Post Tagged ‘tribunaal’


recht hof
 
de ontvonking van zijn geloof
 
het tribunaal wordt georganiseerd voordat sirius uit logeren gaat bij de christenbroeder van zijn voogd, die zo’n goed contact met de jeugd zou hebben volgens moeder, petrus en oom wim. dat wil zeggen de eerste zitting. ze hebben de zolder ervoor ingericht, die uit vier vlieringen bestaat en om een vide loopt tussen de slaapkamers van alle kinderen behalve petrus, die op de 1e verdieping slaapt, en ze hebben de rollen anders verdeeld. lukas is rechter, want sirius kan toch moeilijk onbevooroordeeld rechtspreken over zaken waarin hij anderen verdenkt van onderdrukking, vrijheidsberoving, valse beschuldigingen, mishandeling en misbruik aan zijn adres. aantasting van de privacy is geschrapt op aandringen van johannes, omdat volgens hem ouders nu eenmaal op hun kinderen moeten passen en er geen recht ontwikkeld is voor het kind om zelf de grens te bepalen van hun kennis aan zijn leven en de wijze van verwerving.
 
sirius begint daar wel zijn aanklacht mee. mij is groot onrecht aangedaan, doet hij oom arends stem na, waar het recht voor ontbreekt om de daders met succes aan te klagen en het deste pijnlijker is voor mij om er gehoor voor te missen. johannes onderbreekt hem meteen. het onrecht dat de aanklager is aangedaan en waar de daders niet volgens de wet om veroordeeld kunnen worden, dient buiten deze zaak te worden gehouden en in een kort geding met de staat beslecht te worden. lukas stampt ter ondersteuning van johannes gelijk met zijn voeten tegen het houten beschot, terwijl sirius meteen overgaat op wat hij wel zijn ouders en verdere familie mag verwijten. hij begint met de deportatie uit gameren en eindigt met de valse beschuldiging van zijn oom.
 
men heeft een kind van 10 jaar tegen het advies van zijn onderwijzer in, zonder enige voorbereiding en gewenning aan zijn culturele transplantatie en zonder enige begeleiding van zijn integratie in de grote stad blootgesteld aan verschrikkingen waar menig christen zijn geloof door zou opgeven, hetgeen hem dan ook nog eens daar bovenop is overkomen. het hoofd van de dr. abraham kuyperschool voor ulo is bereid te getuigen dat dit heeft geleid tot een onnodige onderwijsachterstand, indien gewenst door het hof en van belang voor de rechtsgang. voor deze aanklacht is een dossier samengesteld met alle verklaringen van de schoolarts, de schooladviesdienst, de examencommissie en de buurman, die hem bijles gaf.
 
de rechter wil alleen de verklaring van het hoofd van de ulo horen en sirius draait het bandje af dat hij opgenomen had van het telefoontje van mijnheer de beer om hem met de hoogste cijfers die in de geschiedenis van het ulo zijn behaald persoonlijk te feliciteren. jongeman, bast zijn stem door de rechtzaal, je hebt met 5 tienen en 4 negens bewezen dat je jarenlang onder je niveau hebt moeten leren, dat je dat toch zonder verwaarlozing van je talenten hebt gedaan en dat je ouders zich zouden moeten schamen voor hun verkeerde schoolkeuzen. ja maar, hoort hij zichzelf tegenwerpen, ik heb toch zelf mijn toelatingsexamen voor het lyceum verprutst.. ook dat valt jou niet te verwijten, jongeman, onderbreekt zijn beschermheer hem, je ouders hadden je moeten voorbereiden en je niet moeten laten zakken. alleen omdat zij daar de cursuskosten niet voor wilden betalen, hebben zij ervan afgezien. dat is nu duidelijk een ernstige omissie gebleken.
 
