Post Tagged ‘perceptie’


Klik op afbeelding voor details

Op zoek naar een kopie van het manuscript van haar man stuit Susanna op een stapeltje tekeningen, waartussen allerlei notities gestopt zijn. De eerste tekening laat een personage in het water zien, die vaag in een spotlicht is gezet, en iets voor hem dat op een teen lijkt uit het water steekt. Om hem heen is het volgekrabbeld met fossielachtige figuren, gezichtjes, een totempaal, planten, gras, blaadjes, diertjes, monstertjes, takken, struiken, heggen en steentjes. Op iedere vierkante centimenter lijkt wel een eigen wereldje te bestaan dwars door een andere heen. In de huidachtige kleuring van de persoon zelf stikt het ook van de krabbeltjes, die bij uitvergroting allerlei figuurtjes vormen.

Ze leest in de notities dat sexuele opwinding een sensatie is waarbij het lichaam van de geest vlees maakt. “In beginsel is het een ‘vertekening’ van de situatie, waarin opeens vormen geladen worden met exploderende en imploderende krachten die de baas worden over heel je gestel, geest en gedrag. De van huis uit kalme mens wordt in een oogwenk een hongerige wolf in schaapskleren. Een lief bedoelde geweldadigheid staat in de mens te trappelen om het object dat die krachten op hem uitoefent te consumeren. Onweerstaanbare magnetische gevoelens vermengen zich in een overweldigende lust, dat nieuw gedrag oproept dat de ‘vertekening’ waar moet maken.”

Susanna fronst haar wenkbrauwen. Waarom zou haar man seks opeens ervaren als een monster, terwijl hij in bed de liefde bedrijft alsof het een heilig avondmaal is? Ze bladert wat door de overige velletjes heen en vindt een tabelletje over de waarneming. “De menselijke waarneming is een breiwerk van observatie, perceptie, sensatie, abstractie, categorisatie, interpretatie en realisatie. In onaangedane staat observeren we alles zonder geneigd te zijn wat we zien verder onder de loep te nemen. Pas als iets zich voordoet als een situatie die om ons oordeel vraagt, schakelen we over op perceptie. We vragen ons af wat we precies zien en vormen ons daar een voor onszelf zo juist mogelijk beeld over. De sensatie treedt op als dat beeld ons raakt en een abstractie teweegbrengt die ons aantrekt en doet zwellen of afstoot en doet krimpen. In die abstractie categoriseren wij het waargenomene als mooi of lelijk, goed of slecht, lekker of vies, waar of niet waar, echt of onecht enz. De interpretatie zit erin besloten als we ons realiseren wat nu van ons verwacht wordt, welke handeling gepast is gegeven de waarneming en welke ongepast. De realisatie wikkelt zich af in een daad, die de waarneming doet bevestigen of afwijzen.”

Klik op afbeelding voor details

Mijn God, verzucht Susanna, hoe ingewikkeld maakt hij het nou weer. Ze bladert verder door het stapeltje en vindt onder een leeg velletje een negatief van het plaatje, waarmee hij wil laten zien dat perceptie daadwerkelijk de situatie in een heel ander licht kan zetten dan bij observatie opgemerkt kan worden. Daar ziet ze dat de blauwe man het hoofd van een vrouw in zijn kop heeft, die naar hem lijkt te lonken. Zijn hele buste zit vol met hoofdjes die hun neus tegen zijn huid drukken alsof het een ruit is. Op de achterkant staat geschreven: “De oude rechter is geheel van Susanna’s schoonheid vervult en verstopt zich in het badwater om haar zo dichtbij mogelijk te kunnen voyeren. Hij heeft een plan uitgedacht om zelf niet gezien te worden als hij haar bespringt. Een opgezette kaaiman uit het huis van Jojakim heeft hij ontdaan van zijn vulling, zodat hij de huid van het dode dier als vermomming onder water aan kan trekken.”

Ah, dat is dus die teen, verblijdt Susanna zich over dat ze nu weet wat het is, het puntje van de neus van een kaaiman of krokodil. Op een ander velletje leest ze dat de oude rechter naar een collega in de struiken roept om haar voor het blok te zetten als hij ondergedoken is. Hij wil niet de kans lopen dat zijn prooi uit angst zal vluchten of hem een voor zijn lust dodelijke trap bezorgt. “Zeg amice, nu jij ook de tuin van Jojakim bent binnengeslopen, zou je me een plezier willen doen en Susanne duidelijk willen maken dat zij slechts twee keuzes heeft? Ze kan zich aan onze lusten overgeven of we zullen haar te schande maken. Haar buurman is een knappe jongeling en ze zal het vast niet leuk vinden als we de goegemeente vertellen dat wij hen samen in Jojakim’s hof gezien hebben. Het joch zit hiernaast al poedelnaakt klaar op de rand van zijn eigen bad. Dus als ze mocht gaan gillen, zal hij de eerste zijn die haar komt helpen en dan kun jij hen betrappen. Ik zal me ondertussen verkleden en als een onnozele voorbijganger je observatie bevestigen.”

Susanna raakt geboeid door het verhaal en legt alle velletjes in een volgorde die volgens de nummering de juiste moet zijn. Ze gaat er eens helemaal voor zitten. Heen en weer kijkend van het ene naar het andere plaatje ontvouwt zich een opwindend verhaal voor haar ogen, waarin ze verdwaalt in de figuurtjes die maar niet ophouden van gedaante te veranderen. Tot ze zich weet te beperken tot de grote gestalten op de prenten. Dat gebeurt als ze het derde plaatje bestudeert, waarop de jongeling lijkt afgebeeld te zijn zittend op de rand van zijn bad.

