooplichaam, opstandige bladwijzer, hemelvaartmaker


De ongejurkte bruid

Leef je uit

 –

Als je ’t echt meent

Terugkeert in mijn leven

Weet dan dat ik niet meer ben

Wie ‘k toen voor eeuwig voor je was

Toen jij zo nodig

Op zoek moest naar jezelf

Heb ik de leegte zijn zin gegeven

Groeide over ons een weilandvol gras

Mocht  je naar die tijd verlangen

Ik heb je niet verloren als een zoon

Ik ben ook geen vader die kan vergeven

Met jou verdween voor mij voorgoed de troon

Maar wees gerust, mijn vriend, en leef je uit

Ik speel nu voor iedereen de ongejurkte bruid

Vlissingen, 2 april 2013


Dagnachtelijk bonkt de morgen

Dagnachtelijk bonkt de morgen

 

 

Nocturne

 

 Bij tij en ontij een slaap als ondier

Dagnachtelijk mijn ziel aftastend

 

Met zijn poten in mijn stijgbeugels

En met mijn hamers vast in zijn klauwen

 

Smeedt de oorwurm onophoudelijk

zijn ijzers op mijn aambeelden

 

Een deun die van een kudde paarden

tegen hun aard in een roedel maakt

 

Zo bonkt de hele nacht in mij de morgen

 

 

 

 

Rotterdam, 26 maart 2013

 

 

 


Edvard Munch, De Schreeuw, 1895

Edvard Munch, De Schreeuw, 1895

Deze versie van de  Schreeuw heeft Munch in 1895 in tempera en potlood op karton  geschilderd. Tempera is een verfsoort, dat in Egypte is uitgevonden. Het wordt gemaakt door pigmenten in droge poedervorm te vermengen met eidooier en water. Rembrandt gaf daar ook vaak de voorkeur aan, vanwege de helderheid en transparantie van de kleuren. Deze Schreeuw is dan ook de meest kleurrijke versie, die Munch gemaakt heeft. Het is ook de enige versie met een door hemzelf geschilderde lijst. Waarop hij het gedicht schreef, dat hem ertoe inspireerde. Ook dat is weer een versie van een andere tekst, een fragment uit zijn dagboek van 1892, waarin hij op 22 januari, verblijvend in Nice, schreef:

Op een avond liep ik langs een pad, de stad bevond zich aan één kant en het fjord eronder. Ik voelde me moe en ziek. Ik stopte en keek uit over het fjord — de zon was aan het ondergaan, en de wolken kleurden bloedrood. Ik ervaarde een schreeuw die door de natuur trok; mij leek het dat ik de schreeuw hoorde. Ik maakte dit plaatje, schilderde de wolken als echt bloed. De kleur gilde. Dit werd De Schreeuw.

Frappant is dat Munch hier noteert dat hij in 1892 al de eerste versie schilderde. Terwijl de kunstgeschiedenis zijn werk dateert tussen 1893 en 1910. Wel heeft hij in 1892 zichzelf leunend op het hek geschilderd en dat werk De Wanhoop genoemd. Zie mijn vorige blog. Met zijn verwarrende notitie, waarin hij suggereert op de plaats en tijd van de gebeurtenis zelf zijn eerste versie te hebben geschapen, zou je kunnen zeggen dat Munch meteen een mythe baarde over het ontstaan van zijn werk.

Detail van de versie uit 1895

Detail van de versie uit 1895

Kijken we naar een detail van de versie op karton dan valt op dat een van de figuren op de achtergrond, net als Munch zichzelf in 1892 had geschilderd, op het hek leunt. In de latere versies staan deze figuren rechtop met elkaar te praten. In het gedicht, dat hij op de lijst aanbracht, spreekt hij van twee vrienden die door waren gelopen op het moment dat hij zijn pas inhield en uitgeput op het hek leunde. Hij spreekt hier niet over ziek zijn, maar over angst-trillingen. De schreeuw wordt hier ook van ‘gedaante’ veranderd in een oneindige schreeuw.

‘Ik wandelde over een pad met twee vrienden. De zon ging onder. Plotseling werd de lucht rood. Ik hield mijn pas in, voelde me uitgeput en leunde op een hek. Er waren bloed en tongen van vuur boven de blauwzwarte fjord en stad. mijn vrienden liepen door en ik stond daar trillend van angst – en ik voelde hoe een oneindige schreeuw door de natuur trok’

Er is nog een tekst, maar nu op de achterkant van het schilderij, geschreven en daarin omschrijft hij het tafereel weer op een geheel andere wijze.  Dat wil zeggen met andere bewoordingen:

Ik voelde een zweem van melancholie – ik stond stil, doodmoe. Over het fjord en de stad hingen bloed en tongen van vuur. Mijn vrienden liepen verder. Ik bleef achter. Trillend van angst voelde ik de grote schreeuw in de natuur.

