Post Tagged ‘Rutte’


inslot

Ik vertrek, denk je dan!

Mijn pleur-op is geen misdraging
schatert de eerst verantwoordelijke
het uit voor het sleutelgat
van de camera
vanaf het voorplecht
op het onverveerd verwilderde
schip van staat

Denkend aan Holland als voorman
ziet hij geen vervaging
van onze noordelijke
norm voor wat
passend gevonden wordt, ja
ook niet in het recht
van spreken geschilderde
tenen krommen waar het om gaat

Geergerd woorden spuwen
tegen een brutale camera
voor ’t oog van een geframet volk, tja
dat doet niets schuwen
wekt bij hem nu eenmaal de lust op
ongeremd los te gaan
in onvervalst Haagse mannenpraat
dat niet mis is te verstaan
waar het op slaat
ook niet door de partijtop

Ik vertrek geen spier
heeft hij zich voorgenomen
die met niemand wil samenwonen
zolang zijn termijn loopt als een tierelier

Al voelt hij zich diep van binnen een hele vent
er wringt het recht van spreken in het parlement
als een politieke hooligang in verkiezingsstrijd
die met zijn onderbuik meent dat hij het land erdoor bevrijdt.


VStemlamp van de senaat

Het is weliswaar een oud exemplaar van de gevluchte regering in Londen, maar juist dat moet ons als kabinet aanspreken. Aldus Henk Kamp, die op het idee kwam toen hij in het archief van zijn departement de doos aantrof van minister Kerstens met de bureaulamp van premier Gerbrandy. Hij memoreert dat Kerstens destijds handel, nijverheid en scheepvaart in zijn portefeuille had. Economische zaken zag men toen nog als een terrein waar meerdere ministeries aan werkten. Hij wil net pleiten om scheepvaart opnieuw aan zijn ministerie toe te voegen, maar Dijsselbloem onderbreekt hem met de vraag wat de senaat sowieso met een bureaulamp aanmoet.

Asscher, die een borreltje heeft gedronken tijdens de werklunch, spreekt met dubbele tong voor zijn beurt dat die rode kleur hem uitstekend bevalt. Het zwarte ziet hij liever meteen overgeschilderd worden. Hij wil al het UWV bellen om een schilder te sturen en een x zetten dat er weer een baan bij is gerommeld. Rutte onderbreekt hem op zijn beurt en beantwoordt de vraag voordat Kamp het briefje van zijn secretaris-generaal heeft gevonden. Wat een prachtig initiatief, Henk! Symbolisch ook heel sterk. Hij wendt zich naar Dijsselbloem om hem voor zijn hilarische retorische vraag te bedanken.

Je moet ze natuurlijk wel serieus nemen Jerommeke, proest Rutte. Om zich weer te herpakken en het in een breder kader te plaatsen. In een participatiesamenleving moet de politiek juist voorop gaan met het aanhalen van de banden met elkaar, begint hij een nieuwe inval. Het wordt tijd dat we van de Staten Generaal een Participatie Generaal maken. Dat klinkt ook een stuk krachtiger en misschien dat WA voortaan in het uniform van deze symbolische figuur in het openbaar zijn werk wil doen. Dat geeft het volk wellicht het vertrouwen terug dat we er voor iedereen zijn. Maar eerst wil ik toch ook van Henk weten, waarom dat oranje touwtje en dat gaatje in het bureaublad eraan is toegevoegd.

Whow, bewondert Henk zijn partijgenoot. Je ziet ook meteen alles, Mark. Vet man! Maar goed, jullie weten dat ze ook in Londen in de duisternis moesten regeren. De Duitsers bestookten hen dag en nacht met hun bommen. En toch bleef onze regering in ballingschap hard doorwerken aan de toekomst van ons land. Omdat ze weinig centjes wilden uitgeven, hebben ze een lamp laten schilderen. De kleuren zijn gekozen om zich te realiseren dat het nationaalsocialisme voor hen de honneurs waarnam. Het schijnsel door het doek heen was voldoende om hoofdelijk te kunnen stemmen in hun krappe behuizing. Ze zaten daar namelijk in een echt kabinet uit solidariteit met de onderduikers. Misschien voor ons ook een ideetje: een glazen kabinet op het Binnenhof om al het spaargeld in een nationale actie binnen te halen.

