Post Tagged ‘natuur’

Het eeuwige leven

Geplaatst: 27 oktober 2020 in Gedichten
Tags:, , , ,

Dagelijks wandel ik uit 
 het dalletje waar ik woon 
 de dijk op naar de boulevard
 om telkens weer te bewonderen 
 hoe de zee nieuwe kustlijnen tekent
 in 't zand van 't strand en op het basalt
 van de dijkwering, op drooggevallen stroken 
 met haar Scheldemond markeert waar ik kan lopen
 over ribbels, schelpenpaden, zeewierruggen, lage hellingen
 langs kokmeeuwen, kwallen, kuilen, kragen, kromhout, kreken
 door regenbuien, zonnestralen en windvlagen gevormde schotsen 
 sporen volgend van hondenpoten, trekpaarden hoeven, zandkastelen
 dwars door verstuivingen, schuimvlokken, deltastromen, geul landschappen
 gewaterverfde schaduwen van de badgasten die genoten van de zonsondergang
 aangevreten repen plastic, achtergelaten door creaturen die niks geven om de natuur
 naar met algen, mossen en korstmossen beklede oude houten palen in de noeste branding
 waar in het drijfzand door zeeduivels bezeten hengelaars balanceren op de gladde dwarsbalken 
 die de eeuwig veranderende getijden omtoveren tot donkergroene monumenten vol kruisen en mollen 
 een notenschrift voor het windorgel van de vissersvrouw dat eindeloos het verlies van haar dierbaren berouwt. 

Gezongen diagnose z

Ze hadden hem betast, beklopt en bekeken. De bodyscan wel tig keer vergeleken met al die anderen in hun bestand. Die ontevreden zijn over de aard van hun kraam; zich niet thuis voelen in hun lichaam. Er was helaas niets met hem aan de hand.

U bent te saai voor ons, zong de eerste stem. De tweede galmde er dwars doorheen dat hij veel te gezond was, zeker voor ouderdomspleen. Wij ontraden verder onderzoek met klem. Het tikje tegen zijn billen vond hij op zich wel aangenaam. Maar over zijn existentiële onvrede deden ze hem te minzaam

Geletterd geweld, godlasterlijk getier, gillend geschreeuw, trok als een kudde wilde dieren door hem heen. Weer werd hij afgescheept met een nauwelijks onderdrukte geeuw. Zonder pardon teruggezet op het verkeerde been. Gezondheid als zorg wat verwach je? Stop al die heibel om je hachje.

Thuis geeft hij zijn barbiepoppengeest een draai om de oren voor wat zij vreest. Aan haar lijden ergert hij zich nog het meest. Opnieuw was al zijn gedruis voor niks geweest. Was zijn weemoed terug bij af. Luidde de klok de doodstraf. Als zesjarig meisje door het leven willen gaan, slurpte al het licht op van zijn zestigjarig bestaan.

Opeens moet hij lachen om zo’n kinderwens en dat deze zichtbaar zou zijn door hun lens. Iedere cel kent een nieuw begin, maar dat geeft op zich aan de natuur geen zin. Nergens tekenen om het te berekenen Trouwens, voor welke duur vindt hij zo gauw een adoptiegezin en hoe staan zij erin.

Een beest, een berg, een boom, ze kennen geen betekenis, het is de hele natuur een worst. Ze hebben niks met zo’n droom. Zij maken zich niet druk om de zin van hun korst. Door de vanzelfsprekendheid van het voortbestaan is hun levensloop vanaf het prille begin al een ronde baan.

Wat een leven heb je als mens, als je kooi bepaald wordt door een leeftijdsgrens.


Vliegenlegbatterij blog

In het kader van de ontwikkeling naar een prestatiemaatschappij heeft de natuur een nazomerse prijsvraag uitgeschreven. Tussen alle bomen in het bos slingeren planten cryptogrammen. Daarmee nodigen ze de bewoners uit nieuwigheden te duiden. De meest aansprekende uitleg wordt beloond met een zonvakantie bovenop het bladerdek. De boshemel, die op de afbeelding de spotlichten verzorgt.

De traditionele natuur heeft nog altijd voor iets nieuws geen goed woord over. Ziet iedere nieuwlichterij aan voor ‘fratsen’ of ‘kuren’. Laat onkruid wat uit zichzelf niet ophoudt te bestaan dat verstikken. De opkomende moderne staat van de natuur leeft er echter van, vooral van het verlangen dat de vernieuwing nooit ophoudt.

De toename van natuur, dat wil presteren in plaats van participeren, heeft zo te zien dat verlangen een ‘boost’ gegeven. Na de imitatie van het goede uit onze economie, moet de prijsvraag stimuleren het goede uit de cultuur van de menselijke samenleving ook in de natuur vorm te geven. Het vliegenvolk neemt dit voortouw over van de Supervlinder (zie eerder blog).

