Post Tagged ‘vleeswording’


He came in through the door of our dryer blog

Zijn leven lang gekooid als poëzie

was hij een vlo zonder theater

achter tralies gekluisterd, op de knie

de tandeloze tijd dodend voor de mooiprater

Net als de verlosser te vroeg gepensioneerd

uit zijn vlees al het geld geslagen

om de macht in geringere handen over te dragen

is het koninklijke roofdier tot het bot onteerd

Zou hij het nu welletjes gevonden hebben

nu ons spaargeld vlees is geworden of altijd al was?

voor het systeem dat dreigt weg te ebben

als er geen geld in wordt verdampt tot darmgas

Met name in de buiken van bankgieren

met in iedere straat een anus

waar wij onze leeftocht uit de kieren

halen met onze tentakels graaiend in hun kanus

Vandaag kwam hij door de deur

van de droger binnen, de gek

devoot voor zijn doen met in zijn bek

een bewijs aan toonder in de originele kleur

 –

Zijn spaargeld is de ingehouden woede

over zijn ooit geroofde wilde bestaan

die men kan blussen met een rib waaraan

resten van een lijf kleven, een goed doorbloede

Je krijgt er zoveel meer voor terug

dan het systeem zelf bieden kan

een wezen dat smult van een ongekookte rooie rug

gokkend op zijn voorkeur voor een bankgier zijn hersenpan

Rotterdam, zaterdag 19 oktober, de dag waarop een Bengaalse tijger uit de kast kwam toen hij meende te horen dat al het geld vlees was geworden


Kruisweglopend Buffet

Vleesgeworden woord, kringlooplichaam, opstandige bladwijzer, hemelvaartmaker


TOPSHOTS-BANGLADESH-MAY DAY-LABOUR

In mijn geboortejaar vonden opmerkelijke gebeurtenissen plaats. Het arbeiderszangkoor Morgenrood in Amsterdam kreeg ruzie. Opeens kon men elkaar niet meer luchten of zien. Nederland erkende met veel gezucht dat hun eerste kolonie onafhankelijk was. PvdA-voorzitter Koos Vorrink raakte zwaar gewond bij een vliegtuigongeluk boven Denemarken. Adam Brooks werd geboren, die in de film Invasion of the Bodysnatchers excelleerde. Begon men voor het eerst met ontwikkelingshulp. Viel een nog steeds Onbekende Ster net naast de kerk van mijn vader. Kreeg mijn moeder een hersenbloeding van de bevalling van een baby die tien pond, twee ons en dertig gram woog.

Dit nu her-denkend braken de vliezen voor mijn levensloop op het moment dat de wereld rood kleurde. Verbeeld ik me dat ik de vlaggen hoorde wapperen in Indonesië , het zangkoor krijsend ruzie maken in Amsterdam, Koos gillend neerstorten boven Denemarken, Brooks huilend debuut maken in Amerika, het eerste ontwikkelingsgeld rammelen in Den Haag, de kraamvrouw bidden om uitleg over de vallende ster naast de kerk in Papendrecht en mijn moeder smeken om verlossing van mijn wel erg vette vleeswording in een Pastorie aan de dijk langs de Merwede.

Om dit allemaal te vieren alsof ik geboren ben met een heuse wereldgeest, heb ik mijn  eerste levenslied opgedragen aan wat in Amsterdam gebeurde. Toen men over de hele wereld de lakens scheurde.

Tongbrekende scheiding der kameraden

Waar het verstand niet bij kan,
Is zo ver weg geschoven dat
Het de moeite niet waard is
Het naar zich toe te halen.

Gevoelloos ligt het op de zaal en
Wacht doodstil tot de duisternis
Wegtrekt alsof het licht zelf op pad
Is naar hem toe, daar houdt ’t nou zo van

Van Morgenrood, een arbeiderszangkoor
Het socialisme beoefenend voor ’t kunstgevoel
Van het volk, de propaganda voor de partij zijn oor
En zich de tong breekt over zij-bozen-zonder-zang-smoel.

Als dat in zijn geboortejaar leidt tot een klassenstrijd tussen Centrum en Noord
Dan breekt het graag zijn hoofd over zo’n gering nijd waar men elkaar om vermoordt.

Rotterdam, 1 februari 2013


groen

 
 
Sirius kan zich niet meer precies herinneren wanneer hij b. voor het eerst ontmoette. Het zou in 1966 kunnen geweest zijn, toen hij in het Haagse Bos de gehele natuur lief had en zich tussen de planten, struiken en bomen als vleesgeworden fantasie aan een ieder aanbood wiens voorkomen hem aantrok of vice versa tegen een schappelijke prijs. Zijn geweten speelde hem echter parten. Als bijna belijdend lidmaat van de Nederlands hervormde kerk op Gerformeerde Grondslag bevond hij zich in een lastig parket. Hij wilde het Verbond met God op zijn manier blijven voortzetten, maar kon zijn verlangen naar de hitte van mannen en vrouwen niet verloochenen dat voor die god nou net een grote gruwel was. De oplossing van hoereren stond echter geen betrouwbaar geheugen toe.
 