Maar ik wil niet afdwalen, pakt Henk de draad weer op. Aan het touwtje door het gaatje kon Gerbrandy trekken om ondanks de oorlog en de duisternis toch hoofdelijk te stemmen. In de kap zat het smoelenboek verwerkt van alle leden van de Staten Generaal, dus ook de meerderheid die ze niet mee hadden kunnen nemen. Via radio Oranje kon men horen wanneer men zijn stem moest geven. Het verzet bracht deze op een nog altijd geheime wijze a la minute over naar Londen. Na 51x trekken was iets aangenomen of verworpen. Oh ja, er zit een mechaniekje in dat zorgt dat de telling voor de regering altijd gunstig uitpakt. Voor ons een hele uitkomst als Adri Duivesteijn of een andere malloot toch tegen zou stemmen.

Men besluit dat het kleinood aan de begrotingsstukken wordt toegevoegd als eenmaal het parlement officieel akkoord is. Zouden we de Tweede Kamer ook zo’n lamp kunnen geven, maar dan een echte, oppert Asscher met in zijn achterhoofd een Europees project om in alle landen de lamp voor hun parlementen of zelfs referenda in te voeren. Even Philips bellen. Hij verdwijnt in de enige hoek in het torenkamertje. Bedankt Henk, fraai, complimenteert Rutte hem, terwijl hij aan het touwtje trekt.

De hele regering tuimelt van zijn stoel als plots de stem van Wilhelmina door hun clubhuis schalt. Heren, rap aan het werk en ophouden met aan Hendriks bordeellampje te trekken. Gerbrandy kon ook al niet met zijn fikken ervan afblijven. De overeenkomst van zijn vele sletjes met politici is weliswaar uit mijn hart gegrepen, maar er is geen tijd meer voor onderbroekenlol; zoals in Londen destijds. Gebruik gewoon uw vuist bij hoofdelijke stemmingen. Dat werkte bij mij altijd perfect. Een schoen zou ook goed kunnen. Neem de mijne maar, daar zit een flinke hak aan. Werkt nog beter dan een vuist. Vraag maar aan mijn hofhouding.

Lijkbleek stopt Rutte de lamp terug in de verhuisdoos uit Londen en warempel haar schoen met een half versleten hak ligt onder het stro. Wacht, we sturen ze de begrotingsstukken in haar schoen naar de Senaat. Dan is het een soort stille wenk verpakt als een cadeautje voor Sinterklaas. Er zitten vast nog veel leden die haar koningschap nog herinneren. Over de schoen strelend, grapt hij op z’n Rotterdams, niet praten maar poetsen. Precies Markje, komt haar geest nu uit de schoen tevoorschijn. Wrijf eens over de neus. Dat ziet Rutte niet zitten. Doe normaal mens! Wilhelmina pikt dat natuurlijk niet en zeker niet van zo’n naoorlogs centenregentje. Ze draait zich om in haar graf, zodat ze bij de neus van haar eigen schoen kan. Een oranje wolk stijgt naar het plafond. Als je niet doet wat ik zeg, dan regent het hier permanent hakkende schoenen op jullie hoofden.

Vanuit de wolk sluit ze alle uitgangen en wacht tot Rutte haar zin doet. Gefrustreerd wrijft hij bijna de lak van haar schoenneus. Het gevolg is dat zij hoogst persoonlijk aan tafel plaatsneemt. Voortaan leid ik het land weer en verwacht dat jullie daar over zullen zwijgen. Lieftink, heb je de nieuwe bankbiljetten al klaar, roept ze in haar schoen. We maken er weer een land van dat geheel en al bezig is met de wederopbouw. Dus, Lieftink, zorg dat daar genoeg geld voor is. Maar mevrouw, protesteert Jerommeke, zo gaan we naar de Filistijnen. Niks mis mee, toch?!, drijft zij haar zin door. Wij waren ooit ook een onbesneden volk en voorhuiden zullen vast goed verhandelbaar zijn als Europa straks preventief invoert dat iedereen onbesneden moet zijn om te mogen stemmen. Wat een praktisch staatshoofd is ze toch gebleven.