de beer geeft als laatste argument dat sirius ouders hem niet goed verzorgd hebben prijs dat hij voor tekenen een 3 heeft gekregen, omdat hij sexueel en religieus niet goed is voorgelicht. op de tekening, die de rechter voorgelegd wordt, staat een kopje in de vorm van een vrouwenlichaam met een barst in de buik en een rib op de vloer. de opdracht was de schepping te tekenen. sirius voegt eraan toe dat hij pas op de hbs hoorde dat de schepping van de mens uit de mens niet letterlijk genomen moet worden, dat de rib symbool is voor de erfelijkheid en dat de vrouw niet de kruik is van de man. dat laatste, wil de rechter graag verder uitgelegd hebben, maar johannes onderbreekt opnieuw de rechtsgang en wijst de rechtbank erop dat ook hierin de ouders vrij zijn hun kinderen voor te liegen en voor te leven wat zij juist vinden.
 
de rechter is echter te nieuwsgierig en negeert het protest van de strafpleiter. vertel, nodigt hij sirius uit, hoe zit dat met die kruik. dat moet u zien in het licht van de dood, raadselt sirius erop los. mijn ouders geloven niet in de dood als het einde van het leven, maar zien het als het begin van het eeuwig verblijf in de hemel of de hel. zij hebben mij grootgebracht met het idee dat de mens een kruikje is, gemaakt van stof vermengd met water, klei genoemd, en gevuld met een geest. het kruikje dien je als een tempeltje rein te houden in een wereld die er graag haar vloeistoffen in kwijt wil. de geest kan door die vloeistoffen op verkeerde gedachten gebracht worden en de kruik misbruiken voor zijn eigen genot. hij moet daarom zich voor die vervuiling afsluiten. aan het eind van je leven dien je de kruik over te geven. als god hem wil aanvaarden staat hij voor je klaar aan gene zijde om je in het hiernamaals opnieuw van dienst te zijn. zo niet dan laat hij hem stuk vallen en in scherven daal je neer en brandt je in de hel.
 
maar waarom zie je de geboorte dan als een barst in de kruik?, wil de rechter nog weten. die barst staat natuurlijk voor het scheuren van het maagdenvlies, waardoor de vrouw meer dan de man kennis heeft aan het kwade van de geslachtsdaad en deze dan ook ondergaat als een offer, dat ze bij de geboorte opnieuw ervaart, wat betekent dat die geboorte de uitstoting van het ingebrachte verbeeldt dat niet aan haar eigen is en daarmee op beide momenten met een bloedoffer gepaard moet gaan om zich qua geweten vlees te reinigen. ach so, germaniseert de rechter zijn verbazing voor sirius merkwaardige logica, dass ist das problem. es ist mir klar.
uw tweede aanklacht graag, sluit de rechter de eerste af. voor die aanklacht is de getuigenis van ruth, mijn zuster, van belang. zij heeft deze op papier gezet. hij pakt uit de stapel dossiers voor hem op de grond een dikke ordner vol foto’s en bijschriften, en slingert de bundel als een discus naar de boven hem getroonde hoogste wereldse macht. bij het opvangen concludeert de rechter dat het te dik is om in deze zitting door te nemen. hij schort dan ook de rechtszaak voor de rest van de dag om zich door alle foto’s heen te worstelen en bij sommige nog extra uitleg te vragen bij de bron zelf.
 
als hij de volgende dag de rechtszaak wil vervolgen, is sirius afwezig gemeld. hij is de avond ervoor door oom wim opgehaald om bij de christenbroeder in utrecht te logeren die zo goed met de jeugd kan omgaan. de man woont in een enorm herenhuis aan de catharijnesingel, waar sirius later als kraker samen zal wonen met tommy, een studievriend met wie hij een jaar lang het bed deelt tot zijn vriend hem voor zichzelf alleen opeist. de man doet open en begroet sirius met een klopje op zijn schouder en de vreemde opmerking dat ze er samen beslist uit zullen komen. oom wim tevreden naar zijn auto doen terugkerend gaat hij even tevreden lachend om niks hem voor naar de huiskamer waar zijn vrouw hem hartelijk begroet met: daar hebben we eindelijk onze logee. nog diezelfde avond ligt hij op de sofa in de studeerkamer van de assistent van dr. rümke, de christelijke psychiater die het schopte tot hoogleraar ontwik
kelingspyschologie en bekend werd met zijn karakterkunde.

