Post Tagged ‘minderhedennota’


onderwijsgat

Het integratietaboe en de onderwijsachterstand

Integratie was tot het begin van de jaren tachtig uit den boze. Het zou de gewenste terugkeer belemmeren. De overheid ondersteunde slechts die activiteiten die de onderlinge verbondenheid van migranten moesten bevorderen en voor de kinderen onderwijs in eigen taal, zodat ze terug konden en zouden gaan. De terugkeermythe frustreerde iedere poging om te emanciperen en gelijkwaardig maatschappelijk te participeren van migranten.

In 1983 verscheen de eerste minderhedennota, na meer dan 30 jaar migratie als we het nulpunt leggen bij het begin van de jaren vijftig. Toen de repatriering uit Indonesië op gang kwam en de komst van de eerste arbeidsmigranten uit Spanje, Grikenland en Italië, die conform de verzuiling in eigen verenigingen werden opgevangen.

Nederland was op weg een multiculturele samenleving klonk het opeens enthousiast in de beleidsnota’s en ook in de pers. De diverse bevolkingsgroepen zouden samen moeten leven conform het nieuwe beleidsdoel ‘integratie met behoud van eigen cultuur’ door ‘wederzijdse aanpassingen’. Niemand vroeg om assimilatie! Behalve extreemrechtse groeperingen buiten het parlement.

Alleen wetenschappelijk onderzoekers wezen toen al op het achterhaalde cultuurbegrip dat uit die nota en dat beleid sprak. De mythe van een statische cultuur was geboren en is onaangetast het referentiekader gebleven van het allochtonenbeleid. Dat culturen de uitdrukking van ontwikkeling en verandering zijn omdat alles van de tijd afhangt, is zelfs nu nog niet geheel doorgedrongen in alle zogenaamde debatten over integratie. Men denkt zelfs over de Nederlandse cultuur louter essentialistisch, waardoor het een vaste stof lijkt , waarin alles en iedereen qua tegenspraak of verschil opgelost wordt in één identiteit of totaliteit: de Nederlander met zijn hogere beschaving en zijn meer seculaire leefwijze dan die van menig buitenlander, die religie even netjes scheidt van politiek als het afval en democratisch is in al zijn handelen.

Zowel de allochtonen als de autochtonen hadden en hebben grote moeite om zich een ander cultuurbegrip eigen te maken dan dat van "je bagage dat je over de hele wereld meesleept". Beiden voelden zich meer thuis in de Nederlandse verzuilingstraditie, dan in de culturele rebellie van de jaren zestig, als we uitgaan van hun notie van wat een cultuur is, hoe zij hun situatie beleven en het hoofd proberen te bieden. Pas in de jaren negentig kwam er een omslag door de economische crisis en het proces van industriële herstructurering. Toen werden veel migranten getroffen in hun arbeidersbestaan en kwam achterstandsbestrijding. Het integratiebeleid werd gericht op primair de verbetering van de onderwijs- en arbeidsmarktpositie van allochtonen, maar zonder daar voldoende instrumenten, middelen en know how voor beschikbaar te stellen en te hebben.

We zien wel een opvallende verharding in de houding jegens (integratie van) allochtonen. Behoud van eigen cultuur door wederzijdse aanpassing en groepsgewijze emancipatie verdween als doel. De nadruk werd gelegd op de plichten van migranten. De verplichte inburgering van nieuwkomers is sneller ingevoerd dan dat het als onderwijs doordacht kon worden. Zodat een effectief aanbod nog altijd ontbreekt, alsmede de middelen om te voorzien in lange trajecten voor mensen die langzaam leren of anderszins ‘empowerment’ behoeven.

Het gevolg van decennialang volharden in de terugkeermythe en het integratietaboe is een achterstand in onderwijsaanbod en een ontoereikende notie van wat nodig is om de onderwijs- en arbeidsmarktpositie daadwerkelijk en met sprongen te verbeteren. Het overheidsbeleid heeft een groot zwart gat in haar vlag, zodat zij haar idealen straks moet strijken.