Of in 1967 toen hij tegen de buurjongen van b. aanliep, de zoon van de klokkenmaker, wiens zaak enkele panden verwijderd was van de slagerij waarboven b. zich op een kamer had genesteld. Zijn geheugen maakte er meteen een passende scene van. Sirius had de jongen al eerder naar zich zien kijken, maar sprak hem nu aan en zag in een flits b.’s jaloerse blik. Dezelfde blik die zijn vriend p. drie jaar later zou waarnemen toen b. vernam dat Sirius met f. uit U. naar bed was gegaan.
 
Beide keren zijn mogelijk, maar meer waarschijnlijk is dat hij samen met p. b. op straat tegenkwam, en b. p. aansprak over hoe het ging met zijn scriptie over Gerard Reve. Sirius was meteen verliefd op b. en liet hij er geen gras over groeien. B. nodigde hem uit op zijn kamer. Nog dezelfde dag zat hij in een Louis-XV-stoel tegenover b. op een krukje lacherig van het blowen in zijn studeer-, huis- en slaapvertrek om zich heen te kijken. Om te eten zag hij nergens een voorziening. B. at vermoedelijk niet thuis. Bijna alle wanden waren net als in de studeerkamer van zijn vader behangen met boeken. Alleen had b. de boeken neurotisch strak geordend. Boven de deur hing een portret van Adolf Hitler, de wereldkampioen smetvrees voor onze tijd, waarop hij volgens Sirius geheugen de ene keer een grijs uniform droeg, de andere een tiroler vakantietenue en soms een slordig colbertje. B. vond het portret ophangen op zich al ironie. Sirius meende dat A. voor dat effect een wat eigentijdser uiterlijk zou moeten aangemeten worden en schetste b. een langharige dictator met een querilla-petje op en in zijn ogen hakenkruizen. Hij schaterde en die prachtige lach trok hem bijna uit zijn zetel, maar hij werd furieus toen Sirius het portret wilde retoucheren.
 
Wanneer die ontmoeting precies plaatsvond, kon hij niet uit zijn geheugen noch zijn brievenarchief opdiepen. Het moet uiterlijk in 1969 zijn geweest. Het meest roerige jaar in zijn leven. In 1968 had hij met zijn familie gebroken. Voor de derde keer was hij weggelopen, maar nu kon hij bij p. onderduiken en zo eindelijk zijn dubbelleven aan de kant zetten. In 1969 deed hij volop mee aan de bezetting van de universiteit, stierf zijn vader, brak hij met zijn beste klant, had hij overwogen zijn eerste vriend (p.) te vermoorden en moest hij zijn propedeuse halen, anders was het afgelopen met studeren. In het archief trof hij alleen het eerste briefje van b., aan, waarin hij hem ironisch stimuleerde om zijn propjes te halen door ervoor te studeren.
 

propje

 

 
Sirius was in zijn herinnering vrij vaak op b.’s kamer geweest, al kwam hij minstens even vaak tevergeefs langs. Dan was b. niet in staat hem te ontvangen. Hij veinsde aan de deur dat hij bezoek niet kon verdragen. Later schreef hij in zijn boeken dat hij toen al zwaar aan opiaten verslaafd was. Sirius herinnert zich alleen dat hij uit zijn boekenkast een kistje haalde met daarin een flinke spuit, waarmee hij zich zou injecteren. Echter, toen Sirius een keer opium had gerookt, was hij niet van hem weg te slaan. Hij wilde alles weten over de effecten en keek nog meer naar hem op dan hij al deed. Waar b. een groen blaadje was wat betreft de drugs, was Sirius groen als het ging om openlijk voor je seksualiteit uit te komen.
 
Nu kijkt hij op die periode terug als de vleeswording van twee groene blaadjes, die ze voor elkaar waren en zouden blijven. Tussenwezens, die hun ware identiteit nooit geheel prijsgaven en in werelden verkeerden die de ander nooit zou kennen en mocht kennen, want het waren hun strontputten. Ze stoofden elkaar een kool met hun afweer, maar konden wellicht daardoor hun krachten bundelen om de hele samenleving om te turnen, die niets moest hebben van flikkerij en zeker niet van hun adoratie van jonge jongens. Sirius zag die knapenschoonheid in b. zelf. B. in Sirius smaak voor fantasieverhalen over minderjarige Werthers.

NB
 
Deze feuileton is nu verkrijgbaar in een album met meer afbeeldingen en duidelijker facsimile dan hier konden worden geupload bij:
 

http://dedrukkerij.mijnboekhandelaar.com/