Post Tagged ‘wildplassen’


moloch
 
de wildplasander. die knaap, die verveeld met zijn plassertje speelt daarbij zijn hand ver overspeelt zodat de nachtspiegel zijn ego streelt, had geen notie van de ander naast hem op de wand. er ging niets door hem heen toen hij hem met zijn straal bescheen. totdat deze totaliteitsfiguur hem aansprak door de muur. hé wildplasander jouw urinezuur blust mensverdommend al mijn hellevuur.
 
ps
 
plaatwerk is vervolg van mijn reactie op het blog masturberen van mijn  favoriet jezzebel

 Zie voor de bron van Moloch op het affiche (een 18e eeuwse voorstelling van de rivaal van God) de bijbelteksten:

Ontwijd de naam van je God niet door een van je kinderen aan Moloch te offeren. Ik ben de HEER.
2. Lev 20,2
‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer een Israëliet of een vreemdeling die in Israël woont een van zijn kinderen aan Moloch offert, moet hij ter dood gebracht worden; het volk moet hem stenigen.
3. Lev 20,3
Ikzelf zal mij tegen zo iemand keren en hem uit de gemeenschap stoten, omdat hij een van zijn kinderen aan Moloch heeft geofferd en daarmee mijn heiligdom heeft verontreinigd en mijn heilige naam heeft ontwijd.
4. Lev 20,4
Mocht het volk oogluikend toestaan dat zo’n man zijn kinderen aan Moloch offert en hem niet ter dood brengen,
5. Lev 20,5
dan zal ik mij tegen die man en zijn familie keren. Ik zal hem en allen die zich met hem en met Moloch inlaten, uit de gemeenschap stoten.
6. 1 Kon 11,7
Zo liet hij op een heuvel in de buurt van Jeruzalem een offerplaats maken ter ere van Kemos, de gruwelijke god van Moab, en ter ere van Moloch, de gruwelijke god van de Ammonieten.
7. 2 Kon 23,10
Verder liet Josia de offerplaats Tofet in het Hinnomdal ontwijden, zodat niemand er meer zijn zoon of dochter als offer voor Moloch kon verbranden.
8. Jes 30,33
De offerplaats is sinds lang gereed – dezelfde als voor Moloch – met een vuurhaard diep en ruim, en vuur en hout in overvloed. Als een stroom van zwavel steekt de adem van de HEER hem in brand.
9. Jer 32,35
en in het Hinnomdal offerhoogten voor Baäl gebouwd om er hun zonen en dochters aan Moloch aan te bieden. Ze hebben Juda met die gruweldaad tot zonde aangezet. Ik heb dat nooit geboden, ik heb dat nooit gewild.
10. Hand 7,43
Nee, jullie hebben de tent van Moloch meegedragen en de ster van jullie god Refan, beelden die jullie zelf gemaakt hebben om te aanbidden. Daarom zal ik jullie wegvoeren, tot voorbij Babylon.”