Post Tagged ‘trouw’


VStemlamp van de senaat

Het is weliswaar een oud exemplaar van de gevluchte regering in Londen, maar juist dat moet ons als kabinet aanspreken. Aldus Henk Kamp, die op het idee kwam toen hij in het archief van zijn departement de doos aantrof van minister Kerstens met de bureaulamp van premier Gerbrandy. Hij memoreert dat Kerstens destijds handel, nijverheid en scheepvaart in zijn portefeuille had. Economische zaken zag men toen nog als een terrein waar meerdere ministeries aan werkten. Hij wil net pleiten om scheepvaart opnieuw aan zijn ministerie toe te voegen, maar Dijsselbloem onderbreekt hem met de vraag wat de senaat sowieso met een bureaulamp aanmoet.

Asscher, die een borreltje heeft gedronken tijdens de werklunch, spreekt met dubbele tong voor zijn beurt dat die rode kleur hem uitstekend bevalt. Het zwarte ziet hij liever meteen overgeschilderd worden. Hij wil al het UWV bellen om een schilder te sturen en een x zetten dat er weer een baan bij is gerommeld. Rutte onderbreekt hem op zijn beurt en beantwoordt de vraag voordat Kamp het briefje van zijn secretaris-generaal heeft gevonden. Wat een prachtig initiatief, Henk! Symbolisch ook heel sterk. Hij wendt zich naar Dijsselbloem om hem voor zijn hilarische retorische vraag te bedanken.

Je moet ze natuurlijk wel serieus nemen Jerommeke, proest Rutte. Om zich weer te herpakken en het in een breder kader te plaatsen. In een participatiesamenleving moet de politiek juist voorop gaan met het aanhalen van de banden met elkaar, begint hij een nieuwe inval. Het wordt tijd dat we van de Staten Generaal een Participatie Generaal maken. Dat klinkt ook een stuk krachtiger en misschien dat WA voortaan in het uniform van deze symbolische figuur in het openbaar zijn werk wil doen. Dat geeft het volk wellicht het vertrouwen terug dat we er voor iedereen zijn. Maar eerst wil ik toch ook van Henk weten, waarom dat oranje touwtje en dat gaatje in het bureaublad eraan is toegevoegd.

Whow, bewondert Henk zijn partijgenoot. Je ziet ook meteen alles, Mark. Vet man! Maar goed, jullie weten dat ze ook in Londen in de duisternis moesten regeren. De Duitsers bestookten hen dag en nacht met hun bommen. En toch bleef onze regering in ballingschap hard doorwerken aan de toekomst van ons land. Omdat ze weinig centjes wilden uitgeven, hebben ze een lamp laten schilderen. De kleuren zijn gekozen om zich te realiseren dat het nationaalsocialisme voor hen de honneurs waarnam. Het schijnsel door het doek heen was voldoende om hoofdelijk te kunnen stemmen in hun krappe behuizing. Ze zaten daar namelijk in een echt kabinet uit solidariteit met de onderduikers. Misschien voor ons ook een ideetje: een glazen kabinet op het Binnenhof om al het spaargeld in een nationale actie binnen te halen.

Maar ik wil niet afdwalen, pakt Henk de draad weer op. Aan het touwtje door het gaatje kon Gerbrandy trekken om ondanks de oorlog en de duisternis toch hoofdelijk te stemmen. In de kap zat het smoelenboek verwerkt van alle leden van de Staten Generaal, dus ook de meerderheid die ze niet mee hadden kunnen nemen. Via radio Oranje kon men horen wanneer men zijn stem moest geven. Het verzet bracht deze op een nog altijd geheime wijze a la minute over naar Londen. Na 51x trekken was iets aangenomen of verworpen. Oh ja, er zit een mechaniekje in dat zorgt dat de telling voor de regering altijd gunstig uitpakt. Voor ons een hele uitkomst als Adri Duivesteijn of een andere malloot toch tegen zou stemmen.

Men besluit dat het kleinood aan de begrotingsstukken wordt toegevoegd als eenmaal het parlement officieel akkoord is. Zouden we de Tweede Kamer ook zo’n lamp kunnen geven, maar dan een echte, oppert Asscher met in zijn achterhoofd een Europees project om in alle landen de lamp voor hun parlementen of zelfs referenda in te voeren. Even Philips bellen. Hij verdwijnt in de enige hoek in het torenkamertje. Bedankt Henk, fraai, complimenteert Rutte hem, terwijl hij aan het touwtje trekt.