Het heeft zich massaal als kamervlieg uit de mensenwereld teruggetrokken en zich gestort op maanlichtkooigevechten in de vrije natuur. Een ‘freefight’ van vrije vliegen, ondanks de kooi. Tenminste, dat meent de specht uit de afbeelding op te kunnen maken. Vooralsnog spreekt de andere bewoners zijn idee van deze nieuwe werkelijkheid het meest aan. Hij heeft dat bereikt door in alle bomen gaatjes te pikken om de wind zijn liedje er doorheen te laten fluiten. Zodoende overstemt hij alle andere ‘vertogen’.

Het liedje spreekt van gouden kommen gesneden uit gladde eikeldoppen hangend aan maanlichtbundels. Hij steelt er de show mee en ze roepen hem uit tot de Stem van Het Bos. Voor de publieksjury bezingt hij vervolgens de spanning en sensatie van de strijd om de hegemonie tussen de sterke en de arme eendagsvliegen. Die jury bestaat uit de zwakke en de rijke exemplaren, die naar beide vliegenparen staren. Wachtend op het moment dat een van hen bezwijkt.

Hoe hard de uil ook moge krijsen dat het gouden eieren zijn, dat het gaat om wie er het eerste afvalt en dat het licht hen in gijzeling houdt. De gigantische fluit van de specht gaat er ver bovenuit. Tot een zwarte kraai net even harder krast dat ze kieren tot hun spieren knappen als knopen op te strak gedragen pakken als snaren in te hoog gespannen lieren Een rappe rap die hij tegen de specht in ‘hip hopt’.

Hij wordt in het binnenbosse theater de nieuwe prijswinnaar. Al vinden de struiken dat de echte winnaar het bladerdek is. Want, ritselen hun blaadjes, de bomen zijn zich veel sterker bewust geworden van hun moderne aard. Al bijten ze zich in hun eigen staart. Ze willen per se de hele wereld beschermen tegen het kwaad. Met het selectief doorlaten van het licht, maken ze kroonluchters, die de vliegen publiekelijk misbruiken.

Eeuwenlang waren de hoge bomen slechts omstanders, betogen ze. In hun schaduw speelde alles zich af. Maar nu hebben zij het door en staan op uit hun graf. Zij willen het presteren om in onze moderne staat van het bos duizenden bosjes te maken en tegelijk in dezelfde zwaai een groot overkapt stadion. Zoals de mensensteden van duizenden dorpjes een geheel hebben gemaakt, dat dagelijks cultureel uiteenspat in frisse, vrolijke, zoete, maar ook saaie, zure en gure buurtjes. De metropool collectief geen eigen gezicht gevend, waardoor het slechts een ‘skyline’ blijft voor lege ogen.

Met het bladerdek kunnen de bomen in een wip een kolossaal dak vormen en met minuscule gaatjes spotlichten op het sportspektakel zetten. Op een wenk van een knakkende tak douchen de struiken in een waterval van licht. Is het dak geheel en al waterdicht, dan kunnen de dagjesdieren en sommige planten de bomen in om te zonnebaden.

Door het werken met allerlei rasters bepalen ze iedere verandering van het klimaat. Tegelijk voorzien deze multinaturals in lichtshows, dauwtrappen op ijle hoogte, chillende wolken en eindeloze dakgoten, bodemloze schuilplaatsen, overdekte winkelcentra, stilteplekken, grafkelders, bloembedden, hangtuinen, maar ook zoeklichten naar wat het daglicht niet verdragen kan.

De struiken doen nog zo hun best om de jury voor de bomen te paaien. Ze ritselen harder dan een orkest met hun blaadjes, maar de zwarte kraai en de wind door de gaatjes van de specht blijven hun geluid verwaaien. Tot het bladerdek het licht uitdoet en het publiek schreeuwt om zijn bloed. Als de duisternis hen opeens beangstigt, horen de kruinen de hele massa in koor hen smeken het maanlicht niet meer te breken. Ze mogen de prijs voor zichzelf houden.

Zo krijgen de bomen uit eigen doos het krediet, dat de struiken voor hen ritselden. Zich badend in het licht door de nieuwe spleten doen de kierende vliegen de zwarte kraai en de specht hun verlies al snel vergeten. Tot de morgenstond geniet het hele bos van het gevecht om de eer een nachtje de bovenste baas te zijn in het geslachtsverkeer. Wanneer de bomen op hun lauweren gaan rusten.

..

..

Rotterdam, woensdag 16 oktober 2013, de dag waarop ik na bezoek van mijn familie in de Bijbelbelt de Veluwe zelf ervaar als een en al moderniteit. Overal levenslustig groen, dat maar niet het hoofd voor een eeuwige herfst wil buigen.


