Post Tagged ‘paralogica’


 

 

huis vrouw

 

 

 

Vandaag zou de Messias op De Hiaten verschijnen. Dat zal ook het geval zijn, maar het wordt aanvankelijk niet opgemerkt. Heel De Hiaten is in de ban van haar eigen geschiedenis als de Burkabewoner de haven binnen vaart. Die geschiedenis omvat talloze tijdperken, waarvan vooral de laatste iedereen nog zwaar op de maag ligt. In dat tijdperk, waarin De Techniek hen tot nadenken heeft gestemd, zijn de huisvrouwen in een identiteitscrisis geraakt. Daarom is het vooral hun geschiedenis die de bevolking bezighoudt.

 

Het zijn de scheten van de hangvrouwen die zorgen dat er huisvrouwen rondlopen op De Hiaten en de maatschappij ontwikkeld wordt conform het historisch materialisme naar een heuse klassenmaatschappij. Bevroren scheten die na condensatie aggregeren tot een vaste maar zeer soepele stoffer en blik op benen. Ze gaan aan de slag direct na inblazing van hun taak het huishouden geheel belangeloos te verzorgen. Als huisvrouw zijn ze een en al in beweging zonder oog te hebben voor verlichting van hun werk. Ze kunnen niet stilstaan en moeten daardoor de Techniek aan hen voorbij laten gaan.

 

In de loop der tijd is het huishouden desondanks flink gemechaniseerd. Dit is vooral het werk geweest van de binnenmannen, die hun bestaan te danken hebben aan de afwezigheid van gelijkheid tussen mannen en ook vrouwen op De Hiaten. Deze afwezigheid werd steeds meer gezien als een hiaat die niet verwacht werd van een cultuur waar de hangvrouw de scepter stilhield en de mannen hun gang liet gaan, doorgaans. Hoe vaker men die afwezigheid ervaarde als een tekortschieten hoe sterker men zag wat men miste. Het hiaat van maatschappelijke gelijkheid biologeerde de Hiaten dusdanig, dat men op den duur alleen bezig was met het zien van ongelijkheid. Een even sterke, slimme en gemakzuchtige huisvrouw werd uiteindelijk ook door de hangvrouwen en de loopmannen gezien als een tastbaar tekort en de schaduw van de geëmancipeerde slavin doemde steeds meer op in de beeldvorming van wat maatschappelijk verwacht werd.

 

De binnenmannen zijn als boorlingen van wat op de Hiaten gemist werd in het huishouden vanaf het begin doordrongen geweest van hun afhankelijkheid van de verwachtingen van de ander. Daarom hebben zij zich geheel en al op de Techniek toegelegd, die die afhankelijkheid voor allen tot nul zou kunnen reduceren als het werkt en men ‘dus’ blijft bewegen volgens het mannelijke principe. Wat conform de wetten van hun aangeboren paralogica, waaraan ook het menselijk brein volgens de Hiaten gehoorzaamt, doorgaans het geval is.

 

Echter niet de Techniek op zich, maar de perceptie van een huishouden dat geheel gemechaniseerd is, is de huisvrouw noodlottig geworden. Zonder een slaventaak bestaat ze niet meer en van een verwachting die haar gemis zou teniet doen is geen sprake nu het huishouden voor zowel de hangvrouwen als de loopmannen, de binnenmannen en de huisvrouwen zelf op rolletjes loopt. Van haar blijft slechts de aanwezigheid over van degene die er net zo goed niet hoeft te zijn. In zo’n toestand van economische, maatschappelijke en culturele overbodigheid resteert haar alleen nog van zich te doen spreken met een protest-haiku, waarin zij zichzelf wegcijfert naar haar aard en het huis het protest laat verwoorden:

 

Een huis zonder vrouw

is als een armloos gebouw

een galg zonder touw

 

 