De hele regering tuimelt van zijn stoel als plots de stem van Wilhelmina door hun clubhuis schalt. Heren, rap aan het werk en ophouden met aan Hendriks bordeellampje te trekken. Gerbrandy kon ook al niet met zijn fikken ervan afblijven. De overeenkomst van zijn vele sletjes met politici is weliswaar uit mijn hart gegrepen, maar er is geen tijd meer voor onderbroekenlol; zoals in Londen destijds. Gebruik gewoon uw vuist bij hoofdelijke stemmingen. Dat werkte bij mij altijd perfect. Een schoen zou ook goed kunnen. Neem de mijne maar, daar zit een flinke hak aan. Werkt nog beter dan een vuist. Vraag maar aan mijn hofhouding.

Lijkbleek stopt Rutte de lamp terug in de verhuisdoos uit Londen en warempel haar schoen met een half versleten hak ligt onder het stro. Wacht, we sturen ze de begrotingsstukken in haar schoen naar de Senaat. Dan is het een soort stille wenk verpakt als een cadeautje voor Sinterklaas. Er zitten vast nog veel leden die haar koningschap nog herinneren. Over de schoen strelend, grapt hij op z’n Rotterdams, niet praten maar poetsen. Precies Markje, komt haar geest nu uit de schoen tevoorschijn. Wrijf eens over de neus. Dat ziet Rutte niet zitten. Doe normaal mens! Wilhelmina pikt dat natuurlijk niet en zeker niet van zo’n naoorlogs centenregentje. Ze draait zich om in haar graf, zodat ze bij de neus van haar eigen schoen kan. Een oranje wolk stijgt naar het plafond. Als je niet doet wat ik zeg, dan regent het hier permanent hakkende schoenen op jullie hoofden.

Vanuit de wolk sluit ze alle uitgangen en wacht tot Rutte haar zin doet. Gefrustreerd wrijft hij bijna de lak van haar schoenneus. Het gevolg is dat zij hoogst persoonlijk aan tafel plaatsneemt. Voortaan leid ik het land weer en verwacht dat jullie daar over zullen zwijgen. Lieftink, heb je de nieuwe bankbiljetten al klaar, roept ze in haar schoen. We maken er weer een land van dat geheel en al bezig is met de wederopbouw. Dus, Lieftink, zorg dat daar genoeg geld voor is. Maar mevrouw, protesteert Jerommeke, zo gaan we naar de Filistijnen. Niks mis mee, toch?!, drijft zij haar zin door. Wij waren ooit ook een onbesneden volk en voorhuiden zullen vast goed verhandelbaar zijn als Europa straks preventief invoert dat iedereen onbesneden moet zijn om te mogen stemmen. Wat een praktisch staatshoofd is ze toch gebleven.


Een  gelukkige hersenschim

Een gelukkige hersenschim

Nu ik ziek ben,  komt hij vast weer langs. Zal hij zoals vroeger mij oneindig dierbaar zijn. Kan ik weer aan zijn nabijheid en warmte denken als een tijdelijke woning. Zoals toen, in dat herenhuis en in die villa die nog meer een stad werden dan ze in het dagelijks leven van ons gezin al waren.

Dat innig samenzijn van vader en zoon zocht ik ook vaak op door ongehoorzaamheid. Dan wist ik als ik huilend om vergeving zou vragen zijn hart zou breken en zijn armen open gingen voor een warme stede.  Zijn erbarmen was op zo’n moment, in het voorts afstandelijk samenleven, zo groot dat alle narigheid van een te strenge opvoeding samen met zijn strikte geloofsleer wegsmolt.

Het bestaan voelde zolang het duurde aan als een nimmer eindigende waterval. Alle beknellingen en verstrikkingen om de slechtheid van de mens te snoeren veranderden in anekdotes, waar we tongloos om konden lachen. Want er daadwerkelijk over spreken zou onze omhelzing onmiddellijk verbreken.