VDe lerende natuur blog

De schimmelkaas heeft voor de muizen besloten dat hij beter op kan stappen. Ze hadden de kat met een muizenval onschadelijk gemaakt, toen het tot hen doordrong dat daarmee de hele politiek gevangen was gezet. Tenminste die van de staat van het huis dat ze gekraakt hadden. Dat inzicht was besmettelijk. Immers een gegijzelde politiek betekent dat de verbeelding van de straat aan de macht is. De schimmelkaas had dat niet meteen door. Tot hij nattigheid voelde. Het was zijn eigen water. Dat kon het niet mis hebben. Dus weg wezen, het rapaille komt eraan.

Net als een president van een centrale bank meent hij serieus dat alleen zijn onderbuik kennis kan hebben van wat er op springen staat. Je hoort hem prevelen dat er iets aan het geboren worden is. Meteen heeft hij de smaak van het denken te pakken. In mijn geval zal het een wedergeboorte zijn, neemt hij zich voor. Als muis, neemt hij aan. Maar hij twijfelt of het niet onbenullig is dat je dat naar buiten brengt.

Als je eenmaal gaat twijfelen, dan is het hek van de dam. Dat had Descartes al heel wat hersenpijn bezorgd. Hij wil niet zijn geschiedenis herhalen, want dan moet hij nog een lange weg gaan om zich los te maken van het idee dat je weliswaar bestaat maar nooit zonder twijfel. Al delibererend is de nepmuis in de woestijn terecht gekomen. Geheel in beslag genomen door zijn eigen gedachten botst hij bijna tegen een olifant.

Een olifant? Ja, hoort hij hem heel zacht zich voorstellen, ik ben een Europees exemplaar. Mijn bestaan ontleen ik aan een spreekwoord, dat men in het Westen dagelijks in de praktijk brengt en op dit moment een hit is in Brussel. Hu, piept de schimmelkaas, een spreekwoord? Alle woorden kun je toch spreken? Nee, glimlacht de Europeaan, een spreekwoord is een hele zin. Dus je hebt het over een spreekzin, zegt de nepmuis bijdehand. Eigenlijk wel, geeft de Europeaan toe, maar spreekzin is al door ons geregistreerd. Je drukt dan uit dat je zin hebt om te spreken of dat spreken zin heeft. Ieder parlement draait op en om dat woord.

My, my, moeilijk hoor, piept de stinkende kaas die bezig is een muis te worden, maar laten we onze tijd niet opmaken aan de logica van de taalunie en de zin waar de democratie zich op beroept. Inderdaad, bast de Europeaan opeens, taal is net als de eigen schaduw, je moet erover heen stappen om nog maatschappelijk te kunnen participeren. De berg schimmelkaas heeft ondertussen een muis gebaard. Leuk je te ontmoeten, wil de wedergeboren muis de Europeaan alsnog begroeten. Nou zo leuk is het niet hoor, tetterde hij, iedereen wil de zon uithangen op mijn continent. Terwijl het bloed van de politiek door de straten stroomt, zijn ze alleen maar bezig met een gunstig klimaat te scheppen voor de meest dwaze unies.

Ach, onderbreekt de wedergeborene hem, zou jij de zon een flink stuk kunnen laten zakken want ik smelt bijna weg. De Europeaan, die voor Brussel alle porseleinkasten heeft doorzocht om veilige spaarvarkens op het spoor te komen, tettert door terwijl hij met zijn slurf doet wat gewenst is. Ik heb net geleerd hoe je al je fouten goed kunt maken. Ja, ik zie het, je moet ze gewoon aantrekken, merkt de muis schrander op. Jij leert snel, verwondert de Europeaan zich over het ongedierte.

De hele natuur leert sneller dan de cultuur voor mogelijk houdt, politiseert de net uit zijn schimmelkast gekomen spitsmuis. Da’s waar, slijmt de Europeaan en voegt er meteen aan toe dat hij niets meer met de cultuur te maken wil hebben en weer een echt dier wil zijn. Zullen we dan samen de cultuur negeren, lispelt de plots verliefde spitsmuis. Oh, je neus is gegroeid, schrikt de Europeaan, lieg je? We zouden toch de cultuur negeren, merkt de wijsneus spits op. Ook da’s waar, zucht de Europeaan.

De snelheid van het natuurlijk leren is hij nog niet gewend. Ik ga eerst maar eens een ommetje maken om alles los te laten wat ik in Brussel in mijn zak moest steken. Da’s goed jongen, maar je komt terug, bezweert mijnheer Spitsbergen hem. Natuurlijk, ik heb je net je naam gegeven, toch?! Ja, knipoogde hij flirtend naar het bakbeest, en straks is dat allemaal voor mij, wees hij op het gigantische lichaam van het dier met het sterkste geheugen van de wereld.

