Post Tagged ‘minnaar’


Vrouw van Klei treedt op blog

De Europeaan komt al snel terug. Zo, heb je alles van je af kunnen schudden?, vraagt de spitsmuis hoopvol. Nee, mijnheer Spitsbergen, dat is maar voor de helft gelukt, zucht de Europeaan. Een vrouw uit Klei heeft me op het hart gedrukt dat alles goed komt. Ik hoef me niet schuldig te voelen, zolang ik maar zorg dat mijn spaargeld maatschappelijk verantwoord besteed kan worden.

Oh, je bedoelt de Vrouw Van Klei, corrigeert mijnheer Spitsbergen de olifant, de titel voor degene die het ei van Columbus kan uitbroeden. Dat denkt tegenwoordig Lagarde te zijn. Zij treedt steeds op met liedjes, die anderen al gezongen hebben. Alleen bij het coveren weet ze je even vaak op het verkeerde been te zetten. Je weet toch nog dat ze opriep om drastisch de overheidsuitgaven terug te dringen met ingrijpende bezuinigingen, toen dat al in de pennen van alle politici zat? Gisteren corrigeerde ze die politici met de waarschuwing dat men de groei van de economie moet stimuleren en het reduceren van de staatsschuld met dergelijke bezuinigingen een averechts effect kan hebben.

Wat stom van me. Natuurlijk weet ik dat nog als de dag van gisteren. In Brussel moest ik meteen aan de slag. Ik moest alle bezuinigings-verhalen uitblazen en alle hervormingsverhalen, die in groei investeren, opblazen tot de grootte van de zon. Hij heeft het er nog warm van. Mijnheer Spitsbergen kan het niet aanzien dat zijn kersverse broeder zoiets onbenulligs niet kan loslaten en zich zo snel staatsschuldig voelt.

Lieve mijnheer Eurofant, begint de spitsmuis met zijn troost. Ik heb vandaag gezien wat allemaal in u zit. U kunt een zon uw wil opleggen, fouten echt aantrekken, kritisch rationeel op uzelf blijven letten, meteen van gedachten veranderen als de ander betere ventileert en uzelf kleiner dan een muis als ik denken. Hou alsjeblieft op met U-wen, dat is storend voor onze relatie, grijpt mijnheer Eurofant in. Ik vind je feedback prettig, de aan mij gegeven naam zeer aangenaam, maar we zijn nu broeders en dan tutoyeren we elkaar als vanzelfsprekend, toch?!

Opeens horen beiden een lied over het zand galmen. De Vrouw van Klei staat midden in de woestijn een aria ten beste te geven over de schuldvraag, de boetedoening en de verzoening. Eurofant en Spitsbergen draaien zich naar haar om. Eurofant ziet de zon aan zijn slurf aan voor een microfoon en, inderdaad zijn vermogens zijn enorm. Het is een microfoon. Hij wil zijn broeder in kennis stellen van deze metamorfose (en dat hij denkt dat al die zonnen in Europa microfoons verbergen waarmee ze alle ‘vertogen’ op kunnen vangen om met die winden mee te waaien), maar Spitsbergen legt zijn vingertje op zijn mond. Stil Eurofant, ze zingt over broederschap.

Door de woestijn schalt Lagarde dat de hele wereld een participatiemaatschappij moet vormen: “Wij moeten elkaars hoeder worden, willen we onze vrijheid behouden en ook aan gelijke monniken, gelijke kappen toekomen. Niemand is schuldig en hoeft zich te schamen. Zolang we maar samen en het liefst veelvuldig werken aan onze tekorten. Zodat het goud in onze forten onaangeroerd blijft en men de staatsschulden broederlijk herschrijft. Iedere dag een nulletje eraf. Als huiswerk, niet als straf.