De enige binnenman met stoffer, blik en kinderwagen in de pre-I-hold-uitvoering wordt door deze nymfenzang gegrepen. Hij ervaart het klagen van de huisvrouw als een klacht van het gehele huis zonder vrouw die het schoonhoudt en ziet daarin onmiddellijk het begin van een ingrijpende verandering op De Hiaten. De belangrijkste voorwaarden voor een omwenteling zouden volgens zijn vlugschrift zijn dat zowel de onmacht van de taakloze huisvrouw als de macht van de roerloze hangvrouw vanwege wringende hiaten aanwezig zijn in het lokale dominante cultuurpatroon. Er hoeft maar even iets te gebeuren en het onbehagen wordt de lokale mensheid teveel. Zij voelen zich, volgens deze binnenman, tot handelen tegen het vrouwelijke principe van roerloosheid gedreven door uiteindelijk het principe zelf, dat actief ingrijpen in de maatschappelijke ontwikkeling uitsluit.

 

Uit: De kiem van rebellie op De Hiaten. Een documentaire van de BBC.


In de trein naar Vlissingen peinst de schrijfcoach over het brein van Willem Kloos. Diep in gedachten verzonken, waar hij schreef dat hij zelf daar zijn ware ik als een God aantrof, merkt hij eerst niets van een vrouw die zich met kofferrijtuig en al door de smalle entree van de coupé wurmt. Tot ze met haar rijtuig over zijn tenen gaat. Meteen is zijn aandacht voor de plaats en tijd van God in het brein van Kloos verdwenen en eist het kofferrijtuig zijn gehele bewustzijn op.
 
Hij ziet er een gemiste terugvinding in en vloekt in zichzelf op Lux en Flex, dat zij dit niet hebben weten te fiksen. Behalve dat de koffer een handige trappenloper heeft, is het overige zo modernistisch ouderwets geschapen dat hij er als het ware de hand van God in ziet.
 
 kloos wie
 
een kofferrijtuig geworden kruier met een handreiking voor de moderne mens en een boot- of caravantrekhaak voor een trein kruiers er achter te kunnen koppelen. op zijn hoofd, die de vrouw draait om er een flyer uit te halen, leest hij in knipperende letters "kloos is dood wie is nu de kloos?". toeval, lot of een stalker?
 
ze duwt de flyer in zijn hand en meldt dat ze op een vkblog via haar i-pod toevallig iets over kloos gelezen had dat haar genootschap de kloosgangers nu al tien jaar probeert te weerleggen. een gezichtsloze marius van artaaa zou dat gaan doen. door uw handen voor uw gezicht en uw pruik heb ik u gespot, kletst ze dwars door zijn lezen heen. de flyer meldt na herhaling van haar lichtkrant in losse vragen en gedachten dat wat willem kloos schreef als tachtiger in de 19e eeuw, na de diepste gedachte ik denk, dus ik ben van descartes, betekent dat hij de messias was.
 
"is willem kloos aforisme wellicht verkeerd gedrukt en was de drukker aan het einde van de zijn ‘tegengekomen’ vergeten?
 
"of in het begin of ‘ik ben bij god"?
 
"heeft hij bedoelt te zeggen dat hij een ‘met’ god was?
 
"of is het een oppervlakkige gedachte geweest, en neemt kloos ons bij de neus"?
 
"de regel is in alle gevallen een gedachtegang naar god."
 
"wij lezen erin dat willem kloos ons de weg naar god op aarde biedt."
 
"hij openbaarde zijn geest als weg aan de mensen van zijn tijd en in zijn plaats naar god."
 
"zoals jezus dat deed als zoon van god die met hem een zou worden."
 
"in de diepte van de gedachtegang van willem kloos was jezus voor zijn tijd en plaats ook god."
 