Vlissingen, donderdag 10 oktober 2013, de dag waarop de natuur zich realiseert dat leren spontaan plaatsvindt zonder daar de cultuur voor aan te spreken


VKat en schimmelkaas blog

Buitenshuis en -haard is Supervlinder hard op weg de prestatiemaatschappij in de natuur te imiteren. Zo heeft hij ieder dier en iedere plant voorzien van een meter, die aangeeft hoeveel voedsel het dagelijks produceert, verwerkt en als afval opruimt. Wie onder een bepaalde grens presteert wordt de natuur uitgezet.

Het gevolg is dat binnenshuis een vluchtelingenvraagstuk ontstaat. Verbannen veldmuizen hebben zonder asielaanvraag zich illegaal gevestigd onder vloeren, achter het behang en ook gewoon op tafel doen ze alsof elke binnenwereld hun huis is. De vraag naar katten is enorm toegenomen. Terwijl het aanbod afneemt nu de natuur hun prestaties om nutteloze monden uit de weg te ruimen hoger waardeert dan de cultuur.

De muizen zijn echter niet voor één gat te vangen. Voor politici is dat onuitstaanbaar. Een dier dat steeds weer oplossingen bedenkt en niet betrapt kan worden op fouten. Geen enkel probleem gaan ze uit de weg. De zwarte kat is zo’n politicus. Zo eentje die zelf niets wil presteren en de ander behandelt als zijn personeel. Vandaar dat de natuur hem (in tegenstelling tot zijn anders gekleurde soortgenoten) niet meer trekt. Nu de vraag in de cultuur zo overspannen is en participatie ook van dieren opeens gewenst is, is hij binnenshuis alleenheerser en door de schaarste is bijna iedere woning voor hem een kosthuis.

Van deze achterblijver wordt nu echter verwacht dat hij de tsunami van veldmuizen effectief weet te bestrijden. De onnozele hals denkt nog altijd dat hij gevreesd wordt om het kwaad dat in hem zit. Dat hij alleen maar om de hoek hoeft te kijken of onder een ladder door te lopen en er gebeuren ongelukken. Dat lijkt ook te kloppen als het om de bedreigde veldmuizen gaat. Maar deze illegale kostgangers zijn zeer vindingrijk.

Het exemplaar op de prent heeft zich geheel ingesmeerd met schimmelkaas. Tenminste dat denkt de kat. Al uren kijkt hij geobsedeerd naar een lokmuis van wel een heel erg stinkende kaassoort. De veldmuizen zelf doen zich achter zijn rug tegoed aan zijn eten en zijn blij dat ze voldoende kennis van het imiteren op hun vlucht uit de natuur hebben meegenomen.

Net als een normale politicus blijft de kat echter overtuigd van wat hij denkt waar te nemen en lang of zelfs ijdel wachten op voortgang is in de politiek de normaalste zaak. De veldmuizen vermaken zich kostelijk. Op het moment dat de kat een ons weegt, slaan ze toe.

Vlissingen, woensdag 9 oktober 2013, de dag waarop het asielvraagstuk door de prestatienatuur onoplosbaar wordt voor de participatiecultuur


VNatuur als imitatiecultuur blog

In de natuur is de participatiesamenleving al omgeslagen in een imitatiesamenleving

Het leek wel alsof hij verliefd was op het nieuwe maatschappijbeeld. Zelfs zo erg dat de vlinders in zijn buik zich vol overgave inzetten voor een echte participatiesamenleving. Op zoek naar zijn meeldraden kietelden de innerlijke padvinders hem bijna dood, zodat hij een aantal zijn buik uit moest zetten. De brutaalste stortte zich meteen op de honingpot van de buren om de bijen eens vakantie te kunnen geven.

Dat bekwam hem allerminst. Na hun insecticiden-behandeling ontpopte hij zich als een Supervlinder, die van de hele maatschappij genoeg had. Ok, hoorde hij zichzelf opeens hardop denken,  de participatie van vlinders stellen ze niet op prijs. Welnu, dan zal ik ze een koekje van eigen deeg geven.

Met een onhoorbare hoge frequentie riep hij zijn hele familie op om alle bloemen en planten van de buren met rupsen te bedekken.  Deze vraten in een mum van tijd de hele tuin kaal. Uit hun compost toverden de bouwvakkers in zijn familie een kunsttuin tevoorschijn, zoals menselijke goochelaars dat met kaarten kunnen uit het  niets.

Supervlinder had zelf van bloemblaadjes een frietkot ontworpen; bestaande uit een grote frituurpan gevuld met echt vet en een deksel. Over de pan legde hij een melkvelletje uit het kopje van de buurvrouw en etaleerde daarop zijn friet. Met zijn enorme tong likte hij een mooie glans op het  in stengeltjes gebakken meel, waaruit zijn friet was samengesteld.

