Post Tagged ‘thanatos’


Als je lusteloos bent, lijkt het alsof je lichaam alle ballast van het leven heeft opgezogen en je gedachten in die klei fossielen worden. Alles wat je bent, heeft geen waarde meer. Alles wat je liefhebt, verliest alle zwaartekracht. Alsof buiten je een orkaan woedt en je in het epi-centrum gelaten je bestaan, je wereld en je leven laat verwoesten. Dat die orkaan Thanatos heet en dat je in zijn armen de dood in danst, vind je allang best. Je scheidt je zonder stribbeling van wie je bent als van de ander zonder wie je niet meer kunt bestaan zonder jezelf teveel te voelen. Zet mij maar bij het vuilnis, is het enige dat je voor hem of haar over je lippen kan krijgen.

Eros heeft dat onmiddellijk door, maar jij wilt geen vrolijkheid in huis en laat wie je liefhebt de boodschappen doen. Je stuurt je liefde de deur uit als een dienstbode die ongewenst is nu je zo in beslag wordt genomen door de zinloosheid, door het niet-zijn. Een eigenaardige adelstand neemt bezit van je. Je holle kinderhoofd gaat heersen over alles en iedereen met de krachteloze poses en gebaren van een grootgrondbezitter die alles weggeeft als hij maar met rust gelaten wordt en hooguit van grote afstand beweend wordt. Geen grotere aansteller dan een depressieve man is voorstelbaar voor de gezonde van lichaam en geest.

Een vreemde omslag die haat jegens het leven die we depressie noemen, waarin bloemrijke woorden verdorren en de taal van de vernieting je daadwerkelijk de dood in kan jagen. Het dansen is bizar. Je hangt in zinnen als dat het niets meer wordt met je, dat het nooit wat heeft voorgesteld, dat iedere inspanning voor niets is geweest, in de armen van Thanatos stomdronken van zelfontkennende gedachten.

Thanatos hoeft je maar te wiegen of je walging van de mens en zijn wereld, van alles wat je gemaakt, gedaan en gedacht hebt, kots je al over zijn hagelwitte pij uit. In zijn knappe gelaat ontbloot zijn grijns een tandenkerkhof, waartussen je op zoek gaat naar een gat voor je graf. Oude gedachten aan knekeldalen, die ieder woonoord hoort te onderhouden voor wie wil sterven als hij meent dat het zijn tijd is, doen je dagdromen over je dode broer die je komt halen om je op zijn knekels naar zo’n dal te vervoeren. Je wilt bij de doden zijn, bij hen horen die het leven en daarmee jou de rug hebben toegekeerd.

Maar dat hou je niet vol als eenmaal Eros weer thuis is en wars van je pogingen in gedachten te sterven vissen, groenten, fruit, broden, noten, bloemen, kranten, dranken, vlees- en deegwaren op de tafel uitstalt als een stilleven van de vrijheid het er altijd van te nemen. De liefde neemt geen genoegen met een bijna dode in huis en laat zich niet als levenloze natuur aan de kant schuiven. Je mag je nooit voor de ander afsluiten, hoor je als gefluister van merels om je heen. Met wit licht, strijkkwartetten en een amusante operette raakt de zelfgegraven put verstopt.

Het wordt kiezen of delen. Luisteren naar de stem die zegt dat het sneller voorbijgaat als je er tegen in opstand komt en de duisternis uit je lijf rent. Of naar je kop die de deur dichtknalt als er aangebeld wordt en door de brievenbus de klachten stromen dat als je er niets tegen doet, je de ander echt pijn doet en dat jij dat op je geweten hebt. Je schrikt wakker als je merkt dat je tranen door Thanatos gekust worden en niet door Eros, die het boeltje al heeft ingepakt en je geen keuze laat. Of je put je lichaam uit om het leven weer te laten stromen of ik vertrek en laat je met je geliefde dood lekker samenwonen.