De beperking van het inzicht ‘Ik denk dus ik ben’ is dat het alleen een onbetwijfelbaar argument voor ons bestaan biedt op basis van ons denkvermogen. Het bewijst niets van het bestaan van de wereld, zoals het voor Descartes niets bewijst van het bestaan van zijn lichaam. Had Descartes niet verder moeten gaan met zijn radikale twijfel, dat ons het modernisme in de schoot wierp?

Hij had dat gekund, want door over het bestaan te blijven twijfelen had hij verder kunnen komen dan alleen de vaststelling van een denkend ding, een denkende entiteit op zich. De brug die hij sloeg tussen ‘denken’ en ‘zijn’ was nog maar een plankje. Je zakt er zo doorheen als je je afvraagt of het feit dat je kunt denken door een entiteit het bestaan van die entiteit bewijst. Hij had eigenlijk nog maar een veronderstelling in handen dat denkende wezens moesten bestaan, maar nam dat te snel voor waar aan en betwijfelde slechts dat ze een fysieke zelf hadden of wat voor vorm dan ook nodig hadden.

Nietzsche pakt het plankje in ‘Voorbij Goed en Kwaad’ op en vraagt zich af dat als ik degene ben die denkt, dat er dan in de eerste plaats iets moet zijn dat denkt. Vervolgens stelt hij dat denken een activiteit veronderstelt en een effect van een ‘zijn’ dat als de oorzaak ervan wordt beschouwd. Dus dat er een ‘ik’ verondersteld moet zijn en tenslotte, dat ik weet wat denken is. Dat wil zeggen dat reeds bepaald is wat met denken bedoeld wordt. Hij laat zien dat Descartes er niet in is geslaagd om volledig radikaal te blijven twijfelen en om door al zijn veronderstellingen heen te breken, waardoor zijn plank te kort is om van het denken naar het zijn over te stappen.

Door het breken van het plankje van Descartes lagen de vezels bloot, die stuk voor stuk plankjes waren waarover doorgedacht moest worden. Hij was de eerste die geen medelijden had met de magere denker, die toch de deur had geopend voor een rationalisme waar het modernisme uit geboren kon worden.

Nietzsche, de filosoof van de hamer (zoals hij zichzelf noemde), was wars van medelijden. Zijn inspirator, Arthur Schopenhauer, zag medelijden juist als een consequentie van zijn metafysica van de Wil. Hij poneerde het bestaan van een levenswil, die Nietzsche op zich als idee sterk aansprak. Hij verbond er echter andere ethische consequenties aan. Waar Schopenhauer pleitte voor een rustige, overdachte en beheerste levenshouding naar het voorbeeld van de griekse god Apollon, streed Nietzsche voor een onrustige, extatische, geestvervoerende en onbeheerste levenshouding, een veeleer ‘dionysische’ bevestiging van de levenswil. Hij belichaamde zijn strijdlustige concept met de Übermensch.

In die ‘bovenmens’ projecteerde hij het in de toekomst levende resultaat van de voortdurende bevestiging van de wil tot macht. Een held die ook zijn eigen noodlot wist te overwinnen. Waarvan de koning in het Epos van Gilgamesj droomde, werd bij Nietzsche een profetie waarin Zijn Held zich tot de huidige mens verhoudt zoals de huidige mens zich tot een aap verhoudt. Een alles en iedereen overheersend wezen, omdat de mens onderworpen is aan krachten die sterker zijn dan hijzelf.