 
vertel me eens sirius, begint de assistent met zijn heimelijke psychoanalyse, wat betekent voor jou het geloof van je vader? sirius eerste antwoord, dat hij twijfelt aan dat geloof, wordt meteen tot het vraagstuk van zijn leeftijd gebombardeerd. wat sirius onmiddellijk doet verzuchten dat opvoeders te snel de ander mis verstaan, vooringenomen zijn en het altijd beter weten. de assistent luistert echter daar nou net wel precies naar en kan meteen zijn vertrouwen winnen door dat te beamen en toe te voegen dat hij zelf bepaalt hoe die twijfel begrepen moet worden. ik werk met de verstehende methode, licht hij zijn aanpak toe. ik wil je begrijpen, je verstaan zoals je jezelf verstaat, jouw beleving staat voor mij voorop. pas als die beleving voor je terugklinkt in mijn woorden, dan zijn we met elkaar eruit.
 
wat de assistent daarmee bedoelt, houdt sirius als vraag nog even achter de hand. hij dacht alleen een kennismakingsgesprek met hem te voeren, maar hij voelt een naar addertje onder dat gras. de assistent merkt meteen dat hij dat voor hem verzwijgt en probeert hem uit de tent te lokken met de hypothese van zijn leermeerster dat karakter en aanleg van de ongelovige laat zien dat het een ontwikkelingsstoornis is. pardon, hapt sirius toe, waar haalt u die onzin opeens vandaan? ik zei slechts dat ik twijfel aan het geloof van mijn vader en u ziet daar een zwak karakter in en een stoornis in mijn ontwikkeling? hoezo en waarom ziet u die niet in die elementen van mijn vader zelf? dat ligt toch meer voor de hand? ongemerkt rolt hij in de psychotherapie, waar zijn oom zoveel van verwacht.
je ontkent nu wat in de wetenschap allang bewezen is, namelijk dat geloof en religiositeit onmisbare elementen zijn in het ontwikkelingsproces van de mens, van kind naar volwassene. het ongeloof vertoont veel sterker verwantschap met de neurose dan het ware geloof. het heeft een levensremmende werking, hoewel velen juist het tegendeel beweren. het ongeloof is autodestructief en laat gespiegeld aan de godsdienst zien, die de mens door alle eeuwen heen tot een productiviteit op het allerhoogste niveau heeft aangezet, dat nergens ooit het onechte een dergelijke ontroerende wijdende en bevrijdende kracht heeft gehad.
 
in één keer is sirius uit het veld geslagen. ongeloof remt het leven, daar kan hij niks tegenin brengen want dat is ook zijn ervaring dat het niet in hem geloven zoveel obstakels op zijn levenspad heeft opgeworpen. de ontvonkende kracht, die hij voelde toen hij meende dat god veeleer baaál is dan abraham als heer der heirscharen geopenbaard is, zou volgens de assistent door rümke beschreven zijn als ‘een zich zinvol ingeschakeld voelen in het geheel van het zijnde’ – ofwel in deze wereld. je ervaart houvast, grond onder je voeten (‘oergrond’) en samenhang. ja dat klopt, juicht sirius, toen ik ontdekte dat baaál eerder dan god leefde en hem geschapen moet hebben, toen viel alles pas op zijn plaats. de assistent heeft dit niet verwacht en probeert sirius weer op het rechte pad te krijgen met de vraag: is god, geschapen of ongeschapen, minder dan wie zich als zijn voorvader aandient of juist meer?
 