Gelukkig is de depressie nog niet vitaal en kom ik bij mijn positieven als ik me opdruk en als een gek bergetappes luchtfiets, kilometers lang langs de kaden loop op een ontsukkelend drafje en mijn huis schoonmaak als een meditatie waarin ik mijzelf boen. Het helpt me bij het proeven van mijn woorden. ‘Ik wil dood, dus ik besta’ komt opeens zo cynisch over dat het me meelijwekkend puberaal voorkomt. Ik lach met de kiespijn van een boer om mijn dwaze Wertherdom, waarin ik sjans met mijn Thanatos als mijn Eros te weinig slaap krijgt en ik me daar kennelijk geheel en al bij wil neerleggen.

Lazarus richt zichzelf in mijn groener geworden ziel op en veegt de moed bij elkaar, waar mijn vloer mee bezaaid is. Eenmaal uit de ban van de magie van de oneindigheid van de reflectie op de zinloosheid van het leven, begin ik zowaar te schateren over de mens die de wereld niet aankan als hij hem zelf tot een complete duisternis heeft verklaard. Hoe je in een innerlijk gesprek kunt trappen, dat zich bedient van woorden zonder die te betwijfelen. Nooit kan iets in alle gevallen negatief zijn zonder dat je zelf aan dat realisme onderdoor gaat. Dat ondervinden de echte armen op aarde dagelijks aan den lijve, waardoor ze je zo toe kunnen lachen in al hun ellende.

Zoals het ook nooit in alle gevallen positief kan zijn zonder dat je aan dat idealisme de grond onder je voeten kwijt raakt. In een vleesgeworden kritisch rationalisme omarm ik de idee dat gelukkig geen enkele waarheid gedacht kan worden, omdat je er nog niets tegenin kan brengen. Wat je in je handen meent te hebben als zekerheid kan morgen alweer onzeker zijn. Dat biedt je alle vrijheid van de wereld om er wel of niet in te geloven. Van een geschrokken hoedje is God een zegswijze geworden dat je iets niet zonder verbeeldingskracht boven je pet op zijn plaats en in zijn tijd kan houden. Zo Thanatos en Eros met elkaar verzoenend in een levenswil, waar de dood een puntje aan kan zuigen.


droombende turing

Droombende

Voor het bewustzijn ondergedoken atomen

halen zielen op met een levende map,

maken van draden uit de zomen

levensruimte op een ‘doorgestikte lap’

 

kleuren verstuiven het ik, hervonden

biedt het zich aan als dorstig palet,

waar de tijd verzuimt tikt afwezigheid

ongeklokte minuten weg vol onsterfelijkheid

 

terwijl mijn geest op een bolderkar

zwanen opwekt voor Thanatos ballet

hoor ik: de één is in Jezus, ongezonden,

maar jij bent gelukkig in De War

 

van de ander buiten mijn grijze behang

naar wie ik ongekaard en kortgewiekt verlang.

 

Droombende is door naar de tweede ronde van de Turing-prijs. Vijf andere gedichten staan nog in de wachtrij. Nu maar bidden dat vier de tweede ronde halen, drie de derde en twee de vierde ronde. Dan moet er 1 toch winnen…./-;[}


water kant

Volwassen zit ik 
met mij zelf in de hand,
wat dromerig aan de waterkant
te staren met mijn jongensblik,
 
naar een drijvende hoed en rand.
Een krant lijkt te spartelen,
op de plek van de geleerde,
waarvan ik samen schrik.
 
Zouden ze hem martelen,
omdat hij hem smeerde
………………………
………………………?
 
groter tha
 
 
heel mijn wezen
werd bevangen
door het brandend verlangen
te zien wat wij zo vrezen.
 
de verrijzenis van thanatos.
in het zo hoge water
maakt hij theater
met zijn wapperende lappenbos.
 
dit is wellicht mijn laatste kans
en roep hem van mijn kant toe:
dans, thaantje, dans gans.
dans die zwaan in je levensmoe.