Post Tagged ‘regen’


In een oogopslag zien ze melkwitte tranen de druiven bevruchten

‘Krijg nou wat’, roept het rode ik, die in een linkeroogopslag ziet dat het hersenvlies een melkwitte traan laat. Het blauwe ik staart met het rechteroog naar het wonder van de terugkeer van de druiven uit de moes. Een wit goedje lijkt daar de oorzaak van te zijn.

Ze kijken elkaar verbaasd aan. Voor het eerst is er oogcontact zonder dat ze elkaar in de haren vliegen. ‘Onze hersenen lekken’, zeggen ze beiden bijna eenstemmig tegen elkaar, ‘waar zou dat goed voor zijn?’.

‘Kun jij zien waar het precies vandaan komt?’, vraagt het blauwe ik rillend van het idee dat hun schedeldak ontdooit en ze straks in de vrieskou van de buitenwereld omkomen.

‘Het komt uit de cirkel van Willis, die bij de kruin lijkt te lekken’, zegt het rode ik op basis van zijn kennis van de bloedsomloop in de hersenen.

‘Hoe kan dat nou, dan zou het toch bloedrood moeten zijn?’, vraagt het blauwe ik, benauwd dat het afgelopen is met hun bestaan als een van de buitenwereld afgesloten innerlijke samenleving in een iglo voor hen alleen.

‘Ja, inderdaad, of zouden onze ogen er melkwit van maken?’ filosofeert het rode ik opgewonden van deze wonderbaarlijke transsubstantiatie van zijn gedachten aan een verzoening waar hij zo naar verlangde.

‘Wat nu’, bibbert het blauwe ik, ‘straks verdrinken we in ons eigen bloed dat melk is geworden vanwege een algehele smelting van ons lichaam. Hebben we misschien een profetie gemist door ons bekvecnten’?

Met ‘Stil, ik meen dat ik Bjorn hoor lachen’ denkt het rode ik zijn blauwe evenbeeld te kunnen kalmeren, dat nu toch echt aan het doorslaan is. Het werkt niet helemaal zoals hij dacht dat het zou werken, maar het pakt wel goed uit. Al had hij niet verwacht dat zijn mij zo snel van een koude kikker in een bange stengel zou veranderen.

‘Ik wil het ook hopen’, stamelt het mij als een trillend rietje en van de weeromstuit smeekt het als een zich dood geschrokken kindje om hulp van zijn verguisde ik.

‘Ach arme mij, wees niet bang, wat kan ons nou gebeuren (?). De druiven worden weer wat ze waren, een mooie glanzende tros, en de melk ruikt beslist niet zuur; eerder honingachtig. We gaan een beloofd land in dat nog nooit bewoond is en waar altijd de zon zal schijnen zonder dat het in het water ons nog uit elkaar kan drijven’, praat het ik zich ontfermend over zijn mij in de mooiste woordverbanden.

Met ‘Ik vertrouw op jouw ogen’, sluit het mij de zijne en wacht kennelijk gerust gesteld af wat er gaat gebeuren. Geheel verguld met zijn nieuwe status als baken in hun onstuimige zee roept het rode ik Bjorn als een bevriende verlosser aan.

‘Bjorn, als jij het bent, geef dan een teken dat de druiven niet meer zuur zullen zijn voor ons. Dat we samen van de trossen kunnen proeven en weer als één geest wakker worden uit de nachtmerrie dat we bijna schizofreen waren geworden van het elkaar niet meer gunnen om samen te leven, te genieten van de vruchten in onze hersenschalen en met jouw dat genot te delen. Kom gerust ons huis van vlees binnen. Het zal ons ontdooien en jouw een plezier doen dat je van harte welkom bent.

Alsof een harde noot gekraakt wordt, hoort het ik Bjorn door hun schedeldak komen. Dat wil zeggen, het geluid doet dat vermoeden.


bryan ruiz
 
dolend over de mat gaat hij op in zijn spel
kruipt een engel onder zijn vel
maakt de wind van zijn schijnbewegingen
een dans vol prachtige wervelingen
 
de zon schijnt even warm als fel
geeft extra glans aan het duel
een hard maar ook taai gevecht
wordt door zijn trap beslecht
alsof het uit de hemel kwam.
 
als hij de achterlinie passeert
liggen de rollen omgekeerd
wie verdedigt valt hem aan
geen hond kan hem verslaan.
 
ruiz zweeft bij een beetje wind
trekt dwars door de regen zijn sprint
wordt door de zon op zijn kruin gekroond
tot koning voetbal die ons rijkelijk beloont.
het winnaarsteken straalt uit zijn ogen
 
voetbalzee, dat magische water
zorg dat we winnen gaat door zijn hoofd
en even later hoor je de schater
lach van de engel die in hem geloofd.
 
de wind steekt op
de regen plenst neer
de zon schijnt echter niet meer
even waait de vrees door zijn kop
het winnaarsteken vergrimt zijn gezicht
 
zijn vleugels zoeken de lange vlagen
dromen trekken hem naar het licht
 
in de laatste wind
maakt de regen kragen
lijkt de zon niet langer gezwicht
wordt de stand net op tijd omgebogen
het winnaarsteken danst in alle ogen.
 
 

De voorproeverij van de oetlul

Geplaatst: 15 augustus 2009 in Oetlul
Tags:, , , , , , , , ,

Voorproeverij

Aan mijn hoela
Een oetlul (1)
proeft niet voor
de kat zijn kut

die proeft
door en door
en wordt nergens
door geremd

Nee vriend
je gaat voor haar
en beffen zal je zonder
mijn hand erbij

oetlul

Beschouw het als een zegen, zomaar middenin de zomer koude regen. Tel de blaren op je tong en kom jezelf daar tegen. Eikel, kluns, droplul, stommeling. Ik heb niks aan zo’n drenkeling. Zou jij daar eeuwig lief voor zijn? Ik dacht het niet. Je wordt die zak. De man met de warme prak. Die steeds de ander beft. Zijn kop pas heft. Als ik hem vanachteren pak. Daar kan ik niet mede blij mee zijn.

Voorproeverij, de nieuwste aanwinst na de sexboerderij, hoort in een aparte galerij. Anoniem

Moederhuid

Geplaatst: 2 augustus 2009 in Gedichten
Tags:, , , , ,

moederhuid

Uit: Vijf piëtaas voor wie de liefde eeuwig is, uitgave Artaaa 2009