Als een geschenk uit de hemel komt hij vandaag in levende lijve op visite. Zet zich voor  mijn bed neer op het daartoe aangesleepte bankje en  trekt me op zijn schoot. Ik verras hem met het voordragen van een vers sonnet. Alsof we een kleine receptie houden voor zijn verjaardag, ruim een maand geleden.

Schootprinsje

Wist je, je was mijn koning
Ik droeg je mantel, opgedragen
Voor je vazallen steef ik de kragen,
En fluisterde met ze over onze woning

Je weet wel, het huis dat ik gevonden
Had, toen jij het volk toesprak over je geloof,
Waaraan je zo gehecht was door de vele wonden
Die het je had toegebracht, toen jij net als ik opstoof

Als je moest luisteren naar de woorden en de dingen
Waar jouw vader weer mee kwam, zingend door de muren
Heen van zijn boerenwoning. We leden samen alle dagen, alle uren
Die we maar tellen konden in een eenzaamheid vol zinloze keerkringen,

Omdat we de zon in het zenit noch het nadir konden verdragen om niet
De belofte te breken voor elkaar bestemd te zijn, de waarheid van ons stil verdriet.

Rotterdam, 13 februari 2013, de dag waarop ik mijn geluk even niet opkan.


Het ruimen van een graf hoort een mooi ritueel te zijn

 

Vandaag is mijn vader 112 jaar geleden geboren. Op zijn graf is een briefje gevonden met als boodschap dat het geruimd wordt. Het kattebelletje dateert van mei 2005.

Je hoort het wel vaker dat men de nabestaanden niet weet te vinden als opnieuw de grafrechten betaald moeten worden.

In de krant lees ik vandaag dat een vrouw ook zo’n boodschap bij het graf van haar moeder vond. Zij dacht echter dat het briefje voor een ander graf bestemd was. Toen zij op een dag haar moeder weer wilde opzoeken was het graf al geruimd en de inhoud in een container gegooid.

Dat hebben ze bij mijn vader nog niet gedaan. Als we de rechten voor 30 jaar betalen, dan kan hij met zijn vrouw maximaal nog 22 jaar in vrede rusten.

Even speelde ik met de gedachte de skeletten zelf op te graven, onder begeleiding van een  straatorkest. Ze vervolgens in bad te doen. Ze goed te poetsen en ze een plek te geven in mijn atelier, bovenop hun  grafsteen.

We hebben als nabestaanden immers nooit meer naar ze hebben omgekeken. Ieder van ons woont in een andere provincie. Als de wet het niet zou verbieden, hadden we ze als lijk destijds al in huis kunnen nemen. Wat mij betreft zouden ze de mooiste kamer gekregen hebben. Zodat ze zich echt in de hemel konden wanen.

Vreemd dat men ze wel in een container mag gooien.

 

 

 


Donkerbruin vermoeden: ‘t hoort drie keer, Edgar!


Druiven zuur

Innerlijk tegenover jezelf komen te staan

Wie ben je eigenlijk?, vroeg ik mij af,

ik dacht dat ik je kende en alles van je wist.

Ik heb me gruwelijk in mijzelf vergist.

Wat mijn mond was, werd een stinkend graf.

En wie ben jij dan?, riposteerde de stem.

Blauw van de kou in mijn innerlijke dialoog,

waarin ik loog dat ik dezelfde was, hem,

die met zijn afkeer voor mij mij zo bedroog.

Met nog maar een flauwe afspiegeling van jou,

nam ik mijn woorden terug en werd vuurrood

van de ontkenning dat hij altijd mij is en ik me ontbloot

van hem, mijn evenbeeld bevries in onze kou.

De druiven zijn zuur als je als man en vrouw

in je huis van vlees verkeert in kwade trouw

Rotterdam-Vlissingen, 28 juli 2011


Hij is uit steen gehouwen,  ergens op de wereld, maar ik weet niet waar. Ook deze gaf die zwager mij. Hij was lang mijn huisgodje bovenop een apenrots van sinaasappelkistjes in mijn kamer. Ik heb hem nu aangekleed met een gloeilamp op zijn hoofd, die vastgesnoerd zit om zijn gezicht. Het engeltje maakt (hem) licht. Ik heb hem ingepakt in ijzerdraad als een postpakket. Klaar voor verzending naar het adres waar hij ooit moet zijn gemaakt.

