Post Tagged ‘Oba’


 

 

 

 


Huidenhaarblog

Je bent zoveel meer dan je denkt
zegt iemand in een duister genootschap
tot en met de kruik waaruit men leven schenkt
zonder dat bestanddeel hebben zij aan hem geen boodschap

Geworpen in hun midden
is hij een waarheid zo groot als een koe
die voor haar gras nog geacht wordt te bidden
terwijl zij geen woord kan zeggen, zelfs geen ba of boe

Hij hoeft er niet bijna dood voor te zijn
om over zijn lijf en leden te dromen
alsof hij er is uitgetreden van de pijn
van dat meer nooit het fijne te weten te komen

Of hij nu uitwijkt, inwijkt of ter plekke opfleurt
er is geen gevolg, een mens gebeurt

 

 


 

Na nog geen negen maanden zwangerschap krijgen we maandag eindelijk de boorling te zien. De vier zaaddonoren hebben afgesproken het vaderschap collectief te ontkennen. Dat is nu eenmaal de traditie op Het Binnenhof, zal de onvruchtbare eerstverantwoordelijke aan de persmuskieten in hun eigen poortgebouw gniffelend uitleggen.

Om de vele losse eindjes te verhullen zal het gebroed dit keer als vondeling op een gigantisch speldenkussen het parlement worden binnengedragen. Voor de zoveelste keer in de geschiedenis van de parlementaire democratie krijgt een halve dop de regeringsmacht over land en volk voor een jaar of vier.

Evenals het vorige doe-het-niet-zelf-kabinet zal ook deze bastaard al snel aan alle partijen vragen om over hun schaduw heen te stappen als het erwtje op het kussen de borst moet krijgen. Een novum zal zijn dat met een beetje druk op zijn zielige borstkastje het breiwerk meteen prik-mij-maar-lek krijst.

Dat is niet het motto, volgens de spreekbuis, maar wel de toon waarop ze de kritiek zullen pareren dat het een visieloos geassembleerd wezen is. Een voltooid exemplaar, smoest de fluitketel, zou te zeer politiek-ethische vragen oproepen over het missen van levensdrang. Juist een kwestie waar de zaaddonoren grote moeite mee hadden om samen uit te komen.


 

Kauwgom

Van een zelf gekozen levenseinde
Moet ze helemaal niets hebben
Ze gaat voor het absolute
Tot de bodem van het zijn

Het liefst drinkt ze de kruik leeg
Tussen mensen zonder doodsangst
Die het bestaan als kauwgom in de mond nemen

Verwante zielen verenigd in een clubje
Dat als vanzelf steeds verder uitdunt
Een dorsvloer vol plaksels achterlatend

 

Stille dood

Leven kun je niet voltooien
Denkt ze al een tijdje
Het boeit je of niet

Maar als lijk gevonden worden
Languit in de vestibule
Het idee alleen al maakt haar doodsbang

Van alle angsten lijkt haar deze het meest gerechtvaardigd
Aan de andere kant haalt met zo’n stille dood
Haar onopgemerkt leven wel de krant

 

Vergeten takjes

Ze leest de gevlochten levenslijnen
In de palmen van haar handen
Alsof het spinnewebben zijn en
Wijsheden erin stranden

Pluk-de-dag, Gedenk-te-sterven
Na Adem-in-en-langer-uit
Neemt ze eindelijk het besluit
De poeder zou anders toch bederven

Aan de vergeten takjes van een inbreker tegen de voordeur
Bloeide de bloesem volop in een smetteloos witte kleur

 

 


Voor prinsjesdag heb ik het beeld van de Prins der Duisternis het speldenkussen van mijn moeder om het hoofd gebonden. Met deze tooi hoop ik dat hij de voodoo-economie van onze regering haarfijn uit de doeken kan doen. Ik zal de spelden nog wat dieper erin prikken, zodat hij straks zal schreeuwen hoe een overschot van 13 miljard euro over 60 jaar in een begrotingstekort zal verkeren.

 

 

 


Ballade van Narayama

 

Voorgeschreven dood

Met een flinke voorraad huid
gerimpeld als oudjes, de tijd instappen
opgroeien tot we voldoende gezwollen zijn
voor een aansprekend, liefst praktisch levensdoel

Zoals een welwillende partner vinden
met wie we een nieuwe voorraad huid maken
voor een kind dat voorspoedig gezwollen tot volwassene
ons bijna dood, maar nu alleen mors, naar een knekelplaats sjouwt

Zo verliep ook het leven in de ballade van Narayama
de berg waar je naar de top werd gedragen, eenmaal zeventig jaar oud
op de warme klamme rug van je oudste zoon naar een voorgeschreven dood
hard zoals het leven was, niet harteloos, maar zo gewoon voor een nutteloze mond

Het huidig rimpelen en verschrompelen tot je klok stilstaat, heeft ook wel wat
maar ben je het leven zat, dan verlang je naar die tijd en plaats die in je dood voorzag

.

.

.


Laatste scheppingsdag

De wording van een mooie dag

Op wat vlekjes in zijn gezicht na was hij bleek,
Gelukkig geen vuurrode kop meer, zag hij
Zelfs niet lelijk, bijna aantrekkelijk, het is goed, dacht hij
Toen het donker weer van het licht gescheiden was.

In het begin is die ingreep verschrikkelijk geweest.
Het moment waarop hij uit haar buik gestoten werd,
Sneedt het licht als een vlijmscherp zwaard het bestaan kapot
Van een samenleving in het veilige, warme en duistere lichaam van de ander.