Bij Breivik lijkt de Übermensch van het woord van Nietzsche vlees te zijn geworden. Zijn warsheid van medelijden en zijn wil tot macht over alles en iedereen die niet in de kracht van zijn waarschuwingen gelooft en daarmee niet de daadkracht toont die hij wil laten zien als noodzakelijk voor zijn missie, maken die schijn bijna geloofwaardig. Echter Nietzsche was een aanvaller van heersende ideeën – inclusief die van hemzelf. Breivik is slechts een narcist, die niet tegen afwijzing bestand is en zeker niet in staat is om radikaal te beweren dat God dood is.

Waar Nietzsche in ‘De Vrolijke Wetenschap’ stelt dat de mens God heeft vermoord, grijpt Breivik naar de lus die de God der Wrake de joden en christenen voorhoudt in hun oude boeken. Juist de ‘levensontkennende slavenmentaliteit van de joods-christelijke traditie’ is voor Nietzsche iets wat men verre van zich dient te werpen. Bij hem lezen we voor het eerst een analyse dat die slavenmoraal, ontstaan als verzet tegen de heersende orde, een moraal is die men zich laat opdringen. Hij poneert dat we ons de heersersmoraal moeten eigen maken. Volgens hem is dat de moraal die zonder invloeden van buitenaf ontstond.

De verbeelding brengt hij aan de macht, ver voor de jaren zestig toen de jeugd de slavenmoraal zat was die in het patriarchaat zich voortdurend tegen de heersersmoraal keert. Volgens Nietzsche is de heersersmoraal weggelegd voor degenen die zichzelf als sterk, mooi en voornaam zien. De slavenmoraal staat voor hem symbool voor alles wat zwak is, maar vooral sluw.

Zijn spel met het omkeren van de verhouding van de mens tot zichzelf doet mij denken aan twee ogenschijnlijk parende vliegen, waarbij het ene insect het andere aan zich onderwerpt door hem of haar zijn levenswil op te leggen. Het plaatje verbergt dat de onderliggende partij de ander het werk kan laten doen, dat beiden genot kan brengen en de held de kop kan kosten als de inspanning om die ander eronder te houden hem opbreekt omdat zijn levenswil geen andere inhoud heeft dan die van de ander. Want een heersersmoraal is alleen mogelijk als er anderen zijn die zich laten overheersen en daarin zich ook een heerser voelen over wat die heerser nodig heeft om de held uit te hangen.

Het laat ook zien hoe de huidige politiek mensen verleidt om de held uit te hangen door zich boven de ander te stellen, die zich aan hun staat moet onderwerpen, zonder een ideologie te kunnen formuleren die hen daadwerkelijk boven de ander doet uitsteken en die ze door hun wilskracht ook weten te realiseren.

Het begeren van het premierschap was bij Balkenende al een leeg vat gebleken. Ook Rutte jubelde van trots dat hij nu toch maar de eerst verantwoordelijke was en nu de boel zou vernieuwen conform de wil van het volk zonder tot nog toe daadwerkelijk iets nieuws te brengen. En Wilders staat al een tijdje te trappelen om mee te tellen, waarbij steeds meer van zijn eisen uit zijn broekzakken vallen.

Pim Fortuyn ging hen hierin voor door zich sluw te bedienen van de gevoelens van het volk dat de achterlijkheid van de ander zat was om al hun stemmen te verwerven, zodat hij premier van Nederland zou worden en dit zo kaal begeerde dat hij al pronkte met die veren voordat hij die macht had. Toen hij verkozen werd als lijsttrekker salueerde hij met At your service op zijn lippen. Eenmaal in Rotterdam om de tafel zittend leverde hij al vrij snel de scherpste programmapunten in om aan het college te kunnen deelnemen.

De heersersmoraal is een verslaving-aan-het-heersen-moraal geworden, waarin men zich gek kan laten maken van het wantrouwen dat een ander jouw macht wil afpakken. Dat zien we in een aankondiging van de film La Conquête terug, die de blogger Paul 1987 vandaag introduceert.