Spitsbergen heeft haar meteen door. Zeg, Eurofant, jij weet toch hoe ze met een gummetje boekhouden? Jazeker, schalt nu Eurofant, ik heb dat van de Hypotheker geleerd. Hoe groter de schuld wordt, hoe meer nulletjes je bij elkaar kan weggummen. Juist, vat Spitsbergen door Lagarde heenzingend het samen. Kies elkaar als broeder, op grond van wederzijdse schulden, vermaal het verschil tot goudpoeder voor de bouw van een kapitale villa en verkoop dat bouwplan als de wiedeweerga aan een pensioenfonds voor een zware hypotheek op het gat, ondergronds. Doe dit om de week. En je ziet van je schuld geen steek, maar een bult. Van de schaduwbank, vol geld met stank als dank. Dat groeit als schaliegas. Binnen een jaar is de hele wereld een geldplas.

Lagarde stopt onmiddellijk met haar aria. Ze buigt zich naar de twee dieren en vraagt: willen jullie alsjeblieft ophouden. Straks moeten de banken het spaargeld als pensioen gaan uitkeren, omdat de pensioenfondsen alleen nog maar hypotheken hebben uitstaan. Bovendien beluister ik, dat u al het zwarte geld in de grond wilt investeren om het er nooit meer uit te halen. Van de stank denkt u in al het gas te kunnen voorzien. Dit gaat het IMF te ver. Flits, ik wil u nooit meer terugzien. Dat hoeft ook niet, tetterde Eurofant uit de tijd verdwijnend. Alles is via deze microfoon (die werkt op de zon) allang over de hele wereld verspreid.

Ze schaamt zich ter plekke dood. Uit haar stof zal ze wel elders weer opduiken, troost Spitsbergen zijn broeder, die natuurlijk denkt dat het zijn schuld allemaal is. Je mag je best schuldig voelen, probeert de muis de olifant paradoxaal te helpen, als je maar je schuld steeds een beetje reduceert. Dat montert het oervriendelijke dier meteen op. Je hebt gelijk, man, blaast de olifant het verhaal uit, schuld hoeft geen naar gevoel te zijn. Zolang we het gevoel hebben dat het minder wordt.

Rotterdam, vrijdag 11 oktober 2013, de dag waarop de schuldvraag gevoelsmatig de broederschap versterkt, daardoor steeds lichter wordt en uiteindelijk in het zwarte geld tot duurzaam gas aggregeert


Wanenmeer

Maar Siegfried schoot wel

De waan van de zwaan kapot

De dans ontspringend

Mijn lief

Geplaatst: 30 september 2011 in Gedichten
Tags:, , , ,

een tere broche

van alle vertakkingen van

zijn aanwezigheid

draag ik

zichtbaar in de tekst

van mijn huid


verlatingsangst



Nooit meer schrijven

Hij zegt bij zijn vertrek
schrijf me een bericht,
eenmaal uit zicht
breek ik het bestek

beloof me, zeg nooit
meer schrijven alsjeblieft,
genoeg geklooid
ik ben klaar verliefd

te zijn op het woord dat opkomt.
Het verbindt even slecht
als de wond
die niet is gehecht.

UIT: Het laatste woord



Toelichting voor wie het mis kan verstaan
en me beterschap wenst,terwijl het na
deze operatie juist goed met me gaat.

Ik moet alleen erg wennen aan dat lege gevoel
in mijn buik nu alle vlinders naar het Zuiden zijn
vertrokken. Het medisch model voor verlatingsangst kent
nu eenmaal geen genade. Ik zal me erbij neer moeten
leggen dat ik zonder een maag die zijn achtergelaten
liefdesleven verteert en darmen die uit de pulp van
onze relatie nog voedzame bestandsdelen peurt
toch ervoor zorg dat zijn besluit aldaar
me niet straks teneerslaat maar opbeurt.

Wel heb ik een klacht ingediend bij De Taalunie

Het woord doet nooit wat je zegt.
Al heb ik me nu ook maar daarbij neergelegd
of we het nu liefde noemen of verlatingsangst
voor iedere verbinding ben ik letterlijk het bangst.