Ik noemde hem Krul en dichtte hem goddelijke krachten toe, die zorgden voor een hemels licht als ik niet sliep. Daartoe had ik in zijn navel een blauwe glinstersteen aangebracht. Krul waakte dag en nacht over mijn geheimen die ik onder de kamervloer verborg. Pakjes papier vol tekeningen van een wereld geschapen door Krul.

Als ik hem snachts opwreef, dan gloeide hij als een infrarode lamp. Menig nacht stak hij voor mij het vuur aan, waarin het blauwe nepjuweeltje goud werd. Dan knielde ik voor Krul om hem te danken voor die tand in de mond van mijn voortijdige morgenstond.

Krul was gul met al zijn kleuren en toonde me dat ik nooit bang hoefde te zijn. Altijd was hij er om me te beschermen tegen de angst plots weggenomen te worden door de god van mijn vader, die ik verworpen had toen hij niet in staat bleek om een engel te zenden die Krul gezelschap houdt als ik naar school moest of om een andere reden hem moest verlaten. Nu wacht Krul alom ingesnoerd trouw op mijn vensterbank, tussen de Vrouw-uit-Klei en de riviergod Borstel uit Zuidafrika, die optreedt in mijn volgend blog.


anouk

Amy zou ik graag samen met Janis een duet laten zingen, schreef ik in mijn laatste blog. Dat moet toch lukken met de moderne technologie. Of nog mooier een trio samen met Anouk.
 
Janis Lyn Joplin was de zanger van Big Brother and the Holding Company en heeft later een korte loopbaan gemaakt als solo-artiest. In 1970 luisterde ze in de Sunset Sound Studios in Los Angeles naar de instrumentele ‘track’ van Nick Gravenites’ song "Buried Alive in the Blues". Ze zou de volgende dag het vocale spoor inzingen. Ze vonden haar dood in haar hotel. Ze had een overdosis heroïne geconsumeerd niet wetend dat deze zeer geconcentreerd was. Haar as is verspreid in de Stille Oceaaan en langs het Stinson Beach.
 
 Ze liet onder andere het bluesnummer CRY BABY achter:
 
www.youtube.com/watch?v=JjD4eWEUgMM&feature=related
 
Cry-y-y … ha ha ha ha … baby, cry baby, cry baby,
Welcome back home.
 
 
Een nummer over haar liefje, die steeds weg is op zoek naar zijn identiteit en moet weten dat mamma thuis op hem wacht, al vrijt hij zich de wereld rond. Een trouw zoals Amy nastreeft in haar relaties en Janis propageert in haar liedje, die Anouk nu zoekt in de rapper Unorthadox.
 
Haar cover van Ball @ Chains zou ook door hen  gezongen kunnen worden:
 
www.youtube.com/watch?v=Sp16T4dmK_U


Ruiz, cybercafé, accepteer Webcam
 
Zie je niet, maar begin maar met waar we waren gebleven
 
Als iemand iemand anders in zijn hart sluit,
dan sluit dat niemand anders uit.
De ingeslotene weet dat als geen ander,
kan afstand houden als geen ander, oneindig ver.
Zij heeft diep respect voor ons, voor onze taal,
die wij alleen verstaan.
 
Zij is zo ruim van geest voor ons,
door de pijn die zij er van de ander voor overheeft.
Mag ze asjeblieft bestaan,
ze is niet als de ander die je wilt verslaan.
 
Mag ze alsjeblieft in mij als stil verlangen wonen?
 
Spin geen garen bij je eigen leed.
Hoe lang je me ook in al je angsten gevangen wilt houden,
ik ben er voor jou. Ik kan zonder haar, haar ook verstaan,
weet je, zij is er, zij is in mij, haar krijg je niet klein(er).
 
Ja maar…
 
Luister Dumb Boy, je wint alleen maar,
je krijgt een beest in bed,
een geil beest,
die alles wat hij in zich geeft
als gulle waterdruppels plengt
zonder einde
zonder huid waaronder de ander
kruipen zou.
 
dumbies head
 
jeemig oetlul, het zijn haar woorden die ik gisteren las
 
nou eindelijk overtuigd dat we één en dezelfde zijn,
één en dezelfde bedoeling met je hebben,
één en dezelfde kracht voor je kunnen betekenen,
dat die echt heel gelaten wordt,
dat we daar alles aan doen en voor laten staan…
 
oh man, wat ben jij een likkerd.
zorg voor wat jij zelf wilt en
ga niet in de vorm van wij praten.