De buurman kwam meteen op de geur van het vet af. Dat zijn tuin niet meer echt was, deerde hem totaal niet. De lucht uit het frietkot deste meer. Bijna kwijlend vroeg hij aan Supervlieg of het Raspatat was. Deze zag dat hij daar een voorkeur voor had en bevestigde het dan ook onmiddellijk. De man liet zich met open mond op de frituurpan vallen. De meelstengels vlogen om zijn oren. Met een bek druipend van het vet informeerde hij Supervlieg dat vooral de olie hem zeer smaakte.

Dat is dan de prettige kant van de zaak, antwoordde Supervlieg hem diplomatiek. De vervelende kant is, dat u mijn kot heeft verruineerd. Ach ik ben verzekerd, wimpelde de buurman zijn voorstel af om het in de minne te schikken. Maar ik ben bang dat u niet voor schade aan de natuur  verzekerd bent,  merkte Supervlinder terecht op. Dat klopt, zei buurman bijna onverschillig, maar wel tegen alle schade door de natuur.

Dan zult u mij toch eerst moeten betalen, hield Supervlieg hem voor, want een frietkot van bloemblaadjes enzo zal vast niet als natuur gewaardeerd worden.  Maar jij wel, blafte de buurman hem toe. Supervlieg kon echter veel harder blaffen en tetterde als een olifant dat mijnheer direct moest dokken. Zestien potten honing. Totaal overdonderd haalde hij ze uit de buurtvoorraadschuur, een initiatief van de wijkraad onder het motto “participeren is met z’n allen de pot verteren”.

Ha fijn, dankte Supervlinder hem hartelijk. Ik zal ze meteen naar de bijen brengen en de bloemen vertellen dat ze een sabbatical year kunnen opnemen. U heeft ons zeer geholpen. Wat dat betreft participeert u voortreffelijk in de natuur. Wilt u komend jaar niet op de boel passen? Want wij komen pas eind 2014 terug en bloemen zullen wel niet meer in deze buurt bloeien dit jaar.

Waarop moet ik dan passen?

Op de grond natuurlijk, riep Supervlinder hem toe al wegvliegend met de doos vol honingpotten aan een touwtje tussen zijn Superpoten. Buurman hoorde hem nog uitleggen dat ze die nodig hadden voor een imitatiesamenleving. De reden zou de participatiesamenleving zelf zijn. Aan de ene kant waren alle mensen alleen maar met de eigen samenleving bezig en lieten de natuur aan zijn lot over. Aan de andere kant had de natuur allang geleerd dat bij doodsbedreigingen je de ander moest imiteren.

Het bouwen, praten, frituren, opmaken en uitserveren van patatachtige stengels meel was Supervlinder zeer bevallen. De deal met de buurman nog meer. Nee, het stond nu vast. De natuur zou zorgen voor een maatschappij van wieg tot graf, want dat had ze altijd al gedaan voor de dieren, bloemen en planten. De cultuur zou hen uit dankbaarheid alles geven wat natuurvolkeren kunnen gebruiken om eens een tijdje een prestatiemaatschappij te zijn. Ze hoefden daarvoor slechts de geschiedenis  van de buren te herhalen. Die waren ooit begonnen als mijnwerkers. Na jarenlang horeca hadden ze een postkantoor aan huis.

Supervlinder zag het al voor zich. Bomen waar rook uit kwam, omdat ze kastanjes aan de tak poften. Sneeuwklokjes die echt luiden voor erediensten in de open lucht. Boterbloemen die langs stokbroden schuurden, gemaakt door paarden die alleen sojabonen en zo aten. Enzovoort, enzovoort. Hij was ervan overtuigd dat de natuur veel beter zou presteren dan de cultuur! Alleen al omdat de natuur geen geld kon drukken, zodat flora en fauna geen last hadden van een eigen kapitalisme noch van zijn naakt functioneren. Sowieso had de natuur niks met economie en met de naaktheid van welk systeem dan ook.

Vlissingen, maandag 7 oktober, de dag waarop het strand mij vertelde dat de natuur mijlen ver vooruit liep op de cultuur.


Waterstand klein

*

Hou me vast

*

Let op, ze gaan het anker lichten

Roepen de bovenste badgasten

Allen buigen hun gezicht en

*

Hou mijn been stevig vast en

Laat nooit meer los, we gaan voor

Een onderwatertoren geheel van mensen

*

Als een trein vol net wakkere forenzen

Denderen ze over de golven, dwars door de zee

Zingen geestdriftig, Iedereen slepen we met ons mee

*

Tussen de levende pilaren van het koor

Nestelen turners zich in breedtehang

Maken salto’s in hun gedachtegang

*

Plots staat alles stil, in deze waterstand

Zingt de hele toren, hou me vast, heel het land!