"dus was willem kloos de messias."
 
ze tettert zelf van alles door zijn lezen heen, wat de hem deed vragen of zij gelet had op de woorden op de ruit s t i l t e. oh, dat hindert niet, wij zijn toch alleen, wilde ze verder gaan. voordat u de thora, bijbel, koran of andere heilige boeken erbij gaat halen, sputtert hij, wil ik toch eerst aan u kwijt dat ik hier juist wilde nadenken, over kloos, over de gedachte zelf, over de klooslezers en de regelzwaaiers.
 
de regelzwaaiers, herhaalt ze bijna toonloos. ja, niet uw regels hoor?, wil hij een lang betoog vermijden. de meeste zogenaamde klooslezers kennen het gedicht zelf niet, maar goed. het gaat mij om de lezing dat kloos zou zeggen "iedereen is in het diepst van zijn gedachten een god". ik kan dus een heel eind met u meegaan dat u en uw genootschap, dat niet zo zien. een messias, zegt de schrijfcoach in zijn zij drukkend, dat is bijna bizar. ik heb er geen woorden voor, maar daar is deze coupé ook niet voor ingericht. de vrouw mompelt nog, een gedicht zegt ie, geen aforisme, geen genootschap, geen…
 
de trein stopt precies op tijd. met een kreupele zij, excuseert hij zich voor het voorgaan en laat de vrouw achter met haar wanhopige pogingen de sympathieke kruierkoffer even snel de trein uit en het perron over te krijgen.
 
in de trein mompelde ze nog over haar teleurstelling dat het geen aforisme was, maar bij de apotheek staat ze hem al op te wachten. ze moet er toevallig zijn en heeft de taxi genomen. u bent de messias, plant ze haar armen in haar zij. god, mens, zegt de schrijfcoach weer de pijnlijke plek in zijn zij indrukkend, ik haal heel andere dingen in mijn hoofd dan de zoon van de oudste heelaller uit te hangen of terug te vinden, maar wilt u mij even excuseren voor mijn herhalingsrecepten?
 
ze stapt verbluft opzij, kijkt hem scheef aan en wil net zeggen dat zij hem heus wel doorheeft als de assistente van de apotheek voor uitsluitend allopathische accessoires, waaronder geneesmiddelen, zijn gele briefjes met een korte knik door de knieën en een lichte buiging van haar hoofd in ontvangst neemt, achterwaarts de zaal inloopt, waar ze het complete arsenaal middelen beheren om heel vlissingen van dienst te zijn als alle ziekten tegelijk uitbreken.
 
hij wil nog zeggen dat ze zijn medicijnen misschien al klaar heeft staan, want hij had ze vrijdag al besteld, maar de gehoorsafstand in een zaal vol klepperende laden met dansende pillen in plastic buisjes, is nauwelijks een meter. ze zal later uitleggen dat ze veel stageaires van de summerschool hebben die hogeschool zeeland organiseerde.
 
om haar boeten te betalen voor de spookstudenten uit de landen rond de as van het kwaad, weet de schrijfcoachen ook dat ze ze als ingeschreven en afgestudeerd hadden opgegeven, maar hij is nog niet van de vrouw af, die haar kans nu schoon ziet.
 
gelukkig staat er een bordje, wij kunnen ons voorstellen dat u privé uw vragen wilt stellen wij hebben daar een aparte cabine voor achter de apotheek. hij stoot de vrouw in de zij waar zijn pijn huist, waardoor ze als een matennaaiende voetballer ter aarde stort. hij krijgt haar pas overeind als hij met zijn vingertoppen een kruisteken over haar hoofd en borsten maakt. het ritueel wordt door haar uitgestrekte hand geheel zelfstandig afgewerkt. de schrijfcoach is geen spelbreker en laat haar haar goddelijke gang gaan zichzelf te zegenen.
 
eenmaal in de cabine is ze niet te stuiten. of de schrijfcoach dan soms god is en lux jezus. ze heeft de blog van zijn schrijver gelezen. of hij in cognito is, enz. enz. u
it haar woordenstroom maakt de schrijfcoach op dat zijn schrijver nog een ander blog bij trouw vult. ze heeft daar een verhaal over zijn pubertijd gelezen, waarin hij kinderrijken stichtte voor een nieuw geloof.