Dumb Boy, Dumb Boy Dumpt Neverland
 
Je bent verliefd en zoek het uit of
die verliefdheid in liefde uitmondt.
Steek haar kaarzen aan,
als je iets schrijft over je sores.

Zo, is onze liefde nu gebroken en gebarsten
door de liefde voor de ander niet te consumeren?
En zijn dat alleen mijn zorgen?
Je dumpt me makkelijker dan ik dacht.
 
Ik dump je niet als vriend,
ik dump de seks wel.
Zoek het eerst met haar uit.
Ik wil geen vriend
die ongestelde vrouwen beft.
Daar pas ik voor!

Smeriger kun je me niet afwijzen.
 
Smeriger?
vraag het haar zelf maar,
hoe smerig het is
gelikte kutjes te beffen!

Ja, Dumb Boy,
gebruik je eigen verstand en
bevuil niet het nest van de ander
 
Webcam valt uit

 

Wat nu?
 
Geen idee,
zoek het eerst uit met haar.
Proef haar, bemin haar en maak je keus,
Oetlul,
 
cybercafé gaat dicht.
Bel me maar ik ga nu,
doei! Hartbreker

Nee waarom doe je de cam uit?
Maar goed. Als je onverschillig wilt zijn,
mij best. Ik wil jou klootzak,
al kerm je nog zo hard dat ik iedereen wil beffen
die voor mijn voeten loopt.
Snap je echt niet dat dat mijn liefde is,
dat ik dat betaal zonder bloedverlies. Doei!

PS
Zij kent heel veel pijn van de ander.
Dacht je nu werkelijk dat ik haar effe uitprobeer.
Hoeveel bloed verlang je vriend, dat er vloeit
voordat je eindelijk aan me toegeeft.
Je krijgt liefde met hartspek.
En je klaagt over je banger hart?
Sluit je je zo voor de mens af die
je inpepert dat zij afstand doet
van de liefde om jou?
Zelfs Christus aan het kruis
breng je niet ermee in het nauw?
Is er dan niets of niemand heilig
voor jou Narcistisch beest.
Neem me, neem me in je kwade trouw.
Echt ik wil jou, jou vrouw zijn nou.
Jouw Maria Magdalena, trouw, trouw met mij.
Dan geen 1e vrouw aan onze zij.
Ik rouw, dat laat je mij.

denkbed
 


Zij was er wel, zij stond precies waar ze had gezegd dat ze zou staan. Woedend was hij het hele station doorgelopen, in alle hoeken en gaten gezocht naar zijn afspraak. Haar eerst gedacht te ontmoeten in de vrouw op de bank op het perron, die hem zo strak aankeek. Maar zij was het niet. Zij draaide haar hoofd weg toen hij voor haar ging staan en bijna al uit de broek ging om het teken te geven dat hij het was, dat hij het echt was, dat als je dat niet aan zijn neus kon zien, dat je dat wel aan zijn tweede tong kon zien, dat hij niet gelogen had, dat er verbinding was tussen die tong en de sprekende.

Daarom was hij extra kwaad op de kanovrouw met de meermansboot om de heupen. Al ontkende hij dat ten overstaan van heel Amsterdam. Want hij had haar toch gevonden en dan maakte dat verleden niks meer uit. Ze was er. Ze was mooier dan hij had gedacht. Ze leek op wie hij had gedacht. Ze was verlegen met hem. Ze had plannen maar nu niet. Ze had een vet oog voor haar magere vis.

kanovrouw

Frunnikend liepen ze de Damrak op met de rivier toeristen mee de stad in die maar geen stad kan worden en zich voor je ontvouwt in talloze dorpen met hun uitspanningen ver over de stoep van wat wel ooit een stad was, de grachtengordel van het Gouden Geeuwse Handelsstadje Aan de Amstel.