*

*

Vlissingen, woensdag 25 september 2013, de dag waarop een nieuwe watersport in mij opkwam ter verbroedering van ’t vaderland aan de waterkant


Waterpaard waaghals middel

*

De overstap

*

In het hart van de plundering

was er al eens contact geweest

had de waaghals in de branding

een teken gegeven aan het beest

*

Dat hij uit dezelfde stof bestond

niet helemaal, maar wel grotendeels

ruim voldoende voor ’n waterverbond

schreeuwde hij naar het paard, luidkeels

*

Het beest verstond wat ’t wilde horen

omdat geluid zich voortplant op golven

verwaaien woorden reeds ver voor de oren

ze opvangen en de betekenis kunnen kolven

*

Aldus vernam het dier, als de waaghals zijn zuiverheid bezat

dat hij zo naar het leven zonder menselijke zin overstapt

*

*

*

Rotterdam, maandag 23 september 2013, de dag waarop het middenpaneel van de plundering in mijn schoot viel


Door het nauw van de taal klein

*

Door het nauw

 *

Naar de oude natuur

een zaal van verlangen

 *

via een snikhete ‘highway’ de zee in

op het vlak van het aarden lichaam

 *

voor het eten; voor het vergeven en vergeten

een fossiele bomenrij boven het kerkhof

 *

trilharen bewaken de betonnen zeearm

waar het water op af komt en langs

 *

de ontplofte brug tussen hier en daar

door het nauw van de taal

*

*

*

Vlissingen, 18 september 2013


Trekken aan dood paard

*

In een wereld zo groen als gras

verschroeien de ontelbare zonnen

de biotoop van ’t maatschappelijk leven

waarin geld als water verdampt voor je ogen

*

In dit gedoodverfde landschap 

wordt het stemvee gekneveld en

tot de laatste druppel uitgemolken

voor het heil van immorele geldwolven

*

Wie niet tot de roedel

van de financiële wereld hoort

voelt de hongerklop van de renner

die geheel en al door zijn rantsoen heen is

*

Aan het op sterven na dode paard van de democratie

blijven opiniepeilers echter vrolijk doortrekken

*

*

*

Vlissingen, 5 augustus 2013


Mislukte dood

 

De vrouw wankelt de winkel uit

Tussen twee volle boodschappentassen

In haar zere knuisten geklemd

Probeert zij de wijkbus te halen

 

Klakkend met haar tong als een ezel

Die op weg gaat, maakt ze haast

Om op de achterbank neer te ploffen

Langs haar dijen de pijn weg te masseren

 

Foeterend op mij als haar man

Dat zij geen voet meer zal verzetten

Als ze straks thuis zijn, zal ik moeten koken

De was doen en ook de bedden opmaken

 

Ik merk op dat ik haar man niet ben

Zij glimlacht, het leven is ongrijpbaar

 

——-

 

Na zo’n honderd meter stapt haar dochter bellend in

De hele dag zit je met anderen aan de lijn.

Mobieler kan een mens niet zijn

Knipoog ik spottend

 

Zo’n beetje alles wat we verlangen

Is hard zo breekbaar, zacht zo scherp

Meen ik haar voor zich uit te horen mompelen

Terwijl dochter lief haar kaart ook uitcheckt

 

Op internet lees ik thuis over ontbrekende liegsporen

Bij mensen in een toppositie. Narcisten en psychopaten,

Die geen emotie kennen als ze je besodemieteren.

Hoe heerlijk moet het zijn: geen stress, geen compassie

 

Geen wroeging. ‘Spijt is een koe die schijt.’ zei Herman Brood

Het leven is ongrijpbaar, citeer ik haar denkend aan zijn dood

 

——–

 

Groeit verder weg dan diep van binnen

Dwars door lijven, huizen, steden tot een wereld

Waarin het zich verlaten voelt als deel van een geheel

Weerloos is voor de wanhoop het niet meer aan te kunnen

 

Een geladen woord dat in het gezicht ontploft,

Letterlijk bij de mislukte zelfmoord van de man

Die schoon genoeg had van zijn uitzichtloze bestaan

Figuurlijk bij de vrouw die informeerde naar mijn naam

 

Uit welk dorp kom je, zei ze, toen ik weersprak

Dat haar god leven geeft en dezelfde is voor altijd,

Overal en iedereen. Dat hooguit ooit een kok ons

Als recept in handen had, maar het daarna vergat.

 

Gestolde geest in verdampte stof, het leven is ongrijpbaar

Het kan een falende dood zijn in een zelf gegraven graf.