 
mevrouw, vraagt de schrijfcoach zo plechtig mogelijk, zou god medicijnen van onze apotheek nodig hebben? ze denkt na en geeft toe dat god bij ziekte of ongeval natuurlijk van voldoende zorg van zichzelf is voorzien. de schrijfcoach helpt haar wat verder de werkelijkheid in en vraagt door: is god spiritueel niet in alles en iedereen? waarom bent u daar niet tevreden mee?
 
ja, beaamt ze, maar toch, koos zei toch geen onzin?! laat ik u nog één keer uitleggen hoe een dichtregel werkt, zucht de schrijfcoach diep. op de nieuwe parkeergarage bij la fonteyne kunt u namelijk lezen dat god even haalbaar voor de mens is als de zee.
 
ze denkt diep na en citeert: haal ik de zee voor het eten haal ik de zee, uit een bundel van de dichter van dixhoorn. precies, ziet u nu wel als je god invult dat het onzin blijft, wil de schrijfcoach opstaan om zijn medicijnen af te halen. haal ik god voor mijn dood haal ik god?, dat is toch geen onzin, daar ben ik mee bezig!? roept ze verbaasd.
 
probeer eens met bidden, denkt hij van haar af te zijn, maar ze bitst meteen: bid ik god voor het eten bid ik god, dus dat weerlegt uw godzijn niet. nou moedigt hij opnieuw aan, probeer het bij het eten te houden en varieer daar eens op. dus de wel betekenisvolle zin: voor het eten naar de zee voor het eten. de schrijfcoach is bijna bij de balie als hij uit de cabine de vrouw woedend hoorde krijsen: voor het eten naar god voor het eten is godverdomme geen antwoord!!!
 
de assistente komt geschrokken kijken of er een junk de cabine misbruikt, want daar hadden ze de achterdeur voor in de garage. de schrijfcoach stelt haar gerust dat het door hem kwam en loopt terug naar de kwaaie tante, duwt haar bruusk de cabine in, op haar kruk, kijkt haar doordringend aan en buigt zich verde over haar heen. de zee noch god kan de mens binnenhalen. noch om uw band ermee te consumeren, noch als gehele massa zelf. wat kloos erover schreef, zou u eens goed tot u moeten laten doordringen, dan snapt u uw dwaze vraag.
 
ze buigt zich op dezelfde manier nu over hem heen en zegt dat het genootschap dat juist bedoelt. kloos is dood, dus die verschijningsvorm van god is niet meer normaal aanspreekbaar. lange tijd dachten we dat kloos aan de filosofenkwaal leed om een idee als de vader van de gedachte te zien. ik heb aanvaard dat god de vader is die onze gedachten bevrucht, maar toen ik uw blog las over het kinderrijk dat van god een eigen koninkrijk mocht zoeken met een eigen kind als zoon of als tweede medeopperwezen, mits ze in staat waren hun verlangen naar eenwording te sublimeren tot hun 16e jaar, meende ik daarin te lezen dat kloos heeft aangegeven dat u bestaat als we op de bodem van ons denken zijn beland.
 
de diepste gedachte is niet die van kloos zelf, vervolgt zij, anders, nogmaals, dat beaam ik van u, zou hij niet gestorven zijn. ziet u nu wel als u maar blijft door denken, juicht de schrijfcoach, denken altijd blijven denken, niet ophouden. ons oude brein is daar te lui voor, dus dwing het af bij uw geest en neem geen genoegen met paralogica. ik bedoel dat ons brein altijd iets logisch vindt al is het onzin. bijvoorbeeld: u koopt een tekenblok en een potlood voor samen 1 euro en 50 eurocent, voor het tekenblok betaalt u 1 euro meer dan voor het potlood. hoeveel kost dan het potlood volgens u. 50 eurocent, zegt de vrouw, dat reken ik nog met mijn hoofd uit. nee mevrouw, het is 25 cent.
(wordt vervolgd)