Even dacht hij dat het toch haar stad was, maar dat was niet zo, ze kende er de weg maar een beetje en die was lang genoeg om in het café van Herman Brood te kunnen chillen. Eenmaal naast haar op een stoel besefte hij dat hij door hetzelfde oog van de naald was gekropen als zijn vader, die ook met zijn 1e vrouw had afgesproken dat hij er precies op tijd zou zijn en dat het anders afgelopen was. Schluss.

Ze hebben gepraat en bleven in gesprek. Ze hadden meteen willen neuken, maar bleven in gesprek. Alles werd uitgepraat. Niks werd verzwegen. De woordenrijken stroomden in elkaar over, maakten meer tongen los dan ze al aankonden en lieten niet toe dat allemaal meteen in geloofsdaden om te zetten.

De verbindingen zelf brachten hen van Dante naar de Thai, waar een eenvoudig maal genoten werd naast twee nichten die begrepen wat het was om met je 1e vrouw voor de 1e keer uit eten te gaan. Ze gaven meteen hun menu door en wisten dat dat goed was voor een galgenmaal van twee verliefde geesten die greep proberen te houden op wat ze als bestemming in elkaar proefden, maar niet mochten consumeren.

Van de Thai naar de Trein was gelukkig nog een heel stuk lopen. Daar smeedden ze de grootste plannen om beeldenrijken te stichten waar ze met hun liefde voor de ander heen konden om het te offeren en zo de hele wereld op te tillen tot hij zeker was van zijn liefde en zij van de hare. Die zekerheid zocht zij met haar tong op het perron en vond de lul die zij zo begeerde in de zijne. Gul schoven de monden als Maagdenburger Bollen over elkaars gezicht, naar de nek met de slagaders, en terug naar de plek waar ze zwellen en inkrimpen om plaats te maken voor een hartelijk ontvangst in het gat der tanden. De Trein kon het niet langer verdragen en riep hen terug in de werkelijkheid waar ze voor gekomen waren.

Afscheid nemen en niet moeilijk doen dat het allemaal anders was gelopen dan er voorbereid was. Waarom zouden ze. Het was goed zo. Niks beffen, niks neuken, niks klaarkomen en afvegen. Dat komt nog wel als de trouw duidelijk is, besloten zij tegen de eigen lust in om gewoon de trein de trein te laten en met de droom die getongd in hun monden lag verder te reizen. Mijn God, dacht hij in de trein alles nog voelend van de varkenshuid die ze aan moesten trekken. Wat een Schoon Schip heb ik voor mijn haven staan. Zoveel zuivere liefde dat klaar staat om verscheept te worden, terwijl de lading al in beweging is en ik nog mijn vriend moet bellen of dat allemaal wel kan en moet en leuk is voor de ander.

Hoe vertel je het aan hem, had ze nog gemaild, open en eerlijk toch?!, had hij teruggeschreven. Wat en in hoeverre lieten ze wijselijk aan elkaar over. Hij wilde het netjes kunnen doen. Onbevlekt door een te intieme aanraking. Hij wilde geen overspel om het daarna gemakkelijker te kunnen vertellen als een feit. Hij wilde zijn zegen. Ja, koude regen kun je krijgen, hoorde hij Zijn Lijf in Ruiz terugkaatsen. Man je bent hardstikke verliefd. Ga ervoor. Misschien ben je wel helemaal geen homo. Weet jij veel. Ik weet genoeg. Nu ga ik mijn vrouw zoeken. Ja, ik weet dat je van mij houdt, ik weet dat je liever mij niet verliest. Maar ik ben niet gek. Jij voelt meer stromen bij haar dan bij mij. Nou, wat wil je dan? Als je bang bent dat je verkeerd eraan doet haar te kiezen, dan moet je ook niet met haar bekken. Je hebt haar aangeraakt man, niet ondiep, maar heel diep en laten weten wat je voor haar voelt. Niet voor mij voelde je toch zo diep? Of ben je echt zo’n moderne zot die zijn vriendin vertelt dat hij zo gelukkig is met de ander en dat zij daar toch ook veel verder mee opgetild wordt dan louter door de liefde voor haar? Hallo, goede vriend, wordt eens wakker. Van twee walletjes snoepen is slecht voor Het Gebit. Uit tweeën één. Dat weet je toch. En als je na een maand een lul in je reet of je bek mist, dan ga je die toch zoeken. Dat weet je ook. Ik bel je wel als je eruit bent. Doei!!!