Waar geen honger of dorst bestond, geen hard geluid, geen kou, geen onlust
Zoals in het paradijs bedacht hij zich, veel later in de tijd van zijn wording.
Toen de innige duisternis allang verkeerde in angstaanjagende nachten
En de dag schaamte bracht in de spiegel van zijn ziel, zodat hij de wereld vreesde.

Hij behield dat gewonde hoofd tot hij ging roken en het bloed uit zijn gelaat trok.
Hij noemde die dag de aarde waarop hij voor het eerst het evenwicht bewaarde.


TOPSHOTS-BANGLADESH-MAY DAY-LABOUR

In mijn geboortejaar vonden opmerkelijke gebeurtenissen plaats. Het arbeiderszangkoor Morgenrood in Amsterdam kreeg ruzie. Opeens kon men elkaar niet meer luchten of zien. Nederland erkende met veel gezucht dat hun eerste kolonie onafhankelijk was. PvdA-voorzitter Koos Vorrink raakte zwaar gewond bij een vliegtuigongeluk boven Denemarken. Adam Brooks werd geboren, die in de film Invasion of the Bodysnatchers excelleerde. Begon men voor het eerst met ontwikkelingshulp. Viel een nog steeds Onbekende Ster net naast de kerk van mijn vader. Kreeg mijn moeder een hersenbloeding van de bevalling van een baby die tien pond, twee ons en dertig gram woog.

Dit nu her-denkend braken de vliezen voor mijn levensloop op het moment dat de wereld rood kleurde. Verbeeld ik me dat ik de vlaggen hoorde wapperen in Indonesië , het zangkoor krijsend ruzie maken in Amsterdam, Koos gillend neerstorten boven Denemarken, Brooks huilend debuut maken in Amerika, het eerste ontwikkelingsgeld rammelen in Den Haag, de kraamvrouw bidden om uitleg over de vallende ster naast de kerk in Papendrecht en mijn moeder smeken om verlossing van mijn wel erg vette vleeswording in een Pastorie aan de dijk langs de Merwede.

Om dit allemaal te vieren alsof ik geboren ben met een heuse wereldgeest, heb ik mijn  eerste levenslied opgedragen aan wat in Amsterdam gebeurde. Toen men over de hele wereld de lakens scheurde.

Tongbrekende scheiding der kameraden

Waar het verstand niet bij kan,
Is zo ver weg geschoven dat
Het de moeite niet waard is
Het naar zich toe te halen.

Gevoelloos ligt het op de zaal en
Wacht doodstil tot de duisternis
Wegtrekt alsof het licht zelf op pad
Is naar hem toe, daar houdt ’t nou zo van

Van Morgenrood, een arbeiderszangkoor
Het socialisme beoefenend voor ’t kunstgevoel
Van het volk, de propaganda voor de partij zijn oor
En zich de tong breekt over zij-bozen-zonder-zang-smoel.

Als dat in zijn geboortejaar leidt tot een klassenstrijd tussen Centrum en Noord
Dan breekt het graag zijn hoofd over zo’n gering nijd waar men elkaar om vermoordt.

Rotterdam, 1 februari 2013


Een geweldloos 2013


De Omkijker heet hem welkom

De Omkijker

Hoe was de reis? Geen oponthoud gehad? Wat zeg je? Een fiets op de rails bij Roosendaal? Toch geen naar ongeval hoop ik?

Oh, alleen een fiets, volgens de conducteur. Zelf heb je niets gezien? Niks voor ons om zonder om te kijken verder te moeten gaan.

Oh, ben jij nog een ouderwetse Omhoogkijker. Mooi zo, we wonen op de bovenste etage in het eerste blok.
Ja, je hebt er een pracht uitzicht over de hele buitenwereld. Voor Omkijkers als wij is het de ideale woonplek. We kunnen de hele omgeving overzien en niets kan ons oog ontgaan.

Ach, woon jij liever op de eerste etage. Natuurlijk, wat dom van me, voor een Omhoogkijker moet de bovenste bij even slecht weer al een kwelling zijn.

Aan de andere kant kun je op alles en iedereen neerkijken. Dat heeft ons ook over de streep getrokken.
Nu willen we niets anders. Het is een verrijking van ons dagelijks leven dat we nu recht voor ons uit kunnen zien wat we op straat alleen al omkijkend kunnen volgen.

Misschien dat het ook voor Omhoogkijkers zo werkt. Eenmaal gewend aan het vergezicht beschik je opeens over een diepte in je blik die de hoogte samenbrengt met de vlakte in hetzelfde beeld.

En zingen we een nieuwe Internationale, zegt zijn visite spottend, over Omhoogkijkers en Omkijkers die zich verenigen in het over de wereld heenkijken.

Bij de lift aangekomen wijst de Omkijker trots naar zijn Jacobsladder. Ieder appartement heeft een eigen vervoersmiddel die uitkomt in de woonkamer. De flat kan daardoor zonder galerijen en andere collectieve voorzieningen gebouwd en bewoond worden. Voor een inbreker, zegt hij, is het een ondoenlijke klus om bij je binnen te komen. Alleen de geveltoeristen onder hen maken nog een kans.

Omhoogkijkend ziet de visite dat er glasvezelachtige touwen door de wind heen en weer slingeren. Zodra ze die beetpakken, lacht de Omkijker gemelijk, zitten ze eraan vast. Dus dat halen ze niet meer in hun hoofd.

UIT: Hoe je dromen uitpakken