 

 

Rotterdam, 25 juni 2013


De ongejurkte bruid

Leef je uit

 –

Als je ’t echt meent

Terugkeert in mijn leven

Weet dan dat ik niet meer ben

Wie ‘k toen voor eeuwig voor je was

Toen jij zo nodig

Op zoek moest naar jezelf

Heb ik de leegte zijn zin gegeven

Groeide over ons een weilandvol gras

Mocht  je naar die tijd verlangen

Ik heb je niet verloren als een zoon

Ik ben ook geen vader die kan vergeven

Met jou verdween voor mij voorgoed de troon

Maar wees gerust, mijn vriend, en leef je uit

Ik speel nu voor iedereen de ongejurkte bruid

Vlissingen, 2 april 2013


Wanenmeer

Maar Siegfried schoot wel

De waan van de zwaan kapot

De dans ontspringend


Dagnachtelijk bonkt de morgen

Dagnachtelijk bonkt de morgen

 

 

Nocturne

 

 Bij tij en ontij een slaap als ondier

Dagnachtelijk mijn ziel aftastend

 

Met zijn poten in mijn stijgbeugels

En met mijn hamers vast in zijn klauwen

 

Smeedt de oorwurm onophoudelijk

zijn ijzers op mijn aambeelden

 

Een deun die van een kudde paarden

tegen hun aard in een roedel maakt

 

Zo bonkt de hele nacht in mij de morgen

 

 

 

 

Rotterdam, 26 maart 2013

 

 

 


Edvard Munch. De Wanhoop, 1892

Edvard Munch. De Wanhoop, 1892

In de kunstgeschiedenis komt het wel vaker voor dat een interpretatie het schilderij en alle gebeurtenissen eromheen mythologiseert. In het geval van de Schreeuw zien we dat al vanaf de oorsprong gebeuren. Alsof we daar meemaken wat vergelijkbaar is met de geschiedenis van het ontstaan van de bijbel. Iemand heeft wat gehoord, gezien of geroken en hangt het meteen aan een te grote klok.

Het begint eigenlijk al wanneer Edvard Munch het schilderij De Wanhoop in 1892 in Berlijn exposeert. De geschiedschrijvers spreken van een schandaal, Maar wat gebeurde er precies in 1892, toen een expositie van 55 werken van de Noor Edvard Munch in de Verein Berliner Künstler na 7 dagen al werd gesloten.

De jury vond het werk van Munch ‘afstotend, lelijk en ordinair’. Ze vond eigenlijk dat hij het niet netjes had geschilderd. Zijn best niet had gedaan. Er met de pet naar had gegooid. Dat vond ze zo schandalig dat ze de expositie niet wilde voortzetten. Ze wees als het ware Munch met zijn  hele expositie het gat van de deur. Vrijwel overeenkomstig de verbanning van de ‘enige mensen’ uit het paradijs.

Die opvatting van de jury werd echter niet gedeeld door zijn collega-kunstenaars. Dat kan, maar dan is die opvatting op zich nog geen schandaal. De jury-leden deden gewoon hun werk, lijkt mij. Men was het alleen niet met hen eens. Terwijl je toch wel grond kunt vinden voor hun afwijzing als je in aanmerking neemt dat Munch De Wanhoop wilde schilderen.

De scheiding der geesten leidde tot een eigen kunstenaarsvereniging om rellen over wat wel en niet goede kunst is te voorkomen of eigenlijk om de kunstenaar en zijn scheppingen nooit een strobreed in de weg te leggen. “De controverse daarover zou met medewerking van de Vereinigung der XI leiden tot het oprichten van de Freie Künstlervereinigung. Heel wat leden verlieten de kunstvereniging en werden lid van de ‘Freie Vereinigung Berliner Künstler’ en de ‘Vereinigung der XI’, waar buitenlands werk en vernieuwende kunst van eigen bodem kon worden geëxposeerd, zonder telkens een rel te ontketenen.”

Dat neemt niet weg dat Edvard Munch zelf ook niet zo tevreden was met zijn eerste poging om zo’n emotie als Wanhoop van het doek te laten afspatten. De idee aan een dergelijk schilderij (wat hij de Schreeuw zou noemen)  moet in de gedachten van Munch al gedwaald hebben toen hij ontspannen over het hek langs het pad leunde, dat naar het park op de top van de heuvel Ekeberg leidde.

Hier geeft de geschiedenis geen uitsluitsel over. Maar vermoedelijk zag hij op een latere datum kans om op dezelfde plek met dezelfde zonsondergang boven Oslo en het fjord iets te ontwaren wat hem de stuipen op het lijf joeg: een van bloed doortrokken hemel en tongen van vuur, die hem het gevoel gaven van een oneindige schreeuw die door de natuur trok. In ieder geval schilderde hij de beroemde Schreeuw met een spookachtig wezen op de voorgrond pas in 1894.

Edvard Munch, Schreeuw, 1894

Edvard Munch, Schreeuw, 1894

(wordt vervolgd)


vadergeloof_ingelijst

Tegen het einde van het bezoekuur keek ik nog even achterom. Zag dat de slangen waren weggehaald, het bed verschoond , zijn kleren opgevouwen in zijn tas, de fruitschaal onaangeroerd opgeborgen was. Voor mijn ogen had hij nog mijn namen vlekkeloos opgeschreven. Alsof zijn pen vergeten was dat hij geen enkele macht meer had. De enige toezichthouder was ik zelf.