(wordt vervolgd)


mandoek

Cultuur bepaalt geen gedrag, gedrag bepaalt de cultuur
 
Neem de karikatuur van Van der Zwan, die de kern van het integratieprobleem in het cultureel bepaalde huwelijksgedrag van migranten uit Moslimlanden zoekt, en zo van demografie demogagie maakt.

Niet van een deel, nee alle migranten zouden jong huwen, veel kinderen krijgen, enzovoort.

Niet uit verschillende landen, nee uit "Moslimlanden", alsof de nationaliteit opeens de religie is geworden en Nederland in dat denken een Christenland zou zijn.

De statistieken geven een heterogener en universeler beeld van migrantengemeen-schappen weer. Ze gooien niet alles op één hoop onder de noemer Moslimlanden en onderscheiden stedelijke, meer modern georiënteerde, huishoudens van rurale, meer traditioneel georiënteerde. Zoals we dat van statistieken over de eigen demografie gewend zijn.

Uit het onderzoek, dat beschikbaar is over opvattingen van jongeren en ouderen over huwelijk, kinderen enz., blijkt dat zeker niet minder migranten dan autochtonen bewust afstand nemen van hun traditionele achtergrond. Met name jongeren en in het algemeen de tweede generatie laveren behoedzaam tussen de traditionele herkomstcultuur en de nieuwe eisen en ideeën van de Nederlandse samenleving. Ook daarin verschillen allochtonen en autochtonen niet, die orthodoxe ouders hebben. Veel migranten zijn juist naar Nederland gekomen om aan de geslotenheid van hun ouderlijke cultuur te ontsnappen. De jeugd vliegt uit, heette het ooit in meisjesromans, en dat is ook zo’n universeel verschijnsel.

Men mist door de blindheid voor algemene cultuurpatronen dat migrantenjongeren veelal creatief met stijlen omgaan. Vanwege de publieke afkeuring van traditionele stijlkenmerken (bijvoorbeeld het hoofddoekje) gebruiken zij deze juist bewust om hun identiteit te stileren. Zij zijn trots op hun cultuur, zoals de Afro-Afrikanen met Black is beautiful het racisme het hoofd boden. Zij beschouwen het als hun mode.

Marokkaanse meisjes vertellen dat zij soms een hoofddoek dragen om hun anders-zijn te accentueren, zonder dat dit voor hen een diepgaande religieuze betekenis heeft. Ze willen weleens een statement maken. Zoals kleding voor vele dragers een statement kan zijn en tegelijk hun smaak enz. De universele omgang met etnische symbolen in kleding en gedrag wordt door de blaffers en bijters in het integratiedebat totaal gemist. Terwijl de westerse samenleving de behoefte aan een eigen identiteit alsmede het belang ervan voor het individu en zijn groep wel heeft begrepen, is dat van migranten opeens een cultuurkloof.

Het voor de hand liggende idee dat iedereen voor een duidelijke of vage of geen enkele etnische identiteit kiest, voorzover hij of zij er belang en behoefte aan heeft, komt maar niet onder de hoofddoek van de culturalisten. Het spijtigst daarvan is dat we niet opschieten met de cultuur of beschaving op zich.

Cultuur is volgens de huidige wetenschap het geheel van ervaringen, kennis, normen, waarden, betekenissen en symbolen dat leden van een groep met elkaar delen. Het is voor iedereen een probleem als de maatschappij niet wil zien hoe jij of je groep denkt of leeft of deel wil nemen aan de maatschappij. Die perceptie van de werkelijkheid bepaalt mede ons handelen. Cultuur is in feite niet meer dan een samenvatting of abstractie van al het gedrag van een bepaalde groep, van het meest typerende of pittoreske van het groepsgedrag tot het meest gewone of normale ervan.

Dat cultuur meer zou zijn en vooraf gaat aan het menselijk handelen, en ons gedrag bepaalt, is een klassiek sociologische en antropologische visie (van Comte en Durkheim tot Malinowski en Boas) uit de begintijd van deze wetenschappen. De daarin vervatte, achterhaalde en deterministische kijk op mens en maatschappij is helaas gemeengoed onder de debaters, brievenschrijvers en columnisten. De socioloog Bidney noemde deze redenering begin jaren ’50 al een ‘culturalistische dwaling’. Het is een drogreden, een denkfout, lichtte hij toe.

Cultuur is alles wat mensen doen vanuit met anderen gedeelde ideeën en percepties van de werkelijkheid. Cultuur bestaat slechts voor zover het door menselijk gedrag wordt gevormd. Het is een product. Het is de uitkomst van een proces. Het is geen ding dat losstaat van het menselijk gedrag. Het is geen realiteit op zich, laat staan dat het het menselijk gedrag van bovenaf kan bepalen.

Dat we geneigd zijn om de samenleving als een vaststaand ‘ding op zich’ te zien, heet in de sociologie reïficatie, verdingelijking. Alsof menselijke verschijnselen dingen zijn die losstaan van menselijk gedrag. De mens als maker van de wereld wordt, als het om de mens zelf gaat, begrepen als het product van iets. Het menselijk gedrag is in dergelijk denken een afgeleide van niet-menselijke producten.

De hedendaagse sociologen en antropologen wijzen deterministische visies op menselijk gedrag daarom af en hebben de mens als een zelfstandig handelende actor in ere hersteld. Anthony Giddens, die zich fel tegen het functionalisme verzette, (de in de sociologie dominante theoretische stroming die menselijk gedrag louter als een afgeleide van bestaande waarden en normen ziet) zei het scherp, "de mens is geen cultural dope."