even is sirius in de war gebracht. wat bedoelt u precies? bedoelt u dat door zijn latere verschijning hij meer god is, omdat hij uit een meer perfecte staat voortkomt dan zijn voorganger, voorvader of voorbode? ja, haakt de assistent gretig op het laatste in, als voorbode is baaál slechts de boodschapper toch? zoals jezus, steekt sirius een spaak in zijn wiel. nou, dat kun je natuurlijk niet zo stellen, probeert de assistent zijn interruptie meteen te ontkrachten, jezus was zijn zoon en niet een dorpsomroeper of zo. we moeten de orde der dingen niet door elkaar halen met de orde van de tijd, raadselt nu de assistent. die laatste is nu eenmaal alles bepalend. zonder de geschiedenis als de zingever van onze ervaringen op te vatten, kunnen we niets verklaren en is alles duister.
 
sirius laat het er maar bij en schakelt over op het doorvragen van wat hij het laatst gezegd heeft. hoe komen die ervaringen dan precies tot stand dat god bestaat en andere goden niet of niet langer of niet in zijn schaduw? juist bij jullie jonge mensen, begint de assistent bijna te kwijlen, als jullie tenminste evenwichtig zijn opgenomen en je thuisvoelen in gezin, familie, school, vriendenkring en kerkgemeenschap. sirius kan hem nu weer geheel volgen. hij heeft immers niets anders op het oog dan die geborgenheidservaring.
 
de assistent proeft een doorbraak en fluistert: mijns inziens kan de ervaring van jou tot ‘geloof’ worden en de ‘oergrond’ tot ‘god’, als jullie in je groei naar volwassenheid op een bescheiden en gezagvolle wijze ‘op de weg langs de woorden’ worden geleid. zodat jullie leren zelf door te dringen in de grote religieuze traditie van het christendom. sirius knikt instemmend en voegt er graag aan toe dat ook hij uit is gegaan van de oude overgeleverde geloofswoorden, die in hun ‘ontvonkende kracht’ konden worden overgedragen. daarom komt hij uit op baaäl die slechts met één woord genoeg heeft om zij offers zelf te doen branden. magische woorden daar gaat de geloofsstrijd om. pas als opvoeders daar alle ruimte aan geven dan is er een geloofsgesprek mogelijk, waarin de traditie niet klakkeloos wordt opgelegd, maar inspirerend in een veelvormigheid aan opvattingen en belevingen die vanzelf de juiste toon en melodielijn aangeven voor geloofskennis van, aan en door het grote verhaal, dat in zulke keurige vouwen in boeken als de bijbel verwoord wordt.
 
eigenlijk, besluit sirius hardop zijn denken, is geloven een voortdurend ontvouwen van een verhaal dat nooit kan eindigen als vertelling, daarom alleen al zin geeft om als familie met elkaar te delen en om door iedere generatie opnieuw als een doorleefde ervaring van eigen vormen en interpretaties voorzien te worden. de assistent heeft er een hard hoofd in of sirius het eigenlijk wel goed begrepen heeft, maar vindt het voor het eerste pyschotherapeutische gesprek volstaan dat hij het geoof ook als tegengesteld aan de neurose verstaat.


rechterd

De hand van de grazende liefde
 
De voogdij van Sirius is in vele handen geweest voordat zijn oom Arend opduikt als het brein achter het poppenspel. Zijn meester in Gameren is de eerste die zijn oom gevraagd heeft om extra op hem te letten. Hij heeft voor zijn aanstelling gezorgd, toen hij in zijn broer een profeet zag en besloot dat hij dan op afstand zijn lastig kind onder zijn hoede zou nemen. Sirius is daar achter gekomen tijdens een recherche van de studeerkamer, op zoek naar zijn dagboek dat Vader in beslag had genomen.