Wat in alle uitleg in ieder geval de aandacht trekt, is dat de schreeuw niet uit de mond van het spookachtige figuur op de voorgrond opgetekend wordt; maar door de natuur trekt. Het spookje zelf schreeuwt niet. Hij legt juist zijn  handen tegen zijn oren omdat hij het geluid niet verdraagt en opent zijn mond zodat het zijn gehoor niet kan beschadigen. Met het oog op de juiste interpretatie en als bijdrage aan de kunsteducatie heb ik een versie van zijn schilderij gemaakt die accentueert wat Munch wilde uitdrukken. Door tussen de handen en de oren een pak watten aan te brengen is hopelijk het gat gedicht tussen Munchs bedoeling en de blik van generaties kunstkenners en liefhebbers van zijn werk, die ervan overtuigd waren, en nog zijn, dat het spookje zelf schreeuwt.  In het volgende blog zal blijken dat die betekenisverschuiving Munch niet echt dwars zat.

De Schreeuw zoals Munch hem beleefde

(wordt vervolgd)


vadergeloof_ingelijst

Tegen het einde van het bezoekuur keek ik nog even achterom. Zag dat de slangen waren weggehaald, het bed verschoond , zijn kleren opgevouwen in zijn tas, de fruitschaal onaangeroerd opgeborgen was. Voor mijn ogen had hij nog mijn namen vlekkeloos opgeschreven. Alsof zijn pen vergeten was dat hij geen enkele macht meer had. De enige toezichthouder was ik zelf.

Woesteling, stond er niet doorgekrast, Duivelskind, Godslasteraar, Leugenaar, Dief, Driftkop, Vadermoordenaar. Sloeg voor mijn ogen tergend langzaam zelf de bladzij om, waarop hij gisteren nog schreef dat ik zijn Hoop. Liefde, Vertrouwen, Geluk en Vreugde was. Het is allemaal waar, nu ik het hardop voorlees in mijn dromen en me gelukkig prijs een mens van vlees en bloed te zijn. Wat wil hij meer dan dat ik toegeef wat zo mooi het menselijk tekort wordt genoemd en dat die notie in alle domeinen vaste voet aan de grond heeft gekregen?  Waar hoor je dat steeds meer als diepste gedachte beleden worden, waar in feite geen enkel systeem tegen bestand is?

Zelfs als de dood door mijn hand gestuurd je niet het ongeluk had gebracht, had jij je allang geschikt in je lot, omdat het al getrokken was. De mens is geboren als een slecht wezen, zo keek jij tegen het leven aan en ik kon dat slechts beamen. Het gaf je het gemak om niets te vrezen, want zelfs je doodslag zat in dat koersplan. Mijn god, wat hou ik van zo’n man, die de enige ander zonder naam nog vrezen kan; terwijl hij weet van zijn natuur en hoe het planmatig in elkaar stak. Die waarheid kon hij ook niet echt verdragen, gezien de vele slagen die hij nodig had.

Tegen vierkant vlees, waarin de mond dwars is uitgevreten, de keel opengereten, is niets bestand.  Zelfs geen geweten dat trillend in mijn hand om vergeving had gesmeekt en nu geen raad weet met zijn te hard gekookte kant. Terwijl ik door het venster naar zijn overblijfselen staar, hoor ik van de zoveelste zwendelaar die zijn zakken heeft volgepropt; wetend dat niemand hem iets kan maken. Ook al zou een toezichthouder zijn kluizen kraken, dan nog deert hem dat niet. Genoeg plaatsen waar hij door kan gaan met zijn oplichtersloopbaan.

Natuurlijk heb ik de pest erin, dat ik die rijkdom niet bezit noch het perspectief en niet bestand ben tegen de druk om braaf mijn best te blijven doen. Terwijl de overheid het tekort uit mijn zakken klopt, blijf ik maar hopen op de dag dat die ander bukken mag en al zijn geld voor mij uittelt. Of op een sluitend systeem, waarin niemand kan profiteren omdat opeens iedereen  integer is. Zonder een moraal van buitenaf ingefluisterd of door een kleinkind op de schoot, die inkeer afdwingt. Voor mijn part met die bloedrode traan uit een hemelwaterkraan langzaam druppelend op zijn hoofd, totdat hij zo week is dat hij schrikt van zijn zelfbeeld.

Dat voor iedereen de waarheid zulk gul water moge zijn, daar kan ik eigenlijk best mee leven. Als dat water plots in geld verandert, dan wil ik dat zelfs zonder tegenspraak geloven. De homp gilt het uit van de pret, weer een schepsel die zich onderdanig uit een maatschappelijk pervers leven redt.

Vlissingen, 4 februari 2013, De dag waarop mijn pillen averechts op mijn zenuwen beginnen te werken.