Post Tagged ‘perron’


Zij was er wel, zij stond precies waar ze had gezegd dat ze zou staan. Woedend was hij het hele station doorgelopen, in alle hoeken en gaten gezocht naar zijn afspraak. Haar eerst gedacht te ontmoeten in de vrouw op de bank op het perron, die hem zo strak aankeek. Maar zij was het niet. Zij draaide haar hoofd weg toen hij voor haar ging staan en bijna al uit de broek ging om het teken te geven dat hij het was, dat hij het echt was, dat als je dat niet aan zijn neus kon zien, dat je dat wel aan zijn tweede tong kon zien, dat hij niet gelogen had, dat er verbinding was tussen die tong en de sprekende.

Daarom was hij extra kwaad op de kanovrouw met de meermansboot om de heupen. Al ontkende hij dat ten overstaan van heel Amsterdam. Want hij had haar toch gevonden en dan maakte dat verleden niks meer uit. Ze was er. Ze was mooier dan hij had gedacht. Ze leek op wie hij had gedacht. Ze was verlegen met hem. Ze had plannen maar nu niet. Ze had een vet oog voor haar magere vis.

kanovrouw

Frunnikend liepen ze de Damrak op met de rivier toeristen mee de stad in die maar geen stad kan worden en zich voor je ontvouwt in talloze dorpen met hun uitspanningen ver over de stoep van wat wel ooit een stad was, de grachtengordel van het Gouden Geeuwse Handelsstadje Aan de Amstel.

Even dacht hij dat het toch haar stad was, maar dat was niet zo, ze kende er de weg maar een beetje en die was lang genoeg om in het café van Herman Brood te kunnen chillen. Eenmaal naast haar op een stoel besefte hij dat hij door hetzelfde oog van de naald was gekropen als zijn vader, die ook met zijn 1e vrouw had afgesproken dat hij er precies op tijd zou zijn en dat het anders afgelopen was. Schluss.

Ze hebben gepraat en bleven in gesprek. Ze hadden meteen willen neuken, maar bleven in gesprek. Alles werd uitgepraat. Niks werd verzwegen. De woordenrijken stroomden in elkaar over, maakten meer tongen los dan ze al aankonden en lieten niet toe dat allemaal meteen in geloofsdaden om te zetten.

De verbindingen zelf brachten hen van Dante naar de Thai, waar een eenvoudig maal genoten werd naast twee nichten die begrepen wat het was om met je 1e vrouw voor de 1e keer uit eten te gaan. Ze gaven meteen hun menu door en wisten dat dat goed was voor een galgenmaal van twee verliefde geesten die greep proberen te houden op wat ze als bestemming in elkaar proefden, maar niet mochten consumeren.

Van de Thai naar de Trein was gelukkig nog een heel stuk lopen. Daar smeedden ze de grootste plannen om beeldenrijken te stichten waar ze met hun liefde voor de ander heen konden om het te offeren en zo de hele wereld op te tillen tot hij zeker was van zijn liefde en zij van de hare. Die zekerheid zocht zij met haar tong op het perron en vond de lul die zij zo begeerde in de zijne. Gul schoven de monden als Maagdenburger Bollen over elkaars gezicht, naar de nek met de slagaders, en terug naar de plek waar ze zwellen en inkrimpen om plaats te maken voor een hartelijk ontvangst in het gat der tanden. De Trein kon het niet langer verdragen en riep hen terug in de werkelijkheid waar ze voor gekomen waren.

Afscheid nemen en niet moeilijk doen dat het allemaal anders was gelopen dan er voorbereid was. Waarom zouden ze. Het was goed zo. Niks beffen, niks neuken, niks klaarkomen en afvegen. Dat komt nog wel als de trouw duidelijk is, besloten zij tegen de eigen lust in om gewoon de trein de trein te laten en met de droom die getongd in hun monden lag verder te reizen. Mijn God, dacht hij in de trein alles nog voelend van de varkenshuid die ze aan moesten trekken. Wat een Schoon Schip heb ik voor mijn haven staan. Zoveel zuivere liefde dat klaar staat om verscheept te worden, terwijl de lading al in beweging is en ik nog mijn vriend moet bellen of dat allemaal wel kan en moet en leuk is voor de ander.

Hoe vertel je het aan hem, had ze nog gemaild, open en eerlijk toch?!, had hij teruggeschreven. Wat en in hoeverre lieten ze wijselijk aan elkaar over. Hij wilde het netjes kunnen doen. Onbevlekt door een te intieme aanraking. Hij wilde geen overspel om het daarna gemakkelijker te kunnen vertellen als een feit. Hij wilde zijn zegen. Ja, koude regen kun je krijgen, hoorde hij Zijn Lijf in Ruiz terugkaatsen. Man je bent hardstikke verliefd. Ga ervoor. Misschien ben je wel helemaal geen homo. Weet jij veel. Ik weet genoeg. Nu ga ik mijn vrouw zoeken. Ja, ik weet dat je van mij houdt, ik weet dat je liever mij niet verliest. Maar ik ben niet gek. Jij voelt meer stromen bij haar dan bij mij. Nou, wat wil je dan? Als je bang bent dat je verkeerd eraan doet haar te kiezen, dan moet je ook niet met haar bekken. Je hebt haar aangeraakt man, niet ondiep, maar heel diep en laten weten wat je voor haar voelt. Niet voor mij voelde je toch zo diep? Of ben je echt zo’n moderne zot die zijn vriendin vertelt dat hij zo gelukkig is met de ander en dat zij daar toch ook veel verder mee opgetild wordt dan louter door de liefde voor haar? Hallo, goede vriend, wordt eens wakker. Van twee walletjes snoepen is slecht voor Het Gebit. Uit tweeën één. Dat weet je toch. En als je na een maand een lul in je reet of je bek mist, dan ga je die toch zoeken. Dat weet je ook. Ik bel je wel als je eruit bent. Doei!!!