Terwijl ik voorheen toch dacht
dat het me geluk bracht
is het me nu te dubbelzinnig
en lijkt iedere hechting me onzinnig

ik kies voor een tijdje de stille trom
wacht geduldig op zijn terugkomst
waarmee alles toen ook begon,
en houd me voor een minnaar het domst.


flover

Vandaag een evergreen in wording. Friend Lover is de 3e single van de R&B-groep Electrik Red, geheel bestaand uit zangeressen. Ieder heeft een individuele cariére achter de rug als achtergronddanseres in New York of Toronto. Hun muziek wordt geschreven en geproduceerd door The-Dream en zijn partner Tricky Stewart. Het nummer "Friend Lover" staat op het album How To Be A Lady Vol. 1.
 
[Koor/refrein:
Hij is mijn minnaar, geen kozer zoals hij
Als mijn liefde opdroogt, vult hij me bij
Hij is mijn liefje, geen liefje als hij
hij is het die mijn peil verhoogt als ‘k opdroog]
 
Ik hoef maar te bellen en te zeggen wat ik wil
een beetje op de wang of een beetje van bil
voorin of achterin, hij doet wat ik gil
 
hij wil niet weten waar ik ben geweest
ik niet van hem, hij is wel een beest
maar voor mij verlaat hij ieder feest
ik hoef maar te zeggen kom en doe
hij praat nergens over, en wordt me niet moe
hij is mijn gozer, dag en nacht komt hij naar me toe
 
koor: huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, mijn liefje
liefje: huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh
 
Ik heb het druk zodra hij weg is
Hij weet dat ik niks vast met hem wil
en hij toch de mijne is, al houd ik het stil
en verbied ik hem, breek nooit de regels.
 
nr 1: nooit verschijnen zonder aankondiging
nr 2: nooit je kleren achterlaten
nr 3: nooit me aanspreken als je me ziet
nr 4: nooit na vijven blijven, ik werk om negen uur
 
Hij wil niet praten waar ‘k ben geweest
Ik niet waar hij precies rond heeft gekeesd
voor mij verlaat hij toch ieder feest
komt bij mij om het met me te doen
praat nergens over, hooguit over de zoen
overdag is hij vrij, maar de hele nacht bij mij
 
Koor: hij is mijn minnaar enz.
huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, lover, lover. lover
huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh, huh-uh
Hij wil niet praten enz.
 
Koor: hij is mijn minnaar enz.
 


hoer en zoon

Het pleit beslechten
 
Hij is woedend over het gemak waarmee hij uitgesloten wordt van de vrijheid anders te denken dan de ander. In de lege coupé schreeuwt hij het uit. Heer van alle heren, zoon van de Hemel, minnaar van de Godin, gij die alle levenspaden hebt aangelegd, waarom laat u de mensen elkaar zo misverstaan, terwijl u ze opgezadeld heeft met dezelfde gevoelens en de logos deze te scherpen tot eenzelfde doel elkaar lief te hebben? Moet altijd de één voor de ander buigen? Waarom gaat het niet om die liefde zelf, maar altijd om het recht op die liefde? Waarom laat u ons totaal in de war achter met een rechtsstrijd die niemand kan winnen? Waarom laat u het pleit beslechten met een gelijk over het ware geloof, dat niemand kan opeisen?

Zijn kwaadheid gaat over in zacht snikken. Zelfs nu ik alle gevoel voor de ander in me omkeer en me het liefst van deze wereld zou willen storten, is dat omdat ik zo naar hun schoten verlang. Zo graag in hun armen verkeer, me geheel aan Sarah zou willen overgeven. Haar willen laten voelen dat mijn liefde geen andere is dan die zij voor de enige ware houdt. Want dat houdt Sirius nog het meest bezig, dat hij zich geborgen wil voelen, dat hij met zijn geloof bij iedereen terecht kan en dat hij daarin dezelfde waarden inzet. Opnieuw steekt de woede op over de goden die er een potje van hebben gemaakt en de mensen met hun diepste behoeften één met elkaar te zijn op te hebben gescheept met een ongelijke strijd om deel van die éénheid te zijn. Jaloersheid, hel en verdoemenis zijn hen deel die geborgenheid zoeken vanuit de logos van de liefde zelf. De levenskracht van de mens als deel van de natuur om het onvoorwaardelijk de ander te geven en te ontvangen, wat vuriger kan zijn dan een paard en smeulender dan lavastenen.

