Post Tagged ‘zuchtje wind’


De vrouw gaapt de schrijfcoach aan. Haar hoofd vermaalt als een windmolen al haar illusies. Kloos kon dus toch niet het sentiment aan dat een dode God zijn voetafdruk naast hem voor eeuwig had achtergelaten. Religie kan dieper in onze hartcellen dan in die van onze hersenen grijpen, waarin wij onze ervaringen zelf er dwarsdoorheen weten op te wekken. Het uitbannen van een God die toch maar zit te niksen op de zetel van je ziel is zelfs met een doodsverklaring en een oneindige verwerking van dat verlies niet geklaard. Geloven valt onder het fatsoen, bedenkt ze, terwijl de schrijfcoach de kofferschouder nieuwsgierig opent. Geloven is je gedragen, herformuleert ze, zodanig dat het menselijk verkeer niet wordt gestremd. Het gaat dan om alle betekenissen die de innerlijke ervaring voor de mens bevat om elkaar in alle drukte toch vast te kunnen houden. Wat de fysiek aanwezige wereld betekent, is al een hele kluif voor ons oude brein, maar wat we ermee aan kunnen vangen in onze diepste ervaringen dat wij ons in die wereld bevinden… Ja dat hebben we uit handen gegeven aan filosofen, politicologen, sociologen, dichters, schrijvers en psychologen. Die mogen alles claimen als het zogenaamd functioneel is, als het werkt, als het binnen onze hersenpan geloofwaardig blijft.
 
Plots ziet ze dat de schrijfcoach haar koffers inspecteert. Pardon? Wilt u onmiddelijk het deksel sluiten. Wat een brutaliteit. Wat een onbeschaamdheid. De tas van een vrouw visiteren. Hoe durft u. Nee, het bewijst mij nu voorgoed dat u noch God, noch de Messias noch Kloos bent. U bent dwars door uw eigen mand gevallen. Met een harde klap sluit ze het deksel waaronder twee heethoofden uit de vorige eeuw een verschrompeld appeltje met elkaar verder schillen. Ook al hoort ze zelf luid en duidelijk hun wederkerige gramschap, toch vindt ze dat het taboe op de vrouwenkoffer, al is het een vaderschouder, eerst weer hersteld moet worden, voordat ze aandacht aan de inhoud van de koffer zelf wil geven. Wat zoek je eigenlijk in mijn bagage? tutoyeert ze de coach. Nou niks bijzonders hoor, wuift hij enige zweem van kwader trouw meteen weg, ik dacht alleen maar dat er misschien ook weer pionnen in zaten, die verklaren waarom we naar meer betekenissen moeten zoeken dan zij ons kunnen voorschotelen als de wijze waarop de wereld het beste in onze ervaring geconserveerd kan worden.
 
vaderschouders
 
oh, en dat denk je dan zonder mijn toestemming uit mijn koffer te mogen halen? nou dat zal de menselijke betrekkingen goed doen, schampert ze. opeens gaat de god van kloos in henzelf los op zijn terugvinding naar de weg die voorgoed ons de wereld doet bevestigen die we verloren zijn: toen geloof nog zich in onze relaties gevestigd had en een algemeen menselijk patroon liet zien dat de hele aardbol omvatte. samen mijmeren ze over die verloren tijd, waarin erasmus en spinoza ook niet verder wilden denken dan het bestaan van god. tot ze beiden marx onder het schouderjuk horen protesteren tegen bakoenins uitleg van het opium voor het volk. de vrouw opent nu zelf het deksel als de twee heethoofden in koor roepen dat het geloof in de kracht van de massa nooit verloren mag gaan. bakoentje voegt eraan toe dat kareltje de arbeiders een mooie ervaring heeft gegeven dat dat geloof zichzelf waar heeft gemaakt, maar dat zijn heilstaat slechts op een narcistisch bewustzijn van het proletariaat het hoofd boven water kon houden. wat heeft jouw idee nou eigenlijk voor de hele mensheid aan verlossing kunnen brengen, als je hen alleen in het gelid van een rood leger voor je karretje kunt spannen?
 
nou, verwijt de rood aangelopen pot de zwartkijkende ketel, heeft jouw vrijstaat dan wel ergens vruchtbare bodem gevonden en is ie wel gebouwd als een spiritueel lichaam? ze schrikken zelf van hun taal. hoe komen ze opeens aan die interesse in de mens zelf? als ideeénbouwers hadden ze nooit goede relaties op het oog. zij wilden best aanhang, maar dan van goedgelovigen en niet van een massa dat gouden kalveren vereerde zodra ze even moesten zoeken naar de wetten die in de geschiedenis onmiskenbaar hun gelijk bevestigden. bakoe, fluistert karolientje spelend met zijn tongetje in het oor van de enige echte rode duivel, we waren verliefd op ons eigen idee en geloofden niet in de wet van de afgunst. terwijl onze vrouwen het al beter wisten dat juist die jaloersheid de liefde vasthoudt voor elkaar.
 
van de bodem van de koffer haalt bakoe de hartmeter. je hebt gelijk schatje, zegt hij, om welk idee dan ook aan te hangen is er een geloof in de kruimel van het idee nodig. wat we voor de macrowereld bedachten, hadden we moeten verbinden met onze microwereld, waar onze harten naar elkaar toeschreeuwen hoeveel ze van elkaar houden en wij doof door onze kennisclaims, gelijkheidsclaims, maar bleven hameren op een breuk in de geschiedenis, op een omwenteling, voordat we weer naar ze konden luisteren. als een volleerd verpleegkundige bevestigt bakoe de meter om de buste van karolientje en jawel de liefde laat zich aflezen. niet op het metertje natuurlijk, maar in hun schitterende ogen. de waarheid van onze liefde voor elkaar is inderdaad onmetelijk, bloost karolientje onder zijn witte baard, en tegelijk niet meer dan een kruimeltje geloof in elkaar. daarom hoeven we het ook niet langer te bewijzen, maar kunnen we op basis van een zuchtje wind oprecht toegeven dat we geloven in de ander, toch?!
 
(wordt vervolgd)