Tussen de verboden boeken treft hij mappen aan vol briefjes, aantekeningen en fotoos. De briefjes komen uit alle windstreken van zijn bestaan op aarde. Vader heeft ze zelf gedateerd, zodat hij moeiteloos zich een beeld kan vormen van de inlichtingendienst op GG, die speciaal vooor hem opgericht lijkt te zijn. Het oudste vermeldt dat hij gesignaleerd is in het dorpshuis. Er staat: uw zoon is hedenmiddag door onze wika (werker in kerkelijke arbeid) aangehouden toen hij verward uit een film in het dorpshuis over de kraamzorg kwam. Hij kon geen duidelijke verklaring geven over uw toestemming, noch over het entreegeld en zijn verwardheid zelf. Wij weten niet of er iets onoorbaars is gebeurd tijdens de film, maar hij bleef doorpraten over iets dat niet kan, mag en gezien is. Alsof hij iets bovenaards had meegemaakt.

Bovenaards, mompelt Sirius in zichzelf, dat was veel eerder het geval toen hij aan het eind van de Heilige Geestweg, in het poeltje tussen het kerkhof en de bouwplaats voor de nieuwe snelweg achter het dorp, in de snikhete zon zich door de wind opgetild voelde en daarin de handen van zijn meester ervaarde die hem geheel ontblootten en tot zich namen. De film was juist teveel benedenaards, waardoor het leek alsof de zuster op de fiets de zaal in reed, recht op hem af, en de dokter zijn verlostang dwars door het laken stak in het lichaam van zijn tante, die hij in het profiel van de actrice herkende. Het schreeuwen van een baby, die tienmaal vergroot de zaal in leek de zweven, had hem nog het meest beangstigd.

De wika herinnert hij zich nog goed. Wat een gluiperd! Hij had hem naar binnen gelokt, toen hij met zijn neusje tegen het raam gedrukt de zaal rondkeek waar hij van zijn vader nooit een voet over de drempel mocht zetten. Zij zijn niet van onze richting, jongen, was de verklaring. Zij menen dat alle aardse goederen door God aan ons gegeven zijn en zien nergens kwaad in. Terwijl wij toch beter weten, namelijk dat onze wereld van kwaad doordrenkt is. Het zijn de kinderen van De Slang, had zijn oudste broer Petrus hem toevertrouwd op zijn typische meerwetende, maar allesverzwijgende manier. De kennis van het goede van het kwaad zoeken zij in plaats van dat zij dat juist moeten mijden van Onze God.

Uit de krabbeltjes op de achterkant van het briefje blijkt dat de wika surveilleerde voor zijn meester, die de contactpersoon was van zijn oom, die weer zijn vader maandelijks rapporteerde met bijvoeging van alle procesverbaaltjes. Hij vindt tientallen mapjes tussen de verboden lectuur, waar Lukas hem de spannenste delen uit zijn blote hoofd van had geciteerd als ze ’s avonds in bed elkaar vermaakten met het absurde van hun opvoeding. Vooral de waarschuwingen dat kinderen geen kennis van de sexualiteit mogen hebben, omdat hun geestelijk leven nog zo kwetsbaar is. Kennis van, had Lukas geschaterd, ze bedoelen kennis aan, want van is onmogelijk iemand te onthouden.

floragetuigenis

Dat laatste had diepe indruk op Sirius gemaakt. Nu hij de briefjes in handen had, drong het als hernieuwd inzicht tot hem door. Kennis van het verbodene is een gegeven in de cultuur. Normaal volstaat dat om je er langs te bewegen. Je kijkt dan niet verder. Kennis aan het verbodene trekt je er juist naartoe, brengt je in de ban van hetgeen anderen voor zich afsluiten. En, filosofeert hij voor de verborgen boekenplank, kennis door wat je dan meemaakt, maakt je los van alles en iedereen dat je in het gareel probeert te houden. Dat is doorleefde kennis.