Plots dringt tot hem door dat Sarah, evenals zijn familie en zijn vrienden, zich slechts verpakken in een geloof dat het pleit nog moet beslechten tussen de jaloerse god Jahweh en zijn bestemming als de God die louter Liefde is, die in de evangeliëen in het Nieuwe Testament wordt geopenbaard. In Jahweh, de god van het Oude Testament, zien we zowel de oude Mesopotamische hemelgod El als zijn zoon Baäl voor eeuwig samenvloeien. Met Baäl, die tevens minnaar is van de Godin waaruit hij is voortgebracht, heeft Jaweh een eeuwige strijd in zich te voeren met zichzelf. De profeten in het OT putten zich uit om Baäl als valse god en vijand af te schilderen. Waarmee zij tegelijkertijd El’s wraak op zijn incestueuze zoon voltrekken en Salomo dwarszitten, die tegen hun zin in de eerste tempel voor Jahweh bouwde en toestond dat daar ook andere goden werden vereerd. Bij de inwijding wordt Baäl zelfs zonder hem bij naam te noemen aangeroepen als regengod en god van de vruchtbaarheid.

Voor Sirius wordt zijn trouw aan Baäl nu pas helder. Hij weet uit de verboden boeken van zijn vader, dat in Baäl de man wordt verafgood. Hij is je enige meester, je echte eigenaar en je ware echtgenoot als je hem aanbidt. Die aanbidding van Baäl sprak hem vooral aan omdat het gepaard moet gaan met “wellustige praktijken van vruchtbaarheidscultussen”. Vanaf zijn 13e jaar offerde hij al zijn zaad op alle zon- en christelijke feestdagen ter ere van zijn Baäl, Psob. Op zijn 15e brengt hij dat offer samen met zijn schoolvriendje Tom, waar en wanneer ze daar zin in hadden. Dat men voor Baäl ook kinderen offerde, had hij met Tom opgevat als een gerucht op basis van een verkeerde waarneming. Jaweh, die El en Baäl in zich verenigde, had Abraham er wel om gevraagd, maar uiteindelijk zijn offer geweigerd. Dus kinderen offeren gold niet als geloofsvoorwaarde of geloofsdaad. Wel het eten van de offers die gebracht werden aan de doden en zichzelf snijden met een zwaard of mes of speer.

Zijn gedachten dwalen af naar de schooltijd, toen hij ontmaagd werd door de zoon van de plaatselijke uitgever van christelijke lectuur op het dak van de fabriek langs de Schie. De dag ervoor was hij voor het eerst van huis weggelopen. Hij kon in de schuur van Tom’s ouderlijk huis de nacht doorbrengen, maar moest de volgende dag vroeg weg zijn als Toms vader de fiets pakte om naar zijn werk te gaan.

Tom had hem moeten wekken, want anders zou hij gesnapt zijn. Hij had hem naar de oude fabriek gestuurd en beloofd hem wat boterhammen en melk te brengen. Sirius had er een washokje gevonden, waar hij zijn behoeften kon doen. Net klaar met afvegen, viel de deur in het slot en hoorde hij Tom grinniken dat hij het offer voor Psob kwam halen. Hij onderstreepte zijn opdracht met een mes dat hij langs het houten ribbels van de planken haalde en zo een ratelend dof geluid producerend. Sirius voelde zich geheel opgenomen in Tom’s fantasie en hijgde bijna dat hij alles aan hem zou geven wat hij begeerde.

Een luikje viel open en Tom stak zijn hoofd dwars door de wand. Zijn zonovergoten donkerblonde golvende haren maakten zijn gezicht knapper dan ooit en gaven hem het uiterlijk van de Viking, die in Sirius dromen hem vaak wenkte maar steeds verdween als hij zijn richting in rende. Luister, krulde Tom zijn lippen, doe precies wat ik zeg en je leven zal de wending krijgen waar je zo naar verlangt. Ja meester, ginnegapte Sirius, niet beseffend dat Tom dat letterlijk nam en zijn hoofd terugtrok om plaats te maken voor zijn uitgestoken hand met daarin zijn geslacht. Kniel, beveelde hij Sirius, die eerst aarzelde, maar zeker wist dat het nu anders was dan met die Slungel uit het zijlaantje. Tom had een behoorlijke stijve en duidelijk geen zin in een lang verhaal. Als je hem in je mond neemt, dan beloof ik dat je alles van me zult proeven dat ik voor je gespaard heb.

