Post Tagged ‘roken’


Laatste scheppingsdag

De wording van een mooie dag

Op wat vlekjes in zijn gezicht na was hij bleek,
Gelukkig geen vuurrode kop meer, zag hij
Zelfs niet lelijk, bijna aantrekkelijk, het is goed, dacht hij
Toen het donker weer van het licht gescheiden was.

In het begin is die ingreep verschrikkelijk geweest.
Het moment waarop hij uit haar buik gestoten werd,
Sneedt het licht als een vlijmscherp zwaard het bestaan kapot
Van een samenleving in het veilige, warme en duistere lichaam van de ander.

Waar geen honger of dorst bestond, geen hard geluid, geen kou, geen onlust
Zoals in het paradijs bedacht hij zich, veel later in de tijd van zijn wording.
Toen de innige duisternis allang verkeerde in angstaanjagende nachten
En de dag schaamte bracht in de spiegel van zijn ziel, zodat hij de wereld vreesde.

Hij behield dat gewonde hoofd tot hij ging roken en het bloed uit zijn gelaat trok.
Hij noemde die dag de aarde waarop hij voor het eerst het evenwicht bewaarde.


 

tand arts

Maatschappelijk is

het eigenlijk not done de

vuile was buiten

 

te hangen, maar bij

de tandarts hoef je maar je

mond te openen

 

en het wappert de

arme barbier in ’t gezicht

wat is aangericht

 

door stug te roken

en snoepen van suikergoed

tot het tandvlees bloedt

 

een levenlang ge-

teisterd gebit kijkt hem aan

in een onschuldig

 

gezicht dat bijna

smeekt om zijn genade en

zijn zegen er na

 

alsof hij de lieve

Heer zelf is die hem er

van kan verlossen

 

poetsen, boenen, ja

zelfs flossen en raggen helpt

niet meer, nog één keer

 

neem ik me voor om

met alles te stoppen, vast-

beraden als altijd…

 

de boetekleren

wapperend in de wind van

tweeduizendentien

 

zult u, dat beloof ik

aan het eind van tweeduizend

en elf niet meer zien

 

 

Uit: Tweeduizend jaar en elf goede voornemens