Hij wil nu toch het fijne van zijn hele dossier weten en verzamelt alle mappen in een archiefdoos, die hij onder de vloer van de logeerkamer verbergt. Wekenlang heeft hij de inhoud bestudeerd en in kaart gebracht hoe men al zijn gangen is nagegaan, tot aan zijn heimelijke uitstapjes ’s nachts aan toe die hij ondernam via een touw aan de schoorsteen, waarlangs hij zich liet zakken op het braakliggende stukje gemeentegrond naast de pastorie, waarop een electriciteitshuisje gebouwd was. Die uitstapjes waren stuk voor stuk expedities om de kennis van wat allemaal niet mag in kennis aan wat niet beleefd mocht worden om te zetten, die leidde tot doorleefde ervaringen en hem de wereld door en door liet kennen.

Het dagboek vindt Sirius er niet meteen door terug, maar wel genoeg informatie over het Englandspiel van zijn familie met hem. Na meester Van de Werken blijken zijn voetbaltrainer, de badmeester, beide buurmannen, het schoolhoofd en de kerkvoogd in dienst van zijn oom hem in de gaten te hebben gehouden. Iedere informant beschikte weer over eigen netwerken van gemeenteleden die tegenover winkels, koffiehuizen, filmzalen, openbare toiletten, parken, zwembaden en huizen woonden waar hij zich in hun ogen verdacht op had gehouden. Zo had zijn oom en daarna zijn vader een kerfstok zo lang als een Jacobsladder opgebouwd met delicten als: op zondag 2 maart twee rolletjes drop getrokken uit automaat tegenover het rusthuis, minstens een uur verbleven in het ondergrondse urinoir voor de bioscoop Kriterion, half naakt en bezweet aangetroffen in het kleedhok van de scheidsrechter, enz. enz.

Op zich is het natuurlijk niet leuk om al je gangen beschreven te zien, maar Sirius vindt er zijn inspiratie in om juist met deze kennis een tribunaal op te richten voor het schenden van zijn rechten op privacy. Het is dan dat hij de Vliegende Rechterd bedenkt, die hij jaren later in een strip over de zondeval zoals zijn evangelie het beschrijft, verwerkt. Voor de laster figureert daarin de Floragetuige die de Rechterd wraakt, omdat hij levend vlees mept bij zijn vonnis. Voor Sirius is dat de echte zondeval; de valse beschulding c.q. getuigenis van de mens die meent goed te doen door kwaad te spreken van de ander. Het klikken in dienst van degene die zelf buiten schot blijven is op zich geen delict, besluit hij als eerste artikel van zijn stenen tafelen. Want daar gaat het om kennis van de overtredingen. Wel als het om kennis aan die overtreding gaat.

verklaring voor
 
kennis door is het ergst, want dat is in een liefdesrelatie gelijk aan kwade trouw. het belangrijkste verbod dat zijn evangelie kent: gij die kennis draagt van de zwakheden van de ander, gij zijt te kwader trouw als gij die kennis ontleent aan de liefde voor die ander en daar al grazend zelf de hand in heeft. met dit gebod besluit hij een tribunaal op te zetten en samen met lukas als aanklager en johannes als strafpleiter recht te doen spreken over de omgang met kennis van zijn tochten door de wereld om zijn bestemming te weten door zijn naaste familie. in zijn uitnodiging aan zijn beide broers om daartoe in de kelder samen te komen, spreekt hij van een noodzakelijk oordeel om het verleden verzoenbaar te maken voor de liefde in het huis van baäl. hij eindigt zijn oproep met: dat we tot een besluit kunnen komen waarin het mogelijk is om te zeggen het was niet netjes van onze verwanten, maar het geeft ook geen pas ze daarom als het kwaad in onze wereld te zien, daar hun liefde graasde waar het niet grazen kan en we allemaal keurige vouwen willen in onze relatie tot wie ons geschapen heeft.