Het idee alleen al dat Tom zijn zaad voor hem had gespaard, maakte Sirius geheel ontvankelijk voor zijn boezemvriend. Daardoor had hij pas na een tijdje in de gaten dat het eerste vocht urine was. Gadverdamme had hij willen schreeuwen, maar Tom had zijn hoofd meteen tegen zich aan getrokken en spoot de laatste druppels diep in zijn keel om vrijwel direct daarna zijn zaad over zijn gezicht te spuiten. Sirius voelde zich half verkracht en half vereerd. Tom zorgde door zijn schaterende lach en zijn warme handen om zijn hoofd ervoor dat hij zich niet schuldig voelde en zelfs bevrijd. Voor het eerst had hij de ander echt geproefd. Hij zou hem het liefst willen kussen, maar dat kwam verdraaid tot slaan in hem op. Al stoeiend raakte Tom zijn billen aan en wilde met zijn hand onder zijn riem zijn hele kont betasten. Dat was voor Sirius de grens. Door Tom op die plek bij hem naar zich toe te trekken, moest hij Sirius wel loslaten en van zich afdrukken. Nalachend lagen ze op hun ruggen in de zon te genieten van hun tijdelijke geborgenheid in elkaars armen.

Zich dit zo helder herinnerend als een geweldig moment van gewijde en tegelijk bevrijde liefde staat Sirius in Den Haag aangekomen wat vervreemd in de bijna lege stationshal. Dat duurt niet lang. Een man met een lange leren jas stapt op hem af. Voor hoeveel? vraagt deze nors. Pardon, wil Sirius hem de kans geven zich helderder uit te laten. Maar de man trekt hem al de hal uit, naar een klaarstaande auto en houdt hem stevig genoeg beet om hem niet te laten ontsnappen. In de auto zit een meer spraakzame maat van hem, die hem verontschuldigt voor zijn wellicht botte wijze van uitnodigen, maar de politie loert op ons. Hij zegt het als vanzelfsprekend. Ons? hoort Sirius zich nog verweren tegen deze halve ontvoering, maar laat het verder daarbij en voegt zich naar wat zij met hem willen. Als je niet mee wilt dan laten we je gewoon met rust, hoor!? zegt de chauffeur, die zich naar hem omdraait en zich voorstelt met Jacob.

Sirius leert Jacob kennen als de eerste klant in zijn korte loopbaan van escortboy tot betaalde minnaar van een getrouwde rechter en vervolgens als zijn pooier die hem bijtijds weer op het spoor zet naar het maatschappelijker bestaan van werkstudent bij de Hoogovens. Zijn prostitutie verhult al die tijd dat hij niet zonder sex met mannen kan, hoe hard hij ook de meisjes mag neuken die partner zijn in de betaalde liefde van menig klant. Jacob heeft dat al snel door en ook dat Sirius veel meer talenten heeft dan escorteren, animeren en hoereren. Wanneer de rechter hem voor zijn fatsoen opsluit in een flatje in Scheveningen, haalt hij hem daar weg en voert hem uit de haagse nichtenscene, waar hij doodongelukkig dreigt te worden, naar een kamer in Leiden boven de groentezaak van één van zijn vele relaties, die zijn broer Petrus, na lang soebatten thuis, heeft losgepeuterd.

Het is op deze zolderverdieping dat definitief het pleit beslecht wordt en Sirius zijn geloof in één god reconstrueert tot het geloof in Die Ene Relatie, die hij aanvankelijk denkt te vinden in zijn omgang met de latere shinto-priester, de leidse student Nederlands, Polletje Poes, die hem in contact brengt met Het Blonde Boek, de latere schrijver BB, zijn oogappel.