Woesteling, stond er niet doorgekrast, Duivelskind, Godslasteraar, Leugenaar, Dief, Driftkop, Vadermoordenaar. Sloeg voor mijn ogen tergend langzaam zelf de bladzij om, waarop hij gisteren nog schreef dat ik zijn Hoop. Liefde, Vertrouwen, Geluk en Vreugde was. Het is allemaal waar, nu ik het hardop voorlees in mijn dromen en me gelukkig prijs een mens van vlees en bloed te zijn. Wat wil hij meer dan dat ik toegeef wat zo mooi het menselijk tekort wordt genoemd en dat die notie in alle domeinen vaste voet aan de grond heeft gekregen?  Waar hoor je dat steeds meer als diepste gedachte beleden worden, waar in feite geen enkel systeem tegen bestand is?

Zelfs als de dood door mijn hand gestuurd je niet het ongeluk had gebracht, had jij je allang geschikt in je lot, omdat het al getrokken was. De mens is geboren als een slecht wezen, zo keek jij tegen het leven aan en ik kon dat slechts beamen. Het gaf je het gemak om niets te vrezen, want zelfs je doodslag zat in dat koersplan. Mijn god, wat hou ik van zo’n man, die de enige ander zonder naam nog vrezen kan; terwijl hij weet van zijn natuur en hoe het planmatig in elkaar stak. Die waarheid kon hij ook niet echt verdragen, gezien de vele slagen die hij nodig had.

Tegen vierkant vlees, waarin de mond dwars is uitgevreten, de keel opengereten, is niets bestand.  Zelfs geen geweten dat trillend in mijn hand om vergeving had gesmeekt en nu geen raad weet met zijn te hard gekookte kant. Terwijl ik door het venster naar zijn overblijfselen staar, hoor ik van de zoveelste zwendelaar die zijn zakken heeft volgepropt; wetend dat niemand hem iets kan maken. Ook al zou een toezichthouder zijn kluizen kraken, dan nog deert hem dat niet. Genoeg plaatsen waar hij door kan gaan met zijn oplichtersloopbaan.

Natuurlijk heb ik de pest erin, dat ik die rijkdom niet bezit noch het perspectief en niet bestand ben tegen de druk om braaf mijn best te blijven doen. Terwijl de overheid het tekort uit mijn zakken klopt, blijf ik maar hopen op de dag dat die ander bukken mag en al zijn geld voor mij uittelt. Of op een sluitend systeem, waarin niemand kan profiteren omdat opeens iedereen  integer is. Zonder een moraal van buitenaf ingefluisterd of door een kleinkind op de schoot, die inkeer afdwingt. Voor mijn part met die bloedrode traan uit een hemelwaterkraan langzaam druppelend op zijn hoofd, totdat hij zo week is dat hij schrikt van zijn zelfbeeld.

Dat voor iedereen de waarheid zulk gul water moge zijn, daar kan ik eigenlijk best mee leven. Als dat water plots in geld verandert, dan wil ik dat zelfs zonder tegenspraak geloven. De homp gilt het uit van de pret, weer een schepsel die zich onderdanig uit een maatschappelijk pervers leven redt.

Vlissingen, 4 februari 2013, De dag waarop mijn pillen averechts op mijn zenuwen beginnen te werken.

 


Je hebt je nooit laten kisten Jan

….

De sluipdood kan iedereen overkomen

Maar die van de ander doet het meeste zeer

Zeker als je te laat bent om nog langs te komen

Voor het bewijzen van de laatste eer

.

Ontroofd, van je leven

Ontmenst, is mijn nabestaan

Een verbeelding die ik aan je dood wil geven

Maar daar heb je niet veel meer aan

.

Je bent ons allang ontstegen

En ik onthutst, ontsteld, ontdaan

Met een achterstallig rouwbeklag aan elkaar geregen

Hoop ik, Jan, dat je ziel mij ergens in de dampkring  kan verstaan

Zie: http://aadverbaast.wordpress.com/2012/12/10/in-memoriam-jan-bouma/


 

Tijdens het restaureren van het hiernamaals is een gat ter grootte van een stenen tafel ontdekt.

Twee grafverse voorbijgangers  merkten het op en vonden het ontbrekende deel niet ver ervan verwijderd voor het oprapen liggen.

Toen ze het optilden veranderden hun plaats en tijd zich in de eeuwigheid van de  toekomstige tijd.

 

 

 

Geboeid door de tekst merkten ze niet dat hun omgeving in een hypermodern kantoorgebouw transformeerde, dat zichzelf in- en uit kon breiden.

Terwijl ze de letters spelden, veranderde de begane grond van het hiernamaals in een stortplaats onder een vloerloos balkon en zij werden daardoor vuilnisjutters.

Ze gingen geheel op in de gebroken wet van Mozes, waarin de hemel beschreven was als de ademhaling van een voltooide aarde.

 


 

 

Buiten handbereik

scheurden bromfietsers vannacht

hard over mijn dijk